'Thuis zou ik nooit zo goed kunnen studeren' JULIETTE LECONTE (12) Sint-Jozefscollege, Aalst

'Vorig jaar ben ik hier begonnen in het eerste middelbaar, dat was geweldig. Ik had er al zo lang naar uitgekeken. Mijn papa heeft hier vroeger op internaat gezeten en mijn twee zussen ook. Zij kwamen op vrijdag altijd thuis met de leukste verhalen en maakten vrienden voor het leven. Maar als ik erover vertel in Oudenaarde, waar ik woon, vraagt iedereen of ik mijn ouders niet mis. Eerlijk? Ik maak hier zo veel plezier dat ik daar geen tijd voor heb. 's Avonds zitten we altijd te babbelen met elkaar en op woensdag zijn er toffe activiteiten: een spelletje Kubb, bijvoorbeeld, of eens gaan bowlen.
...

'Vorig jaar ben ik hier begonnen in het eerste middelbaar, dat was geweldig. Ik had er al zo lang naar uitgekeken. Mijn papa heeft hier vroeger op internaat gezeten en mijn twee zussen ook. Zij kwamen op vrijdag altijd thuis met de leukste verhalen en maakten vrienden voor het leven. Maar als ik erover vertel in Oudenaarde, waar ik woon, vraagt iedereen of ik mijn ouders niet mis. Eerlijk? Ik maak hier zo veel plezier dat ik daar geen tijd voor heb. 's Avonds zitten we altijd te babbelen met elkaar en op woensdag zijn er toffe activiteiten: een spelletje Kubb, bijvoorbeeld, of eens gaan bowlen. 'Natuurlijk moet er ook gestudeerd worden. Na school hebben we anderhalf uur studie, met een pauze van 10 minuutjes. Daarna is het tijd om te eten en wat te ontspannen, en dan is er nog een uur kamerstudie. En als je op je rapport punten onder de zes hebt, moet je verplicht naar de ochtendstudie, van 8 uur tot 8.20 uur. Vorig jaar zat ik daar bijna altijd, omdat ik vaak gebuisd was voor Latijn. Maar nu volg ik gelukkig een andere richting. Ik denk dat ik thuis nooit zo goed zou kunnen studeren, omdat ik daar veel sneller afgeleid ben. Hier krijgen we onze gsm maar één uurtje per dag, de rest van de tijd ligt die in een grote, houten bak. Maar dat is allemaal best oké. De vriendschap maakt alles goed!' 'Mijn hele gezin heeft hier op school gezeten: mijn beide ouders én mijn tweelingzus Femke. Zij is vorig jaar al gestart, in het eerste middelbaar. Zelf wilde ik het eerst op een aso-school proberen, maar dat bleek niets voor mij. Dus zit ik hier sinds september ook op internaat. Ik was bang dat ik mijn ouders zou missen, maar uiteindelijk valt dat best mee. We bellen elke avond, en mijn zus is hier om me gerust te stellen. Ik heb ook al veel vrienden, dus 's avonds zitten we gezellig bij elkaar. Of we doen een activiteit: wandelen in de duinen, bijvoorbeeld. Het is zoals op kamp, maar dan een heel jaar lang. Mijn kamer is klein, maar gezellig. Schilderen of spijkers in de muur slaan mag niet, maar dat snap ik wel. Ik was al blij dat ik mijn posters van Michael Jackson mocht ophangen. Sommige regels vind ik wel streng. Zo mogen we niet bij elkaar op de kamer komen. Gelukkig mag ik 's nachts wel mijn gsm bijhouden: daarover beslissen je ouders. Al moet hij na bedtijd wel uit. Om kwart over negen moet het overal stil zijn, dan komen ze controleren of het licht uit is. Maar ook dat is best logisch, want om halfzeven moeten we al opstaan. In het begin zette ik mijn wekker, maar nu niet meer. Ik slaap vlak bij de bel, dus ik ben sowieso wakker.' 'Mijn eerste avond op internaat, vier jaar geleden, was geen succes. Ik zag er misschien kalm uit, maar vanbinnen was ik een en al paniek. Het was hier ook bijna verlaten: de meeste leerlingen komen nog niet op zondagavond, zeker niet op 31 augustus. Maar dat wisten wij dus niet. Mijn ouders hebben me dan maar terug mee naar huis genomen. Op maandag ben ik dan echt begonnen, maar de eerste maanden vond ik het vreselijk. Ik wilde hier zo snel mogelijk weg. De cultuurshock was dan ook groot. Ik kwam van een gewone school, maar door mijn beperking werd het moeilijk om het tempo te volgen. Hier zag ik ineens zoveel jongeren met al die verschillende problematieken: dat was even wennen. Na een paar maanden begon ik het internaatsleven echt tof te vinden. De vriendschappen zijn hier veel hechter. Tijdens de week zijn zij mijn familie. En in het laatste jaar hebben we enorm veel vrijheid. We zien hier amper nog begeleiders. Enkel als we echt hulp nodig hebben, kunnen we iemand bellen. We staan op wanneer we willen, zolang we maar op tijd op school zijn. En ook 's avonds zijn we totaal vrij. Meestal ga ik met vrienden naar buiten, hamburgers eten bij McDonald's bijvoorbeeld. Of we kijken samen een serie. Hopelijk kunnen we volgend jaar allemaal samen op kot.'