Franstaligen die de Brusselse Vlamingen een gewaarborgde vertegenwoordiging weigeren, stellen bijgevolg het voortbestaan van de federale staat zelf in vraag."
...

Franstaligen die de Brusselse Vlamingen een gewaarborgde vertegenwoordiging weigeren, stellen bijgevolg het voortbestaan van de federale staat zelf in vraag." Met dit dreigement besloten acht CVP-mandatarissen hun waarschuwing aan de roomsrode regering van premier Jean-Luc Dehaene, die vorige week met voorzitter Louis Michel van de liberale PRL een alliantie sloot om een grondwetswijziging door te voeren, die onderdanen van de Europese Unie gemeentelijk stemrecht verleent. Dehaene komt graag als een voorbeeldige Europeaan uit de schors. Daarom wilde hij het probleem van het gemeentelijk stemrecht voor EU-inwoners zo snel mogelijk afhandelen, ook al was dat tegen de zin van een goed deel van zijn partijgenoten. Het stemrecht voor EU-onderdanen - laat staan voor migranten - krijgt in het hoofdstedelijk gebied altijd een communautaire bijklank. De officiële cijfers van het Nationaal Instituut voor de Statistiek geven duidelijk aan waar het op staat. De helft van de 284.034 niet-Belgen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is EU-onderdaan. Driekwart van die nieuwe stemgerechtigden is van Franse, Italiaanse, Spaanse, Portugese, zeg maar Latijnse origine. Bovendien verwerven jaarlijks 10.000 vreemdelingen, overwegend Turken en Marokkanen, de Belgische nationaliteit. Die cijfers naast de toenemende stadsvlucht van de Brusselse Vlamingen en de aanzwellende verfransing van de Vlaamse randgemeenten verontrusten de Vlaamse partijen in hoge mate. Daarom eiste Vlaams minister Brigitte Grouwels van Brusselse Aangelegenheden de koppeling van het gemeentelijk stemrecht voor EU-onderdanen aan de invoering van die gewaarborgde vertegenwoordiging van de Vlamingen. Maar Dehaene negeerde de bezwaren van zijn Brusselse partijgenote en begon aan een discreet overleg met Louis Michel. De Franstalige liberalen hadden eerder al laten verstaan dat ze bereid waren een tweederde meerderheid te leveren. Een aanbod waarover Dehaene niet lang hoefde na te denken. Het was Louis Michel zelf die afgelopen week het bestaan van zijn akkoord met de regering liet lekken. De PRL-voorzitter gaf zelfs mee dat van de voorwaarden die destijds door de CVP waren opgeworpen, nog weinig overbleef. Of Michel met deze interventie de regering, en premier Dehaene in het bijzonder, een dienst heeft bewezen, is zeer de vraag. Zelfs binnen de PRL-FDF waren sommigen ongelukkig over de vroegtijdige sortie van de voorzitter. ER ZIJN GEEN MENINGSVERSCHILLENOorspronkelijk was het de bedoeling van de regering om de overeenkomst, die afgelopen vrijdag in de ministerraad werd beklonken, in het parlement te brengen waar dan zou blijken dat PRL-FDF het ontwerp steunden. Maar de aandrang van Michel om indruk te maken op zijn Brusselse FDF-achterban bleek te groot. Met als gevolg een opstoot van ongenoegen in CVP-middens over het geheime overleg van Dehaene. Minister Grouwels had het over "een foute timing" van de premier. Aanvankelijk was Grouwels ontgoocheld over de gebrekkige steun die ze voor haar houding mocht ondervinden. Maar daarin kwam verandering met de open brief van de acht CVP'ers onder wie, naast Herman Suykerbuyk en zijn poulain Ludwig Caluwé, de aanwezigheid opvalt van de veelgeplaagde senator Leo Delcroix, van de ACW'er John Taylor, en van Joachim Coens, aanvoerder van de jongere mandatarissen. Die acht, onder wie niet één Brusselaar, weigerden toe te geven aan de druk van de partijleiding om de gemeenschappelijke brief niet te tekenen. Voor de vakantie al had Dehaene dreigende taal gesproken tegen de fractieleden. De weigering om het gemeentelijk stemrecht voor EU-onderdanen in te voeren, stond volgens hem gelijk met vooruitgeschoven verkiezingen. En aangezien weinig CVP-mandatarissen bereid waren de schuld voor een vervroegde stembusgang op zich te nemen, heet het nu dat er bij de Vlaamse christen-democraten geen meningsverschillen bestaan. Eén zaak heeft de waarschuwing van de acht CVP'ers wel duidelijk gemaakt: ondanks de truc van Dehaene met Louis Michel blijft het probleem van de gewaarborgde vertegenwoordiging bestaan. Het komt hoe dan ook ter sprake tijdens de communautaire ronde na de volgende verkiezingen. Daar zal de kwestie worden gekoppeld aan de financiering van het Brusselse Gewest dat niet in staat is zonder de federale hulp de aftakeling van het stedelijk gebied te stoppen. In 1993 organiseerden de Franstalige Brusselaars een regelrechte hold-up op de hoofdstedelijke schatkist. Miljarden werden daar via de francofone gemeenschapscommissie (Cocof) weggezogen om de noodlijdende Franse Gemeenschap op te krikken - middelen die het Gewest nu ontbeert. De interne onrust bij de CVP is ook geen goede zaak voor de coalitie die graag de volledige legislatuur wil afwerken. Langs Franstalige kant zat de klad er al een tijdje in. Bij de PSC stijgt de wrevel over de openlijke toenadering tussen de Parti Socialiste en PRL-FDF, die nu al publiekelijk opgeven over hun samenwerking na de verkiezingen. Bovendien krijgt de nieuwe voorzitter Philippe Maystadt, die moeilijk voeling krijgt met de partijorganisaties, zijn troepen niet op één lijn. Intussen lopen op alle niveaus PSC-mandatarissen over naar de burgerbeweging van oud-voorzitter Gérard Deprez, die eveneens een samenwerking met PRL-FDF voorstaat. De PSC voelt zich genegeerd, zowel door de PS als door PRL-FDF. Zo liet de Luikse PRL-leider Didier Reynders onlangs nog verstaan dat hij niet inzag "wat er met die partij (de PSC) nog te bespreken valt". Dit soort uitlatingen stemmen de PSC wrevelig en dat is altijd gevaarlijk. Het zou niet de eerste keer zijn dat de Franstalige christen-democraten een regering laten ontsporen. R.V.C.