Kamiel Vanhole was de schrijver met het kleinste ego en de grootste empathie in de Vlaamse literatuur. Hij wou eerst en vooral een intelligent cameraoog zijn. Wie echt met woorden wil fixeren wat er te zien valt, kan dat maar beter traag doen. Vandaar dat Vanhole bij voorkeur al wandelend de dingen groette. Lang voor er van onthaasting sprake was, gebruikte Vanhole zijn flanerende strategie om beter te leren kijken. Hij hanteerde daarbij een tedere blik die de werkelijkheid voor zichzelf liet spreken. Het was dus geen toeval dat Vanhole als Camille Vanhole werd geboren, met een vrouwelijk klinkende voornaam van Franse origine. Hij bezat inderdaad de gave om zich in andere mensen en situaties in te leven zonder daarom de kritische distantie helemaal op te geven. 'Zwarte aarde', zi...

Kamiel Vanhole was de schrijver met het kleinste ego en de grootste empathie in de Vlaamse literatuur. Hij wou eerst en vooral een intelligent cameraoog zijn. Wie echt met woorden wil fixeren wat er te zien valt, kan dat maar beter traag doen. Vandaar dat Vanhole bij voorkeur al wandelend de dingen groette. Lang voor er van onthaasting sprake was, gebruikte Vanhole zijn flanerende strategie om beter te leren kijken. Hij hanteerde daarbij een tedere blik die de werkelijkheid voor zichzelf liet spreken. Het was dus geen toeval dat Vanhole als Camille Vanhole werd geboren, met een vrouwelijk klinkende voornaam van Franse origine. Hij bezat inderdaad de gave om zich in andere mensen en situaties in te leven zonder daarom de kritische distantie helemaal op te geven. 'Zwarte aarde', zijn debuutverhaal in Het Nieuw Wereldtijdschrift van boezemvriend Herman de Coninck, was een pareltje. Het werd later opgenomen in Een demon in Brussel (1990), Vanholes schrijversdebuut. In het zog van Vincent van Gogh stapte Vanhole naar de Borinage waar zijn voorouders nog als mijnwerkersin de zwarte aarde hadden gewroet. Vanhole zette met deze debuutbundel het Angelsaksische genre van de reisreportage in Vlaanderen eindelijk op de kaart. Achttien jaar later knoopte Vanhole met De spoorzoeker (2008) aan bij zijn debuut. In dit laatste boek ging Vanhole op reis door het literaire verleden van Europa, zoals het in de ondertitel heet. Als een erudiete indiaan snuift hij in twaalf portretten de geur op van zijn lievelingsschrijvers. Hij volgt er Max Frisch in Zürich, Bruno Schulz in Galicië, Georges Perec in Parijs en Mordecai Richler in Montreal. Maar hij begint zijn literaire uitstappen met een heuse apologie voor de verlichte Europese beschaving van woord en wederwoord die hem als schrijver zo dierbaar was. In een meesterlijke parabel beschrijft prinses Europa zelf hoe ze van 'Tyrreense slet' tot symbool voor de intellectuele Grieks-joods-christelijke traditie is uitgegroeid. Europos staat letterlijk, aldus Vanhole, voor 'ruim', 'wijd' - en ruimdenkend wou hijzelf ook door het leven gaan. Vanhole was immers een geëngageerd schrijver die vond dat hij stelling moest nemen in het maatschappelijke debat zonder daarom expliciet op de barricades te klauteren. Een enkele keer deed hij dat wel, zoals bij de doorbraak van het Vlaams Blok. In Over de voorrang van rechts (1993), een briefwisseling met dichter Charles Ducal, vroeg hij zich toen af hoe het zover was kunnen komen. Onder de noemer Bomspotting stond hij mee aan de wieg van een schrijversvereniging die ijverde voor het weghalen van kernkoppen op de luchtmachtbasis van Kleine Brogel. Hij was ook in de weer als toneelschrijver. In De nacht van Margaretha (2000) bracht hij het leven en vooral het lijden van Margaretha van Oostenrijk op de bühne. In het driedelige Barbaroi (2002) ensceneerde hij de epische capriolen van de Arabische verbeeldingswereld. Daarnaast schreef hij diverse romans die personages volgden naar alle uithoeken van de wereld en die steevast ook Brussel aandeden. O Heer, waar zijn uw zijstraten? (2002) en Bea (2006) waren fantasievolle experimenten om de wereld te redden van te veel dierlijke ernst. Daarom allicht ook dat hij zo hield van het ongrijpbare Brussel, zijn hometown die hij steeds weer doorkruiste, alleen of met gelijkgezinden, zoals met Koen Peeters in Bellevue/ Schoonzicht, of de nieuwe kunst van het wandelen (1997). Vanhole is te vroeg gestopt met wandelen omdat longkanker hem fataal werd. In een laatste gesprek met Knack in maart 2008 had hij het nog over een volgend verhalenproject met zelfportretten vol twijfelende mensen die samen een waaier van stemmen moesten vormen, uit alle hoeken van de geschiedenis. Ondertussen verklapte hij niet weinig trots dat zijn oudste dochter Eva allicht in zijn voetsporen zou treden want hij had net een verhaal van haar gelezen dat veelbelovend was. Een nieuwe wandelaarster? Frank Hellemans