Het Jaarboek Architectuur en een expositie : Vlaanderen toont zijn recente gebouwen.
...

Het Jaarboek Architectuur en een expositie : Vlaanderen toont zijn recente gebouwen.TOEN DE Vlaamse Gemeenschap in 1994 het eerste ?Jaarboek Architectuur Vlaanderen 1990-1993? presenteerde, waren de reacties positief maar bleef het een open vraag of dit een eenmalige publicatie zou blijven. Cultuurminister Luc Martens nam echter het initiatief over van zijn voorganger Hugo Weckx en ziet het boek als een belangrijk instrument om de architectonische cultuur te stimuleren. Bouwen is meer dan construeren, het is een wezenlijk deel van onze cultuur. Dat de overheid in het verleden vaak blijk gaf van een gebrek aan visie en zelfs van onwil om haar patrimonium enige kwaliteit te geven, is een realiteit. De wangedrochten voor de administratie in de Brusselse Noordwijk zijn hiervan de perfecte illustratie. Toch lijkt het tij te keren. In de recente beleidsbrieven van de ministers Jan Peeters (SP) en Wivina Demeester (CVP) wordt plechtig beloofd een andere weg in te slaan. De noodzaak om te komen tot een bewust architectuurbeleid, zoals in de ons omringende landen, is ook het thema van een recente publicatie van de Koning Boudewijnstichting met de sprekende titel ?Publieke gebouwen en ruimten, een culturele uitdaging?, verplichte literatuur voor alle beleidsverantwoordelijken. Het tweede jaarboek ligt in het verlengde van de vorige editie. In haar inleiding schetst Hilde Heynen de positieve en negatieve factoren waarin de architectuur werkt. Naast een aantal kritische essays over stedebouw, het Structuurplan Vlaanderen, de Brusselse problematiek, het Gewestelijk Ontwikkelingsplan en het architectuurbeleid in onze buurlanden, zijn er 38 realisaties opgenomen. Uit de ingezonden ontwerpen selecteerde een internationale jury zowel uiterst kleine verbouwingen als grootschalige ingrepen zoals het Boudewijnstadium. Het is meer dan een fraai gedocumenteerd kijkboek, het biedt een reflectiekader en roept vragen op. Het is geen promotieboek voor architecten, maar het wil een spiegel zijn van betekenisvolle architectuur in Vlaanderen, een selectie van voorbeelden voor een verruimend gesprek over de plaats van de architectonische kwaliteit in ons gebouwd milieu. Tijdens de presentatie wees de Nederlandse architectuurcriticus Arthur Wortmann op de sprankelende kracht en het onvoorspelbare van wat er in Vlaanderen valt te ontdekken, zelfs al is het vaak een marginale aangelegenheid. Dat Vlaanderen op gebied van het individueel woonhuis de Europese top haalt, is geweten. Door specifieke omstandigheden blijft de privé-woningbouw de sector bij uitstek waar talentvolle architecten zich kunnen uiten. Maar ook in de sociale huisvesting zijn er positieve ontwikkelingen, zoals in het boek wordt geïllustreerd. Wat de publieke bouwwerken betreft, is de oogst veel geringer. PAKHUIS.Een opmerkelijke prestatie is het Modemuseum in Hasselt van Vittorio Simoni, een renovatie die onlangs de Provinciale Architectuurprijs Limburg kreeg. De beheerste verbouwing van een oud pakhuis tot een kantoor voor de Katoen Natie in Antwerpen behoort tot het beste in het jaarboek, een realisatie van Paul Robbrecht & Hilde Daem. Onlangs kreeg het van het weekblad Trends de onderscheiding bedrijfsgebouw van het jaar. Ook het nieuwe postkantoor in Machelen fungeert als voorbeeld, in de eerste plaats omdat het een andere aanpak toont van de opdrachtgever. In het verleden moest De Post een beroep doen op de Regie der Gebouwen met zijn politiek ?gepatroneerde? architecten. Een bewustere architectenkeuze is essentieel om kwaliteitsverhogend te werken, die attitude groeit binnen De Post. Hopelijk volgen andere instanties dit voorbeeld, zoals de Regie der Gebouwen. Opdrachten geven aan bevriende architecten is nog te vaak een vorm van politiek dienstbetoon. Het jaarboek wil niet enkel de beleidsmensen en het brede publiek sensibiliseren. Het is hét medium om het buitenland een overzicht te bieden van de grote kwalitatieve diversiteit. Met het drietalige jaarboek krijgt het buitenland eindelijk enige toegang tot de architectuurscène in Vlaanderen. Er is een groeiende interesse voor onze architectuur, zelfs al zijn het vaak kleinere gebouwen. Het befaamde Franse architectuurblad Architecture d'Aujourd'hui publiceerde in 1994 voor het eerst een themanummer over Vlaanderen. Een vervolg kon niet uitblijven. Arc-en-Rêve in Bordeaux, een architectuurcentrum met internationale erkenning, inviteerde 14 Vlaamse architecten of bureaus om hun werk te tonen in het uniek kader van het Entrepôtgebouw. Niet enkel de gekende namen als Bob Van Reeth, Luc Deleu of Stéphane Beel zijn present, maar ook een jonge generatie die pas na 1990 aan de slag ging. De selectie kan niet onder één noemer worden geplaatst, de diversiteit is te groot. Het is een uitzonderlijke tentoonstelling die de Fransen ervaren als een verademing. Hopelijk kunnen wij tegen het politiek magische jaar 2002 ook meer kwalitatieve overheidsgebouwen presenteren en moeten wij ons minder schamen voor de mediocriteit van realisaties uit de publieke sector. Marc Dubois ?Jaarboek Architectuur Vlaanderen?, 1450 fr.?Nouvelle architecture en Flandre?, Arc-en-Rêve, Bordeaux, tot 24/11. Vlaamse architecten in Arc-en-Rêve : het tij lijkt te keren.