Op maandag 1 november 2004 hadden Mohammed Bouyeri, zijn vriend Rachid en enkele anderen in Mohammeds huis nog Koranverzen zitten lezen. Ze hadden laat gegeten want het was Ramadan. Daarna waren ze wat gaan wandelen, voorbij de huizen met schotelantennes en de klimrekken voor de kinderen waarop na middernacht alleen wat jongeren met walkmans hingen. Ze hadden gesproken over hoe ze vroeger waren: roken, drinken en dat ze hun leven dankzij hun geloof verbeterd hadden.
...

Op maandag 1 november 2004 hadden Mohammed Bouyeri, zijn vriend Rachid en enkele anderen in Mohammeds huis nog Koranverzen zitten lezen. Ze hadden laat gegeten want het was Ramadan. Daarna waren ze wat gaan wandelen, voorbij de huizen met schotelantennes en de klimrekken voor de kinderen waarop na middernacht alleen wat jongeren met walkmans hingen. Ze hadden gesproken over hoe ze vroeger waren: roken, drinken en dat ze hun leven dankzij hun geloof verbeterd hadden. Toen werd het dinsdag. Om halfzes had Mohammed Bouyeri iets gegeten. Na zijn ochtendgebed was hij van Amsterdam-West naar de Linnaeusstraat gereden. Om kwart voor negen haalde hij de trekker van zijn pistool over. Opvallend waren Bouyeri's rust en kalmte geweest. Zo blijkt uit de getuigenverklaringen opgetekend na de moord op Theo van Gogh op 2 november in Amsterdam. Eerst schoot Bouyeri verschillende keren op Van Gogh, tot deze neerviel. Dan haalde hij een groot kapmes uit zijn tas. De Amsterdamse Linnaeusstraat liep rond dat uur vol volk. Met vier zagende bewegingen sneed Bouyeri de keel van de cineast door. Rustig. Toen stak hij het kapmes diep in het lijf van zijn slachtoffer. Kalm. Toen Bouyeri even later ge- arresteerd werd door de politie, vonden ze op zijn lichaam het gedicht 'gedoopt in bloed'. Een rijm van wraak en wrok: Dit is dan mijn laatste woord. Door kogels doorboord. In bloed gedoopt. Zoals ik had gehoopt.Mohammed Bouyeri had verwacht te zullen sterven. Hij had aan zijn vriend Rachid het weekend voordien nog vier enveloppen gegeven. 'Voor als er met mij iets mocht gebeuren', had hij erbij gezegd. In de envelop voor zijn vrienden zat een brief waarin hij onder meer zei dat hij dat gedicht 'Gedoopt in bloed' bij zich zou dragen. De tweede en derde enveloppe waren voor zijn familie. 'Ik heb ervoor gekozen mijn plicht tegenover Allah te vervullen', schreef hij in een afscheidsbrief. Hij schreef ook dat hij zijn ziel wilde verruilen voor het paradijs. 'Mohammed B. is op geen enkele manier verminderd toerekeningsvatbaar', zei zijn advocaat Peter Plasman. Volgens de raadsman heeft Bouyeri op 2 november 'een bewuste keuze gemaakt en vanuit die keuze gehandeld'. Deze houding moet volgens Plasman niet beschouwd worden als een schuldbekentenis, maar als een signaal dat Mohammed Bouyeri verantwoording neemt voor al zijn daden. Op de eerste pro forma-zitting in de zaak Van Gogh, eiste de rechtbank vorige woensdag op verzoek van het openbaar ministerie een psychiatrisch onderzoek. 'Om te achterhalen hoe de verdachte tot zijn daad is gekomen.' Mohammed Bouyeri weigert alle medewerking. Hij hult zich in een stilzwijgen. De officier van justitie Frits van Straelen vindt dat psychiatrisch onderzoek nodig is om 'inzicht te krijgen in Mohammed B. 's radicalisering'. Mohammed Bouyeri zal deze maand dus tegen zijn zin in het Pieter Baan Centrum geplaatst worden, een penitentiair observatiecentrum. Volgens zijn advocaat is een psychiatrisch onderzoek 'een gepasseerd station'. Een deskundige die Bouyeri een dag voor de zitting in het ziekenhuis onderzocht, kon alleen optekenen dat hij de dekens over zich heen trok. 'Op deze wijze kon ik maar een beperkt zicht op de betrokkene krijgen', luidde zijn conclusie. 'Het was B. 's bedoeling de hele Nederlandse bevolking angst aan te jagen en de samenleving te ontwrichten', zei de officier van justitie op de zitting. Dat Bouyeri 'een terroristische' bedoeling had, blijkt volgens hem uit het bewust gekozen publieke karakter van de moord. Hij vermoordde Van Gogh in een drukke straat en liet op het lijk een dreigbrief achter die gericht was tegen VVD-politica Ayaan Hirsi Ali. Volgens de advocaat van Bouyeri is het een contradictie om iemand als 'terrorist' te bestempelen en tegelijkertijd te twijfelen aan zijn geestelijke vermogens. Ook Samir A., de jongen die gevangen zit wegens het voorbereiden van aanslagen op onder meer de Tweede Kamer, werd verplicht in een penitentiair observatiecentrum geplaatst. Dat leverde niets op. 'De enige die over ons kan oordelen, is Allah', zeggen de vrienden van Mohammed Bouyeri. Strafexperts reageerden trouwens kritisch op de uitspraak van de Amsterdamse rechtbank. Volgens Simon Stolwijk, hoogleraar strafrecht aan de universiteit van Amsterdam, moet de maatschappij de extremisten eindelijk serieus nemen. In de Volkskrant verklaarde hij: 'Als ze uit religieus-ideologische opvattingen iemand doodsteken, zelf zeggen dat ze niet gek zijn en ook niet willen meewerken aan een psychiatrisch onderzoek, moeten ze de volle laag krijgen. Dan zijn het beredeneerde moordenaars.' Het openbaar ministerie zei woensdag ook dat het aanwijzingen had dat Mohammed Bouyeri deel uitmaakte van een netwerk. Anna Luyten