Vanaf 1 juli geldt in Vlaanderen een verbod op het storten van huishoudelijk afval. Dat besliste Vlaams minister van Leefmilieu Theo Kelchtermans (CVP) vorig jaar. Zijn maatregel kan op instemming rekenen. Dat het stortverbod ook betekende dat Vlaanderen zonder veel schroom voor verbranding zou kiezen, ligt gevoeliger. De talloze nare ervaringen maakten bevolking en politici wantrouwend ten aanzien van afvalovens.
...

Vanaf 1 juli geldt in Vlaanderen een verbod op het storten van huishoudelijk afval. Dat besliste Vlaams minister van Leefmilieu Theo Kelchtermans (CVP) vorig jaar. Zijn maatregel kan op instemming rekenen. Dat het stortverbod ook betekende dat Vlaanderen zonder veel schroom voor verbranding zou kiezen, ligt gevoeliger. De talloze nare ervaringen maakten bevolking en politici wantrouwend ten aanzien van afvalovens. Ondanks de commotie blijft Kelchtermans bij de klassieke roosteroven zweren. Anderen vinden dat een achterhaalde technologie. De nieuwe roosterovens werken volgens hetzelfde principe als hun voorgangers. Maar ze zouden veilig zijn voor mens en milieu, zo luidt de redenering van de voorstanders. Helemaal in die lijn heeft het officiële Uitvoeringsplan Huishoudelijke Afvalstoffen 1997-2001 het expliciet over een verbrandingsbeleid en verbrandingscapaciteit. Het wil volgens een ijzersterke logica "het brandbare afval zoveel mogelijk verbranden". Pas na veel lobbywerk werd er in de paragraaf voor de provincies Antwerpen en Limburg aan toegevoegd dat "alle mogelijke, beste beschikbare technieken (b.v. scheiden-vergisten, pyrolyse...) moeten worden overwogen". Ondanks die toegift vinden critici dat er voor de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (Ovam) maar twee manieren bestaan om van ons huishoudelijk afval af te geraken: storten of verbranden. Storten wil niemand nog. De aanhang van verbranding slinkt. Zo willen alvast de provincies Antwerpen en Limburg ten minste gedeeltelijk op andere technieken overschakelen. De Antwerpse provincieraad vergadert deze week donderdag (25 juni) - de minister verlangt een antwoord voor 1 juli (zie kader). De Limburgse deputatie weigert om voor 1 november een beslissing te nemen, zegt bestendig afgevaardigde Frieda Brepoels (VU). "Wij nemen intussen de tijd om milieuvriendelijker alternatieven te onderzoeken, want Limburg heeft geen nieuwe verbrandingsoven nodig", aldus het gewezen parlementslid. EEN ZEKERE VOORINGENOMENHEIDIn het Uitvoeringsplan wordt een milieueffectrapport (Mer) aangekondigd. Op 13 mei presenteerde Kelchtermans de resultaten aan de twee provincies. Alleen de klassieke roosterovens zijn heilzaam, vindt het rapport. Een vreemd besluit, want de keuze van de best beschikbare techniek zou in een andere studie worden gemaakt. Maar voor die studie kreeg niemand een opdracht. De verbrandingsspecialisten wijzen in hun milieueffectrapport zes mogelijke inplantingsplaatsen aan: Olen en Meerhout in de Antwerpse Kempen en Viversel (Zolder), Lommel, Beringen en Genk in Limburg. Kelchtermans haastte zich vervolgens om in zijn Limburgse achtertuin te zeggen dat het met die locatie zo'n vaart niet zou lopen. De Antwerpse provinciale milieu- en natuurraad (PMina) maakte op 15 juni brandhout van het Mer. Vakbonden, werkgevers, boeren en vertegenwoordigers van de milieubeweging waren het roerend eens. Het rapport deugt niet en houdt om te beginnen al geen rekening met de voornemens van de provincie Antwerpen. Die geeft de voorkeur aan bijkomene verwerking in het havengebied op de linkeroever (Beveren). De locatie werd niet eens opgenomen in de 58 onderzochte sites. Het Mer gaat zijn opdracht te buiten door zich uit te spreken voor klassieke verbranding. Het doet het bovendien op grond van "een zeer rudimentaire screening van slechts een beperkt aantal verwerkingstechnieken". De Mina-raad heeft daarvoor een verklaring: de auteurs kennen als verbrandingsexperts de alternatieven onvoldoende. "Het rapport geeft blijk van een zekere vooringenomenheid ten gunste van de verbrandingstechnologie." Volgens de raad kan niemand op enkele maanden een diepgaand vergelijkend techniekonderzoek afwerken. De raad heeft het over "afhaspelen" en "niet ernstig". De milieuaspecten van alternatieven worden bewust in een te negatief daglicht gesteld. De raad verwijst naar een Nederlandse studie. Het Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie van Delft kwam na een levenscyclusanalyse (LCA-methodiek) tot het besluit dat scheiding-pyrolyse-vergassing op alle thema's significant beter scoort dan de klassieke verbranding. "Dit geldt zowel voor wat betreft de consumptie van primaire energie, de bijdrage aan klimaatsverandering, verzuring, vermesting, humane toxiciteit, ecotoxiciteit, fotochemische oxidantvorming en de productie van te storten vast afval." Anders dan het milieueffectrapport vindt de Mina-raad dat er wel een direct verband is tussen de locatie- en de techniekkeuze. Een biologisch-mechanische voorbehandeling moet niet ver van een woon- of natuurgebied plaatsvinden. Het Mer speelt in de kaart van "enkele, zo groot mogelijke installaties", aldus nog de Mina-raad.DE MINISTER WIL EEN OVENIn Limburg overleggen de 44 gemeenten, drie intercommunales en het provinciebestuur al twee jaar over de stroomlijning van het afvalbeleid. De provincie is bereid om een vestigingsplaats te selecteren. Maar dan moet het Vlaams Gewest de rol van de provincies ook juridisch vastleggen. Volgens het afvalplan moeten de intercommunales het initiatief nemen voor de bouw van nieuwe verwerkingscapaciteit. Povincies en de Vlaamse Milieuholding zijn daarbij slechts partners. Limburg wil ook dat de regering gevolg geeft aan de resolutie van het Vlaams parlement. Die vroeg al op 15 januari om een volledige kosten-batenanalyse te maken van de verschillende verwerkingstechnieken. Er gebeurde niets. "Logisch," vindt Frieda Brepoels. "Kelchtermans vindt dat we ons besluit op het Mer kunnen steunen. Dat is intellectueel oneerlijk, want dat Mer is om u dood te lachen. Het houdt zes plaatsen over. Maar als er een andere techniek wordt gebruikt, kunnen er best zes andere plaatsen in aanmerking komen. Wij willen eerst een visie ontwikkelen over hoe we ons restafval verwerken. Maar dat willen Kelchtermans en Ovam niet. De minister misbruikt deze studie om er iets door te drukken. Hij heeft zijn beslissing al genomen. Dan moet hij ons de zwarte piet ook niet toeschuiven. Hij moet ons niet laten zeggen waar de oven moet komen, want wij willen helemaal geen oven in Limburg." Brepoels haalt scherp uit naar Ovam. "Ovam is helemaal niet met alternatieve verwerking bezig. Provincies en intercommunales gingen ieder apart in het buitenland kijken naar alternatieven. Bij Ovam konden we niet terecht, daar weten ze van niets. Maar als verantwoordelijke voor de planning, zetelt Ovam wel met de privé in allerlei verwerkingsorganisaties. Hoe kan dat nu? De Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek (Vito) kent de alternatieven wel, maar krijgt dan weer geen opdracht van Kelchtermans." Brepoels maakt zich sterk dat provincie, gemeenten en intercommunales tegen 1 november een totaalplan kunnen voorleggen. Daarin wordt de samenwerking vastgelegd. Het bepaalt ook hoeveel eindverwerking er nodig is. Of hoe groot een nieuwe composteringseenheid moet zijn. "We kunnen geen kosten-batenanalyse van de beste alternatieve verwerking maken. Daarvoor hebben we de studie van het Vlaams Gewest nodig. Maar die komt er niet, omdat Kelchtermans per se een roosteroven wil. De minister wil ons voor decennia in de verbranding engageren." Zelf is Brepoels gewonnen voor een mechanisch-biologische verwerking (het Duitse systeem Herhof). Dat herleidt de restfractie tot de helft. Wat blijft, is een secundaire brandstof, al wordt die in Vlaanderen niet als dusdanig erkend. Maar dat vormt geen probleem, omdat de brandstof in afwachting kan worden gestockeerd. Het bewerkte afval kan eventueel worden gebruikt in een wervelbedcentrale. Die wordt met gas gevoed. Een gegarandeerde aanvoer van afval is dus niet nodig. Hoe minder afval hoe beter, blijft ook dan het devies in de groenste provincie van Vlaanderen. Tenzij de minister na1 juli zelf voor een roosteroven kiest. Brepoels: "We kunnen hem niet tegenhouden. Maar dan gaan de poppen hier pas goed aan het dansen."Peter Renard