In volle oorlog komt in Goma, de hoofdstad van de Congolese opstand, een soort van culturele revolutie op gang. Steeds meer legt Ernest Wamba dia Wamba, de voorzitter van de rebellenbeweging Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD), zijn oor te luisteren bij een groep jonge politici en zakenmannen. Ze stellen zich voor als de vernieuwers van de beweging, en hebben inmiddels al meer dan tweeduizend handtekeningen verzameld. Wapperend met die lijst wensen ze meer inspraak. De zeventigjarige Wamba - een professor geschiedenis die Mobutu Sese Seko jarenlang bestookt heeft en president Laurent-Désiré Kabila persoonlijk leerde kennen tijdens hun gemeenschappelijke ballingschap in Tanzania - kant zich niet tegen hun betrokkenheid.
...

In volle oorlog komt in Goma, de hoofdstad van de Congolese opstand, een soort van culturele revolutie op gang. Steeds meer legt Ernest Wamba dia Wamba, de voorzitter van de rebellenbeweging Rassemblement Congolais pour la Démocratie (RCD), zijn oor te luisteren bij een groep jonge politici en zakenmannen. Ze stellen zich voor als de vernieuwers van de beweging, en hebben inmiddels al meer dan tweeduizend handtekeningen verzameld. Wapperend met die lijst wensen ze meer inspraak. De zeventigjarige Wamba - een professor geschiedenis die Mobutu Sese Seko jarenlang bestookt heeft en president Laurent-Désiré Kabila persoonlijk leerde kennen tijdens hun gemeenschappelijke ballingschap in Tanzania - kant zich niet tegen hun betrokkenheid. Onder de vernieuwers bevindt zich de intellectueel Willy Mishiki, de traditionele chef van de Nandé-etnie in Noord-Kivu. Mishiki, die erin slaagde traditionele Mai-Mai-strijders te lijmen voor RCD, is zich bewust van de groeiende onpopulariteit van de opstandelingen in de Kivu-streek. De vijandigheid van de bevolking valt te verklaren door de aanwezigheid van Rwandese soldaten in het kamp van de rebellen. De mensen zijn de massamoorden niet vergeten, die de Rwandezen in Zuid-Kivu aanrichtten ter vergelding van de aanvallen van de Mai-Mai. Ook verschilt de nieuwe bevrijdingbeweging niet wezenlijk van die van Kabila, al zijn de persoonlijkheidsverering van de aanvoerder en de fysieke opruiming van zijn rivalen dan verdwenen. Dus proberen Mishiki en zijn vrienden de rebellenbeweging nieuw leven in te blazen, en voeling te houden met de bevolking. Zo stelt Mishiki voor om lokale verkiezingen te organiseren waar dat mogelijk is. "Waarom de dictatuur van Kabila aanvechten als het niet is met een echt democratisch alternatief?" vroeg gewezen RCD-vice-voorzitter Arthur Z'Ahidi Ngoma al, die eind januari uit de beweging stapte. DE MANNEN VAN MOBUTUMaar de democratische opstoot binnen het RCD werd vlug gedoofd. De oude mobutisten nemen almaar duidelijker de bovenhand. Lunda Bululu, voormalig premier van Mobutu en nu omzeggens premier van het RCD, deed een radiotoespraak van Wamba onderbreken omdat die Kabila verweet dat hij de corruptie van het Mobutu-regime gewoon verder zette. En de algemene vergadering van de beweging liep op 24 januari uit op een overwinning van oud-mobutisten. Wamba werd weliswaar herkozen als voorzitter, maar binnen het directiecomité van het RCD werden andere vernieuwers, zoals Z'Ahidi, geschrapt. De notabelen van het oude regime klimmen in de hiërarchie van het RCD. Alexis Thambwe, voormalig minister van transport van Kengo Wa Dondo, de voorlaatste premier van Mobutu, vervangt aan het hoofd van de diplomatie, de Banyamulenge Bizima Karaha, die in ruil Thambwe's departement Binnenlandse Veiligheid erfde. Er is geen sprake meer van de politieke partijen vrij te laten in rebellengebied. Een andere ex-aanhanger van Mobutu, voormalig directeur-generaal van de dienst Goudmijnen in Kilo-Moto Tibasima Mbogemo, kreeg de portefeuille van de Mijnen. Bululu en Thambwe belijden liberale economische principes. Die staan haaks op het pseudo-nationalisme dat Kabila predikt. Tegenover de willekeur van Kabila, trachten de rebellen zich een image van ernst aan te meten, en proclameren alom hun respect voor getekende contracten.HET DEMOCRATISCH GEWETENMaar de opstand moet tegenwoordig wel meer trotseren dan de terugkeer van "mobutisten". Het opstappen van Z'Ahidi was een slag voor de geloofwaardigheid van het RCD. Z'Ahidi kwam op 19 februari in Brussel de oprichting van een nieuwe politieke formatie melden: L'Union des Congolais pour la Paix. Het commentaar van de man die zich graag "het democratisch geweten van de rebellie" noemt: "Ik gaf me er rekenschap van dat de rebellen in de onmogelijkheid verkeren om de dingen te veranderen. Er is daar een harde kern die obstructie pleegt: de zogenaamde mobutisten die als een maffiagroep tekeergaan. Eigenlijk zijn ze bezig met het plunderen van Congo. Het zijn dezelfde praktijken die we meemaakten onder Mobutu en nu meemaken onder het regime van L'Alliance des Forces Démocratiques pour la Libération du Congo (AFDL)." In zijn woede stak Z'Ahidi zelfs Kabila een hart onder de riem door te beweren dat het de zone van de regering, en niet de zone van de rebellen is, die onder controle van de Congolese natie staat. Als de rebellen niet willen onderhandelen, zal hij ze bevechten, kondigde Z'Ahidi nog aan. Het bevechten van de rebellen gebeurt al in Zuid-Kivu. Daar kwamen de Bembés in opstand. De "maquisards" van de Conseil de Libération et de Résistance Nationale maakten zich meester van het dorp Fizzi, dicht bij het Tanganyika-meer en bij de Burundese grens en op zo'n honderd kilometer van het officiële front van de rebellen. Die hebben de dictatuur van Mobutu niet getolereerd en vervolgens niet die van Kabila, die hun verzet wilde recupereren. Vandaag weigeren ze de aanwezigheid van de Rwandezen en Banyamulenge. Tegelijk stak in de Oost- en de Evenaarsprovincies, in de zone waar het Ugandese leger opereert, een nieuwe guerrilla de kop op: le Mouvement pour la Libération du Congo (MCL). Ze wordt aangevoerd door Jean-Pierre Bemba, zoon van de gewezen topman onder Mobutu, "Jeannot" Bemba Saolona. Volgens de meeste getuigen is Bemba populair in zijn geboortestreek, de Evenaarsprovincie. Waar hij passeert, in tegenstelling met de Kabilisten en het RCD, waarmee hij zich nochtans "geallieerd" verklaart, organiseert Bemba lokale verkiezingen. De stemming is trouwens niet geheim: de kiezers worden uitgenodigd om in een rij te gaan staan voor de kandidaat van hun keuze. Zo krijgen ze, veel meer dan in Kinshasa of in Goma, het gevoel dat ze meetellen. En dat is nog niet alles. Op 27 februari stak een groep oud-leden van de Speciale Presidentiële Divisie vanuit Congo-Brazzaville de stroom over en veroverde de stad Bolobo in de Bandundu-provincie, op amper 350 kilometer van Kinshasa, en openden daar een nieuw front tegen Kabila. De groep ondertekent met Union des Nationalistes Républicains pour la Libération (UNAREL) en beroept zich op bindingen met het RCD en de MCL. FLUITEN NAAR INTERNATIONALE STEUNOndanks hun onderlinge verdeeldheid boeken de rebellen militaire successen. Volgens Z'Ahadi heeft dat te maken met de onverschilligheid van de lokale bevolking. "Tot de volgende oorlog zijn het de best uitgeruste militairen die de veldslagen winnen." Z'Ahadi is er stellig van overtuigd dat het volk het RCD zal verwerpen, eens dat Kinshasa binnentrekt. Hoe dan ook palmde het RCD eind januari aan de Zambiaanse grens de stad Kasenga, in Katanga, in. Kasenga ligt op 216 kilometer van Lubumbashi. Die stad is het belangrijkste doelwit van de rebellen. De militaire commandant van de rebellen en tweede vice-president van het RCD Jean-Piere Ondekane gelooft dat de inname van Lubumbashi, de hoofdstad van Kabila's geboortestreek, het einde van zijn regime zou kunnen inluiden. In het Namibische Windhoek uitten Kabila's eigen geallieerden - Namibië, Zimbabwe en Angola - bovendien voor de eerste keer de wens om hun troepen uit Congo terug te trekken, op voorwaarde dat Uganda en Rwanda hun steun aan de rebellen eveneens zouden staken. Op politiek gebied genoot de president dan wel enige bijval via zijn scheldkanonnades tegen de Tutsi's, maar verder beweegt hij zich ook op dit terrein pijnlijk onhandig. Op het eerste gezicht zou de erkenning van het pluralisme, aangekondigd op 29 januari, het gras van voor de voeten van de rebellen hebben moeten wegmaaien, aangezien die in hun zone geen partijactiviteiten dulden. Maar Kabila koppelt er zulke extravagante voorwaarden aan vast, dat de belangrijkste politici en hun formaties zich in de praktijk buitenspel weten. Kortom, Congo lag er nog nooit zo zwak bij, en een stabilisatie zit er de eerste tijd beslist niet in. Want zelfs al zouden de rebellen het halen of al zouden alle strijdende partijen het eens raken: de etnische haat die Kabila en zijn omgeving hebben losgelaten (ze noemden Tutsi's "ongedierte") kan niet meer ingetrokken worden.Op veel internationale steun hoeft Kabila niet meer te rekenen. Dat hij zijn lot verbindt aan de gewezen Forces Armées Rwandaises kan hem zuur opbreken. Washington en Londen zijn niet geneigd om de moord op acht toeristen (vier Britten, twee Amerikanen, twee Nieuw-Zeelanders) door de vingers te zien. De acht werden op één maart door Rwandese Hutu-rebellen omgebracht. Bovendien flirt Kabila met Libië en Sudan, volgens het Westen twee terroristische staten. Ook dat zal hem straks niet populairder gemaakt hebben. François Misser