Een voorstelling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen (KBVV) zorgt niet zelden voor gemengde gevoelens. Toch leek het programma van de eerste voorstelling van het seizoen wel wat: twee creaties van eigentijdse choreografen op twee mijlpalen uit de muziekgeschiedenis, de "Tweede Cellosuite" van J.S. Bach en "Carmina Burana" van Carl Orff. Dat sprak alvast meer tot de ve...

Een voorstelling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen (KBVV) zorgt niet zelden voor gemengde gevoelens. Toch leek het programma van de eerste voorstelling van het seizoen wel wat: twee creaties van eigentijdse choreografen op twee mijlpalen uit de muziekgeschiedenis, de "Tweede Cellosuite" van J.S. Bach en "Carmina Burana" van Carl Orff. Dat sprak alvast meer tot de verbeelding dan het vaste spektakelstuk of de obligate klassieker (dit seizoen de reprise van "De Notenkraker" die de Franse choreograaf André Prokovsky twee jaar geleden maakte) die het KBVV haast elk seizoen als "grote" productie serveert. "Carmina Burana" dus, zoals het avondvullend programma heet. Het eerste deel bestaat uit het intimistische "Seen Within a Square" van huischoreograaf Danny Rosseel. De titel verwijst naar het abstracte, in hel voetlicht gehulde dansvlak waarop en waarrond het hele gebeuren zich afspeelt. Achter dat vlak zit cellist Olivier Ghislain die Bachs "Tweede Cellosuite" live uitvoert maar voorts niet ingrijpt. Het werk van Rosseel, dat zowel uit de klassieke als moderne ballettraditie put, draait dikwijls rond relaties en dat is ook hier het geval. Dit keer portretteert hij een onbepaalde groep jonge mensen op een erg onderkoelde manier, waardoor de niet van enige emotie gespeende thematiek niet onmiddellijk in een melodramatische val trapt, maar tegelijkertijd in die formalistische benadering blijft steken. Kortom, het blijft onduidelijk wat Rosseel ons nu precies met zijn relatieportret had willen diets maken. Aan datzelfde euvel lijdt ook de choreografie "Carmina Burana" van de Belgische Argentijn Mauricio Wainrot, een bekende gast bij het KBVV. Net zoals Rosseel kiest Wainrot voor een visueel abstracte benadering, maar het blijft wel wachten op een duidelijke kijk, laat staan interpretatie van de thematiek van Orffs meesterwerk. In tegenstelling tot de afgemeten bewegingstaal van Rosseel, gooit Wainrot het over een meer exuberante boeg en dat zorgt voor enkele prachtige dansmomenten. Maar meer dan een losse bewegings- en beeldenparade bij een overdonderend oratorium moet de toeschouwer niet verwachten. Tournee tot 6/2/'99.Paul Verduyckt