Indonesië was gewaarschuwd. Maar alle signalen waren aan dovemansoren gericht. Tot op het hoogste niveau werd ontkend dat de uitgestrekte archipel een vrijhaven, zo niet een broedplaats voor terrorisme is geworden. Zaterdagavond 12 oktober werden twee nachtclubs op het eiland Bali getroffen door een dodelijke bomaanslag. De explosie eiste bijna tweehonderd mensenlevens. Honderden raakten gewond.
...

Indonesië was gewaarschuwd. Maar alle signalen waren aan dovemansoren gericht. Tot op het hoogste niveau werd ontkend dat de uitgestrekte archipel een vrijhaven, zo niet een broedplaats voor terrorisme is geworden. Zaterdagavond 12 oktober werden twee nachtclubs op het eiland Bali getroffen door een dodelijke bomaanslag. De explosie eiste bijna tweehonderd mensenlevens. Honderden raakten gewond. De daders zijn nog altijd niet bekend. Maar de aanslag maakt een eind aan de ridiculisering van de Amerikaanse overtuiging dat Indonesië terroristische organisaties huisvest. 'Het is duidelijk dat dit een ontnuchterende ervaring is voor het Indonesische leiderschap', zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell afgelopen week. 'Jullie kunnen niet langer doen alsof het gevaar niet bestaat in jullie land.'De VS en de buurlanden Singapore, Maleisië, de Filipijnen en Australië dringen er al maanden op aan dat Indonesië de terroristische dreiging serieus neemt. In december vorig jaar arresteerde Singapore dertien verdachte leden van een terreurnetwerk in Zuidoost-Azië dat de VS op basis van in Afghanistan vergaarde inlichtingen had gereconstrueerd. In augustus werden nog eens achttien vermeende leden in Singapore opgepakt. Maleisië heeft in het afgelopen jaar meer dan zestig mensen gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij een regionale terroristische organisatie. De houding van Jakarta steekt schril af tegen de maatregelen in de regio. Jakarta weigerde geloof te hechten aan het bestaan van een regionaal netwerk van islamitische terroristen. Zolang er geen harde bewijzen waren, konden ze geen arrestaties doen, zo lieten regeringsfunctionarissen keer op keer weten. Indonesië was na de val van Suharto in 1998 immers een democratisch land geworden. De binnenlandse veiligheidswet die het de Singaporese en Maleisische autoriteiten nog altijd mogelijk maakt mensen op te pakken zonder enig juridisch proces, is in Indonesië vier jaar geleden afgeschaft. Jakarta beschimpte de manier waarop Singapore, Maleisië en de Filipijnen lukraak vermeende terroristen oppakten. De buurlanden gedroegen zich als lakeien van Washington. Ondertussen stapelden de bewijzen zich op. Al ruim een jaar circuleert de theorie dat een netwerk met de naam Jemaah Islamiyah (JI) diverse terreuraanslagen heeft gepleegd in Zuidoost-Azië. Indonesië zou als standplaats dienen van een netwerk dat zich uitstrekt over Singapore, Maleisië, de Filipijnen en andere landen in de regio. Doel is het creëren van een pan-islamitische staat in de regio. JI zou banden onderhouden met al-Qaeda. De sterkste aanwijzingen voor deze theorie komen van Omar al-Faruq, een Koeweiti die in juni in Indonesië werd opgepakt en in het diepste geheim werd uitgeleverd aan de VS. Bekentenissen van Omar werden in september gepubliceerd in het Amerikaanse weekblad Time op basis van gelekte CIA-documenten. De Indonesische reactie was veelzeggend. In eerste instantie ontkende Jakarta dat hij hier was opgepakt, maar een dag later realiseerde de regering zich dat dit standpunt niet langer houdbaar was. Omar heeft gezegd de liason te zijn van al-Qaeda in Zuidoost-Azië. Hij is getraind in Afghanistan. Omar bekende aanslagen te hebben beraamd op westerse doelwitten in de regio. Hij had zelfs plannen gemaakt om Megawati Sukarnoputri te vermoorden. Eerst in 1999 en later nog eens toen ze president van Indonesië was geworden. Volgens de bekentenissen van Omar zou al-Qaeda erin zijn geslaagd het extremistisch moslim-netwerk JI in Indonesië voor zich te winnen. JI zou in het begin van de jaren '90 door Indonesische radicalen zijn opgezet, maar de wortels gaan terug tot de jaren '40 en '50 toen radicalen een islamitische staat probeerden te stichten. JI zou volgens Omar simultane bomaanslagen hebben gepland op verschillende westerse ambassades en kantoren in Singapore in december vorig jaar. De actie werd door de veiligheidsdiensten verijdeld nadat in een huis van al-Qaeda in Afghanistan een video was gevonden waarop de doelwitten waren afgebeeld. In reactie hierop volgde de golf arrestaties in Singapore en Maleisië. Maar verschillende verdachten wisten te ontkomen en zouden naar Indonesië zijn gevlucht. Abu Bakar Bashir (64), hoofd van een islamitische school in de buurt van Solo in midden-Java, is volgens verschillende westerse inlichtingendiensten de geestelijke leider van JI. 'Het leidt geen twijfel dat Bashir de hoofdpersoon is', zei de Australische minister van Buitenlandse Zaken onlangs nog. Hoewel Abu Bakar openlijk zijn waardering uitspreekt voor Osama bin Laden, ontkent hij het bestaan van het vermeende JI-netwerk. Omar heeft daarentegen gezegd dat Abu Bakar logistieke steun leverde voor diverse terreuraanslagen. Hij zou wel degelijk aan het hoofd staan. Een Saudi zou hem eerder dit jaar 74.000 dollar hebben gegeven om explosieven te kopen van corrupte officieren in het Indonesische leger. De man die ervan wordt verdacht de JI te hebben overgehaald terroristische cellen in Indonesië, Maleisië en Singapore op te zetten, is Riduan Isamuddin, beter bekend als Hambali, een 37 jaar oude Indonesiër en veteraan van de Afghaanse oorlog tegen de Sovjet-Unie. Hambali is een pupil van Abu Bakar Bashir. Hij wordt in verband gebracht met de aanslag op het Amerikaanse slagschip Cole voor de kust van Jemen twee jaar geleden. Naderhand vluchtte hij uit Maleisië terug naar Indonesië. Toen Amerikaanse inlichtingendiensten zijn schuilplaats vonden, kwamen de Indonesische autoriteiten pas na veel vertraging in actie. Inmiddels was hij het land al weer ontvlucht, vermoedelijk naar Pakistan. Ondanks de overvloed aan signalen dat Indonesië te kampen heeft met een terroristisch netwerk met mogelijke banden met al-Qaeda, bleef het land Oost-Indisch doof. Regeringsfunctionarissen, religieuze leiders en de media wezen de waarschuwingen bijna unaniem af als Amerikaanse propaganda. Het artikel in Time werd naar de prullenbak verwezen als een Amerikaans verzinsel om Indonesië in een kwaad daglicht te zetten. Tijdens een bijeenkomst zetten de leidende ulama's president Megawati onder druk om in het geweer te komen tegen de kwaadaardige pogingen van de VS en de buitenlandse media om Indonesië zwart te maken. Megawati zweeg. Vice-president Hamzah Haz nam de vermeende hoofdfiguren van het netwerk zelfs openlijk in bescherming. Enkele maanden geleden nodigde hij de leiders van radicale moslimbewegingen, onder wie Abu Bakar Bashir, nog bij hem thuis uit. 'Er zijn hier geen terroristen. Dat garandeer ik', zo werd Haz geciteerd na een ontmoeting met volgelingen van Bashir. 'De beschuldigingen moeten ophouden of het Indonesische volk zou wel eens boos kunnen worden', zei hij op een andere gelegenheid. Daarmee speelt Haz schaamteloos in op de angst die president Megawati plaagt, zeggen veel politieke analisten. Indonesië is met 230 miljoen inwoners van wie 87 % moslim het grootste islamitische land ter wereld. Het leidt geen twijfel dat de overgrote meerderheid van het volk gematigd is. 'Maar de vraag is of gematigde moslims zich in de verkiezingen van 2004 solidair zullen opstellen met radicalen wanneer religieuze leiders propageren dat de vervolging van terroristen een anti-islamitische campagne is', zegt Leonard Sebastian, onderzoeker aan het Institute of Defence and Strategic Studies in Singapore. 'Zelfs als de autoriteiten ingrijpen, doen ze dat heimelijk, uit angst voor de publieke opinie', aldus Sebastian. 'Tot nu toe durven ze alleen buitenlandse infiltranten op te pakken en uit te leveren. Verdachte radicalen met de Indonesische nationaliteit gaan vrijuit.' Volgens Sidney Jones, Indonesië-directeur van het Europese onderzoeksinstituut International Crisis Group (ICG), zal een harde aanpak van moslim-extremisten inderdaad een boomerangeffect hebben. Het gevolg is dat extremisten zich vrijuit kunnen ontplooien, onder de mantel van de gematigde massa's en de bescherming van elementen binnen het leger. De halfslachtige houding van de regering ten aanzien van de Laskar Jihad-milities in de Molukken en Sulawesi en het Islam Verdedigings Front (FPI), is symptomatisch. Ook nu doen complottheorieën de ronde dat het leger achter de aanslag op Bali zit. Die terreurdaad heeft veel ogen geopend. De regering erkent nu dat er een terroristisch netwerk actief is. 'We weten zeker dat al-Qaeda hier zit', zei minister van Defensie Matori Abdul Djalil twee dagen na de aanslag. 'De bom houdt verband met al-Qaeda in samenwerking met lokale terroristen.' Het was de eerste keer dat een minister het bestaan erkende. Inmiddels is een noodwet aangenomen die het opnieuw mogelijk maakt verdachten zonder enig proces bijna een jaar vast te houden. De minister voor Veiligheid, Susilo Bambang Yudhoyono, belooft dat er een andere wind zal waaien door de archipel. Hij spreekt van een ommekeer. Mensenrechtengroepen vrezen dat de politie en het leger zich weer net zo zullen misdragen als onder de voormalige dictator Suharto. Maar zelfs nu blijven stemmen opgaan over een Amerikaans complot. Een vooraanstaande krant als Bisnis Indonesia schreef in een redactioneel artikel dat het niet onmogelijk is dat de aanslag het werk is van westerse landen die het gemunt hebben op de natuurlijke rijkdommen van Indonesië. Abu Bakar Bashir heeft elke betrokkenheid ontkend. Hij beschuldigde de VS ervan achter de aanslag te zitten. 'Ik vermoed dat de bomaanslag door de VS en diens bondgenoten is gearrangeerd om de beschuldigingen te rechtvaardigen dat Indonesië een basis voor terroristen is.' Afgelopen week werd Abu Bakar gesommeerd voor verhoor. Maar kort voordat hij werd opgehaald, bezweek hij. Hij is opgenomen in het ziekenhuis. De leider van de islamitische school zou lijden aan uitputtingsverschijnselen. Alexander WeissinkDe aanslag op Bali heeft veel ogen geopend.