Pas op het laatste moment besloot François Hollande vorige week naar het Stade de France te komen voor de beslissende kwalificatiewedstrijd van het Franse voetbalelftal tegen Oekraïne. Hij komt die avond net terug van een loodzwaar driedaags staatsbezoek aan Israël en Palestina, waar hij de ogen van het thuisfront op zich gericht wist. Frankrijk herbergt de grootste Joodse en de grootste moslimgemeenschap van Europa.
...

Pas op het laatste moment besloot François Hollande vorige week naar het Stade de France te komen voor de beslissende kwalificatiewedstrijd van het Franse voetbalelftal tegen Oekraïne. Hij komt die avond net terug van een loodzwaar driedaags staatsbezoek aan Israël en Palestina, waar hij de ogen van het thuisfront op zich gericht wist. Frankrijk herbergt de grootste Joodse en de grootste moslimgemeenschap van Europa. Hij is voetballiefhebber, maar moet hij wel gaan? Hij dient er immers rekening mee te houden dat hij in de voetbaltempel onder de rook van Parijs kan worden uitgefloten door zijn landgenoten, zoals een groepje extremisten dat een week eerder deed op Wapenstilstandsdag. Bovendien is de kans groot dat Frankrijk zich niet zal plaatsen en hij kampt toch al zo met een loserimago. Zei hij ooit zelf niet in een interview met een voetbaltijdschrift dat zijn steun doorgaans weinig geluk brengt? 'Ik hou van FC Nantes en Guingamp, maar vanaf het moment dat ik me voor een club interesseer, begint de val.' Op de eretribune beseft Hollande al gauw dat hij zijn beslissing vandaag niet hoeft te betreuren. Fluitconcerten blijven uit en voor het eerst sinds lange tijd speelt Frankrijk goed voetbal. De blauwhemden scoren drie keer en houden het eigen doel schoon, wat na de twee-nulnederlaag in Kiev voldoende is voor deelname aan het wereldkampioenschap in Brazilië volgend jaar. Oude tijden herleven in het Stade de France. Even zijn de aanhoudende economische malaise en de almaar stijgende werkloosheid (bijna 11 procent) bijzaken. Et un, et deux, et trois-zéro, zingt het publiek, net als vijftien jaar geleden toen grootmacht Brazilië in hetzelfde stadion met dezelfde score van het veld werd geblazen. Het Frankrijk van Zinedine Zidane won toen de wereldtitel. Al voor de wedstrijd zei Hollande dat het Franse elftal kon winnen, zolang het als een hechte equipe zou opereren en in zichzelf bleef geloven. Na afloop is hij zichtbaar opgelucht: 'Overwinningen smaken juist op dit moment bijzonder zoet. Ze zeiden dat dit team zich niet zou kwalificeren, dat het onmogelijk was. Maar het is toch gelukt en dat geeft ons een voorbeeld.' Waarom hebben de voetballers het zichzelf toch zo moeilijk gemaakt, wil een verslaggever weten. Hollande: 'Dat is vaak het geval in Frankrijk. We nemen niet de kortste weg. Maar het belangrijkste is dat we er komen. (...) Mijn gedachten gaan uit naar alle Fransen die vanavond gelukkig zijn. Soms zijn er gelegenheden om boos te zijn, of bezorgd, maar vandaag moeten we genieten van de overwinning. Die is te danken aan het Franse team en aan de trainer. De trainer, die is belangrijk.' De verwijzing naar de politiek kon de kijkers van TF1, 's lands grootste tv-kanaal, moeilijk ontgaan: het land maakt roerige tijden door en is het vertrouwen in zichzelf en de president goeddeels kwijt. Maar als Frankrijk verenigd blijft en in zichzelf én de president blijft geloven, kunnen er mooie dingen gebeuren, luidde de boodschap. Eenmaal buiten het voetbalstadion moet de weerbarstige realiteit weer tot Hollande zijn doorgedrongen. Er broeit iets in de Franse samenleving, het lijkt soms wel een revolte. Niet meer dan 21 procent van de bevolking heeft volgens bureau Ipsos nog vertrouwen in het beleid van Hollande; driekwart heeft dat niet. Voorgangers als François Mitterrand, Jacques Chirac en Nicolas Sarkozy zijn in het verleden weliswaar ook in de valwinden van de politieke barometer terechtgekomen, maar nimmer maakte een president van de Vijfde Republiek (het staatsbestel sinds 1958) het zo bont als Hollande. Aangezien ook de verweesde rechtse partij UMP sinds het vertrek van Sarkozy in diepe crisis is beland, sluiten steeds minder Fransen het uit dat Marine Le Pen op een dag nog eens president van Frankrijk kan worden. De leider van het uiterst rechtse Front National geniet volgens diezelfde peilingen in elk geval meer vertrouwen dan Hollande, net als overigens de linkse extremist Jean-Luc Mélenchon. Zelfs de rechtse kemphanen Jean-François Copé en François Fillon, die al anderhalf jaar in een verbeten onderlinge strijd zijn om de opvolging van Sarkozy, kunnen op meer bijval rekenen. De spanning is niet alleen voelbaar in de 'paleizen van de Republiek', zoals de Fransen zeggen. Verspreid over het land zijn groepjes, merendeels rechtse burgers in opstand gekomen. Wie dacht dat links het monopolie heeft op (hardnekkig) protest in Frankrijk, komt dezer dagen bedrogen uit. In Bretagne zijn les bonnets rouges (de 'roodmutsen') met succes ten strijde getrokken tegen een milieubelasting op vrachtwagens, die de westelijke regio volgens de activisten bovenmatig treft. Hun naam verwijst naar een volksopstand tegen een belastingverhoging eind zeventiende eeuw onder Lodewijk de Veertiende, noodzakelijk om de oorlog tegen Holland te financieren. De president bond in en de belasting is voorlopig van tafel. De roodmutsen gaan echter door met hun acties, die onder meer bestaan uit het slopen van flitspalen, tot de heffing volledig in de prullenbak is beland. Eerder werd Hollande al geconfronteerd met andere antibelastingbewegingen, zoals de duiven (pigeons) en de kuikens (poussins). De duiven zijn ondernemers die vooral boos zijn over het voorstel om belasting op kapitaal gelijk te stellen aan inkomstenbelasting, waardoor bijvoorbeeld het doorverkopen van een succesvol bedrijf minder aantrekkelijk wordt. En de kuikens zijn zelfstandige ondernemers, die vrezen dat hun plannen door hoge lasten en een stroperige overheid al sneuvelen voordat hun ei kan worden uitgebroed. Ook zijn de tegenstanders van het homohuwelijk een half jaar na invoering van de wet nog steeds niet uitgedemonstreerd en vinden er acties plaats tegen een nieuwe indeling van de schoolweek in het basisonderwijs, waardoor de traditionele vrije woensdag op veel scholen zal vervallen. Op internet is bovendien een petitie begonnen voor een referendum om Hollande af te zetten. 'Hollande, je bent een schurk, een nietsnut, je moet vertrekken', staat in het begeleidende manifest. Op een beeltenis van de president staat 'dégage': rot op! De site claimt ruim 30.000 ondertekenaars. Gelukkig voor Hollande werken deze en andere bewegingen niet of nauwelijks samen en hebben ze onderling weinig raakvlak. De vergelijking die sommige analisten hebben gemaakt met de radicale Republikeinen van de goed georganiseerde Tea Party in de Verenigde Staten, is dan ook op zijn minst voorbarig. Maar Hollande heeft meer aan zijn hoofd. Waar de financieel-economische wereld een tijdlang bereid was hem te geloven, lijkt het geduld nu op. Keer op keer bleef hij beloven dat hij het begrotingstekort in 2013 terug zou brengen naar de Europese norm van drie procent, maar inmiddels verwacht de regering dat het op 4,1 procent zal uitkomen. Eurocommissaris van Economische Zaken Olli Rehn laat Frankrijk er redelijk makkelijk mee wegkomen en heeft de regering twee jaar gegeven om de norm wel te halen. Vooral Duitsland vreest echter dat het land daardoor weer onvoldoende actie zal ondernemen. Ook Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Eurogroep (het overlegorgaan van ministers van Financiën van de eurozone), is kritisch. 'Frankrijk moet meer doen. Dat weet het zelf ook', oordeelde hij. Een doorn in het oog van zijn critici is dat Hollande zijn queeste naar de benodigde miljarden vooral voortzet aan de inkomstenzijde, door nieuwe belastingen te creëren. Internationale instellingen, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Centrale Bank, hebben er herhaaldelijk op aangedrongen vooral ook te snijden in het overtollige overheidsvet. Volgens de nieuwswebsite Rue89 heeft hij in anderhalf jaar meer dan twintig nieuwe belastingen of verhogingen doorgevoerd, variërend van een nieuwe schijf voor inkomstenbelasting (45 procent) voor huishoudens die meer dan 150.000 euro per jaar verdienen tot een hogere vermogensbelasting en een accijnsverhoging op bier (160 procent) en tabak (20 cent per pakje). De structurele sociaaleconomische hervormingen, die volgens vriend en vijand nodig zijn om de staatsfinanciën op orde te brengen en de concurrentiepositie van Frankrijk te verbeteren, laten op zich wachten. Wel nam hij een maatregel die de gedeeltelijke terugkeer naar de pensioengerechtigde leeftijd van zestig jaar mogelijk maakte, die door Sarkozy juist naar tweeënzestig jaar was gebracht. Voorts was er vooral sprake van enige reformettes, zoals critici denigrerend zeggen: 'hervorminkjes'. Zo is de arbeidsmarkt iets flexibeler geworden en moeten Fransen vanaf 2020 langer doorwerken om recht te hebben op een volledig pensioen. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling schreef een vernietigend rapport over de Franse economie, die de competitie met het buitenland niet aankan als gevolg van de hoge lonen, daling van de kwaliteit van het onderwijs en de gebrekkige concurrentie in de dienstensector. Een dag eerder verlaagde Standard & Poor's de kredietstatus van Frankrijk van AA+ tot AA. Het land bevindt zich volgens de Amerikaanse kredietbeoordelaar in een benarde situatie, waarin de werkloosheid te hoog is om grondig te kunnen hervormen, maar tegelijkertijd zal de werkloosheid niet substantieel afnemen zonder die hervormingen. Hollande ziet vooralsnog echter geen aanleiding het roer om te gooien. Zelf claimt hij dat de hervormingen al zijn ingezet en dat het oordeel van S&P dus niet gerechtvaardigd is. Toen dezelfde instelling Frankrijk kort voor de presidentsverkiezingen van mei 2012 de drievoudige A-status ontnam, symboliseerde dat volgens Hollande het echec van het financiële beleid van Sarkozy. De huidige oppositie laat uiteraard niet na de bal terug te kaatsen. Hoe heeft Hollande, op het eerste gezicht een aimabele man, zich in anderhalf jaar zo onbemind weten te maken? Direct bij zijn verkiezingsoverwinning was duidelijk dat de voorkeur voor hem boven Sarkozy vooral een uiting van onvrede was over zijn voorganger en geen grootschalige steunbetuiging aan de linkse kandidaat. Hoezeer 'Sarko' de Fransen ook tegen zich in het harnas had gejaagd, hij verloor de verkiezing uiteindelijk maar nipt, met 48,4 procent van de stemmen. Tegen de verwachtingen in beleefde Hollande een korte periode van wittebroodsweken. Gedurende zijn eerste zomer aan de macht verlaagde de president zijn eigen salaris en dat van zijn ministers met dertig procent (terwijl Sarkozy zijn eigen salaris bij aanvang van zijn presidentschap juist aanzienlijk verhoogde) en hij benadrukte dat hij voortaan zou overleggen, daar waar Sarkozy alles zelf wilde doen. Toen hij bij zijn eerste optredens op internationale podia geen flater sloeg, was ook een deel van de rechtse kiezers bereid om hem de eerste maanden het voordeel van de twijfel te gunnen. Hollande overlegde en vergaderde, stelde een agenda op, vroeg om rapporten, maar schoof het 'echte werk' voor zich uit. En wellicht nog kwalijker: de beslissingen die hij nam, bleken niet onomkeerbaar. Niet alleen de eerdergenoemde milieubelasting ging van tafel, datzelfde lot was een drietal andere belastingen beschoren die te veel wrevel opwekten. Het pijnlijkste moment voor Hollande was waarschijnlijk de zogenoemde 'Leonarda-affaire', waarin een vijftienjarige Kosovaarse immigrante werd gearresteerd terwijl ze' met haar klasgenoten in de bus op schoolreisje was. Alle gezinsleden moesten terug naar Kosovo, maar na luid protest kondigde Hollande in een rechtstreekse televisietoespraak aan dat alleen Leonarda mocht terugkomen, zonder haar ouders. Hoon viel Hollande ten deel voor zijn Salomonsoordeel. Halfslachtige beslissingen en uitgestelde maatregelen bevestigen de voornaamste zorg die veel critici al uitten voordat Hollande het presidentschap bekleedde. Zijn partijgenoten herinneren zich hoe hij meer dan een decennium leiding gaf aan de Parti Socialiste (1997-2008). Het was een prestatie te noemen dat de slangenkuil vol persoonlijke vijandschappen en verschillende stromingen onder zijn voorzitterschap niet uit elkaar viel, maar van een overtuigende nieuwe visie of (na 2002) doelmatige oppositie was geen sprake. Hollande is een man van compromissen en syntheses, eigenschappen die in de Franse politiek doorgaans niet hoog worden aangeslagen. Zijn historisch diepe val is niet zozeer te wijten aan de beleidsmaatregelen die hij voorstaat, maar eerder aan het onvermogen waarmee hij die probeert te bewerkstelligen. Hij lijkt er zelf nauwelijks nog in te geloven. Zijn er dan - op een klinkende voetbaloverwinning na - helemaal geen lichtpuntjes meer voor Hollande? Eén notoire groep herrieschoppers houdt zich vooralsnog opmerkelijk kalm: de vakbonden. En anders dan de veelal rechtse ad-hocprotestgroepjes zijn zij wel uitstekend georganiseerd. Cynici kunnen makkelijk zeggen dat Hollande simpelweg te weinig heeft gedaan om de bonden de straat op te krijgen, maar dat is niet helemaal waar. Onder voorganger Sarkozy lokten hervormingen die niet veel meer omhanden hadden dan de réformettes van Hollande, wel protest uit. Daardoor gloort er een sprankje hoop aan de horizon. 'Ik sluit niet uit dat Hollande alsnog een Schröder-moment krijgt', zegt bijvoorbeeld de Duitse professor Ulrich Hege, verbonden aan de prestigieuze handelsschool Ecole des Hautes Etudes Commerciales (HEC) in Parijs. Hij verwijst daarmee naar de linkse bondskanselier Gerhard Schröder die tien jaar geleden een serie liberale maatregelen nam die ertoe bijdroegen dat de Duitse economie er nu beter voorstaat dan die van de meeste concurrenten. Hege: 'Links heeft op dat gebied meer speelruimte dan rechts, dat zie je ook in andere landen. Hollande heeft dat rapport van de OESO ook gezien en weet dat het noodzakelijk is in elk geval de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt te hervormen. Hij kan ervoor zorgen dat Frankrijk weer aansluiting vindt bij de rest van de wereld.' Is zo'n scenario haalbaar? Brede politieke samenwerking op regeringsniveau komt in het moderne Frankrijk zelden voor. Het dichtstbij komt een cohabitation, een bestuur dat bestaat uit een linkse president en een rechtse regering (of andersom). Die zou kunnen ontstaan als Hollande het parlement ontbindt en nieuwe verkiezingen organiseert, zoals de UMP wil. Maar de kans dat Hollande dat doet, wordt klein geacht. Waarschijnlijker is het dat hij de eveneens impopulaire premier, Jean-Marc Ayrault, en enkele belangrijke ministers vervangt, waardoor de regering nieuw elan moet krijgen. Ook zijn er speculaties dat Hollande bij zijn hervormingen gebruik kan maken van het favoriete instrument van De Gaulle: het referendum. Het risico is echter dat een dergelijke stemming zou veranderen in het referendum voor of tegen Hollande, zoals de ondertekenaars van de petitie graag willen. Verenigd blijven en in jezelf geloven: leek het landsbestuur maar iets meer op een voetbalwedstrijd, hoor je Hollande denken.DOOR OLIVIER VAN BEEMENDuiven, kuikens en roodmutsen protesteren tegen zijn beleid. Hollande lijkt er zelfs nauwelijks nog in te geloven. 'Ik sluit niet uit dat Hollande alsnog een Schröder-moment krijgt.'