Maart 2000. Op een top in Lissabon werden de staatshoofden en regeringsleiders van de toen nog vijftien lidstaten van de Europese Unie het eens om de Europese economie in het volgende decennium een grote sprong voorwaarts te laten maken. Het was in dat jaar van ongebreideld optimisme, bij de overgang van het ene millennium naar het andere. Europa zadelde zichzelf op met de verplichting om de Verenigde Staten tegen 2010 niet alleen bij te benen, maar ook achter zich te laten. De EU zou de grootste kenniseconomie van de wereld worden.
...

Maart 2000. Op een top in Lissabon werden de staatshoofden en regeringsleiders van de toen nog vijftien lidstaten van de Europese Unie het eens om de Europese economie in het volgende decennium een grote sprong voorwaarts te laten maken. Het was in dat jaar van ongebreideld optimisme, bij de overgang van het ene millennium naar het andere. Europa zadelde zichzelf op met de verplichting om de Verenigde Staten tegen 2010 niet alleen bij te benen, maar ook achter zich te laten. De EU zou de grootste kenniseconomie van de wereld worden. De Europese economie was en is ook aan vernieuwing toe. Ze moet nog altijd een antwoord vinden op de globalisering en op de vergrijzing van de bevolking. De strategie van Lissabon stelde dat hervormingen tot groei en grotere concurrentiekracht zouden leiden, maar altijd met respect voor het Europese sociale model en met het oog op een duurzame ontwikkeling. Toen de Europese economie na de euforie van het jaar 2000 snel begon te haperen, viel het hele project weer stil. Vooral Duitsland, de grootste economie van de Unie, krijgt de motor maar niet opnieuw aan de praat. Ondanks drastische maatregelen om de arbeidsmarkt soepeler te maken, telt de Bondsrepubliek een naoorlogs record-aantal werklozen. De voormalige Nederlandse premier Wim Kok werd om een tussenrapport gevraagd. Op basis daarvan zouden de staatshoofden en regeringsleiders dan in maart 2005, halverwege het hele Lissabonproces, een tussentijdse evaluatie maken. Daarvoor komen ze volgende week in Brussel bijeen. Wim Kok presenteerde zijn tekst in de herfst van vorig jaar op een ongelukkig moment: hij liep verloren in het tumult over de opvolging van Romano Prodi aan het hoofd van de Europese Commissie. Maar wat hij te zeggen had, vond uiteindelijk wel zijn weg. Het rapport was striemend. De belangrijkste doelstellingen van het Lissabonproces kunnen, volgens Kok, niet meer worden gehaald. En dat is in de eerste plaats een gevolg van het gebrek aan politieke wil in de verschillende Europese hoofdsteden. Zo stelde Lissabon tegen 2010 een tewerkstellingsgraad van 70 procent voorop. Europa zat in 2003 aan 63,4 procent. De Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, die nu de Unie voorzit, meent te weten hoe dat komt. 'We weten allemaal wat er moet gebeuren', zei hij. 'We weten alleen niet hoe we daarna de volgende verkiezingen moeten winnen.'Kok stelde een strategie voor die ging voor meer groei en meer banen. Hij botste daarmee op het verzet van de vakbonden en van de linkerzijde in het Europees parlement. Die vonden dat hij het debat verengde tot een strategie die helemaal op de interne markt is toegespitst. Hij kreeg het verwijt dat hij programma's van sociale cohesie en duurzame ontwikkeling te veel alleen maar als een kostfactor zag en te weinig als een element dat ook de groei kan stimuleren. Dat is overigens ook de mening van hoofdredacteur John Palmer van het prestigieuze European Policy Center in Brussel. 'Er wordt vaak gezegd dat het Europese economische en sociale model er de voorbije tien jaar niet in geslaagd is om zich aan de nieuwe, globale markt aan te passen', schreef hij onlangs. 'Maar niet zolang geleden gold het Rijnlandmodel nog als een voorbeeld van een succesvolle economische en sociale ontwikkeling. Het moet ook nog blijken hoe het met de VS en China verder gaat. Amerika heeft de voorbije jaren een diepe put in zijn begroting gegraven en kampt met een enorm handelstekort. China moet nog altijd de stap naar de democratie zetten. Als het dat niet doet, kan het de huidige ontwikkeling niet volhouden.' Palmer waarschuwt ervoor dat de economische malaise in Europa een cynisme voedt dat zich tegen de politiek keert, en straks misschien tegen het democratische proces zelf. Zoals verwacht, werd Commissievoorzitter Jose Manuel Barroso daarna in het Europees parlement vijandig ontvangen, toen hij er de voorstellen van de Commissie over Lissabon presenteerde. De linkerzijde heeft weinig vertrouwen in de Portugees. Ze heeft de indruk dat hij alleen werk wil maken van de markteconomische pijler van het Lissabonproces, ten koste van de twee andere pijlers - het Europese sociale model en het milieu. Bovendien leeft de vrees dat Barroso het oor te veel naar de wensen van de grote landen laat hangen en dat hij het hele Europese project op die manier ondermijnt. Hij kreeg uiteindelijk toch groen licht. Als het van de Commissie afhangt, staat Lissabon de komende vijf jaar bovenaan de Europese agenda. 'Ik heb drie kinderen en ik zie ze alledrie even graag', verdedigde Barroso zich. 'Maar als er één ziek is, spreekt het vanzelf dat die de meeste aandacht krijgt.' Hij bedoelde dat er eerst aan groei en banen zal worden gewerkt en dat de arbeidsmarkt dynamischer moet worden, maar zonder dat er aan sociale afbraak wordt gedaan. Voor de socialisten is het eenvoudig: als dat gebeurt, is het met Lissabon ook meteen afgelopen. H.v.H.