Tekeningen van Alfred Kubin.
...

Tekeningen van Alfred Kubin.Hij kende de ingangspoort van de hel. Maar hij had ze dan ook zelf ontworpen, in 1900, met pen in Chinese inkt. Als een boogvormige opening onder een hallucinante toren, een concentratiekamp avant-la-lettre. Alfred Kubin (1877-1959) uit Bohemen kende geen poorten of ze leidden naar de hel, op aarde even goed als elders. Spinnenvrouwen, dood en vernieling zaaiende generaals, sfynxachtige slangenkoningen, onbenoembare gedrochten en mensachtige monsters in duistere landschappen. Andere dan angstaanjagende wezens kwamen er niet uit zijn pen gekropen, Magere Hein inbegrepen : sierlijk dansend op de schaatsen, grinnikend. En als er dan eens een minnend paartje opdook, school een loerende slang in de struiken. De snijdende, verfijnde precisie van zijn pen maakt het onwezen zo geloofwaardig, alsof het diep in de mensen zelf geboren wordt. ?Ik ben de organisator van het ongewisse, het tweeslachtige, schemerige, fantastische.?In werkelijkheid niet groter dan een prentje, bezitten zijn voorstellingen de potentie van horror en fantasy-schrikbeelden in cinemascope. Kubin was de gruwelkoning van het fin-de-siècle en de veelzijdig veranderlijke schimmenwereld van het symbolisme. En ook later bleef hij, onberoerd door de avant-garde, de nachtzijde van de mens oproepen, alvast verwant met een eenzame reus uit de literaire moderniteit : Franz Kafka. Hij putte uit een reusachtige imagoteek van verschrikkingsbeelden, gevonden bij Dürer, Breughel, Bosch, Klinger, Goya, Daumier, Redon, Ensor, Rops en anderen. De schrijvers van het onbenoembare kwaad, Poe, Barbey d'Aurevilley net zo goed als de peilers naar het innerlijke inferno, Strindberg, Dostojevski, vonden in hem een adequate illustrator. De tentoonstelling in het Museum van Elsene (tot 26/1), omvat met meer dan 150 werken Kubins uitersten : van de met komische elementen gevulde pentekeningen in volkse verhalende stijl tot en met de doorwrochte, als gek metamorfoserende monsters in temperaverf op doek. Voortspruitend uit de onverwerkte dood van zijn moeder en de kennismaking met de prenten van Max Klinger, raakten zijn visioenen na 1908 (het jaar waarin hij de roman ?Die Andere Seite? schreef) wat opgedroogd. In virtuoze variaties op zijn bekende thema's, maakte hij een succesvolle carrière slechts op hoogbejaarde leeftijd rond. Niet te missen in Elsene is ook de kleine greep uit de persoonlijke collectie van Kubin, met meesterlijke bladen van Dürer, Goya, Schiele, Munch, Gauguin en vele anderen. Jan Braet Alfred Kubin, De schaatsende dood : het onbenoembare kwaad.