In een democratie is het volk soeverein. De wetten waaraan het zich onderwerpt, kunnen slechts opgelegd worden door een daartoe verkozen volksvertegenwoordiging. Geen enkele macht staat boven de volkswil. Het volk is 'almachtig'.
...

In een democratie is het volk soeverein. De wetten waaraan het zich onderwerpt, kunnen slechts opgelegd worden door een daartoe verkozen volksvertegenwoordiging. Geen enkele macht staat boven de volkswil. Het volk is 'almachtig'. Op dat principe bestaat één evidente uitzondering. Over de natuurwetten wordt niet gestemd. Ook in een perfecte democratie erkent het volk de natuur als een absolute en vanzelfsprekende macht boven zichzelf. De natuur legt regels op waartegen niemand zich kan verzetten. Over de wet van de zwaartekracht werd in het parlement nooit gestemd. Evenmin als over de snelheid van het licht. Over het moment van de opkomst van de zon werd nog nooit gedebatteerd. Zelfs niet door de eminenties in de Senaat. Men neemt kennis van de feiten en onderwerpt zich eraan. Er is geen andere keuze. Kennis van deze wetten danken we aan de wetenschappelijke waarneming. Na nauwkeurig te hebben gekeken hoe de dingen vallen, begreep Newton hoe de aarde haar aantrekkingskracht uitoefent en kon hij de universele wet van de zwaartekracht formuleren. Naar de mening van het volk vroeg hij daarbij niet; hij raadpleegde slechts de natuur. Geen enkel eventueel bezwaar, zelfs niet van de koning van Engeland, had een verschil kunnen uitmaken. Om de waarheid te kennen, onafhankelijk van de menselijke voorkeur, telt alleen wat de natuur zegt. En dus ook wat de wetenschap beweert die in haar naam spreekt. Op grond van de overeenstemming van haar inzichten met de gegevens die de waarneming oplevert, maakt de wetenschap aanspraak op het bezit van fundamentele waarheden. Zij kent de wetten waaraan alles in de wereld gehoorzaamt. Het oordeel van het publiek is verder irrelevant. Dat maakt de democratie gedeeltelijk tot een illusie. Het volk moet een autoriteit boven zichzelf erkennen: de natuur die optreedt in de gepersonifieerde gedaante van de geleerde die in haar mysteries is ingewijd. Wat de natuuronderzoeker tot wet verklaart, is wet voor iedereen. De dromer die vindt dat hij recht heeft op iets beters, plaatst zich buiten de werkelijkheid.Maar waarom zou dit alles afbreuk doen aan de democratie? De obligate waarheden van de wetenschap hebben slechts betrekking op een werkelijkheid waarop de menselijke wil toch geen vat heeft. De wetenschap stelt alleen maar vast hoe de wereld draait en onder welke voorwaarden leven mogelijk is, met of zonder instemming van de betrokkene. Of we van de zwaartekracht houden of niet, deze kracht bestaat, geeft alles zijn gewicht, en dat onweerlegbare feit maakt verder geen deel uit van het democratisch overleg. Door de wet van de zwaartekracht te formuleren, ontnam Newton niemand enige vrijheid maar verklaarde hij slechts hoe het komt dat we de vrijheid om te zweven nooit genoten hebben. Maar al kan de wetenschap slechts vaststellen wat al vastligt, de wetenschapsbeoefenaar beperkt zich niet noodzakelijk daartoe. Hij doet meer dan alleen de geconstateerde feiten opsommen; hij interpreteert ook, becommentarieert en legt uit, en dat alles met een gezag dat hij ontleent aan zijn kennis van de natuur. Al die opvattingen kunnen bovendien in de loop van de tijd aanzienlijk veranderen en zelfs in hun tegendeel omslaan. Vierentwintig eeuwen geleden schreef Aristoteles in zijn boek Over de Hemel: 'God en de natuur doen niets zonder zin'. Het was zijn overtuiging dat de natuur doelmatig georganiseerd is en dat alles wat leeft en beweegt op een zinvolle bestemming gericht is. Vandaag besluit de kosmoloog en Nobelprijswinnaar Steven Weinberg zijn boek The First Three Minutes met de bedenking: 'Naarmate we het heelal beter lijken te begrijpen, lijkt het ook zinlozer.' Natuurlijk zijn beide beweringen geen wetenschappelijke uitspraken, al waren zowel Aristoteles als Weinberg zeker de mening toegedaan dat hun opvattingen op wetenschappelijke inzichten steunen. Een wetenschap die haar beoefenaars dergelijke uitspraken ontlokt, doet echter méér dan alleen vaststellen hoe de wereld draait. Zij houdt op een neutrale observatie van de feiten te zijn en vormt oordelen over de waarde en het doel van het bestaan. Binnen een kosmos waarin niets zonder zin gebeurt, zoals Aristoteles aannam, heeft het menselijke bestaan een betekenis die het binnen een heelal waarin alles zich volgens blinde wetten voltrekt, niet kan hebben. Een cultuur waarin de eerste opvatting wordt gehuldigd, biedt hoopvoller perspectieven dan een samenleving waarin de andere gedachte overheerst.Welke concrete rol spelen dergelijke opvattingen dan in het leven en in de organisatie van de samenleving? Verminderen ontluisterende ideeën ook de zin van het leven? En daardoor misschien ook de zin in het leven? De bewustwording van de wetten waaraan het bestaan onderworpen is, heft in elk geval geen enkele vrijheid op (tenzij de denkbeeldige waarin we toch al te lang geloofd hebben). Maar gevoed door wetenschappelijke kennis duiken ook denkbeelden op die niet zonder invloed zijn op de manier waarop het leven wordt beleefd en de samenleving geregeerd. Aristoteles' geloof in het zinvolle leven heeft de westerse cultuur gebracht tot wat zij geworden is. Als Weinbergs zinloos heelal bezit neemt van het collectieve bewustzijn, hebben we de keuze tussen de intellectuele oneerlijkheid van een gewoon voortgezet leven, of de berustende beëindiging van alle inspanningen om dit troosteloze bestaan nog langer te rekken. Maar dat voorstel is op zichzelf oneerlijk, want de democratie is niet in staat het volk die keuze aan te bieden. Al heft de wetenschap de democratie evenmin op als de vrijheid, zij relativeert de mogelijkheden ervan wel. De democratische natie verklaart zich soeverein, meester van zichzelf, 'almachtig', maar dat verhindert niet dat zij boven zich de macht van een allesdominerende natuur moet erkennen. En die laat er geen twijfel over bestaan dat zij alles wat leeft, bezield heeft met de wil en de drang om voort te leven. Er is geen andere keuze in het leven dan te willen blijven leven.Gerard Bodifée