Geneesmiddelen lijken steeds meer consumptieproducten. Ze hebben een uitgekiende verpakking, een uitgeteste merknaam en genieten een zekere merkbekendheid. De gebruiker is niet langer een patiënt, maar een consument die precies weet wat hij wil, aldus de marketeers. Sommige farmabedrijven, die deze evolutie op de voet volgen, voorzien zelfs een groter budget voor het opzetten van een merknaam en voor marketing, dan voor onderzoek en ontwikkeling, zo meldt de Financial Times.
...

Geneesmiddelen lijken steeds meer consumptieproducten. Ze hebben een uitgekiende verpakking, een uitgeteste merknaam en genieten een zekere merkbekendheid. De gebruiker is niet langer een patiënt, maar een consument die precies weet wat hij wil, aldus de marketeers. Sommige farmabedrijven, die deze evolutie op de voet volgen, voorzien zelfs een groter budget voor het opzetten van een merknaam en voor marketing, dan voor onderzoek en ontwikkeling, zo meldt de Financial Times. Precies zoals voor bepaalde consumptieproducten ontwikkelen zich naast de almaar bekender wordende merkproducten ook 'witte' producten. In de distributie zijn dat producten die de kostprijs per eenheid moeten drukken. In de farmasector gaat het om geneesmiddelen met dezelfde werking als het origineel, maar die goedkoper zijn omdat de patenten ervan vervallen zijn. Goedkoper, maar hoeveel kosten ze? De minister van Economische Zaken die de publieksprijs, de volle prijs, van geneesmiddelen bepaalt, heeft er weinig aandacht voor. In een ministerieel besluit van 1999, van toen nog Elio Di Rupo (PS), wees de minister er alleen op dat de winstmarges van generische geneesmiddelen voor de groothandel en de apotheker in absolute waarde niet hoger mogen zijn dan die van de merkgeneesmiddelen. Lagere marges mogen dus wel. Een praktijk die sommige bedrijven een tijdlang toepasten om de prijzen nog meer te kunnen drukken. De apothekers, die daar niet tevreden mee waren, gingen aan het lobbyen en wisten bij de meeste bedrijven toch een maximale marge af te dwingen. En de patiënt? Hoeveel (minder) betaalt hij? Op dit moment geldt nog de 'oude' regeling: de fabrieksprijs van een generisch geneesmiddel moet volgens het Riziv 26,7 procent lager liggen dan die van andere geneesmiddelen. Voor de goedkopere, de grootste categorie (de geneesmiddelen van minder dan 1026 frank of 25 euro), betekent dit dat de totale prijs, de publieksprijs, marges inbegrepen zestien procent lager moet liggen dan de prijs voor merkproducten. Een ingewikkelde berekening die voor de patiënt inhoudt dat hij in absolute waarde minder terugkrijgt voor een generisch dan voor een merkgeneesmiddel. Vanaf 1 juni komt er verandering in het systeem. Om te beginnen, verhoogt de minister van Economische Zaken Charles Picqué (PS) de winstmarges van de geneesmiddelen. Voor producten van meer dan 1666 frank (41 euro) krijgen apothekers drie procent extra op het overschrijdende bedrag. Los daarvan start minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (SP) met het systeem van de 'referentieterugbetaling'. 'Voor de terugbetaling gaan we ervan uit dat we te maken hebben met identieke geneesmiddelen die beschikbaar zijn tegen een verschillende prijs', zegt Ann Peters, kabinetsmedewerkster bij Sociale Zaken. 'Vermits de merkgeneesmiddelen minimaal zestien procent duurder zijn dan de generische producten nemen we als basis voor de terugbetaling de publieksprijs van de merkgeneesmiddelen, maar dan verminderd met zestien procent. Het verschil is voor rekening van de patiënt. Wie dus opteert voor een generisch geneesmiddel betaalt het supplementaire remgeld niet.' Het verschil in prijs tussen de twee soorten geneesmiddelen is soms zeer groot. Capoten, een merkgeneesmiddel dat wordt aangewend bij hypertensie, kost voor zestig capsules van 25 mg 1053 frank (26 euro). Voor de generische versie Doccaptopri is dat amper 622 frank (15 euro). Volgens het systeem van de referentieterugbetaling betaalt de patiënt 168 frank of 4 euro (16 procent van 1053 frank) meer voor Capoten. Bovenop het gebruikelijke remgeld. Voor het beter bekende Clamoxil betaalt de gebruiker 540 frank (13 euro) voor zestien capsules van 500 mg, en 454 frank (11 euro) voor dezelfde doses Amoxicilline. De patiënt heeft er alle belang bij dat zijn arts voor generische medicijnen kiest. Tenzij de klassieke bedrijven de prijzen van hun geneesmiddelen in die mate doen zakken dat de patiënten niet meer hoeven bij te betalen, en toch voor hun geneesmiddel blijven kiezen. Maar als de prijzen dalen, dalen ook de winstmarges. De apothekers zullen niet gelukkig zijn.Ingrid Van Daele