Sabena zoekt volk. Werkvolk. Cabinepersoneel en piloten, technici en informatici, baliebedienden, schoonmakers en mensen voor het call-center. Belgische aannemers schreeuwen om bouwvakkers. In Europa staan er alleen al in de informaticasector afgerond een half miljoen banen open. Naast conjuncturele pieken en tekorten in bepaalde beroepen - klassiek voorbeeld: de lassers - lijken de niet opvulbare gaten in de arbeidsmarkt alsmaar groter te worden. "Dat is ook zo", meent Paul Poels van de studiedienst van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB).
...

Sabena zoekt volk. Werkvolk. Cabinepersoneel en piloten, technici en informatici, baliebedienden, schoonmakers en mensen voor het call-center. Belgische aannemers schreeuwen om bouwvakkers. In Europa staan er alleen al in de informaticasector afgerond een half miljoen banen open. Naast conjuncturele pieken en tekorten in bepaalde beroepen - klassiek voorbeeld: de lassers - lijken de niet opvulbare gaten in de arbeidsmarkt alsmaar groter te worden. "Dat is ook zo", meent Paul Poels van de studiedienst van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB). "Wij zitten bij het werkaanbod al enkele jaren met duidelijk identificeerbare knelpunten. Eerst is er het tekort aan vaklui voor echt technische beroepen. Dit gaat van bouwvakkers over technisch hoger geschoolden tot en met burgerlijk ingenieurs. Tweede knelpunt: informatici, daar hebben wij er op dit ogenblik letterlijk duizenden van te kort. Drie: jobs waar men een bepaalde combinatie van vaardigheden in moet stoppen. We spreken dan zeg maar over verzekeringsagenten of technisch vertegenwoordigers, die zowel administratief als commercieel goed uit de voeten moeten kunnen. Vier: de banen die door ongunstige arbeidsomstandigheden niet opgevuld raken. Voorbeelden: bakkers, kappers, mensen voor de horeca..."EEN BAAN VOOR WIE WIL WERKENVolgens Poels stellen werkgevers in sommige gevallen heel hoge, soms zelfs te hoge eisen aan de sollicitant. De reden? In ruil voor een relatief hoog loon, eist de baas onmiddellijke inzetbaarheid. "Vroeger had je jonge hulpjes in de bouw of metserdienders die langzaam in de stiel konden groeien. Nu moet een bouwvakker onmiddellijk renderen. Dit wil in de praktijk zeggen: ervaring hebben, onafhankelijk kunnen werken en zo technisch onderlegd zijn dat hij plannen kan lezen. Een magazijnier moet tegenwoordig met een computer overweg kunnen. Zelfs lagere beroepscategorieën krijgen de meest ingewikkelde handleidingen onder ogen. Dus: vreemde talen horen er bijna vanzelfsprekend bij." Poels ziet in de toekomst de knelpunten of tekorten dan ook nog groter worden. Hij verwijst naar de Verenigde Staten die nu massaal informatici uit India en Pakistan binnenhalen. Eigen volk eerst, kan in die sector al lang niet meer. "Als wij er in de toekomst niet in slagen onze arbeidsreserves beter te gebruiken, moeten wij straks ook Indiërs gaan invoeren." Een beter gebruik van de arbeidsreserves betekent vrij vertaald: vooral de bevolking in de zogenaamde actieve leeftijd - van 15 tot 64 jaar - méér laten werken. In ons land heeft slechts 57 % van die mensen een baan. In Nederland ligt dat ruim 10 % en in Denemarken zelfs 16 % hoger. Het "optimaliseren van de arbeidsreserves" moet ook volgens Europa een van de grote prioriteiten worden de komende tien jaar. Europabericht, een publicatie van de Vertegenwoordiging in België van de Europese Commissie, pakte vorige maand in dit verband uit met een opmerkelijke prognose. Binnen de Unie zal de gemiddelde werkloosheidsgraad tegen 2010 wellicht zakken tot ongeveer zes procent. Voor sommige landen - waaronder België - betekent dit bijna een halvering van de werkloosheid. Die komt er niet omdat de economie zo schitterend draait of omdat de vijftien nationale overheden méér uitkeringsgerechtigden gaan schrappen, maar gewoon omdat de demografie het zo wil. Wat is er aan de hand? In de jaren zeventig en tachtig groeide overal in Europa het potentieel aan arbeidskrachten explosief. De babyboom-kinderen kwamen op de markt, samen met méér vrouwen. Maar even later sloeg de economische crisis toe. Net op het ogenblik dat de vraag naar banen het grootst was, daalde het aanbod dramatisch. Gevolg: werkloosheidscijfers die sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer waren gezien. Nu staan we in zekere zin voor de omgekeerde evolutie. De economie groeit langzaam maar gestadig en er komen dus banen bij. Tegelijkertijd gaat het potentieel aan arbeidskrachten afnemen. Ons land zit nu ongeveer op de breuklijn. In 1990 groeide die fameuze groep in de actieve leeftijd - dus 15 tot 64-jarigen - nog met 35.000 eenheden, in 1993 zelfs met 41.000. Dat zijn dus allemaal nieuwelingen die een baan moeten vinden. Vorig jaar kwamen er amper 1200 bij, voor 1999 zullen er dat zo'n 2200 zijn. Dat is twee keer niks, want alles samen zitten wij met zo'n kleine 4 miljoen Belgen in de bewuste leeftijdscategorie. Meer nog: volgens de Europese cijfers gaat dit bevolkingssegment tussen 2005 en 2015 in de vijftien lidstaten samen met naar schatting 3,4 miljoen mensen afnemen. Ook in ons land zal de daling van wat in feite de beroepsbevolking is zich sterk laten voelen. De twee tegengestelde bewegingen - groei van het aanbod aan banen, daling van het potentieel aan werknemers - brengt een spanning op de arbeidsmarkt teweeg en maakt de kans op zes procent werklozen reëel. Dit is als het ware alleen nog structurele werkloosheid. Is er dan morgen een baan voor iedereen die wil werken? Jacques Ouziel, adjunct-adviseur op de studiedienst van de administratie van Arbeid, tempert dat optimisme. "Wij zitten met een aantal onbekende factoren. Zo weten wij niet wat de migratie gaat geven. Het migratiesaldo blijft erg belangrijk voor het arbeidspotentieel. Verder kan je in sommige sectoren de toekomstige vraag naar werknemers moeilijk inschatten. Mij valt bijvoorbeeld op dat overal in Europa het jobaanbod in de telecomsector niet zo snel groeit als enkele jaren geleden was voorspeld. Of neem de informatici die niet te vinden zijn. In welke mate spelen bij het huidige tekort, het jaar 2000 en de euro mee? Gaat de vraag naar computerspecialisten vanaf 2001 of 2002 stagneren, stijgen of dalen?" Ook Guido Brusten van de VDAB-studiedienst blijft voorzichtig. "Demografen zijn misschien geleerde bollen, maar zij hebben geen zicht op het aantal jobs dat morgen of overmorgen wegvalt. Je hebt ook nooit zekerheid over het nieuwe werkaanbod. Ik hoor altijd zeggen: bedrijven maken binnen drie jaar allemaal dingen die nu niet eens bestaan. Hoe kan je in zulke omstandigheden het aanbod correct inschatten?" Dat er duidelijke verschuivingen op de arbeidsmarkt op komst zijn, daar twijfelt intusssen niemand meer aan. De klassieke socio-economische overlegstructuren praten tegenwoordig openlijk over het "activeren van bepaalde bevolkingsgroepen". Dat zijn volgens Paul Pauls van de VDAB niet alleen de vijftigplussers, maar ook vrouwen en allochtonen. "Wij moeten méér meisjes in technische beroepen krijgen. En: te veel allochtone jongeren volgen beroepsopleidingen. Daar zou een doorstroming moeten komen naar hogere richtingen. Als wij niet-aangeboorde reserves zoeken, hier hebben wij ze dus." Terwijl wij nog zoeken, voerden andere landen al concrete maatregelen in. De Deense regering bijvoorbeeld, werkte een speciaal stelsel uit om gehandicapten of mensen die normaliter als arbeidsongeschikt worden beschouwd in het reguliere arbeidscircuit in te schakelen. Met als doel: de arbeidsreserve zo hoog mogelijk te houden. De overheid probeerde in België - overigens met volle goedkeuring van het bedrijfsleven - de hoge werkloosheid in de jaren tachtig te temperen door allerhande bijkomende pensioenstelsels in te voeren. Via het vervroegd pensioen, het brugpensioen of het brugrustpensioen konden oudere (en duurdere) werknemers de baan ruimen voor jongeren. In de praktijk kwam er de facto nog een ander, allesbehalve officieel statuut bij: dat van vrijwillige bruggepensioneerde. Het Vlaams Economisch Verbond werkte onlangs een uitvoerige discussienota uit over de groep van vijftigplussers en stond even bij het verschijnsel stil. "Formeel werden een groot aantal oudere werknemers door hun werkgevers ontslagen, maar eigenlijk waren velen van hen expliciet zelf vragende partij om vervroegd uit het arbeidsproces te stappen (...) Deze 'ontslagenen' kunnen werkloosheidsuitkeringen ontvangen die via door de overheid en de werkgever betaalde toeslagen flink hoger liggen dan de uitkeringen voor 'gewone' werklozen. Bovendien moeten ze niet meer beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt (...) Een gelijkaardig, zij het minder riant statuut, werd ook uitgewerkt voor andere 'oudere werklozen'. Ook zij moeten niet meer beschikbaar zijn voor werk en kunnen een anciënniteitsvergoeding krijgen bovenop hun uitkering." Het beleid was er in elk geval op gericht om oudere werknemers - soms niet eens vijftig - voorgoed naar huis te sturen. Alles bij elkaar gaat het nu om een groep van ruim 150.000 bruggepensioneerden en 'oudere werklozen'. En die cohorte zal bij ongewijzigd beleid nog een stuk uitdijen. Bedrijven in moeilijkheden of in herstructurering kunnen nog altijd een uitzondering aanvragen op de normale leeftijd voor brugpensioen. Sabena bijvoorbeeld schrapte vorig jaar een aantal werknemers van 52 jaar uit de loonlijst. Maar ook de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst van 1998 stelt aanlokkelijke voorwaarden voor wat neerkomt op de uitstoot van oudere personeelsleden. Volgens de woordvoerder van het bedrijf liggen de leeftijdsgrenzen voor brugpensioen nu op 55, 56 of 58 jaar, naargelang de functie en anciënniteit. Deze aanpak staat haaks op wat Europa predikt. En vreemd genoeg even haaks op een aantal maatregelen die de regering de jongste jaren heeft genomen om oudere werknemers juist in het arbeidsproces te houden. Zo kwam er onder andere het verbod op het vermelden van een leeftijdsgrens in personeelsadvertenties. Dit is wellicht een louter symbolische geste, andere maatregelen waren al een stuk praktijkgerichter. Bijvoorbeeld de vermindering van RSZ-bijdragen bij het aannemen van vijftigplussers of het invoeren van het halftijds brugpensioen. Dat "nieuwe" pensioen komt in feite neer op uitgroeibanen, bedoeld om oudere werknemers ten minste deeltijds aan de slag te houden. Het halftijdse brugpensioen blijkt overigens geen succes want slechts een handvol werknemers stapte in het systeem. Ondanks het tegenstrijdige beleid en de verdere uitstoot van vijftigplussers, toch zal deze groep meer aan het werk moeten. Zegt Mark Andries van de VEV-studiedienst. "In het arbeidsproces schakelen wij op dit ogenblik amper één derde van deze beroepscategorie in. Dit is géén toekomstgericht beleid. In andere landen met een vergelijkbaar welvaartsniveau, bedraagt de arbeidsparticipatie van de vijftigplussers tussen 60 en 70 procent of het dubbele van bij ons. Een heel recente studie van de KULeuven leert dat de meeste Belgen vóór hun zestigste met pensioen willen. Wie na zijn vijftigste met ontslag wordt geconfronteerd, denkt dus niet meer aan een carrière. Die instelling is tot onze cultuur gaan behoren. Het is daarom geen blijde boodschap dat de arbeidsparticipatie van deze groep drastisch omhoog moet. Er is zelfs een hele grote mentaliteitswijziging voor nodig."COLLA HEEFT NOG GELD OVERDe dreigende tekorten op de arbeidsmarkt vormen dus één reden waarom wij in de toekomst de arbeidsreserves moeten aanspreken. Een tweede reden is de betaalbaarheid van de sociale zekerheid. Amper één week geleden liet minister van Pensioenen Marcel Colla (SP) nog weten dat er voor hem helemaal geen probleem bestaat. Ach, in 2030 betalen we weliswaar 215 miljard frank méér aan pensioenen dan in 1999, maar daar hoef je niet wakker van te liggen. De schuldafbouw levert tegen dan 477 miljard op, zodat er "buiten geld voor de pensioenen, zelfs nog 255 miljard overblijft voor andere initiatieven". Soms kan het leven heel simpel zijn. Nu is paniek over de financiering van de wettelijke pensioenen - maar ook van de gezondheidszorg - wellicht uit den boze. Het Economisch en Sociaal Onderzoeksinstituut van de UCL (IRES) liet dat onlangs nog weten en het in dit verband altijd vrij optimistische Planbureau meldde ondubbelzinnig: de pensioenen blijven betaalbaar. Niet iedereen neemt dat voetstoots aan. Zo heeft Andries zijn bedenkingen bij die roze pensioentoekomst. "De betaalbaarheid hoeft niet uiterst problematisch te zijn. We moeten wel beseffen dat èn systemen van massale, vervroegde pensioenen, èn vrij hoge uitkeringen - soms dubbel pensioen wanneer beide partners een loopbaan hadden - èn mensen die geen werk hebben of vinden, blijven steunen... allemaal samen gaat dit niet. Als je de groep van bruggepensioneerden niet drastisch reduceert, kan niemand de betaalbaarheid van de pensioenen garanderen." De veranderingen op de arbeidsmarkt zullen zich volgens Europa zowel macro- als micro-economisch uiten. Zo gaat de gemiddelde leeftijd van werknemers stijgen, wat betekent dat "bedrijven hun industriële processen grondig zullen moeten aanpassen. Oudere werknemers kunnen immers niet hetzelfde tempo aan als jongeren." Ook het beruchte life long learning komt echt in zicht, een soort permanente opleiding, het hele beroepsleven lang. De tijd is voorbij, zo meldt het bewuste artikel in Europabericht, dat één diploma een carrière lang meegaat. "De prioriteit zal in de toekomst gaan naar het behoud van de inzetbaarheid van de hele actieve bevolking." En Europa vraagt - daar valt het woord - méér flexibiliteit. Maar dit keer niet alleen van de kant van de werknemers, ook van de werkgevers. DE STOCK BLIJFT BESTAANTot de praktische maatregelen om de arbeidsreserve en -participatie op peil te houden, rekent Europa het drastisch optrekken van de leeftijdsgrens voor alle vormen van vervroegd pensioen. Maar ook een spreiding van bijscholing over de hele beroepsbevolking. "Oudere werknemers waren totnogtoe het slachtoffer van discriminatie", schrijft Europabericht onomwonden. "Alle inspanningen op het vlak van opleiding en doorgedreven bijscholing werden op de jongeren geconcentreerd. Voor de ouderen werkte men productiviteitsnormen uit die niet haalbaar bleken. Dit is een verkeerde aanpak die beter vandaag dan morgen verdwijnt." Het discours van het VEV komt in feite op hetzelfde neer: mobiliseren van de latente arbeidsreserves, vooral door ouderen in het circuit te houden. Dus: minder brugpensioenen, geen bijkomende pensioenrechten voor wie jong naar huis wil, maar wel een nieuw loopbaanconcept voor deze oudere werknemers. Permanente bijscholing staat ook op het verlanglijstje van het VEV, samen met een mentaliteitswijziging aan de twee kanten. Want het VEV blijkt niet te beroerd om de hand in eigen boezem te steken. "Ten slotte is ook een mentaliteitswijziging bij de werkgevers en de ondernemingen van cruciaal belang", staat in de discussienota. "Zij moeten opnieuw leren om de kwaliteiten van 50-plussers naar waarde te schatten." Het uitzicht op een werkloosheidsgraad van amper 6 % mag aanlokkelijk lijken, wij krijgen dus niets zomaar. Maar zelfs al buigen overheid en sociale partners het beleid in gunstige zin om, dan nog zijn voor Mark Andries van de VEV-studiedienst niet alle problemen van de baan. "Het kan haalbaar zijn, de zes procent. Maar wat doe je met de harde kern die wij al jaren moeilijk aan de slag krijgen? Dit zijn vooral jonge, zeer laag geschoolden of langdurig werklozen. De stock aan moeilijk in het arbeidsproces integreerbare mensen, zal een probleem blijven vormen. Daar verandert dat goede demografische nieuws weinig aan."Jos Grobben