Als we het in België over 'het paleis' hebben, bedoelen we een centrum van macht en invloed waar maar twee soorten verhalen over worden verteld: de hiep-hiep-hiep! hoera!-verhalen van tv-programma's als Royalty, en de kritische benadering, want hoe zit dat nu eigenlijk met die macht en invloed?
...

Als we het in België over 'het paleis' hebben, bedoelen we een centrum van macht en invloed waar maar twee soorten verhalen over worden verteld: de hiep-hiep-hiep! hoera!-verhalen van tv-programma's als Royalty, en de kritische benadering, want hoe zit dat nu eigenlijk met die macht en invloed? Bij de laatste benadering zijn er twee standpunten mogelijk. De koning benoemt zijn medewerkers zelf. Die zijn alleen aan hem verantwoording verschuldigd en dat is niet normaal binnen een democratisch bestel. Of: de koning mag toch zelf zijn medewerkers kiezen. Dat is in dit land, waar rekening moet worden gehouden met de taalrol, met de politieke kleur en met filosofische gevoeligheden, toch al een beperkte vrijheid. Wie nog verder gaat, wil dat de koning voortaan gewoon lintjes knipt en dus alleen maar een goede secretaris of secretaresse nodig heeft om zijn agenda te regelen. Maar zoiets zeggen, veroorzaakt in dit land te veel politieke commotie. We vergeten daarbij voor het gemak dat de koninklijke medewerkers hun bestaan danken aan de grootste politieke schokken die ons land heeft gekend. Na de Eerste Wereldoorlog werd het algemeen enkelvoudig stemrecht (voor mannen) ingevoerd. Van toen af kende België échte partijen, die gaandeweg steeds machtiger werden, en - enkele uitzonderingen niet te na gesproken - coalitieregeringen. De koning zelf zat de ministerraden niet meer voor, dat was voortaan de taak van de premier. De koning boette dus aan macht in en voelde meteen de behoefte om goed geïnformeerde mensen rond zich te hebben. Mensen die hem konden informeren over de toestand in het land en over de werking van de regering. Een secretaris en een kabinetschef dus. Een tweede en grotere schok betekende de Tweede Wereldoorlog. En dit keer had de koning het aan zichzelf te danken. Leopold III, die geen groot democraat was, had verschillende keren de grondwet geschonden. Hij werd daar met veel overtuiging in bijgestaan door zijn entourage, die al evenzeer als hijzelf droomde van een koningschap dat niet ingeperkt zou worden door grondwet en wetten. De politici, gekozen vertegenwoordigers van het volk, zagen dat uiteraard anders. Terwijl de Koningskwestie zich nog volop aan het ontwikkelen was, schreef een Commission d'Avis in 1949 de regels neer voor de koning en zijn entourage. Voor wie tussen de regels kan lezen, komt dat ongeveer hierop neer: van politieke macht van de koning en dus van politieke interventies, kan geen sprake meer zijn, voortaan zijn de ministers de enige raadgevers van de koning. Maar, schrijven de geleerde heren: de ministers komen uiteraard uit politieke partijen en verkondigen hun partijstandpunt. De koning echter staat boven de partijen en hoewel hij niets kan doen zonder zijn ministers, heeft hij wel het recht om zelf een aantal medewerkers te benoemen, qui ne sont pas engagés dans les luttes politiques. De medewerkers zijn aan de koning verantwoording verschuldigd en alleen aan hem. Maar, zei de commissie van 1949, dat houdt wel in dat ze uitermate discreet moeten zijn, want alles wat ze zeggen en doen, kan worden geïnterpreteerd als de mening van de koning. En omdat de koning binnen ons bestel geen mening heeft, hebben de medewerkers die officieel ook niet. Vandaag heeft de koning ruim 130 medewerkers. Op de site van de monarchie komen hun namen niet voor, ook al worden de belangrijkste functies er netjes uitgelegd. Een aantal van die medewerkers zien we nooit. Vincent Pardoen, bijvoorbeeld, intendant van de Civiele Lijst, een militair die het bedrag beheert dat de koning jaarlijks krijgt. Of de chef van het Militaire Huis, generaal Guy Mertens. Onder hem staan tien vleugeladjudanten, die de koning vertegenwoordigen als hij er zelf niet kan zijn. Bij plechtige ontvangsten is de grootmaarschalk wél af en toe zichtbaar. Hij ontvangt de gasten aan de voordeur van het paleis. De huidige grootmaarschalk is Frank De Coninck, in een vroeger leven ambassadeur in Kinshasa, voor een Belgisch diplomaat een belangrijke post. En de meest discrete is tegelijk de meest bekende: Jacques van Ypersele de Strihou, kabinetschef van de koning en zeker de trouwste musketier van het kwartet. De man kreeg ontelbare bijnamen: 'Spirou' - vanwege zijn eeuwige glimlach -, de 'Belgische Raspoetin' omdat vermoed wordt dat hij net als de sinistere monnik een ongeoorloofd grote invloed heeft. 'Kardinaal van Kraainem', wegens zijn fervente geloof. Of nog: 'de onderkoning'. Geen enkele bijnaam bleef hangen, daarvoor is de man te discreet. En dus noemt iedereen hem 'van Yp'. Maar wie hij écht is, dat weet niemand. Daarom wordt elk verhaal over hem meteen geloofd. Zoals het gerucht dat hij zou klaarstaan om alles te verkopen en ergens in Zuid-Amerika aan ontwikkelingswerk te gaan doen. Van Yp ontkent zulke geruchten nooit. Net als de koning staat hij daarboven. Van Ypersele de Strihou werd geboren op sinterklaasdag 1936, en stamt uit een adellijke familie met connecties in de zakenwereld en de politiek. Hij staat bekend als een briljant academicus, was kabinetschef van verschillende ministers en sinds 1983 onafgebroken kabinetschef van de koning. Protocollair is Van Ypersele de Strihou de tweede man na de grootmaarschalk, maar iedereen weet dat hij de draaispil is van de entourage. Hij is immers de rechterhand van de koning en de schakel tussen koning en regering. Van Yp bepaalt onder meer wie door de koning ontvangen wordt, geen onbelangrijke taak in een land waar iedereen weet dat 'het paleis' grote invloed heeft. Invloed die altijd onrechtstreeks wordt aangewend. Zo krijgt, sinds het geval Marc Dutroux, geen enkele seksueel delinquent nog gratie, een discreet teken aan de rechterlijke macht. En de Koning Boudewijnstichting, nog steeds een bastion van oude adel, stuurt door haar (overigens uitstekende) rapporten discrete en minder discrete signalen uit. Die invloed van het paleis is vooral duidelijk na de verkiezingen. De koning benoemt de informateur en stuurt zo mee welke partijen in de regering komen. Elke politicus weet dat 'het paleis' bepaalt wie ministeriabel is. Wie bijvoorbeeld als té Vlaamsgezind wordt gezien, kan het wel schudden. Opvallend is dat koning Albert II zijn medewerkers niet eens zelf heeft benoemd, maar ze gewoon heeft geërfd van zijn broer. Dat verwekte in 1993 zelfs enige verwondering. Was Albert van plan om snel weg te gaan? De verklaring was dat de koning 'de continuïteit' wilde bewaren. En wie kon daar beter bij helpen dan Van Ypersele, die toen al tien jaar ervaring had als kabinetschef van koning Boudewijn? Juist dáár komt kritiek op. Een niet-gecontroleerde vertrouweling van de koning zit nu al jaren op dezelfde stoel. Hij heeft drie premiers zien komen en gaan, hij kent tientallen ministers en parlementsleden. Door zijn familiale connecties kan hij discreet aan touwtjes trekken. Hij heeft, zeggen historici, de koninklijke functie zelfs grondig gewijzigd. Onder zijn invloed veranderde koning Boudewijn van een apolitieke koning in een antipolitieke koning die zijn morele gezag stelde tegenover de corrupte politieke partijen. Hij werd daardoor ongemeen populair en permitteerde het zich zelfs om een wet niet te ondertekenen. Albert II ging op die populariteit door. De laatste jaren wordt trouwens de hele familie ingezet om de monarchie in de kijker te houden. Uit angst voor een verdere federalisering die uitloopt op een republiek België? Van Ypersele, een perfect tweetalige Franstalige, doet al jaren zijn uiterste best om de NV België bij elkaar te houden. Dat verklaart waarom veel politici vóór de verkiezingen gespierde taal spreken, maar een keer ze minister zijn alles doen om 'Vlaamse grieven' in forums en commissies weg te stoppen. Tenslotte wil elke politicus carrière maken en is een adellijke titel ook erg gegeerd. En ook dat wordt beslist door de d'Artagnan van het paleis. Nu al twintig jaar lang. Misjoe VerleyenJacques van Ypersele de Strihou doet al twintig jaar zijn best om de NV België bij elkaar te houden.