Hoewel zes rapporten duidelijk maken wie in het onderzoek naar de bende-Dutroux steken liet vallen, werd nog eens een par- lementaire onderzoekscommissie opgericht.
...

Hoewel zes rapporten duidelijk maken wie in het onderzoek naar de bende-Dutroux steken liet vallen, werd nog eens een par- lementaire onderzoekscommissie opgericht.PIJNLIJKE MOMENTEN waren dat daar, in de Kamercommissie voor Justitie. Op woensdag 18 oktober gaven daar achtereenvolgens de leden van het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten voorzitter Freddy Troch, ondervoorzitter Georges Pyl en Valère De Cloet en ook de opperbevelhebber van de rijkswacht, luitenant-generaal Willy Deridder, en de procureur-generaal bij het Hof van Beroep in Gent, Frank Schins, hun visie op het onderzoek van de zaak- Dutroux. Bepaalde politici, magistraten, leden van de gerechtelijke politie bij de parketten (GPP) en journalisten kregen meteen lik op stuk. Al wie immers tijdens de voorbije weken, onder andere, klakkeloos de verdachtmakingen bijtrad van procureur-generaal bij het Hof van Beroep in Luik Anne Thily, en die van het gemeenschappelijk vakbondsfront van de GPP in hun respectieve verslagen van 16 en 23 september, deed niet alleen de waarheid geweld aan maar misleidde ook de volkswoede. Procureur-generaal Thily was minstens eenzijdig. Er rijzen wel vragen over haar voor de rijkswacht striemend rapport, terwijl ook enkele GPP'ers beter hadden gezwegen en de buitenwereld enkele flagrante onwaarheden bespaard. Op een druk bijgewoonde persconferentie beweerden zij namelijk dat de rijkswacht de onderzoeksmagistraten in Luik en Brugge in hun zoektocht naar enkele van de verdwenen meisjes, belangrijke informatie over Marc Dutroux ?ontzegd? had ; dat bij de rijkswachtoperatie- Othello ter profilering van Dutroux tot eind 1995 ?mechanismen in werking gesteld werden die eigen zijn aan de proactieve recherche hetgeen men kan kwalificeren onder parallel onderzoek, vermits het ontsnapt aan elke controle van de gerechtelijke overheden? ; dat Othello in werkelijkheid ?het geheel beslaat van alle opsporingen ondernomen door de rijkswacht in het kader van de verdwijning van de twee meisjes ( Julie en Mélissa).? Enzovoorts. Al deze bouterige beweringen werden bovendien door het gemeenschappelijk vakbondsfront van de GPP uitgekraamd in naam van ?de zoektocht naar de waarheid? en omdat de GPP ?opstandig wordt bij elke afwijking die van aard zou zijn om de grondbeginselen van onze democratie in vraag te stellen.? Mooi zo. Een gebrekkige feitenkennis, leugenachtige interpretaties en intentieprocessen helpen echter het debat niet vooruit. De betogingen en de overweldigende Witte Mars van vorige zondag ten spijt. MENTALE DREMPELS.Het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten, het zogeheten Comité-P, dat in opdracht van een toch wel alerte justitieminister Stefaan De Clerck (CVP) op zijn beurt ?het onderzoek naar het onderzoek? beoordeelde, heeft in een verslag van 95 bladzijden menig loos bericht gecorrigeerd en vele puntjes op de i gezet. Zo kan de nieuwe Luikse procureur-generaal Thily, die in haar verslag van 16 september Martine Doutrewe, de onderzoeksrechter in de zaak van de op 24 juni 1995 verdwenen Julie en Mélissa, wel degelijk uit de wind zette, nog moeilijk staande houden dat ?ce dossier a été abordé avec sérieux.? Toen Doutrewe eind juni 1995 naar Italië met vakantie trok, werd geen plaatsvervangend onderzoeksrechter met de zaak gelast. Het dossier werd om de week door een andere onderzoeksrechter met wachtdienst overgenomen, terwijl Doutrewe nadien ook nog eens de kastelen van de Loire ging bezoeken. De richtlijnen die de politiediensten, a rato van amper één vergadering per maand, ontvingen, waren allesbehalve duidelijk : noch over de vooropgestelde strategie, noch over het opmaken van processen-verbaal. Toen de rijkswacht dan op 28 augustus wel degelijk in overleg met de bevoegde parketmagistrate in Charleroi de operatie-Othello opstartte, verwittigde het Centraal Bureau voor Opsporingen (CBO) van de rijkswacht bovendien het Commissariaat-Generaal van de Gerechtelijke Politie, waarna deze melding in de bestanden van de Nationale Brigade, de fameuze 23ste, zonder meer werd geklasseerd omdat Dutroux er als target onbekend was. Zoals hier al eerder uit de doeken gedaan, bracht het parket van Charleroi echter zijn collega's in Luik niet op de hoogte en vroeg Luik ook niks aan Charleroi. Intussen werd de piste-Dutroux in Luik effectief door de bevoegde rijkswachters bij Doutrewe aangekaart, maar bleek de onderzoeksrechter ?pas fort chaude? om een onderzoek naar Dutroux op gang te brengen, zoals een rijkswachter op 16 augustus schreef en sindsdien onder ede aan het Comité-P bevestigde. Het blijft ook zeer de vraag welke nota's onderzoeksrechter Doutrewe tijdens die zeldzame coördinatievergaderingen dan wel nam. En waarom zij nadien de betrokken rijkswachters gebood de verwijzing naar Julie en Mélissa uit een proces-verbaal te schrappen : ?ça va m'assassiner?, moet ze toen gezegd hebben. Volgens het Comité-P is het dus niet juist dat de rijkswacht de piste-Dutroux voor zich wilde houden en dat het CBO in deze zaak de plaats innam van de onderzoekende magistraat. ?Het Vast Comité-P heeft de rol van het CBO in deze nauwkeurig onderzocht en vastgesteld dat zij zich hebben beperkt tot het verzamelen, coördineren en doorsturen van de informatie. De verwerking en de appreciatie ervan is altijd in handen geweest van de territoriaal bevoegde eenheid.? Volgens het Comité-P was er echter geen enkel element dat toeliet Dutroux in verband te brengen met de ontvoering van Julie en Mélissa, van wie de namen overigens slechts als hoofding werden gebruikt. Het Comité-P betreurt wel dat veel belangrijke informatie tussen rijkswacht, politie, GPP en onderzoeksmagistraten verbaal werd uitgewisseld, maar laat meteen opmerken dat ?van een dwingende plicht om een proces-verbaal op te stellen en/of het parket in te lichten in de huidige stand van de regelgeving geen sprake is.? Tenzij, zoals toenmalig procureur-generaal bij het Hof van Cassatie Jacques Velu in zijn verslag van 17 september liet opmerken, bepaalde vaststellingen die voortvloeien uit een observatie, ook als bewijs voor een rechtbank kunnen aangewend worden. Dan nog wisselen parketten onderling geen gegevens uit die in les fardes confidentielles worden bijgehouden ; al was het maar om bepaalde onderzoeksopdrachten niet te laten lekken. Niets belet echter dat parketten, bij onstentenis van een gecentraliseerd informatiebestand of meldingspunt, elkaar contacteren en de behandeling van bepaalde zaken bespreken. Daarvoor moeten echter niet alleen de 27 arrondissementele grenzen maar vooral de mentale drempels verlaagd worden. En het is niet aan de rijkswacht om dat te doen. Of de rijkswachters, die tijdens een huiszoeking in Dutroux' kelders niet meteen lokaliseerbare kinderstemmen hoorden, niet beter hadden moeten luisteren en nagaan of het dan toch Julie en Mélissa niet waren, wordt verder onderzocht door de Dienst Enquêtes van het Comité-P. Al ziet het ernaar uit dat ook dit louter menselijk gegeven niet noodzakelijk op een tekortkoming wijst. Dit is ook de conclusie van zowel het Comité-P als van procureur-generaal Schins omtrent de vermeende geheimdoenerij van de rijkswacht bij het opstarten van het onderzoek in Brugge naar de verdwijning van An en Eefje in de nacht van 22 op 23 augustus 1995. GEEN INGEVING.Dat geen enkele rijkswachter van het district Brugge een verband legde tussen het ?niet dringend bericht van opsporingen? van 24 augustus 1995 over Marc Dutroux en de verdwijning van An en Eefje, en er dan ook niet naar verwezen werd op het veertiendaags recherche-overleg onder leiding van procureur des konings Jean-Marie Berkvens, lijkt niet meteen hem maar wel procureur-generaal Schins na grondig onderzoek ?volledig aanvaardbaar gezien de vaagheid van dit bericht.? Het werd bovendien opgesteld om bij de start van de operatie-Othello alle mogelijke informatie over de handel en wandel van Dutroux te bekomen. Op dat ogenblik kon het CBO in Brussel nog geen weet hebben van de verdwijning van An en Eefje. Daar werd bovendien in het kader van de operatie-Othello ?nooit enig verband gelegd? met beide meisjes. Procureur-generaal Schins noemde vorige week in de Kamercommissie ?het ontbreken van die ingeving geen tekortkoming.? In zijn brief van 9 oktober aan justitieminister De Clerck betreurt de Gentse procureur-generaal wel ?dat het bij degenen die zich op het CBO bezig hebben gehouden met de operatie-Othello, nooit is opgekomen om het verband te leggen tussen Dutroux en de feiten waarvan An Marchal en Eefje Lambrecks het slachtoffer werden (...) De rijkswacht wist immers af van het gerechtelijk verleden van Dutroux waarbij ook oudere meisjes het slachtoffer van zijn criminele handelingen waren geworden. Waar evenwel niets erop wees dat de actieradius van Dutroux ook tot aan de kust zou reiken, in een ander taalgebied, lag dergelijke ingeving niet voor de hand.? Procureur-generaal Schins voegt er wel aan toe dat ?de minste informatie over Dutroux, met verwijzing naar diens gerechtelijk verleden, onmiddellijk aanleiding zou hebben gegeven tot de noodzakelijke opsporingen.? Schins liet in de Kamercommissie, evenals het Comité-P in zijn rapport, opmerken dat hij noch procureur Berkvens noch de Brugse speurders al die tijd weet hadden van de brief die Dutroux' moeder op 4 september 1995 aan een onderzoeksrechter in Charleroi schreef. Precies daarin zou zij een verband leggen tussen haar zoon en de ontvoering van twee meisjes van zestien en achttien jaar. Ook toen misten de onderzoeksmagistraten in Charleroi blijkbaar een brede kijk op de dingen. Want, zoals het Comité-P concludeert, blijven enkele van de vaststellingen van de Parlementaire Onderzoekscommissie ter Bestrijding van het Banditisme en Terrorisme van april 1990 tergend actueel. Daarin was al sprake van een gebrek aan collegialiteit, van wantrouwen, ja zelfs van rivaliteit tussen speurders en magistraten. En van grote problemen met de leiding van het onderzoek. Dit was trouwens het leitmotiv van het uiterst gestructureerde betoog dat de opperbevelhebber van de rijkswacht, luitenant-generaal Deridder, aan de hand van een verslag van 88 bladzijden gaf. Ook daaruit zal in de komende weken moeten geput worden, wil de waarheid haar rechten en de misdaadbestrijding betere kansen krijgen. Frank De Moor De opperbevelhebber van de rijkswacht, luitenant-generaal Deridder, zag zijn korps vorige week vrijgepleit van bijna alle schuld.Justitieminister De Clerck (links) mag nu, onder andere met het verslag van voorzitter Troch van het Comité-P (rechts) aan de sanctionering van bepaalde magistraten beginnen denken.