Het was lang geleden dat hij nog een goed gesprek met de pers had gehad. Maar dit was best meegevallen. Het atletiekblad Runner's World trok maar liefst zeven bladzijden uit voor het interview met George W. Bush - een fervent jogger. 'Weet je wat zo triest is aan het presidentschap? Dat je niet zo vaak en zo lang kunt lopen als je wilt.' En. 'Wat 11 september voor mij heeft betekend? Als gevolg van de stress heb ik mijn tijden ferm scherper kunnen stellen.' Er zijn er die vinden dat Bush beter wat meer tijd voor de situatie in het Midden-Oosten zou uittrekken, dan dat hij in zijn joggingpakje rondloopt.
...

Het was lang geleden dat hij nog een goed gesprek met de pers had gehad. Maar dit was best meegevallen. Het atletiekblad Runner's World trok maar liefst zeven bladzijden uit voor het interview met George W. Bush - een fervent jogger. 'Weet je wat zo triest is aan het presidentschap? Dat je niet zo vaak en zo lang kunt lopen als je wilt.' En. 'Wat 11 september voor mij heeft betekend? Als gevolg van de stress heb ik mijn tijden ferm scherper kunnen stellen.' Er zijn er die vinden dat Bush beter wat meer tijd voor de situatie in het Midden-Oosten zou uittrekken, dan dat hij in zijn joggingpakje rondloopt. Het gaat sinds enige tijd weer een stuk minder met het presidentschap van zoon Bush. Zoals het er ook belabberd uitziet voor de met veel gedruis aangekondigde campagne tegen Saddam Hoessein en Irak. George W. is in de Amerikaanse kwaliteitspers altijd een beetje als een domoor voorgesteld. Hij geldt tegenwoordig in dezelfde bladen als een gevaarlijke domoor. 'Van oorlog voeren kent hij alles', schreef een commentator onlangs cynisch. 'Dankzij de invloedrijke vrienden van zijn pa verdedigde hij in zijn jonge jaren de staat Texas tegen de woeste aanvallen van de Vietcong.' Bedoeld werd: rijkeluiszoontjes ontsnapten vaak aan de dienstplicht in Vietnam door thuis actief te worden in de National Guard - een soort van gewapende burgerwacht. Het was ook voor Bush een manier om aan de modder, de ellende en de brousse te ontsnappen. Het gemak waarmee mensen zoals George Bush over het voeren van een oorlog praten, is verbazingwekkend. Toch mag geredelijk worden aangenomen dat het nog niet zo snel tot een aanval op Irak zal komen. Daar zijn verschillende redenen voor. Om te beginnen, geraken de president en zijn directe omgeving geleidelijk zeer geïsoleerd. Internationaal rekende Bush op de steun van de Russische president Vladimir Poetin, maar die sloot enkele weken geleden een belangrijk handelsakkoord met het Irakese regime. Ook Canada liet weten dat het geen zin heeft in een avontuur in de woestijn, als het geen overtuigende bewijzen krijgt dat Saddam echt massavernietigingswapens maakt. Als klap op de vuurpijl kwam het bericht uit Londen dat de val van Saddam Hoessein geen prioriteit van de Britse diplomatie is. Er rest de Verenigde Staten nu nog maar bitter weinig steun voor hun project. In de Arabische wereld zelf zorgde Bush al eerder voor consternatie, door in de Palestijnse kwestie zo duidelijk de kant van de Israëlische premier Ariel Sharon te kiezen. Dat wil zeggen dat Arabische bondgenoten zoals Egypte en Saudi-Arabië omzichtig moeten manoeuvreren om niet zelf het slachtoffer te worden van de boosheid van hun eigen bevolking. De vraag is daar al luidop gesteld waarom de ene vreselijke dictator wegmoet, maar al de andere mogen blijven zitten. Ook in Washington zelf klinken ondertussen veel stemmen die tot voorzichtigheid aansporen. De voorbije dagen waarschuwde nu ook James Baker voor onbezonnen actie. Andere voormalige medewerkers van Republikeinse presidenten gingen hem voor. Baker was minister van Buitenlandse Zaken, toen vader Bush zijn Golfoorlog voerde. De huidige minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell was toen stafchef van het leger, en ook hij staat niet te dringen om Saddam te gaan verjagen. Het meningsverschil daarover is zo groot, dat Powell door de huidige president zelfs niet meer wordt geïnviteerd op de strategische vergaderingen die hij op zijn ranch houdt. De gereserveerde houding bij geroutineerde waarnemers heeft ook te maken met het verloop van de operaties in Afghanistan. Het regime van de Taliban werd daar snel verjaagd en vervangen door een regering die de VS goedgezind is. Maar de verwachting in het Witte Huis dat het probleem daarmee van de baan zou zijn, kwam niet uit. De krijgsheren vechten er rustig verder onder elkaar en tegen iedereen die hen voor de voeten loopt. Amerikaanse soldaten jagen nu al maandenlang onverdroten op Osama bin Laden, maar ze hebben er geen idee meer van waar de man zich zou kunnen bevinden. In Washington moet bij sommigen stilaan de haren ten berge rijzen bij de gedachte aan het avontuur dat de Russen in de jaren tachtig in dezelfde Afghaanse woestenij overkwam. Irak erbij, dat kan te veel zijn. Stel dat Saddam er in slaagt om onder te duiken en zich zoals Bin Laden ongrijpbaar te maken, dan krijgt de hele oorlog tegen het terrorisme iets van een farce. En heeft de gefrustreerde Arabische wereld er nog een held bij. Om de zaken te laten opschieten, hebben de Amerikanen in Afghanistan ook gebruik gemaakt van de diensten van zeer omstreden figuren, zoals de Oezbeekse generaal Rashid Dostum. De slachtpartij onder krijgsgevangenen, die het weekblad Newsweek vorige week bekendmaakte, toont aan hoe die kerels te werk gaan. U leest dat verhaal op bladzijde 78. Washington haastte zich om te laten weten dat er bij dat incident geen Amerikanen betrokken waren - maar ze waren wel in de buurt. Het advies van ervaren rotten zoals Powell en Baker is daarom ondubbelzinnig: het heeft geen zin om Irak aan te pakken zonder de steun van een internationale coalitie. En Bush heeft op dit moment geen coalitie. Dat wil onder meer zeggen dat de VS de hele operatie alleen zouden moeten betalen. Vader Bush kon de kosten van zijn Golfoorlog indertijd grotendeels op de bondgenoten afwentelen. Dat zit er voor George W. niet in. Als hij oorlog wil met Irak, zal hij daarvoor diep in de Amerikaanse schatkist moeten grijpen. De president wordt bovendien achtervolgd door de tijd. In november zijn er in de Verenigde Staten verkiezingen. Daarbij wordt onder meer een deel van het parlement vernieuwd. Republikeinen en Democraten houden elkaar daar nu zodanig in evenwicht dat een kleine verschuiving Bush voor de rest van deze ambtstermijn met een hem vijandige parlementaire meerderheid kan opzadelen. Hij moet trouwens straks ook aan zijn herverkiezing in 2004 beginnen te denken. Een oorlog kan daarom alleen worden overwogen als hij snel en clean kan worden gewonnen. Een vieze, vuile, aanslepende oorlog kan hem politiek de kop kosten. De president en zijn omgeving zijn al niet geheel ongeschonden uit de boekhoudkundige strubbelingen van een aantal grote Amerikaanse bedrijven gekomen. Mensen zijn werkloos geworden, anderen hebben veel geld verloren op de beurs. Dat maakt dat de politieke tegenstrevers van George W. Bush in eigen land rustig achterover kunnen leunen. Alleen al de staat waarin het Amerikaanse kapitalisme verkeert, biedt kansen voor een stevige oppositie. Anders dan in de politieke arena moet de VS op handelsvlak wél met een agressief Europa afrekenen. Zo antwoordde de Europese Unie op de recente beperking van haar export van staal naar de VS met een regelrecht dreigement. Als de maatregel niet ongedaan werd gemaakt, zou ze er aan denken om de import in de EU moeilijk te maken van producten uit Amerikaanse staten die voor de Republikeinen cruciaal zijn bij de komende verkiezingen. Uit Florida, bijvoorbeeld, waar Jeb Bush moet worden herkozen, de broer van de president. Toch blijft een deel van zijn neoconservatieve achterban Bush vooruit jagen. De anders zo gedistingeerde zakenkrant The Wall Street Journal publiceert dezer dagen zelfs nauwelijks verholen scheldproza aan het adres van wie nog maar een vraag durft te stellen over de goede zin van een operatie tegen Irak. Of Bush zélf ondertussen over al die dingen een eigen mening heeft, is niet zeker. Hij doet nog altijd zijn uiterste best om zonder veel woorden door het leven te gaan. Uit angst dat zou blijken dat hij niets te zeggen heeft, vermoeden zijn tegenstanders. Omdat hij zo bang is dat iemand hem onverhoeds iets zou vragen, doet hij altijd alsof hij net op het punt staat om te vertrekken. Want de president heeft het druk, druk, druk. Toen hij zich onlangs op een belangrijk economisch forum weer na twintig minuten uit de voeten maakte, vergeleek de columniste Maureen Dowd hem in The New York Times met Groucho Marx. ' Hello, I must be going. ' hubert van humbeeckGeorge W. Bush probeert door het leven te stappen zonder iets te zeggen.