EEN BERICHT UIT PORTO CARRASDe Europese leiders konden afgelopen zaterdag op de top van Porto Carras, in Griekenland, tevreden afscheid nemen. De basistekst voor de Europese grondwet, opgesteld door de Conventie, was goedgekeurd. En naar het voorbeeld van de Amerikaanse National Security Strategy beschikken de lidstaten voortaan over een ontwerp-document voor een gemeenschappelijke Europese veiligheidsstrategie.
...

EEN BERICHT UIT PORTO CARRASDe Europese leiders konden afgelopen zaterdag op de top van Porto Carras, in Griekenland, tevreden afscheid nemen. De basistekst voor de Europese grondwet, opgesteld door de Conventie, was goedgekeurd. En naar het voorbeeld van de Amerikaanse National Security Strategy beschikken de lidstaten voortaan over een ontwerp-document voor een gemeenschappelijke Europese veiligheidsstrategie. De Irak-crisis had de vinger op de wonde gelegd. Europa was een verzameling van individuele lidstaten gebleken die geen gemeenschappelijk buitenlands standpunt wisten in te nemen. De as Frankrijk-Duitsland-België stond lijnrecht tegenover een bondgenootschap van het Verenigd Koninkrijk, Spanje en een reeks nieuwe lidstaten. Om in de toekomst nieuwe dreigingen het hoofd te bieden en de transatlantische relaties te herstellen, kreeg Javier Solana, de Hoge Vertegenwoordiger van het Buitenlands Beleid, op een informele bijeenkomst de opdracht de basis te leggen voor wat men 'een Europese veiligheidsstrategie' heeft genoemd. Zijn document, dat hij op de top van Porto Carras heeft voorgelegd, werd door de meeste buitenlandministers, onder wie Louis Michel (MR) positief onthaald. Op de Europees-Amerikaanse top van 25 juni zal het ongetwijfeld worden aangesneden. Tegen december 2003 moet het uitmonden in een Europese veiligheidsstrategie, die aan de Raad kan worden voorgelegd. Multilateralisme en een 'preventieve' politiek vormen de kernwoorden van Solana's doctrine. Alleen overkoepelende internationale instellingen als de Wereldhandelsorganisatie en het Internationaal Monetair Fonds kunnen onze veiligheid waarborgen, vindt hij. De hoeksteen van het internationale bestel is evenwel de relatie met Amerika. En de NAVO vormt daar een belangrijke pijler van. Maar het basiskader voor de internationale betrekkingen ligt bij de Verenigde Naties - dat klinkt als een sneer aan Amerika. De aanpak van nieuwe bedreigingen - terrorisme, de verspreiding van massavernietigingswapens, georganiseerde misdaad en slecht beheerde staten - sluit dan weer nauwer aan bij de visie van Amerika. Solana verdedigt een preventieve aanpak - zo vroeg mogelijk, 'vóór de crisis uitbreekt' - al is die niet noodzakelijk of niet uitsluitend militair. Verschillende middelen - humanitaire, economische, politieke en militaire - worden gecombineerd. Wat betekent dit voor de lidstaten? In het verleden hebben ze in de Balkan aangetoond dat ze hun middelen doeltreffend kunnen inzetten, meent Solana. 'Zoals ze dat nu doen in Bunia in Congo.' Maar hun slagkracht moet verstevigen. Met een totaalbedrag van 160 miljard euro voor defensie moeten ze in staat zijn 'een strategische cultuur te ontwikkelen die snelle en krachtige interventies bevordert'. Samen staan ze sterk, maar daartoe moeten ze hun middelen bundelen. De defensiemiddelen en het diplomatieke apparaat van meer dan 45.000 diplomaten moeten op elkaar worden afgestemd. Bovendien moeten ze ook internationaal samenwerken. De transatlantische relatie is wat dat betreft 'onvervangbaar'. Samen kunnen de Europese Unie en Amerika een sterke kracht in de wereld vormen, vindt hij. Toch moeten ook de strategische betrekkingen met Rusland, Japan, China, Canada en India worden verdiept. Landen die een almaar belangrijker rol zullen spelen. Solana laat er geen twijfel over bestaan: Europa moet bereid zijn zijn deel van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de wereld op te nemen. De lidstaten gaan akkoord met dat principe. Maar op de top haastte de Britse premier Tony Blair zich om nogmaals te onderstrepen: ons soeverein recht om onze eigen buitenlandse en defensiepolitiek, alsook onze eigen belastingpolitiek te voeren, zullen we geenszins opgeven. Aan het veto in die domeinen mag, met andere woorden, niet worden geraakt. Premier Blair zegde dat na de voorstelling van de ontwerp-grondwet. En Conventievoorzitter Valéry Giscard d'Es-taing bevestigde dat het 'een mythe' zou zijn te denken dat, zeker op het vlak van de buitenlandse politiek, de unanimiteit door een gekwalificeerde meerderheid zou kunnen worden vervangen. Een minderheid zou volstaan om een Europese crisis uit te lokken. Unanimiteit, de mogelijkheid van elke lidstaat om zijn veto te stellen, was een van de elementen die het Europa van de 25 onbeheersbaar zou maken, zo werd gezegd vóór de Conventie. Hoe kon de unanimiteitsregel in de ministerraad op zoveel vlakken gehandhaafd blijven? De kleinste staat zou zijn veto kunnen stellen voor welke materie ook. Maar ook de Commissie zou ten onder gaan aan het geweld van zoveel commissarissen uit evenveel - grote maar ook kleine - landen. 'Nice' was er niet in geslaagd een soepele regeling uit te dokteren. En dus boog de Conventie zich zestien maanden lang onder meer over deze heikele onderwerpen. De overeenkomst die uit de bus kwam, een compromisvoorstel van Giscard d'Estaing, heeft onder meer de werking van de instellingen herzien. Zo werd het systeem van één commissaris per lidstaat overboord gegooid. Vanaf 2009, als Europa minstens 27 lidstaten telt, zouden slechts 15 commissarissen stemrecht krijgen, in plaats van 20 nu. De mandaten worden op een egalitaire basis verdeeld. Nu eens zou Luxemburg een commissaris met stemrecht hebben, dan weer Frankrijk. Het was Giscard d'Es-taing zélf die op de top aangaf zich niet te kunnen vinden in deze overeenkomst - een element waarvan eerder ook vice-voorzitter Jean-Luc Dehaene (CD&V) zich had gedistantieerd. Giscard d'Estaing beet daarmee de spits af van wat een verhitte discussie binnen de intergouvernementele conferentie (IGC) dreigt te worden. Vanaf oktober vergadert die conferentie om de laatste hand te leggen aan de grondwetteksten. Alle lidstaten hebben zich akkoord verklaard met de basistekst. Maar Spanje en Polen lieten al weten dat ze het niet eens kunnen zijn met hun beperkte gewicht in de instellingen. 'Nice' had hen, wat dat betreft, beter bedeeld. Toch hopen de lidstaten dat de IGC tegen eind dit jaar met de onderhandelingen klaar zal zijn. De ondertekening van de grondwettekst door de verschillende lidstaten moet in elk geval plaatsvinden vóór de Europese verkiezingen van 13 juni 2004. In verschillende landen zou die dan op hetzelfde moment in een referendum aan de kiezers worden voorgelegd. Europa heeft beslist enkele stappen voorwaarts gezet. Maar op sociaal vlak volstaan die niet, vindt onder meer SP.A-europarlementslid Anne Van Lancker. Vóór medio juli komt de Conventie nog twee keer bijeen om te sleutelen aan het derde deel. Dat handelt onder meer over de besluitvormingsprocedure en over concrete politieke strategieën. België hoopt dat er dan onder meer aan het ve-torecht op sociaal vlak gesleuteld zal worden. Maar Giscard d'Estaing acht de kans klein. Hoe weinig sociaal Europa ook is, jaarlijks trekt het tal van vluchtelingen en asielzoekers. De Europese Unie hield zichzelf al meermaals voor een diepgaand gemeenschappelijk asielbeleid uit te stippelen, zoals in Tampere was overeengekomen. Maar opnieuw werden op deze top, ook al stond het thema op de agenda, weinig ingrijpende maatregelen goedgekeurd. Er zou evenwel geld worden vrijgemaakt om onder meer de grenscontroles te verbeteren. En met derde landen zouden overeenkomsten worden aangegaan om illegale migratie tegen te gaan en legale migratiekanalen te onderzoeken. Want Europa heeft, om economische en vooral demografische redenen, behoefte aan een deel van de migranten. Maar voor een gedegen politiek is er vandaag te weinig geld. De nodige middelen zullen vooral moeten worden vrijgemaakt in het kader van de volgende financieringsronde van 2007-2013. Het voorstel van de Britten om asielzoekers te selecteren in opvangcentra aan de buitengrenzen van de Europese Unie is in elk geval voorzichtig afgeschoten. Het is duidelijk: Europa is verre van klaar voor de boom van 1 mei van 2004. Dan telt de Unie 25 lidstaten en niet minder dan 450 miljoen EU-burgers. Drie jaar later komen daar nog eens Roemenië en Bulgarije bovenop, later gevolgd door Turkije. Maar daar houdt de uitbreiding vermoedelijk niet op. Ook de vijf landen van de westerse Balkan willen bij Europa horen. Op initiatief van het Griekse voorzitterschap werden Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kroa-tië, Macedonië en Sevië-Montenegro op een aparte top in Porto Carras in een vrijwel historische bijeenkomst verenigd en ze konden er hun wensen te kennen geven. Een decennium geleden slaagde Europa er niet eens in daar een oorlog te voorkomen. Nu zou een lidmaatschap de regio moeten stabiliseren. Maar daarvoor is er werk aan de winkel. Elk van de landen staat nog voor bijzonder zware hervormingen. Zowel op het vlak van mensenrechten als economisch zijn de meeste van die landen verre van klaar. Ze hebben hun lot in eigen handen. Kroatië, dat zijn kandidatuur al heeft ingediend, hoopte eind volgend jaar zijn toetredingsonderhandelingen te kunnen aanvatten. Maar zijn moeizame samenwerking met het oorlogstribunaal in Den Haag zal dat wellicht verhinderen. Voor geen van die landen werd dan ook een datum vooropgesteld. Veel zal afhangen van de vooruitgang die elk van hen boekt. Van haast voor hun toetreding lijken de huidige lidstaten alvast weinig last te hebben. Maar nu nog terugkomen op hun stappen, lijkt vrijwel onmogelijk. Vroeg of laat wordt de Europese kaart onverbiddelijk ingekleurd met nog eens vijf nieuwe lidstaten. Ingrid Van DaeleEuropa moet bereid zijn zijn deel van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de wereld op te nemen.