De ?Oresteia? van Aischylos in de KVS : van bloedwraak naar vergiffenis.
...

De ?Oresteia? van Aischylos in de KVS : van bloedwraak naar vergiffenis.WIE VOOR HET begin van een voorstelling van de ?Oresteia? de toneelruimte van de Brusselse KVS betreedt, schrikt zich een hoedje. De pluchen bonbonnière lijkt wel in de steigers te staan : de hele rechterwand met balkon is van zijn rood theaterfluweel ontdaan en staat er als een afgekloven betongeraamte bij, terwijl de rechterkant van de bühne als een wig de zaal is ingedreven. Het théâtre à l'Italienne van de KVS is niet meer. In de plaats daarvan wurmt een primitieve, rudimentaire en stoffige massa zich in de zaal. Meer nog dan het slopen van de vierde wand, lijkt de drastische ruimtelijke ingreep van scenograaf Jean-Marie Fiévez te zijn ingegeven door de overdonderende poëtische kracht en het allesomvattende wereldbeeld van de ?Oresteia?. De trilogie van Aischylos (525-456 v.C.), de eerste Oudgriekse tragedieschrijver van wie volledige stukken bewaard zijn gebleven, vertrekt van de primitieve, ongepolijste en ongecontroleerde chaos van de bloedwraak en eindigt in om Candide van Voltaire even te citeren de beste van alle mogelijke werelden : een op rechtspraak en ratio steunende orde. De oude goden van het bloedrecht, het ras en de wraak, kortom de dura lex, worden langzaam maar zeker verdrongen door Apollo en Pallas Athena, één en al begrip en vergiffenis. Voor de Grieken van Aischylos' tijd was de ?Oresteia? die in 458 vóór Christus op de jaarlijkse Dionysische toneelwedstrijd werd opgevoerd en bovendien de laatste overgeleverde tekst van de dramaturg is een onverhulde hommage aan de jonge democratische republiek Athene. Daarnaast kan de enige trilogie die ons uit de hele Oudgriekse toneelliteratuur bekend is, geïnterpreteerd worden als een schoolvoorbeeld van de westerse beschavingsgeschiedenis. Ze illustreert de overgang van bloeddorstig barbarendom (Argos, de mythische bakermat van het klassieke Griekenland) via religieuze bezinning (Delfi en zijn heilig orakel) naar een billijke beschaving van wetenschap en cultuur (Athene). WRAAKGODINNEN.Een hele brok dus. En zo benadert de regie van Franz Marijnen de ?Oresteia? ook : oerdegelijk, onverwoestbaar maar ook kleurloos en onpersoonlijk. Door een gebrek aan kanttekeningen, commentaar of zelfs ironie is de KVS-enscenering een voorstelling volgens het boekje en zonder veel fut. Toegegeven, de dramatische handeling die Agamemnon, Klytaimestra, Aigisthos, Electra en Orestes met elkaar verbindt, wordt in de verschillende delen van de trilogie helder en met oog voor het detail uit de doeken gedaan. Op zichzelf is het al een hele klus om daar een boeiende productie uit te tappen die vijf uur lang (pauzes inbegrepen) boeit. Daarvoor heeft Marijnen aardig in de koorteksten moeten snoeien. Aan het resultaat te meten, is dat beslist geen overbodige luxe geweest. In vergelijking met jongere collega's als Euripides en Sofokles heeft het koor bij Aischylos nog een aardige vinger in de pap. In het geval van de ?Oresteia? is het niet zelden zelfs de drager van de dramatische handeling. Dat stelt de regisseur onder andere in staat om het koor in individuele personages op te splitsen, wat hij in het eerste deel van de trilogie, ?Agamemnon?, ten volle uitbuit. Het koor van oudere raadsleden van Argos mag dan wel met hun identieke zwarte mantel, hoed en wandelstok één hechte groep vormen, Wim Danckaert, Senne Rouffaer, Jan Pauwels of Theo Pont vertolken elk een lichtjes geïndividualiseerd personage. Eenzelfde aanpak hanteert Marijnen bij het koor van slavinnen-offerplengster in het tweede deel en de wraakgodinnen in het laatste deel. Een ander boeiend aspect van deze ?Oresteia? zijn de a-capellaliederen die de Italiaanse componiste Giovanna Marini op de originele, Oudgriekse koorzangen in opdracht van de KVS schreef. Die sfeerstukken omzeilen niet alleen het probleem van inhoudelijke redundantie dat zich steevast met die gezangen stelt, maar versterken bovendien het rituele karakter van de hele mise-en-scène. Misschien nog wel het boeiendste aan deze voorstelling is de aandacht die de tekst krijgt. Ondanks of is het net dankzij ? het hoge niveau waarop het hele KVS-ensemble, voor de gelegenheid aangevuld met actrice Geert De Jong (een erg giftige Klytaimestra), presteert, is de dramatisch krachtige vertaling van Gerard Koolschijn misschien wel de enige, echte protagonist van deze KVS-productie. Paul Verduyckt Tot en met 21/11 in de Brusselse KVS. Naar aanleiding van de productie publiceerde de KVS naar goede gewoonte een eigen uitgave van de volledige vertaling van Gerard Koolschijn en werd de muziek van Giovanna Marini uitgebracht op cd (op het label IGLOO/Sowary). Geert De Jong in Oresteia : een dramatisch krachtige vertaling.