De vrijheid van mening en van meningsuiting zijn ontstaan tijdens de Verlichting en behoren tot de zogenaamde "eerste generatie" mensenrechten (burgerlijke en politieke rechten). Het gaat hier om vrijheden die de staat verplichten zich te onthouden van tussenkomst. Aan de uitoefening van deze rechten werden wel bepaalde plichten en verantwoordelijkheden verbonden. Het betreft beperkingen die bij wet worden voorzien en die in een maatschappij ook nodig zijn: in het belang van de rechten of de goede naam van anderen; in het belang van de nationale veiligheid of ter bescherming van de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden (art...

De vrijheid van mening en van meningsuiting zijn ontstaan tijdens de Verlichting en behoren tot de zogenaamde "eerste generatie" mensenrechten (burgerlijke en politieke rechten). Het gaat hier om vrijheden die de staat verplichten zich te onthouden van tussenkomst. Aan de uitoefening van deze rechten werden wel bepaalde plichten en verantwoordelijkheden verbonden. Het betreft beperkingen die bij wet worden voorzien en die in een maatschappij ook nodig zijn: in het belang van de rechten of de goede naam van anderen; in het belang van de nationale veiligheid of ter bescherming van de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden (art. 19 Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten). Een essentieel onderdeel van elke democratische samenleving is de persvrijheid. In vele landen blijft dit echter fictie: journalisten, schrijvers en artiesten belanden achter de tralies en hun artikels of boeken verdwijnen in de vuilnisbakken van de censuur. Opkomen voor vrede, democratie en mensenrechten blijft een gevaarlijke bezigheid. Volgens "Reporters zonder grenzen" is er bij meer dan de helft van de landen die zetelen in de Verenigde Naties, sprake van een bijna systematische censuur.ZELFCENSUUR DOOR INTIMIDATIEOok in België hebben we kunnen vaststellen dat journalisten die zich verdiepen in een "gevoelig dossier" onderworpen worden aan een huiszoeking, in hun privé-woning of werkomgeving. Ook al verbiedt art. 25 van de Belgische Grondwet elke vorm van censuur en al waarborgt art. 19 van de Universele Verklaring de vrijheid van meningsuiting, toch is de persvrijheid ook in ons land niet altijd vanzelfsprekend. De vrees om te worden vervolgd omwille van een inbreuk op de goede zeden of om bedreigd te worden met een buitensporige schadevergoeding of de druk van politieke of economische milieus, leiden soms tot zelfcensuur. Ook het principe van de bescherming van de bronnen van de journalist is nog steeds niet algemeen erkend. De huiszoekingen bij en ondervragingen van journalisten zijn nog steeds schering en inslag. Stricto sensu kan men in dat geval niet spreken van censuur (censuur is immers per definitie preventief). Dergelijke acties zijn niettemin sterk intimiderend. De vrijheid van drukpers en ook de vrijheid van meningsuiting kennen grenzen. Waar een van de vrijheden in conflict komt met een ander maatschappelijk belang, ontstaat een spanningsveld. Om de vrijheid van meningsuiting maximaal te beveiligen tegen overheidsinmenging, vallen de "persdelicten" onder de bevoegdheid van het Hof van Assisen. De omslachtige assisenprocedure heeft geleid tot het feit dat persdelicten in de praktijk niet bestraft worden. Deze grendel brengt wel mee dat bepaalde strafbare gedragingen, zoals het aanzetten tot racisme of xenofobie door middel van drukwerken, maar moeilijk kunnen worden bestraft. Of dat een reden kan zijn om de bescherming die een assisenproces aan de drukpers toch biedt, op de helling te zetten, is zeer de vraag.Jef Geboers, Liga voor de Mensenrechten"Iedereen heeft recht op vrijheid van mening en van uiting van zijn mening."Deze reeks is een gemeenschappelijk initiatief van de Liga voor de Rechten van de Mens, Amnesty International Vlaanderen, Artsen zonder Grenzen, Oxfam-Solidariteit en de uitgever van Knack.