1. WAAR GAAT HET OVER?

In maart 2011 sloegen de vonken van de Arabische Lente over naar Syrië. Veiligheidstroepen schoten een groepje jongeren dood omdat ze revolutionaire leuzen op de muur van een school hadden geschreven. Het was de spreekwoordelijke druppel. In de hoofdstad Damascus trokken duizenden mensen de straat op om hun onvrede over het regime van president Bashar al-Assad te ventileren. De revolutie was begonnen. Al snel werd duidelijk dat Assad niet van plan was om op te stappen. Integendeel, de demonstraties werden met grof geweld uiteengeslagen. Talloze demonstranten werden gearresteerd, verwond of gedood. Waarop de oppositie zich begon te bewapenen. En zo mondde de revolutie uit in een burgeroorlog.
...

In maart 2011 sloegen de vonken van de Arabische Lente over naar Syrië. Veiligheidstroepen schoten een groepje jongeren dood omdat ze revolutionaire leuzen op de muur van een school hadden geschreven. Het was de spreekwoordelijke druppel. In de hoofdstad Damascus trokken duizenden mensen de straat op om hun onvrede over het regime van president Bashar al-Assad te ventileren. De revolutie was begonnen. Al snel werd duidelijk dat Assad niet van plan was om op te stappen. Integendeel, de demonstraties werden met grof geweld uiteengeslagen. Talloze demonstranten werden gearresteerd, verwond of gedood. Waarop de oppositie zich begon te bewapenen. En zo mondde de revolutie uit in een burgeroorlog. Vijfenhalf jaar later is die oorlog uitgedraaid op een complexe strijd met een totaal versplinterde oppositie; een president die koste wat kost weigert op te geven; militaire inmenging vanuit het buitenland, zonder concreet resultaat; en daarbovenop de Islamitische Staat, die zijn kalifaat onder meer in Syrië wil vestigen. Het conflict is zo verstrikt geraakt in sektarische, etnische en politieke verschillen dat het einde nog lang niet in zicht lijkt. Volgens cijfers van de Verenigde Naties had de strijd tot april dit jaar al zeker 400.000 levens gekost; inmiddels is dat getal alweer veel hoger opgelopen. Het aantal geregistreerde vluchtelingen bedraagt meer dan 4,8 miljoen. In Syrië zelf zou de burgeroorlog 6,6 miljoen mensen van huis en haard verjaagd hebben. De familie Assad is alawitisch, een afsplitsing van de sjiitische islam. Ook de meerderheid die hem steunt - of onder druk staat om dat te doen - bestaat uit alawieten. De geloofsgroepering kwam aan de macht tijdens de stichting van de Baathpartij in Syrië (1966) en breidde haar invloed uit na de staatsgreep (1970) van Hafez al-Assad, vader van Bashar. Voor de oorlog uitbrak bestond zo'n 12 procent van de bevolking uit alawieten. De meerderheid is soenniet. In het begin van de burgeroorlog speelde de strijd zich af tussen gematigde rebellen en de overheid. De rebellen wilden het regime omverwerpen. Inmiddels heeft de strijd vooral een sektarisch karakter aangenomen: alawieten tegen soennieten en vice versa. Sinds september 2015 krijgt Assad actieve militaire steun van Rusland, dat van oudsher goede banden heeft met Syrië en die vooral om geopolitieke redenen wil behouden. De Russen voeren hoofdzakelijk luchtbombardementen uit, maar hebben ook grondtroepen in het land. Ook het sjiitische Iran is bondgenoot van de president en heeft strijders gestuurd. Vooral om sektarische redenen: de oppositie in Syrië is grotendeels soennitisch en wordt gesteund door Irans aartsvijand Saudi-Arabië, dat ook soennitisch is. Mocht de Syrische oppositie Assad verslaan, dan vreest Iran voor een soennitische overmacht in het Midden-Oosten. Verder actief op Syrisch grondgebied, aan de zijde van Assad: de Libanese Hezbollah en verschillende sjiitische milities, vooral uit Irak en Afghanistan. Die bestond in het begin van de oorlog uit seculiere en religieuze rebellen. Vandaag gaat het om honderden groeperingen. Gematigde, religieuze en radicale. De grootste oppositiegroeperingen die op dit moment meespelen zijn: het gematigde Vrije Syrische Leger, onder meer gesteund door de Verenigde Staten, Saudi-Arabië en Turkije; het radicale Ahrar al-Sham, gesteund door Saudi-Arabië en Turkije; en het nóg extremere Jabhat al-Nusra, dat zich eind juli officieel van Al-Qaeda afscheurde en zich nu Jabhat Fatah al-Sham noemt. De Volksbeschermingseenheden of YPG, de militaire tak van de Syrische Koerden, hebben vanaf het begin van de oorlog een eigen positie ingenomen. Ze hebben hun eigen gebied in Noord-Syrië veroverd en beschermen het met man en macht. In 2013 verscheen ISIS op het strijdtoneel, vandaag bekend als de IS. Doel: een kalifaat stichten. Met de sharia als religieuze en wetgevende macht. Het regeringsleger en zijn bondgenoten vechten in de eerste plaats om de door de rebellen bezette gebieden te heroveren. De hevigste strijd woedt in Aleppo. De oppositie heeft het oosten van de stad in handen, de regering het westen. Vóór de oorlog telde Aleppo meer dan 2,3 miljoen inwoners; in het door rebellen bezette gebied zouden nog zo'n 250.000 burgers wonen. Een maand geleden was Aleppo zo goed als omsingeld door regeringstroepen. Sindsdien forceerden de rebellen een doorbraak in het zuiden van de stad, vlak bij de militaire basis Ramousah. De strijd om de basis woedt volop. Officieel steunen de Russen Syrië om de IS en 'andere terreurgroeperingen' te verslaan. In de praktijk bombardeert Rusland éérst door de rebellen bezette gebieden. Dan pas is de IS aan de beurt. Sinds vorige week bombarderen Syrische gevechtsvliegtuigen ook Al-Hasakah, de Koerdische stad in het noordoosten van het land. De voorbije vijf jaar is de Syrische overheid aanwezig gebleven in sommige wijken van Hasakah. Net als in de rest van het land lieten overheid en Koerden elkaar meestal met rust, omdat hun belangen elkaar niet in de weg stonden. Maar vorige week zouden de Volksbeschermingseenheden naar de regeringsgezinde buurten opgerukt zijn. Waarna gevechten met het regeringsleger uitbraken. De VS dreigt ermee gevechtsvliegtuigen naar Hasakah te sturen om hun eigen Special Forces te beschermen die zich 'vlak bij' de plaatsen ophouden waarop de regering bombardementen uitvoert. Omdat de Russische luchtmacht ook actief is in het gebied, kan dat de al gespannen verhouding tussen Amerika en Rusland nog meer op de spits drijven. De oppositie is hopeloos verdeeld. Gematigde groeperingen strijden afwisselend mét en tégen extreme milities. Meestal is macht de inzet: wie is de sterkste op het terrein? Groeperingen als Ahrar al-Sham strijden mee om Assad omver te werpen, maar verschillen ideologisch niet veel met de IS: ook zij willen een islamitische staat onder de sharia. Hetzelfde geldt voor Jabhat Fatah al-Sham. In se behouden ze allemaal dezelfde principes als Al-Qaeda. De succesvolste groepering tegen de IS zijn de SDF, de Syrische Democratische Strijdkrachten. Dat is een coalitie van hoofdzakelijk Koerden met Arabische, christelijke en Turkmeense groeperingen. De SDF bevrijdden half augustus de strategisch belangrijke stad Manbij, in het noorden van Syrië, uit de handen van de IS. De VS leidt de coalitie in Syrië. Directe of indirecte steun krijgen de Amerikanen van Frankrijk, Engeland, België, Nederland, Duitsland, Denemarken, Saudi-Arabië, Qatar, Turkije, Israël, Australië, Canada, Bahrein, de Verenigde Arabische Emiraten, Marokko en Jordanië. Moeilijk te zeggen. Soms is de oppositie de sterkste, dan weer hebben de regeringstroepen het overwicht. Alles wijst erop dat het regime zal doorgaan tot Aleppo heroverd is. De oppositie heeft de voorbije weken veel wapens gekregen, maar de vraag is of ze het daarmee kunnen volhouden. De recente aanvallen van de regeringstroepen op Hasakah kunnen erop wijzen dat Syrië toenadering tot Turkije zoekt. Officieel kiest Ankara, zoals hierboven aangestipt, de kant van de oppositie. Maar sinds de Koerden almaar meer eigen terrein winnen in het noorden, wordt de angst van de Turken voor een sterke Koerdische positie groter dan hun afkeer van Assad. Ook Syriës hernieuwde relatie met Rusland speelt een rol in de Turkse houding. Ankara heeft lang op één lijn gestaan met de oppositie, die alleen wil onderhandelen als Assad meteen opstapt. Vorige week stelde premier Binali Yildirim die positie bij: in de toekomst moet de president wel zijn biezen pakken, zei hij, maar tot nader order mag hij aanblijven als interim-leider. 'Het regime kan niet verliezen en de oppositie kan niet winnen', klinkt het weleens. Maar in praktijk hangt veel af van de steun die de strijdende partijen krijgen. Turkije zou weleens de game changer kunnen worden. Als Erdogan zijn steun aan de rebellen opzegt, stopt ook de wapentoevoer via de Turkse grens. Dat zou een grote klap voor de oppositie zijn. Vaststaat dat de IS terrein verliest in Syrië. Vandaag kunnen ze nog bogen op een oppervlakte van 15.000 tot 20.000 vierkante kilometer. Dat is ongeveer een kwart van het gebied dat ze in den beginne controleerden. DOOR JOANIE DE RIJKETurkije zou weleens de game changer kunnen worden in het conflict.