We leven goed in Vlaanderen, eten en drinken is er in overvloed en we kennen weinig of geen andere materiële tekorten. We plukken gretig de vruchten van de kapitalistische economie die ontzettend veel goederen en diensten weet voort te brengen. Zo op het eerste gezicht is er weinig reden om te klagen dat onze economie zich steeds meer op wereldschaal afspeelt en dat ze steeds vrijer haar gang mag gaan.
...

We leven goed in Vlaanderen, eten en drinken is er in overvloed en we kennen weinig of geen andere materiële tekorten. We plukken gretig de vruchten van de kapitalistische economie die ontzettend veel goederen en diensten weet voort te brengen. Zo op het eerste gezicht is er weinig reden om te klagen dat onze economie zich steeds meer op wereldschaal afspeelt en dat ze steeds vrijer haar gang mag gaan.Die wereldeconomie heeft haar eigen organisaties, trefpunten en hoogdagen. We hebben het dan over het Internationaal Monetair Fonds (IMF), over de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie, over topontmoetingen en jaarvergaderingen in Seattle, Praag of Parijs, over het jaarlijkse Wereld Economisch Forum in het mondaine Zwitserse Davos. Het is op die plaatsen dat in meestal heel besloten kring de wereldeconomie sinds enkele decennia een neoliberaal kleedje krijgt aangemeten. Zowat alle heil wordt verwacht van de vrije markt en van onbeperkte vrijhandel voor goederen en kapitaal. Maar die vrije, globale economie is niet alleen een succesverhaal. Er zijn nogal wat deficits, sociaal, ecologisch, democratisch. Steeds meer mensen belanden onder de armoedegrens, ze hebben geen werk, geen grond, geen inkomen. In bijna alle landen wordt de rijkdom ongelijker verdeeld dan tien jaar geleden. De ecologische ravages op onze planeet zijn onvoorstelbaar groot. En de besluitvorming over dat alles door multinationals, door enkele economisch zwaarwegende landen en door internationale organisaties verloopt veelal in het geheim en is heel ondemocratisch. Nogal wat mensen en organisaties zijn niet blij met de huidige vorm die de globalisering aanneemt en met het allesoverheersende vrijemarktdenken. Die onvrede over het huidige wereldsysteem rijpt al langer bij boerenbewegingen, milieugroepen, mensenrechtenactivisten, vakbonden, vrouwengroepen, kerken, niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties en kritische geesten.ANTIGLOBALISERINGSBEWEGINGSinds eind november 1999 is er echter sprake van een antiglobaliseringsbeweging. In het Amerikaanse Seattle komt dan de Wereldhandelsorganisatie samen. Op straat is er dagenlang een nooit gezien protest van vele duizenden actievoerders tegen de huidige globalisering, tegen een samenleving die economie en gewin centraal stelt en niet de mens en zijn omgeving. Dat protest houdt aan. We zien de actievoerders geregeld terug. Half april 2000 zijn ze present in Washington op de jaarlijkse bijeenkomst van het IMF en de Wereldbank. Eind juni is de trefplaats het Franse Millau waar de Franse boerenleider José Bové en medestanders terechtstaan wegens afbraak van een in aanbouw zijnde McDonald's, volgens hen het symbool bij uitstek van de gehate malbouffe, van de genetische wijziging van ons voedsel en van de globalisering die handel in eerlijk voedsel geen kans geeft. Begin september zien we ze in New York op de millenniumtop van de Verenigde Naties en eind september duiken ze - nu al bijna onvermijdelijk - in Praag weer op bij de vergadering van IMF en Wereldbank. Voor het eerst sinds de val van de Berlijnse Muur is er weer een actieve antikapitalistische beweging die in staat is om mensen te mobiliseren. Maar, komt daar ook echte verandering van? Anciens uit al langer bestaande organisaties durven met hun kritiek nog een stapje verder te gaan. Zij merken op dat dwarsliggen niet volstaat, dat die demonstranten wel weten waar ze tegen zijn maar niet waar ze dan wel voor zijn. Ze vinden dat de antiglobaliseringsbeweging duidelijk moet maken wat ze wil. Maar het gaat natuurlijk wel om een jonge beweging, die niet vertrekt van een communistisch manifest of een bijbel die er al ligt. Wie het zeker niet bij actie en protest alleen willen laten, zijn de deelnemers aan het Wereld Sociaal Forum in het Braziliaanse Porto Alegre. Zij willen er hun alternatieven voor het neoliberale marktmodel samenbrengen en op het publieke forum krijgen. De formule is geïnspireerd op het Wereld Economisch Forum dat al dertig jaar in het Zwitserse Davos wordt gehouden. Economische en politieke topfiguren - en velen die zich belangrijk genoeg voelen om erbij te zijn - proberen daar de krijtlijnen te trekken van de economische ontwikkeling van onze wereld. Dat is elk jaar een interessante oefening. Maar inhoudelijk willen de initiatiefnemers en promotoren van Porto Alegre een heel andere richting uit. Ze zijn van oordeel dat Davos veel te weinig oog heeft voor een sociale en economische politiek op mensenmaat, veel te weinig aandacht voor mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling. Zij vinden dat in Davos de economie voorrang krijgt op de mensen in plaats van in hun dienst te staan. En om zich als sociale tegenhanger te profileren zal het nieuwe Wereld Sociaal Forum elk jaar plaatshebben op hetzelfde ogenblik als Davos, voor het eerst dus van 25 tot 30 januari 2001. Wie naar de website www.worldsocialforum.org van het Forum surft, komt meer te weten over de bedoelingen. Het nieuwe forum ambieert een internationale ontmoetingsplaats te zijn voor ideeën en voorstellen rond economische alternatieven die ook mensenrechten, sociale rechtvaardigheid en duurzame ontwikkeling kunnen realiseren. Porto Alegre wil deze alternatieven verder uitwerken, wil er de aandacht van de internationale publieke opinie op vestigen en wil de kans bieden om allianties te smeden tussen sociale bewegingen, vakbonden en ngo's. LANDLOZE BOERENBoeiend is dat dit initiatief niet uit Europa of Noord-Amerika komt maar van de Braziliaanse Beweging van Landloze Boeren MST. Zo zijn er miljoenen in het land met de grootste ongelijkheid ter wereld. MST plaatst al vele jaren het probleem van de grondverdeling op de Braziliaanse politieke agenda, met honderden grondbezettingen waaraan honderdduizenden landlozen deelnemen. Daarvoor kreeg de beweging enkele jaren geleden de Koning Boudewijnprijs. Maar bij MST weten ze ook dat sommige problemen zoals genetisch gewijzigde gewassen of oneerlijke handel in landbouwproducten internationaal moeten worden aangepakt. En daarom besluiten ze het Wereld Sociaal Forum te creëren. Ze ontvangen meteen steun van Le Monde Diplomatique en vooral van zijn spreekbuis Ignacio Ramonet, die in zijn blad voortdurend de strijd aangaat met alle uitwassen van de huidige globalisering en de auteur is van een boek dat in het Nederlands de titel Globalisering en Chaos meekreeg. Ze willen dat in Porto Alegre niet de 'fatale consensus van het vrije marktdenken' heerst, maar menselijke antwoorden gezocht worden op de vraag hoe het met de wereld verder moet, zowel economisch, sociaal als politiek. Op de deelnemerslijst staat alvast heel wat volk verzameld dat interessante antwoorden kan formuleren. José Bové en Ignacio Ramonet zijn al genoemd. Enige bekendheid geniet hier ook de in België wonende Italiaan Riccardo Petrella en een heel oude bekende is Samir Amin uit Egypte. Ook de Ecuadoraanse indianenleider Blanca Chancoso, de Indonesische studentenleider Dita Sari, de Uruguayaanse auteur Eduardo Galeano, de Braziliaanse theoloog Leonardo Boff en de Oost-Timorese leider en Nobelprijswinnaar José Ramos Horta hebben hun medewerking toegezegd. Vanuit Vlaanderen stuurt 11.11.11. een forse delegatie van acht leden, de Franstalige tegenhanger CNCD, Oxfam België en het ACV sturen vertegenwoordigers, Nico Verhagen van de Europese alternatieve boerenorganisaties zal er zijn en Vredeseilanden-Coopibo steunt de aanwezigheid van een waarnemer.DUIDELIJKE KEUZEOp het Wereld Sociaal Forum worden vier grote thema's aangereikt. Allereerste thema is De productie van welvaart, waarin zeker ook het ecologische vraagstuk zit vervat. Tweede thema is Toegang tot welvaart met vanzelfsprekend het verdelingsvraagstuk tussen rijk en arm. Ten derde is er De civiele samenleving en de publieke ruimte, waar het onder andere zal gaan over de democratisering van internationale organisaties. En ten slotte is er Politieke macht en ethiek in een nieuwe samenleving, waaruit duidelijk de keuze blijkt dat de economie niet langer voorrang krijgt. Of Porto Alegre meer zal betekenen dan een inventaris van allerlei alternatieven zal moeten blijken. Persoonlijk zie ik een interessante parallel met hoe twintig jaar geleden een aantal mensen in Oost en West een ideaal deelden en jaarlijks bijeenkwamen in de Conventie voor Europese Kernontwapening. Zij wilden niet aanvaarden dat Europa voor altijd verdeeld zou blijven en dat er dwars door Duitsland een lijn zou blijven lopen waarlangs meer dan één miljoen mensen vechtensklaar gelegerd liggen. Tien jaar later was dat ideaal gerealiseerd en lijkt dat ene Europa vanzelfsprekend. Maar wie dat ideaal twintig jaar geleden koesterde, werd door de 'realisten' uitgespuwd. Nu koesteren mensen in Noord en Zuid het ideaal van een wereld waar de economie in dienst staat van de mens, van een wereld die duurzaam, democratisch en solidair is. Hun alternatief willen ze jaarlijks vorm geven in Porto Alegre en zo een duidelijke keuze aanbieden: snel kiezen voor de nieuwe idealen van een leefbare wereld of het conservatieve 'realisme' van de globale markteconomie laten winnen dat problemen veel te laat erkent en een meer menselijke wereld voortdurend afremt en tegenwerkt.De auteur schreef het boek 'Ik wil niet sterven aan de XXste eeuw. Over leven in de 21ste eeuw' en werkt nu aan een boek over Porto Alegre.Dirk Barrez