Zelden kregen de gewezen ministers Marcel Colla (SP) van Volksgezondheid en Karel Pinxten (CVP) van Landbouw zoveel lof als nu van deze paars-groene regering. Tot voor kort werden zij nochtans persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor de dioxinechaos en de miljardenfactuur die het land daarvoor betaalt. Tot ontslag gedwongen één week voor de verkiezingen, werden de twee in de eigen politieke partij gebrandmerkt als de schuldigen voor het electorale debacle op 13 juni.
...

Zelden kregen de gewezen ministers Marcel Colla (SP) van Volksgezondheid en Karel Pinxten (CVP) van Landbouw zoveel lof als nu van deze paars-groene regering. Tot voor kort werden zij nochtans persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor de dioxinechaos en de miljardenfactuur die het land daarvoor betaalt. Tot ontslag gedwongen één week voor de verkiezingen, werden de twee in de eigen politieke partij gebrandmerkt als de schuldigen voor het electorale debacle op 13 juni.De leden van de parlementaire dioxinecommissie waren hooglijk verbaasd toen ze afgelopen woensdag de inhoud vernamen van de brief die de ministers Magda Aelvoet van Volksgezondheid en Jaak Gabriëls van Landbouw, de opvolgers van Colla en Pinxten, namens de Belgische regering naar de Europese Commissie hadden gestuurd. Begin oktober had de Commissie uitleg gevraagd over uitspraken van onder meer minister Aelvoet aangaande het falen van Colla en Pinxten. Die hadden volgens haar het Europese Rapid Alert System veel te laat in werking gesteld. In het antwoord aan de Europese Commissie, verstuurd op 4 november, enkele weken voor het optreden van premier Guy Verhofstadt (VLD) in de dioxinecommissie, legden Aelvoet en Gabriëls uit dat zowel Colla als Pinxten op geen inspanning hadden gekeken om de crisis het hoofd te bieden. Er staat letterlijk: "De Belgische overheid heeft, als een goede huisvader, vanaf 19 maart een aantal maatregelen genomen om de juiste aard en omvang van de crisis te kunnen bepalen. (...) De Belgische overheid trok de gepaste conclusies en ondernam de noodzakelijke acties, waartoe zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze kon overgaan." De brief werd openbaar gemaakt door Jean-Marie Dochy, de gewezen adjunct-kabinetschef van Pinxten. Commissievoorzitter Charles Janssens (PS) zag de bui hangen. Zoals premier Verhofstadt naderhand, zei Janssens dat een dergelijk schrijven past in de juridische continuïteit waar de regering voor moet zorgen. HET PARLEMENT KRIJGT GEEN INSPRAAKVerhofstadt vond het zelfs perfide dat de CVP-oppositie die brief aangrijpt om Pinxten van elke blaam te zuiveren. Volgens de premier moest een onderscheid worden gemaakt tussen de juridische verdediging tegenover Europa (die een veroordeling en een forse boete moet voorkomen) en de politieke verklaringen voor binnenlands gebruik. Met andere woorden: wat in de brief van Gabriëls en Aelvoet aan de Europese Commissie staat is een leugen om bestwil. De oppositie had het zo niet begrepen. Commissielid Paul Tant (CVP) bestempelde de paars-groene coalitie als een bende totentrekkers. Volgens zijn bezadigder Limburgse collega Hubert Brouns (CVP) heeft de regering met haar brief aan de Europese Commissie feitelijk een einde gemaakt aan het parlementair onderzoek. Want de commissie moest achterhalen wie verantwoordelijk was voor de chaotische afhandeling van de dioxinebesmetting en vervolgens aanbevelingen formuleren om een herhaling van een economische ramp van deze omvang te voorkomen. Eigenlijk heeft de paars-groene regering de dioxinecommissie nooit ernstig genomen. Dat mag ook blijken uit het feit dat liberalen en groenen politieke lichtgewichten naar de commissie afvaardigden. Bovendien geven leden van de meerderheid toe dat de liberale coalitiepartners al meermaals te verstaan gaven dat het tijd werd een einde te maken aan de vertoning. Eerstdaags moet worden gestemd over een verlenging van het mandaat van de dioxinecommissie. Dat loopt af op 15 januari, maar de commissie kwam in tijdnood en zal het parlement vragen haar opdracht met twee maanden te verlengen. Intussen liep de regering al vooruit op de aanbevelingen van de commissie. Het federale voedselagentschap staat in de steigers. Alleen de uitvoeringsbesluiten moeten nog worden ingevuld. Maar daarin krijgt het parlement geen inspraak, want de exclusieve bevoegdheid van Volksgezondheid. De mooiste illustratie voor de politieke schizofrenie waarmee deze commissie af te rekenen heeft, werd niet geleverd door de brief van Aelvoet en Gabriëls, maar door de getuigenissen afgelopen week van Piet Vanthemsche en Jean-Marie Dochy. Deze twee gewezen adviseurs van Karel Pinxten werden meteen na de coalitiewissel door de nieuwe paars-groene meerderheid binnengehaald. Vanthemsche werd zelfs uitgestuurd als de belangrijkste vertegenwoordiger van de regering bij het Europees Permanent Veterinair Comité. Zijn naaste medewerker is Jean-Marie Dochy. Xavier de Cuyper, ook een veteraan van het kabinet van Pinxten, is nu kabinetschef van Landbouwminister Jaak Gabriëls. Waarom de nieuwe regering deze landbouwspecialisten, die volgens haar nochtans spectaculair faalden in de aanpak van de dioxinecrisis, zo prompt in dienst nam, is een interessante vraag. Maar die mag door de dioxinecommissie niet eens worden gesteld: haar onderzoek naar het verloop van de dioxinicrisis beslaat maar de periode tot 13 juni.R.V.C.