De handelaar in souvenirs wijst het Amerikaanse echtpaar (er is een invasie van Amerikaanse echtparen) tot waar het water telkens kwam, hoewel zijn winkel hoger ligt dan het San Marco-plein. Het is kurkdroog en de temperatuur bedraagt vijfendertig graden, maar op de avond van de tiende juni rijst in het midden van San Marco ineens een plas water uit de grond, en een paar uur later is hij alweer verdwenen. De plannen van Venetië om de chronische overstromingskwaal in te dijken, worden duidelijk geafficheerd, maar de stemming onder de bewoners blijft zorgelijk. Het internationale legioen dat de vooropening van de 50e Biënnale (te zien tot 2.11) bijwoont, klaagt slechts over de hitte die de zo van kleuren, vloei en reflecties verzadigde stad in een verzengende gloed zet. In de nacht treedt geen verkoeling op. De lichte bries over het Canal Grande waait amper buiten de oevers. In de zintuiglijk prikkelendste stad van Europa laten de mensen nu meer dan ooit hun lijf en emoties de vrije loop. Op de Brug der Zuchten 's avonds maken stralende ogen constant contact met andere stralende ogen.
...

De handelaar in souvenirs wijst het Amerikaanse echtpaar (er is een invasie van Amerikaanse echtparen) tot waar het water telkens kwam, hoewel zijn winkel hoger ligt dan het San Marco-plein. Het is kurkdroog en de temperatuur bedraagt vijfendertig graden, maar op de avond van de tiende juni rijst in het midden van San Marco ineens een plas water uit de grond, en een paar uur later is hij alweer verdwenen. De plannen van Venetië om de chronische overstromingskwaal in te dijken, worden duidelijk geafficheerd, maar de stemming onder de bewoners blijft zorgelijk. Het internationale legioen dat de vooropening van de 50e Biënnale (te zien tot 2.11) bijwoont, klaagt slechts over de hitte die de zo van kleuren, vloei en reflecties verzadigde stad in een verzengende gloed zet. In de nacht treedt geen verkoeling op. De lichte bries over het Canal Grande waait amper buiten de oevers. In de zintuiglijk prikkelendste stad van Europa laten de mensen nu meer dan ooit hun lijf en emoties de vrije loop. Op de Brug der Zuchten 's avonds maken stralende ogen constant contact met andere stralende ogen. Overdag kunst kijken is minder natuurlijk, in de Giardini hangt meer volk buiten dan binnen de nationale paviljoenen. Maar alvast in het Britse paviljoen zorgt het tropenweer voor de bliksemsnelle ontlading van een krachtig visioen. (Waar het gros der kenners van hedendaagse kunst met afgrijzen op rea- geert.) De Afro-Britse schilder Chris Ofili en architect David Adjaye herschiepen het gebouw tot een drieledige jungleoven met voltapijt, bestaande uit een rode en een groene ruimte aan de zijkanten en een zwarte ruimte in het midden. Onder de centrale bovenlichtkoepel brachten ze een caleidoscopische sculptuur met groene, rode en zwarte glaspanelen aan, wat het paviljoen in een donker licht dompelt. In deze broeierige sfeer installeerde Ofili vijf grote schilderijen op pootjes van olifantenmest. Geschilderd in groen, rood en zwart stellen ze een ideaal liefdespaar voor dat een tropisch paradijs voor zich alleen heeft. Hoekige vlakken en scherp gesneden lijnen wisselen af met slingerende elementen. Terwijl de voorstelling vlak geschilderd is, gaat er toch een mysterieuze diepte van uit. De sterrenhemel radieert naar alle kanten, en wordt in het midden samengehouden door een poef van olifantenmest. Over grote delen van de schilderijen is de gladde olieverftextuur verrijkt met kleine, gekleurde pins, als een geschubde huid. Afrika stroomt uit alle poriën. In dit aardse paradijs lijkt er op het eerste gezicht geen vuiltje aan de lucht. Maar in Afro Red Web kan het koppel wel verstikken in het dichte web, en in Afro Love and Envy krult een zwarte slang uit de palmboom, als een soort van evil onlooker. Hij zal de idylle - met wortels in de bijbel, in het Tahiti van Gauguin en het gefantaseerde oerwoud van Henri 'Le Douannier' Rousseau - niet ten gronde kunnen verstoren. Het genotsgevoel wordt versterkt door een spiegelend zwart kamerscherm met spiraalvormige kegelmotiefjes, mat oplichtend in de zwarte ruimte. Ofili's onvervalste fusie van kunst en decoratie (Art Deco) is ook draagster van een culturele symboliek, aangezien het toch duidelijk is dat de groen-rood-zwarte constellatie als een ode aan zwart Afrika bedoeld is, verwijzend naar de door Marvin Garvey ontworpen pan-Afrikaanse vlag. Aan de drie vlaggenstokken buiten wappert dan ook de Union Black, in hetzelfde geometrische patroon als de Union Jack. Dit is voor een keer het paviljoen van Zwart-Brittannië. Ook in het glanzend ingerichte Franse paviljoen laat de warmte zich uitstekend verdragen in de door Jean-Marc Bustamante opgeroepen sfeer van een Pavillon des Amazones, die mythische wezens die we grif in een oeroude jungle zien evolueren. Desondanks zien de vier op monumentale kleurenfoto's geportretteerde jonge amazones in transitoire, door mensenhand enigszins aangetaste landschappen eruit als sterke, moderne vrouwen die voor het leven gewapend zijn. De door Bus- tamante beoogde overeenstemming tussen figuur en landschap is geslaagd, alsook de plaatsing van de portretten in de vier hoeken van de Amazonezaal. Het centrum wordt ingenomen door een platform met pijlers die doorzichtige, alweer onbepaalde, organische vormen dragen. Het hele paviljoen is opgebouwd als een filmische beweging, vertrekkend vanuit een kleine zaal met een wazig licht, geschikt voor schemerachtige zeefdrukken op plexiglas, die een zowel schilderkunstige als fotografische kwaliteit hebben. De foto's, gelicht van het internet en digitaal behandeld, tonen trosjes jonge mensen in een nachtelijke omgeving met groenige boventonen. Bustamante wil er de sfeer van de fantastische film mee oproepen, en van nachtscènes, gefilmd door bewakingscamera's. 'We stellen een verlies van tijd en van ruimte vast,' zegt de kunstenaar, 'we weten niet in welke ruimte deze personages zich bewegen, noch tot welke tijd ze behoren. We weten zelfs niet of ze bestaan hebben. Deze wezens keren je de rug toe of fixeren je alsof je zelf van een andere wereld kwam.' Is het een verleiding of een valstrik, amazones in de kunstwereld te zien als onbestemde wezens die een deel van hun vrouwelijkheid geofferd hebben om de spectaculaire, in één oogopslag scorende beelden van de traditioneel als 'mannelijk' gecatalogeerde kunstenaar te lijf te gaan en om te buigen tot iets anders? Voor filosoof Thierry de Duve, wiens project verkozen werd om België te vertegenwoordigen op de Biënnale, is kunst altijd geslachtelijk, en hij selecteerde Sylvie Eyberg en Valérie Mannaerts om te tonen dat kunstenaars van het vrouwelijk geslacht treffende beelden voortbrengen die niettemin hun slagkracht ( force de frappe) verloren hebben. Zij brengen de euvele moed op om vooreerst niets te willen toevoegen aan alle bestaande gevisualiseerde beelden. Zij overwegen hun mogelijk hergebruik en dringen ze eventueel zo dicht mogelijk tegen de nulgraad van het zichtbare aan. Er is een idee, dat filosoof De Duve zeker moet fascineren, dat op dit punt van bijna-niets-meer wel eens het ontstaan der dingen kan worden waargenomen. Als het goed gedaan is, herstelt zich dan langzaam de verwonderde, onderzoekende blik - zo uitgeput door de beeldbombardementen elke dag. In het werk van Mannaerts bij- voorbeeld is het uitkijken naar het nadoen van de simpelste omtreklijnen tot er een verweesd figuurtje ontstaat, een paspopje, toe te voegen aan een stukje foto van een uitgeknipt gezicht of enig ander lichaamsdeel (al die handen). En dit nieuwe beeld in wording zien we nog eens gefotografeerd en opgaan in een lichtend vlak dat gaapt als een afgrond. (Extra wanneer het als dia op een scherm geprojecteerd wordt waar de schaduwen van de passanten er constant overheen lopen.) In de video's die ze in Venetië toont, noteert Valérie Mannaerts met primitieve verwondering de interactie tussen het concrete object - balletje, spiegel, blad papier - en de ruimte, de tijd en het licht die alle drie elementen van oneindigheid zijn. Het balletje rolt verder in een van de prachtige, grote, roze zeefdrukken van Sylvie Eyberg. Het is op een plein een eindje weggerold van een dame zonder bovenkant. Dit beeld, fragment van een ander dat ons onbekend blijft, zat ooit tussen allerminst opwindende foto's uit vergeelde magazines die Sylvie Eyberg opvielen door een vreemd detail, een sfeer. Die knipte ze uit en kleefde ze zorgvuldig in een boekje. Sommige achtte ze dan geschikt om te worden vergroot, in foto- of zeefdruk, zodat het vreemde detail en de sfeer het eigenlijke onderwerp van het nieuwe - grijs, geel of roze gerasterde - beeld vormen. Eyberg voorzag ze alle van een stukje tekst, in dezelfde typografie als die van het door haar gevonden en uitgeknipte fragment. Geplaatst in of onder het gezeefdrukte beeld, gaat het er een evidente, zij het mysterieuze band mee aan. Als het goed is, komt er een splinter poëzie vrij. Nous avons vu le soleil Le vent se lève Le temps se lève. De ontvankelijkheid van amazones! In het Padiglione Venezia achterin de Giardini, waar de laureaten van de Prijs van de Jonge Italiaanse Kunst ondergebracht zijn, volgt Carola Spa- dolini in haar als dvd op twee aanpalende schermen geprojecteerde videofilm Dio è Morto de moeizame gang van een vrouwelijk equivalent van de cowboy langs een bloedheet pad in een bar westernlandschap. Het lijkt of de cowgirl bloed verliest, en naarmate ze verder loopt, stroopt ze het ene kleding- stuk na het andere af. Maar telkens zit er nog wel een ander laagje onder. Het einde van de in een loop gemonteerde film (5') is eerder een korte pauze, en niet conclusief: cowgirl heeft moedig haar weg voortgezet, zonder zich van al haar hinderlijke bedekkingen te kunnen ontdoen. De zin van haar martelgang door het leven is haar niet duidelijk, aangezien God dood is, en dus aan alles dient getwijfeld, vooral aan de zekerheden waarin ze zich tot dusver gekleed heeft om zichzelf een rol aan te meten. De western lijkt haar de uitverkoren thuishaven voor eenzame zielen, zoals zij er een is. Sara Rossi verkiest haar Cocu Magnifique (video) eindeloos te laten dwalen in een Bruegeliaans winterlandschap. Zachtjes zwaait hij met een flakkerende toorts, een soort toverlantaarn in een open bol met gebogen ijzeren staafjes. Een bezorgd kijkende assistent volgt de dolende charlatan op enige afstand. Op een zeker ogenblik is de cocu ervan overtuigd dat hij voor een publiek staat en hij begint zijn magische kijkinstrumenten te demonstreren. Het wonderlijkste is een stereoscopisch masker waardoor men de werkelijkheid kan bekijken. Maar de defilerende beelden hebben een zeldzaam sprookjesachtig karakter. Of zijn het brokstukken van verkleurde herinneringen die een eigen leven zijn gaan leiden? Aan het eind van de demonstratie mag de cocu opnieuw aan zijn omzwervingen beginnen. De manieren waarop de amazones aan de realiteit weten te ontsnappen, wijzen zich als bijzonder gevarieerd uit. De in Teheran geboren Avish Khebrehzadeh, die uiteindelijk met de prijs van de jonge Italiaanse kunst ging lopen, prepareert grote vellen rijstpapier met olijfolie, pastel en potlood. Daarop projecteert ze dan bewegende tekeningen die tot korte sprookjes openbloeien, vederlicht en gedrenkt in pijn en poëzie. Van de man die in de video The Cow tegen een boom in het bos onderuitgezakt is, vinden twee meisjes: ' He looks like a shepherd who lost his sheep, or like a lover who lost his beloved.' En de koe waar het allemaal om te doen is, blijkt verdwenen, ' like a voice in the alley/like an aroma in the air/ like a shadow on the wall '. Voor de rest van ons leven zullen we ons de performance herinneren die Jana Sterbak zo'n tien jaar geleden gaf. Gekleed in een wit danspakje bewoog ze zich een eind boven de grond voort met een prothese: haar middel zat vastgesjord in een ijzeren hoepel die haar tegelijk tot verdediging diende en haar weerstand op de proef stelde. Tegen de menselijke begrenzingen blijven aanstoten, de gemakkelijke weg ontlopen, stond ook op haar programma voor het Canadees paviljoen dit jaar. In de geest van een ware pionier van het kijken, probeerde ze greep te krijgen op het blikveld van een hond. Op de kop van Stanley, een jonge Jack Russell, monteerde ze een microcamera. Een elektronische kit maakte de draadloze communicatie van signalen mogelijk. Sterbak nam het dier mee op tochtjes op het water, langs de autoweg en in een besneeuwd landschap. We onthielden twee momenten. Vanuit de auto op de boot kijken we, als het ware door de ogen van het dier, de kop radeloos heen en weer schuddend, naar een bord geen toegang voor honden terwijl baasje doodgemoedereerd wegloopt. En wanneer Stanley in de sneeuw plots een stekelvarken in de gaten krijgt, schudt hij onder luid geblaf hevig met de kop, wat onmiddellijk vertaald wordt in nerveus op en neer schokkende beelden. Een oefening in subjectieve cameravoering die in de annalen van de filmgeschiedenis opgenomen zal worden. Voor een veel onrustwekkender document van bewegende camera begeven we ons van de Giardini naar de Corderie van het Arsenale, in de tentoonstelling Clandestine van Francesco Bonami, artistiek directeur van de Biënnale. Vlak onder een camera, bevestigd op de arm van een kraan, op een paar meter boven de branding, hangt een vrouw te zieltogen, heen en weer slingerend op de beweging van de camera, als was ze de prooi van een grote mechanische vogel. (Een video van Aïda Ruilova) Onverhuld documentair en politiek geladen tentoonstellingen volgens de mode van de tijd, liet Bonami over aan een pléiade bekende curatoren (zie de website www.labiennale.org) en concentreerde zich zelf op autonome kunstwerken die, omdat ze moeilijk te etiketteren zijn en vaak tussen de plooien vallen, misschien inderdaad 'clandestien' kunnen worden genoemd. Van zijn internationale excursies bracht hij een rijke oogst mee naar Venetië. In alle disciplines deed hij ontdekkingen. De Amerikaanse sculpteur Hannah Greely met het beeld van een zuigeling, het hoofdje verzwolgen in de matrijs van een verstikkende anorak van zijn maatje. De Turkse schilder Hakan Gürsoytrak met rauwe, aangrijpende schilderijtjes in grijze tonen, her en der over de wereld verschopte migranten voorstellend. Waarom ze dan ook aan Manet en zijn Déjeuner sur l'herbe doen denken, is zijn geheim. De Japanse videaste Shizuka Yokomizo, die vier bejaarde pianistes elk Chopins wals in B-mineur liet spelen, en op een aanpalend scherm een roerloos beeld van hun respectieve leefomgeving laat zien. Yokomizo focust op de handen, hoe ze de impact van een lang leven verraden en vier verschillende, ongebroken temperamenten, die natuurlijk ook in hun interpretatie van Chopin tot uiting komen. (Kijk dit werk alstublieft helemaal uit.) Warm aanbevolen is eveneens Bonami's tentoonstelling in het Museo Correr op het San Marco-plein. Pittura/Painting, een overzicht van exemplarische werken van Robert Rauschenberg tot Takashi Murakami (1964-2003), is een picturaal feest waarop zich laat vaststellen hoe uniek het oude medium schilderkunst is, indien bedreven door schilders die er niet op uit zijn de oude meesters te herhalen, maar er de lessen uit trekken om onverschrokken de beeldvorming van hun eigen tijd uit de verf te slepen. Met 'dromen en conflicten', het hoofdthema waaronder Bonami de 50e Biënnale plaatste, doet ieder zo'n beetje wat hij wil. Alles en niets dus, waartoe zo'n dooddoener eigenlijk uitnodigt. Maar als hij bij een van de talloze tentoonstellingen past, dan wel op Where is our place? door de Russische kunstenaars Ilya en Emilia Kabakov in de Fondazione Querini Stampalia. Met het grote scenografische talent hem eigen, brengt Kabakov de bezoeker eer hij er erg in heeft in een staat van betovering en onttovering, veroorzaakt door een even messcherpe als verwarrende confrontatie met verschillende niveaus van plaats, schaal, tijd, cultuur en media. 'Is de tentoonstelling misschien boven?' vragen we ons af, oog in oog met de door Kabakov eigenhandig geborstelde onderkanten van werken in de verheven stijl van de 17e, 18e of 19e eeuw (!), die vlak onder het plafond aangebracht zijn. Zo ontstaat de indruk dat ze een verdieping hoger gewoon doorlopen. Temeer daar we ons naast de reusachtige onderkanten van een toeschouwend paar bevinden: hun gestalte boort zich door het plafond, zodat ze logischerwijs boven naar de schilderijen staan te kijken, die we vanaf onze plaats maar voor een deeltje zien. De verwarring groeit als we, aan de randen van de kamer, onder onze voeten landschappen onder glas opmerken, die we als lompe reuzen dreigen te vertrappelen. Ten prooi aan acute Gullivereske gewaarwordingen, worden we door een serie documentaire foto's uit de sovjettijd (en foto's uit films van dezelfde periode), voorzien van Engelstalige bijschriften met een volmaakt lyrisch karakter, finaal uit het lood geslagen. Zelf virtuoos manipulerend met beeld- en tekstniveaus maakt Kaba- kov ons bewust van het mechanisme van manipulatie, het re- latieve van beeldrealiteiten, en van de vraag waar we ons nu eigenlijk bevinden. 'De droom van de één is het conflict van de ander...' schreven vijf anonieme kunstenaars op hun met afvalhout van de Biënnalepaviljoens ineengetimmerde favelahut, aan de uiterste rand van de Giardini. Jan BraetWie is bang voor groen, rood en zwart?De western, uitverkoren thuishaven van eenzame zielen.