Meer dan een week na zijn triomfantelijke goedkeuring door de Doema slaagt premier Jevgeni Primakov er niet in een volwaardige regering op de been te brengen. Voor een sleutelpost als Financiën, nu bemand door de liberaal Mikhail Zadornov, vindt Primakov niet zo direct een opvolger. De harde monetarist Boris Fjodorov blijft voorlopig op zijn stoel van chef van de belastingdienst zitten. Het is niet duidelijk of de nieuwe regeringsleider hem daar wil houden of niet.
...

Meer dan een week na zijn triomfantelijke goedkeuring door de Doema slaagt premier Jevgeni Primakov er niet in een volwaardige regering op de been te brengen. Voor een sleutelpost als Financiën, nu bemand door de liberaal Mikhail Zadornov, vindt Primakov niet zo direct een opvolger. De harde monetarist Boris Fjodorov blijft voorlopig op zijn stoel van chef van de belastingdienst zitten. Het is niet duidelijk of de nieuwe regeringsleider hem daar wil houden of niet. Ook de vaudeville rond de jonge Vladimir Ryzjkov doet het prestige van het nieuwe kabinet geen goed. Ryzjkov - een rijzende ster binnen de partij van Viktor Tsjernomyrdin, "Ons Huis Rusland" - was al per presidentieel decreet benoemd toen hij nee zei. Hij verkoos vice-voorzitter van de Doema te blijven en bedankte voor het vergiftigde geschenk van "vice-premier voor Sociale Zaken" nu het land angstig wacht op wat er op 7 oktober zal gebeuren. De vakbonden en de communisten hebben die dag uitgeroepen tot nationale protestdag en Primakov moet voor die datum op zijn minst iemand hebben op Sociale Zaken die als gesprekspartner geloofwaardig is. Maar de nieuwe regering hinkt op twee benen. Met één poot staat de ploeg Primakov stevig in het sovjetverleden. De vice-premier verantwoordelijk voor het economisch beleid is een door de wol geverfde apparatsjik, de voormalige baas van het sovjet-centrale planbureau Joeri Masljoekov. De economische "supremo" heeft een bondgenoot in de voorzitter van de centrale bank, Viktor Gerasjtsjenko, in de sovjettijd baas van de staatsbank en later van de Russische centrale bank in de onzalige jaren van hyperinflatie. Als tegenwicht moet Alexander Sjochin, ook een partijgenoot van Viktor Tsjernomyrdin, de monetaire orthodoxie bewaken en de buitenlandse financiers ervan overtuigen dat het pad van de hervormingen niet helemaal wordt verlaten. De geestelijke vader van het politieke compromis rond Primakov, de liberaal Gregory Javlinksi, weigerde die rol te spelen omdat zijn economische opvattingen niet te verzoenen zijn met die van de tandem Masljoekov-Gerasjtsjenko en omdat het geen zin heeft, zei hij, "van de regering een debatclub te maken". Masljoekov-Gerasjenko zijn bereid de geldpersen aan het rollen te brengen voor "een beperkte emissie". Primakov heeft immers van de uitbetaling van lonen en pensioenen prioriteit nummer één gemaakt. Sjochin sprak meteen na zijn benoeming zijn baas al tegen. "Prioriteit is het weer solvabel maken van de Russische banken", zei hij. Met andere woorden, de militairen, de mijnwerkers, de dokters, de leraars en de rechters moeten nog even geduld hebben.IN GELD OF IN VOEDSELPAKKETTENDat de communisten in de Doema niet staan te juichen, is begrijpelijk. De communisten voelen er niets voor om uitgerekend nu de verantwoordelijkheid voor de uitzichtloze economische crisis op zich te nemen en ze zijn niet bereid behalve de dissident Masljoekov nog meer ministers te leveren voor het nieuwe kabinet. Zij gaan door met de voorbereiding van een nationale protestdag met als voornaamste eis: het ontslag van president Boris Jeltsin en natuurlijk de uitbetaling van lonen en pensioenen. Dergelijke protestdagen zijn er de afgelopen jaren al meer geweest. Meestal bleef de opkomst ver onder de verwachtingen. Dit keer zou het anders kunnen lopen. Daarom doet de regering wat ze kan om in de komende weken althans de schijn te wekken dat de achterstallen worden uitbetaald. Minister van Defensie Igor Sergejev beloofde dat de militairen in de komende weken hun salaris van mei-juni mogen verwachten: is het niet in baar geld dan toch in voedselpakketten. Zelf laat Primakov niet in zijn kaarten kijken. De oude sfinx van de nomenclatura kondigde eerst een informatiestop af waardoor de plannen van de nieuwe ploeg achter een rookgordijn van geruchten en veronderstellingen verdwenen. Pas een week na zijn benoeming kwam hij zelf in een vijf minuten durende televisietoespraak nadere toelichting verschaffen. Maar de premier bleef vaag: herstel van het vertrouwen in het banksysteem, uitbetaling van lonen en pensioenen, versterking van het staatsmonopolie op alcohol en tabak. Concrete maatregelen laten nog even op zich wachten. De tandem Masljoekov-Gerasjtsjenko liet al weten veel te voelen voor een anticrisisplan dat is opgesteld door een groep professoren onder leiding van de sovjeteconoom Leonid Abalkin: indexering van lonen, pensioenen en spaargelden, strenge controle op wisseloperaties, staatscontrole op de import van strategische producten, steun aan de binnenlandse productie en geldemissie om de achterstallen weg te werken. Het gaat allemaal lijnrecht in tegen de politiek van de "hervormers" die de jongste jaren met vallen en opstaan is gevoerd. De professoren willen het land minder afhankelijk maken van buitenlandse investeringen en daarvoor desnoods inefficiënte bedrijven met subsidies in leven houden. Een van de belangrijkste punten uit het crisisplan van de regering- Kirijenko was net het versneld failliet laten verklaren van onrendabele en slecht gerunde bedrijven. DE VRIJE MARKT ALLEEN VOLSTOND NIETPrimakov beloofde de Russische industriebonzen - onder wie veel "rode directeuren" - dat steun aan de nationale industrie een van zijn prioriteiten is, al voegde hij eraan toe dat Ruslands economie zich niet van de rest van de wereld kan afsluiten. Maar Primakov of zijn economische adviseurs hebben tot nu toe nagelaten duidelijk te maken hoe ze de verouderde en gemilitariseerde industrie die ze van de sovjetstaat hebben geërfd, zullen omvormen tot moderne consumentgerichte bedrijven. Volgens defensiespecialist Pavel Felgenhauer was de grote fout van de hervormers dat ze geloofden dat het invoeren van de vrije markt alleen voldoende zou zijn om een op sterven na dode industrie weer tot leven te wekken. Maar de Russische industrie was bijna uitsluitend gericht op het produceren van tanks, kanonnen en raketten en ze heeft noch de knowhow noch de technologie om goederen te produceren waar de consument om vraagt. De geprivatiseerde bedrijven werden uitverkocht aan de enige managers die beschikbaar waren: de nomenclatura van de defensie-industrie die in de meeste gevallen van modern management geen kaas heeft gegeten. De "onzichtbare hand" van de vrije markt bracht geen structurele hervormingen en evenmin kapitaal. In de plaats daarvan ontstond een ingewikkeld systeem van ruilhandel - barter - dat de bedrijven met moeite in leven houdt en een grote sector van de economie in een grijze zone hult waar noch de consument noch de staat baat bij vindt. De "oligarchen," het handjevol bankiers en zakenlui die het Jeltsinregime in stand hielpen houden, hebben een veldslag maar niet de oorlog verloren. De nederlaag van hun kandidaat, Viktor Tsjernomyrdin, in de Doema dwingt hen ertoe hun strategie te herzien. Boris Berezovski, die Jeltsin had ingefluisterd Kirijenko de laan uit te sturen en Tsjernomyrdin terug te halen, heeft in zijn eigen voet geschoten. Primakov is - in tegenstelling tot Tsjernomyrdin - geen man uit eigen kring en hij staat bekend als iemand die steigert als hij pogingen ontwaart om hem te manipuleren. De communisten hebben voorgesteld om strategische sectoren van de economie te hernationaliseren. Dat zou het einde betekenen van magnaten als Rem Vjachirev ( Gazprom), Vagit Alekperov ( Loekoil) of Vladimir Potanin die voor een prik eigenaar is geworden van Norilsk Nikel, een van de grootste nikkelproducenten ter wereld. Ander slecht nieuws voor de oligarchen is het voornemen van de communisten om de media en meer bepaald de openbare omroep die nu uit de hand van Berezovski eet, scherper te controleren. In de banksector zijn de oligarchen bijzonder kwetsbaar voor hernationaliseringen. Eén slachtoffer is al gevallen: Alexander Smolenski. Zijn bank, SBS-agro, is onder toezicht van de Centrale Bank gesteld. Maar de oligarchen hebben hun rijkdom en hun faam te danken aan hun groot overlevingsvermogen. Het is niet onvoorstelbaar dat ze, ongehinderd door enige ideologie behalve die van het onbeperkte winst maken, een bondgenootschap sluiten met de nieuwe nomenclatura. Zo onnatuurlijk is die alliantie ook weer niet. De oligarchen voelden zich immers net als de communisten het slachtoffer van technocraten als Kirijenko en hervormers als Boris Nemtsov, die een einde wilden maken aan het "roverkapitalisme". En het is hen niet ontgaan dat de communisten zich luidruchtig hebben verzet tegen de al of niet vermeende pogingen van het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank om monopolies als Gazprom en de elektriciteitsgigant Verenigde Energiesystemen op te breken. ONDERTUSSEN, IN GORKI 9Boris Jeltsin slaat het schouwspel gade vanuit de coulissen, in Gorki 9, zijn buitenverblijf in de buurt van Moskou. Zijn knieval voor de Doema, na de tweede afwijzing van Viktor Tsjernomyrdin, was niet minder dan een geruisloze revolutie en het einde van een tijdperk. Van een presidentieel regime is Rusland overgegaan naar een regime waar het zwaartepunt bij het parlement ligt. Jeltsin zelf heeft politiek opgehouden te bestaan. Er is een strijd op leven en dood in het Kremlin aan voorafgegaan waarin de clan Berezovski- Djatsjenko (de dochter van de president) het onderspit moest delven. Na de tweede afwijzing van Tsjernomyrdin door het parlement stond Jeltsin voor de keuze: zwichten en een compromis aanvaarden of een derde poging wagen, met vrijwel zeker de ontbinding van de Doema tot gevolg en mogelijk niet te controleren sociale onrust. De "familie" (Berezovski-Djatsjenko), daarin gesteund door de machtige chef van de administratie, Valentin Joemasjef, bleef tot het einde vasthouden aan de kandidatuur van Tsjernomyrdin. Pas toen ze begrepen dat Jeltsin bereid was desnoods opnieuw de tanks te laten oprukken tegen het parlement, kregen ze schrik voor de gevolgen. In tegenstelling tot de "baas" begrepen ze immers dat de situatie nu totaal verschilt van 1993 toen Jeltsin de legerleiding kon overtuigen het rebellerende parlement uit elkaar te schieten. Daarom besloten ze tot de tactische terugtocht in de hoop dat Jeltsin nog tot 2000 - zij het dan zonder reële macht - in een symbolische functie kan aanblijven. Of die hoop gewettigd is, valt te betwijfelen. De politieke wereld kent het vermogen van Jeltsin om na lange periodes van lethargie weer wakker te worden en terug te slaan. Om dat risico te vermijden, willen de communisten - en zij niet alleen - dat Jeltsin lang voor de volgende presidentsverkiezingen ook echt verdwijnt.Johan Depoortere