Gécamines is een begrip. Dit Congolese semi-overheidsbedrijf exporteert over de hele wereld koper en kobalt. De voorbije decennia bracht deze handel twee derde van de staatsdeviezen op. Maar de tijden zijn veranderd. Sinds maart van dit jaar proberen bestuurders van Gécamines te voorkomen dat hun producten in het buitenland in beslag worden genomen.
...

Gécamines is een begrip. Dit Congolese semi-overheidsbedrijf exporteert over de hele wereld koper en kobalt. De voorbije decennia bracht deze handel twee derde van de staatsdeviezen op. Maar de tijden zijn veranderd. Sinds maart van dit jaar proberen bestuurders van Gécamines te voorkomen dat hun producten in het buitenland in beslag worden genomen. De situatie is kritiek. Achthonderd ton kobalt, met een waarde van veertig miljoen dollar, werd begin maart aangeslagen in de opslagplaatsen van City Deep in Johannesburg. Dat gebeurde op verzoek van enkele firma's die nog steeds zaten te wachten op de dertien miljoen dollar die ze sinds oktober 1998 van de Congolese staat moesten krijgen. Op vrijwel hetzelfde moment liet DMF, dochteronderneming van de Compagnie Maritime Belge veertig ton kobalt in beslag nemen in Antwerpen. En einde maart liet het Franse zeevaartbedrijf SDV-Bollore producten van Gécamines aanslaan ter waarde van twintig miljoen Franse francs. Het zorgde voor een noodlottige spiraalbeweging. De schuldeisers weten perfect dat Gécamines niet meer kan betalen en proberen nu allemaal wanhopig hun geld terug te krijgen via de geëxporteerde goederen. De bedienden van Gécamines in Brussel krijgen voortdurend boze schuldeisers aan de lijn en weten niet meer hoe ze die nog langer kunnen paaien. Zelf zijn ze niet te spreken over de nieuwe baas van Gécamines, de Zimbabwaan Billy Rautenbach, die door Laurent Kabila is aangesteld. Rautenbachs firma, Ridgepoint, heeft tachtig procent van de aandelen in de Groupe Centre de Gécamines. Volgens de bedienden komen alle problemen voort uit het feit dat Rautenbach een exclusief contract heeft gesloten met de Londense trader Metal Resource Group Cobalt Sales voor de verkoop van kobalt. MRG heeft dan een kunstmatige schaarste gecreëerd zodat de prijs van kobalt - eind 1998 gezakt tot een derde van de vroegere prijs - weer de hoogte ingaat. En omdat MRG geen kobalt verkoopt, krijgt Gécamines geen geld en kan het zijn schulden niet betalen. Ook de Zambiaanse brandstofleveranciers zijn ontevreden en weigeren Gécamines en de andere klanten in Katanga nog te bevoorraden. En dat heeft dan weer enorme files tot gevolg bij de benzinestations van Lubumbashi. De mijnbouw dreigt binnenkort helemaal stil te vallen. En het gemor neemt ook toe bij de arbeiders van Gécamines die al maanden niet zijn uitbetaald. Vorig jaar probeerden ze zelfs Rautenbachs helikopter aan de grond te houden om hem te dwingen hen te betalen.WACHTEN TOT ALLES RUSTIG ISDeze gespannen toestand en de talloze contractbreuken met mijnexploitanten hebben de buitenlandse firma's afgeschrikt. De meeste hebben hun projecten in Katanga bevroren. Zoals de Zuid-Afrikaanse firma Iscor, die wacht tot de toestand zich stabiliseert om haar mijn in Kamoto opnieuw te exploiteren. Dat kan lang duren. Kamoto ligt midden in het oorlogsgebied en de regeringstroepen vechten daar geregeld met de rebellen van het Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD). De militaire tegenslagen, de inbeslagneming van het kobalt van Gécamines en de benoeming van Rautenbach zetten veel kwaad bloed in Katanga, de politieke basis van Kabila. In een memorandum protesteert Georges Kimba, voorzitter van de Communauté Katangaise d'Outre-Mer (Cokatom), tegen de "sluikse privatisering van Gécamines". Cokatom vindt dat de opbrengst van de mijn zou moeten worden toevertrouwd "aan echte industriëlen en niet aan financiële speculanten". Kabila is niet erg onder de indruk. Hij heeft de strijd aangebonden tegen de belangrijkste mijnbouwbedrijven van de wereld en vervolgt hun advocaten. Zo moest het Amerikaanse advocatenkantoor Mitchell & Associates in maart bij de Congolese minister van Justitie protesteren tegen de arrestatie van twee van zijn Congolese advocaten. Die werden verdacht van "collaboratie met de rebellen". Mitchell & Associates telt onder andere de Canadese goudreus Branco, maar ook de Zuid-Afrikaanse mijnbouwbedrijven Iscor en Anglo-American onder zijncliënteel. Het kantoor protesteerde ook tegen de inbeslagneming van 70.000 dollar uit de koffers van zijn Congolese filiaal door een man van het regime die was vergezeld van militairen. Om zijn image wat op te poetsen, nam Kabila de Amerikaanse lobbyisten van ex-president Mobutu in de arm. Edward Von Kloberg had in zijn cliëntenbestand mensen als de Iraakse dictator Saddam Hoessein en de overleden Roemeense dictator Nicolae Ceaucescu. Von Kloberg, die ook samenwerkt met het advocatenkantoor van Herman Cohen en James Woods, vroegere medewerkers en advocaten van ex-president George Bush, verwacht voor zijn goede diensten nog steeds een half miljoen dollar te krijgen. De president heeft niet alleen met de mijnbouwbedrijven problemen. Zo liet de Belgische houtfirma Sicobois in Lissabon een lading van 6500 kubieke meter hout in beslag nemen. Ze maakt deel uit van een voorraad van 40.000 kubieke meter, eigendom van verschillende houtontginners, die op bevel van Kabila in de haven van Matadi in beslag werd genomen. Onder de dekmantel van het bedrijf Mabila wou de president dat hout dan zelf verkopen. Maar het kan nog gortiger. Kabila, die zichzelf het monopolie van de bosontginning toekende, verbood in januari van dit jaar alle bedrijven nog hout te kappen. Duizenden arbeiders werden op slag werkloos. De hele Congolese economie lijdt aan zuurstofgebrek. In december van vorig jaar deden 27 schepen de haven van Matadi aan, enkele maanden later waren het er nog elf. Sinds de rebellen vijf elektriciteitsmasten hebben opgeblazen, zit de stad Bandundu zonder stroom. En doordat er geen geld is, is er ook geen brandstof om de ziekenhuizen, de koelruimtes, de meelfabriek en de waterinstallatie draaiende te houden. Verse producten liggen te rotten, de prijzen van levensmiddelen schieten de hoogte in en de artsen waarschuwen voor cholera en tyfus omdat er geen zuiver drinkwater is. Door de bevriezing van de buitenlandse hulp zijn de werken aan het wegennet volledig stilgevallen. De vijfhonderd kilometer lange weg tussen Bandundu en Kinshasa is letterlijk in vier stukken gebroken. De streek van Bandundu is ook erg belangrijk als voedselleverancier voor Kinshasa. Gevolg: de prijzen in de hoofdstad zijn in enkele maanden verviervoudigd. De woede is groot bij de inwoners van Kinshasa, die uren moeten staan wachten op de schaarse bussen. Ambtenaren komen te laat op hun werk en vertrekken zo vroeg mogelijk. Werkeloosheid en armoede dreigen elkaar in de hand te werken. Er is geen geld en geen brandstof en de Congolezen zijn niet langer kredietwaardig. De eerste buitenlandse firma's sluiten hun deuren. De toekomst ziet er ook slecht uit voor de diamantsector, die voor de helft van's lands deviezen zorgt. De Minière de Bakwanga (Miba) moet mee de oorlog financieren en krijgt het steeds moeilijker om haar vijfduizend werknemers te betalen. En omdat handel in deviezen bij decreet verboden is, moet de Miba haar diamanten in Congolese frank aanrekenen. De officiële export is dan ook gehalveerd. KABILA BEDIENT ZICHMaar er zijn nog andere verklaringen voor de moeilijkheden bij Miba. Dat zegt Michel Rudatenguha, die vroeger hoofd van het Departement Economie en Financiën van de president was. Hij ontsnapte aan de anti-Tutsi-pogroms van augustus 1998 en leeft nu in ballingschap in België. "Elke maand", vertelt Rudatenguha, "kwam Pierre-Victor M'Poyo - toen minister van staat en eigenlijk de man die Kabila's geld beheerde - twee miljoen dollar in cash brengen naar de 'hoge kamer'." Dat is een zaal in het marmeren paleis van de president waarin een kluis staat. Kabila heeft de sleutel daarvan altijd bij zich. Dat geld kwam van Miba, beweert Rudatenguha. Hij zou de bankbiljetten ooit zelf hebben moeten tellen. In het zakenmilieu schrikt niemand van zulke onthullingen. Er is ook een brief van april 1997 waarin de financieel directeur van Miba, Ngandu Kamanda en de directeur-generaal, de Belg Jean-Pierre Moritz, aan de Bank Belgolaise vragen drieënhalf miljoen dollar over te schrijven op de BCDI-bank in Kigali met als mededeling: "bijdrage aan de oorlogsinspanning". Het geld werd gestort op rekening van de Compagnie Mixte d'Import-Export (Comiex), een maatschappij die door Kabila opgericht was toen hij nog in ballingschap leefde. Hij heeft veertig procent van het kapitaal in bezit, zeggen twee van zijn oude strijdmakkers. Toeval natuurlijk, maar die Comiex is ook de belangrijkste aandeelhouder van de Banque du Commerce et de Developpement (BCD). Die werd opgericht na de machtswissel en elke ex-mobutist die in handen viel van Kabila moest er één miljoen dollar losgeld op storten. Omdat Kabila resoluut weigerde zijn handtekening te zetten, was het Rudatenguha die de reçu's moest tekenen voor het geld dat in de 'hoge zaal' terechtkwam. Volgens Rudatenguha heeft de president een wel heel eigenaardige opvatting over de openbare financiën. Hij vroeg en kreeg van de Centrale Bank de garantie dat zij de uit Namibië geïmporteerde voedingswaren zou betalen als Gesac - een bedrijf waarvan de aandelen alweer in handen zijn van Kabila en zijn naaste medewerkers - zijn leveranciers niet zou kunnen betalen. Bovendien heeft dat Gesac als enige van de Namibische regering een maandelijks doorlopend krediet van 20 miljoen dollar gekregen om zijn export te financieren. Andere bedrijven hebben dat voordeel niet en gaan failliet of kennen zware moeilijkheden zoals Orgaman van de Belg William Damseaux. Zijn arbeiders zijn één op de twee weken werkloos. De manier waarop Kabila de zaken beheert, is uiterst ondoorzichtig. Een voorbeeld daarvan is Sonangol-Congo, een bedrijf dat olieproducten levert. De aandelen ervan zijn verdeeld tussen de Congolese regering en het Angolese staatsbedrijf Sonangol. Maar, zegt Rudatenguha, Sonangol-Congo bestaat niet eens. Het is niet ingeschreven in het handelsregister, heeft geen maatschappelijke zetel en - in tegenstelling tot alle andere bedrijven - geen rekening bij de Centrale Bank. En toch kregen alle administraties het bevel alle orders via Sonangol-Congo te laten lopen. Volgens Rudatenguha is er maar één man die weet hoe de hele zaak in elkaar zit: Pierre-Victor M'Poyo, minister van olie en sleutelfiguur in het nieuwe regime. Hij zou ook de man zijn die vorig jaar de staatsaandelen in de brouwerij Bralima (gecontroleerd door Heineken) en in de maatschappij Afrima (concessiehouder van Toyota in Congo) heeft verkocht. Vreemd genoeg, zegt Rudatenguha, waren de ministers van Economie en van Financiën daarvan niet eens op de hoogte. Al die operaties hebben de staat kennelijk niet veel opgebracht. De vraag is hoelang Kabila de door hem langzaam gewurgde Congolese economie zal kunnen overleven. Want die kan steeds moeilijker het geld opbrengen om de bondgenoten in de oorlog te vergoeden voor hun inspanningen. Wellicht is dat de ware achtergrond van de bereidheid van Kabila om eindelijk te praten met de rebellen.François Misser