Het kwam in de recente geschiedenis nog niet voor dat een Amerikaanse president met zoveel politiek kapitaal in de hand aan zijn ambtstermijn begon. Barack Obama versloeg John McCain met duidelijk verschil. Zijn Democratische Partij behaalde een fraaie meerderheid, zowel in het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat. Obama werd ook internationaal op een golf van enthousiasme naar het Witte Huis gedragen. Maar twee maanden na zijn eedaflegging wordt al de vraag gesteld of de verwachtingen niet te hooggespannen waren.
...

Het kwam in de recente geschiedenis nog niet voor dat een Amerikaanse president met zoveel politiek kapitaal in de hand aan zijn ambtstermijn begon. Barack Obama versloeg John McCain met duidelijk verschil. Zijn Democratische Partij behaalde een fraaie meerderheid, zowel in het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat. Obama werd ook internationaal op een golf van enthousiasme naar het Witte Huis gedragen. Maar twee maanden na zijn eedaflegging wordt al de vraag gesteld of de verwachtingen niet te hooggespannen waren. Dat moment komt behoorlijk snel. Peilingen leren dat onafhankelijke kiezers alweer afhaken. Maar ook medestanders van het eerste uur zijn niet gelukkig met wat ze zien. De twijfel die in het optreden van de president wordt bespeurd, heeft zeker te maken met de omvang van de problemen. Amerikaanse iconen zoals Lehman Brothers en General Motors kapseizen. De werkloosheid stijgt tot straks 10 procent van de actieve bevolking. Dat de directie van de verzekeringsreus AIG zichzelf, ondanks massale staatsteun, toch forse bonussen uitkeerde, leidde bijna tot een volksopstand. Toch groeit tegelijk het gevoel dat sommige problemen te maken hebben met fouten die de president maakt. Er wordt steeds vaker op zijn gebrek aan ervaring gewezen. Hij moet de Amerikaanse economie redden, maar kent de privésector alleen van de buitenkant. Dat geldt ook voor de mensen in zijn omgeving, die in de politieke en academische wereld zijn gerekruteerd. Volgens David Ignatius van de krant The Washington Post hebben ze allemaal samen zoveel economische ervaring als een hobbyboekenclubje. Het lijkt erop dat Barack Obama te veel ineens voor elkaar wil krijgen. Hij wil de financiële wereld saneren, de economie boven water helpen en tegelijk een universele gezondheidszorg introduceren en het onderwijs aanpakken. Belegger en miljardair Warren Buffett vindt dat de president vergeet 'om naar de bal te blijven kijken' - in dit geval de economie. Nobelprijswinnaar economie Paul Krugman verwijt Obama dat hij de plannen van George W. Bush uitvoert, en dat is geen compliment. Met die last op zijn schouders reist Barack Obama naar Londen voor de bijeenkomst van de G20. Gastheer is premier Gordon Brown, die van Obama onlangs precies een halfuur tijd kreeg en met een waardeloos cadeau naar huis werd gestuurd. Terwijl de president de steun van Brown straks goed kan gebruiken, als hij met iets meer wil thuiskomen dan zijn voorganger. De Chinezen zijn van mening dat de wereld een andere referentiemunt nodig heeft dan de dollar. Voorzitter Mirek Topolanek van de Europese Unie noemde de politiek van Obama 'a way to hell'. De Braziliaan Luiz Inacio Lula da Silva vindt dat de blanke mannen met blauwe ogen die de crisis hebben veroorzaakt haar nu mogen oplossen ook. Bij wijze van antwoord op de kritiek doet Obama wat hij het best kan: hij beoefent de kunst van de permanente campagne. Miljoenen e-mails van supporters zetten druk op Congresleden, terwijl de president zelf de onzekerheid en de chaos probeert weg te praten. Het is tijd dat Barack Obama van zijn wolk komt. door Hubert van Humbeeck