Traag rijdt de oude Lada door het hobbelige straatje op de Rozenheuvel, op de westelijke oever van de Donau in Boedapest. De Rozenheuvel is vanouds een villawijk, die van tussen het groen neerkijkt op de stroom en het drukke stadsgedeelte Pest aan de overkant. Tussen de Margaretabrug en de Kettingbrug ligt daar het prachtige parlementsgebouw aan de oever te blinken in de voorjaarszon.
...

Traag rijdt de oude Lada door het hobbelige straatje op de Rozenheuvel, op de westelijke oever van de Donau in Boedapest. De Rozenheuvel is vanouds een villawijk, die van tussen het groen neerkijkt op de stroom en het drukke stadsgedeelte Pest aan de overkant. Tussen de Margaretabrug en de Kettingbrug ligt daar het prachtige parlementsgebouw aan de oever te blinken in de voorjaarszon. "Kijk", zegt het meisje, terwijl ze de auto langzaam laat stoppen. "In dat huis woonde János Kádár zijn hele leven lang, tot aan zijn dood." Het is mei 1990 en ze klust wat bij door lui op bezoek de stad te tonen. Ze is al helemaal een jonge vrouw van de nieuwe tijd, maar ze wou echt die omweg over de Rozenheuvel maken om dat aftandse villaatje te laten zien - in tegenstelling tot de pronkerige residentie die op een pleintje verderop voor de, dan democratisch verkozen, eerste minister wordt opgetrokken. Die duidelijke blijk van genegenheid is vreemd. Omdat de geschiedenis vertelt hoe Kádár tijdens de opstand van 1956 de volksheld Imre Nagy een mes in de rug steekt. Het is een paradox, maar het is niet de enige in het verhaal. STALIN IS DE GROOTSTE HONGAARNiets wijst er in het midden van de jaren vijftig immers op dat Nagy en Kádár ooit zo tegenover elkaar zullen staan. Ze zijn op dat moment allebei oudgedienden van de communistische partij, met lange jaren van strijd achter de rug. Imre Nagy is op het einde van de Eerste Wereldoorlog krijgsgevangen in Rusland als daar de revolutie uitbreekt. Hij sluit zich aan bij het Rode Leger, blijft in Moskou hangen, krijgt er zijn opleiding en keert pas in 1945 in Boedapest terug. Kádár sluit zich eind de jaren twintig aan bij de illegale communistische partij in Hongarije, kent de ondergrondse en leidt het verzet tegen de fascisten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op het moment dat Nikita Chroestsjov begin 1956 op het XXste partijcongres in Moskou de wandaden van Stalin aan de kaak stelt en een begin maakt met de destalinisering, wordt Hongarije al enkele jaren met harde hand bestuurd door Mátyás Rákosi. Twee min of meer vrije verkiezingen na de oorlog leren de communisten dat ze het langs democratische weg nooit zullen halen. In 1948 trekken ze alle macht naar zich toe en installeren een terreurregime dat helemaal op de lijn zit van de Sovjet-Unie. Kardinaal Joszef Mindszenty wordt aangehouden omdat hij opkomt voor vrijheid van onderwijs. De russificatie van de samenleving grieft de Hongaren in hun nationale trots (cultuurminister Joszef Revái noemt Stalin de grootste... Hongaar uit de geschiedenis). De collectivisering van de landbouw trekt de traditionele draden stuk waarmee de agrarische economie aan elkaar hangt. Willekeurige schijnprocessen, zoals dat tegen de verzetsheld en communist Lászlo Rajk, houden de schrik er goed in. Ook János Kádár wordt op basis van valse beschuldigingen achter de tralies gezet. Omdat het dan toch opvalt dat het fout loopt in Hongarije, wordt Imre Nagy in 1953 door Moskou in de stoel van eerste minister gemanoeuvreerd. Zijn opdracht: proberen de landbouwhervormingen bij te sturen. Na twee jaar van strijd moet Nagy in 1955 de duimen leggen - maar niet nadat hij Kádár uit de cel heeft gehaald. Zijn verzet tegen de dictator Rákosi maakt Nagy wel razend populair: de Hongaren ontdekken in hem een medestander. Ondertussen neemt de internationale druk op Moskou toe om de teugels in zijn Oost-Europese satellietstaten toch een beetje te vieren. Daar dringt niet in de eerste plaats het Westen op aan. Vooral de Chinees Mao Zedong en de Joegoslavische maarschalk Tito vinden dat die landen meer de kans moeten krijgen om zelf hun weg naar het socialisme te zoeken. Hoever de sovjetbemoeienis wel gaat, illustreert dit: tijdens de Hongaarse opstand blijkt dat de Hongaarse ambassadeur bij de Verenigde Naties eigenlijk een Rus is. Tegen die achtergrond worden in Boedapest de gebeurtenissen in Polen in de vroege herfst van 1956 met argusogen gevolgd. Daar brengt de dissidente communist Wladislaw Gomulka met de steun van de intelligentsia een beweging op gang, die opkomt voor meer vrijheid. Tot verbazing van wie er zit op te kijken, geeft Chroestsjov toe. De sovjettroepen worden teruggetrokken en Gomulka krijgt de vrije hand. Moskou noch de Hongaarse partijleiding hebben voldoende in de gaten dat aan de Donau hetzelfde verlangen broeit. Alvast Tito waarschuwt het Kremlin daar nochtans herhaaldelijk voor. Rákosi is intussen wel aan de kant geschoven, maar vervangen door Ernest Gerö uit dezelfde stalinistische school en dus geen verbetering. Aangemoedigd door het Poolse succes sleutelt de Hongaarse schrijversbond aan teksten. Studenten van de technische hogeschool nemen het Poolse manifest over. Er lijkt weinig aan de hand, al die schrijvers en academici zijn tenslotte brave communisten en partijleden. Een terugkeer naar het kapitalisme wordt overigens ook daarna op geen enkel moment gevraagd.DE RUSSEN MOETEN HELPENOp 23 oktober loopt een betoging uit de hand. De opgekropte frustraties ontladen zich. Terwijl op één plaats in de stad het standbeeld van Stalin van zijn sokkel wordt gehaald, troepen studenten elders samen voor het radiogebouw met de vraag dat hun eisen door de zender zouden worden voorgelezen. Het gaat er daarbij in eerste instantie nog behoorlijk studentikoos toe: als ze niet in het gebouw binnen mogen, kruipen een paar jongelui langs de gevel omhoog naar het kantoor van de radiodirectrice. Die zet hen brutaal aan de deur, en de bende buiten dringt op. Er wordt om Nagy geroepen. Wie het eerste schot lost, is onduidelijk. Wellicht een soldaat van de geheime politie, de AVH, die zich bedreigd voelt en een student doodt met een traangasgranaat. Aan wapens komen, is voor de betogers geen probleem. Die halen ze in eerste instantie een straat verder, in de grote Kiliánkazerne, waar soldaten met de manifestanten sympathiseren. Enkele Hongaarse tanks die ter plaatse worden gestuurd om de rust te herstellen, worden geconfronteerd met jongeren met Hongaarse vlaggen en sluiten zich bij hen aan. Een dag later doet het hele politiekorps van Boedapest dat ook, uit haat voor de AVH die veel beter uitgerust en betaald wordt. Verontrust door de geruchten stuurt de minister van Defensie een kolonel uit zijn staf, Pál Maléter, met een tank ter plaatse om te gaan zien wat er precies gebeurt. Maléter rijdt zijn tank tot voor de ingang, en organiseert de kazerne tot een bolwerk van het verzet. In zijn kantoor in het parlementsgebouw geraakt partijleider Ernest Gerö intussen compleet in paniek. Ten einde raad ontbiedt hij Imre Nagy, maakt hem eerste minister maar staat niet toe dat Nagy via de radio oproept tot kalmte. In de plaats daarvan kondigt hij de krijgswet af en roept de Russische troepen ter hulp, die buiten Boedapest gelegerd zijn.ZEEP EN JAM ALS WAPENSWat volgt zijn enkele dagen van strijd en chaos. Sovjettanks schuiven de stad binnen, verbaasd over wat ze daar aantreffen. Niet zeker of ze op die mensen moeten schieten, of niet. Terwijl er in een straat wordt gevochten, wordt er in een andere verbroederd. Nog een straat verder gaat het leven zijn gewone gang. Echt georganiseerd geraken de Hongaren overigens nooit. Dat leidt dan tot situaties zoals deze. Wat jongens hebben een stuk geschut buit gemaakt, maar weten van geen kanten hoe ze daar moeten mee omspringen. Onder het vuur van enkele Russische tanks klampen ze een voorbijganger aan, die toevallig van bij de bakker komt om de hoek van waar hij woont. Even toevallig is die passant een gewezen legerofficier die met het brood onder de arm graag bereid is om de would be-strijders uit te leggen hoe hun kanon werkt en daarbij prompt een tank uitschakelt. Daarmee dwingt hij zoveel gezag af, dat hij meteen de leider wordt van de groep die in die wijk probeert de Russen te verdrijven. Op een plein hebben andere jongelui de hele voorraad zeep uit een warenhuis op straat uitgesmeerd, zodat de rupsbanden van de tanks geen grip krijgen op de stenen. Als die kolossen een keer stuurloos rondtollen, kruipen waaghalzen op de geschutskoepels en smeren het raampje van de bestuurder vol met jam. Molotovcocktails doen daarna de rest. Het is vechten met de wapens die men heeft. Dat Hongaarse studenten de guerrillatechnieken zo snel onder de knie hebben, mag trouwens niet verrassen. Ze hebben die trucs allemaal op schoolkamp geleerd, waar ze door hun leraars met Russische instructieboekjes op een invasie van tanks uit het... Westen zijn voorbereid. Op een ander moment kruipt een andere groep op de overkapping van een tunnel, langswaar een tankcolonne naar het centrum van de stad rijdt. De eerste springt op de tank, en trekt de koepel open. Een tweede mikt daar vervolgens een handgranaat in. Er worden zo acht tanks op rij onschadelijk gemaakt, voor de Russen door hebben wat er precies gebeurt. Intussen zijn de Hongarije-watchers van het Kremlin weer in Boedapest neergestreken. Mikhaïl Suslov en Anastas Mikoyan - toch niet van de minste - zijn er door Chroestsjov op uit gestuurd om poolshoogte te nemen en de zaak te redden. Enkele maanden eerder begingen ze de miskleun om Rákosi te vervangen door de net zo wereldvreemde Gerö. Dit keer trekken ze volop de kaart Nagy, toch een oude bekende. De gesprekken verlopen in de beste verstandhouding. Suslov en Mikoyan stellen Nagy een oplossing op zijn Pools voor. De Sovjet-Unie zal de Hongaarse souvereiniteit respecteren. De tanks zullen het land verlaten, Nagy mag een regering samenstellen zonder stalinisten. Het Kremlin rekent erop dat Nagy én Kádár de rust herstellen. Nagy belt Chroestsjov, die het scenario zijn zegen geeft. Hij zegt dat ook ambassadeur Joeri Andropov op de hoogte is van de afspraak. Andropov speelt een belangrijke rol in de verdere afwikkeling van de crisis. Hij wordt later hoofd van de KGB en in de jaren tachtig nog even partijleider. GA NIET VERDER!Terwijl Nagy de overeenkomst met de Sovjets via de radio bekendmaakt, zien de inwoners van Boedapest hoe de eerste tanks de stad verlaten. Daarmee hebben de Hongaren bereikt wat ze wilden, en misschien wel meer. De vraag is dan waarom het verder zo fout is gelopen. Daar zijn drie aanwijsbare redenen voor. De eerste is een zeer ernstig incident op het plein voor het parlement. Als het nieuws van de Russische terugtocht bekend wordt, stromen duizenden mensen daar samen in de hoop dat Imre Nagy er zal verschijnen. Enkele sovjettanks, die nog in de stad zijn, rijden Hongaarse strijders er zelf naartoe. Vanop een gebouw openen soldaten van de AVH, de geheime politie, plotseling met mitrailleurs het vuur op de massa. De tanks weten niet wat er gebeurt, en schieten blind terug. Er vallen honderden doden. Het is het begin van een dagenlange jacht op leden van de AVH, en tenslotte op alles wat met de partij te maken heeft en datgene waar ze voor staat. Een tweede reden heeft te maken met de manier waarop de opstand zich ondertussen ook buiten Boedapest heeft uitgebreid. In de fabrieken en in de steden zien overal zogenaamde revolutionaire en nationalistische raden het licht, die in de verwarring het bestuur in hun gebied overnemen en de lokale radiostations bezetten. Ze accepteren de nieuwe regering van Imre Nagy wel, maar niet van harte. Ze willen met hem verder onderhandelen over hun eigen eisenbundels. In de plaats van dat de rust terugkeert, wordt de chaos ook politiek almaar groter. Er groeit een druk verkeer tussen al die raden, in een poging om tot een gemeenschappelijk platform te komen - waardoor de teksten voortdurend radicaler worden. De Sovjets moeten niet alleen weg, ze moeten ook vernederd worden. Hongarije moet uit het pas opgerichte Warschaupact, het moet zich neutraal verklaren, er moeten vrije verkiezingen worden georganiseerd. Nagy is intussen door Gomulka en Tito gefeliciteerd voor wat hij heeft bereikt, maar tegelijk ook gewaarschuwd: ga niet verder. Hij onderhandelt zich suf, maar krijgt geen greep op de situatie. Om het contact tussen de regering en het volk te herstellen, kan hij niet anders dan een deel van de geformuleerde eisen tot de zijne maken. Waardoor hij, derde reden, langzaam wegdrijft van de centristen rond János Kádár, die hem tot dan voluit hebben gesteund.MINDSZENTY BEGRIJPT HET NIETHet Westen van zijn kant belijdt de Hongaarse zaak alleen verbale steun. De Amerikaanse president Dwight Eisenhower zegt met heel zijn hart bij de opstandelingen te zijn, maar laat zijn buitenlandminister John Foster Dulles ondertussen op het Kremlin het bericht bezorgen dat de VS niet zullen tussenkomen. Officieel heet het dat het Westen geen troepen kan sturen zonder het grondgebied van neutrale landen te schenden - Oostenrijk dus -, maar eigenlijk blijven de afspraken van Jalta heilig. Als Nagy hoort dat een Frans-Engels expeditieleger de aanval op Suez heeft ingezet, weet hij dat zijn zaak internationaal verloren is. Pogingen om nog gehoor te krijgen bij de Verenigde Naties lopen spaak. De internationale aandacht verschuift naar het Midden-Oosten. Het biedt Chroestsjov de kans om een nummer op te voeren ten gunste van de niet-gebonden landen - waarbij hij er zelfs mee dreigt om het atoomwapen te gebruiken. Hij zal Tito later vertellen dat hij dat bewust deed om de aandacht weg te houden van wat er ondertussen in Hongarije gebeurde. Wie niet versaagt, is de Amerikaanse propagandazender Radio Free Europe, die vooral in het westen van Hongarije druk wordt beluisterd. De Hongaarse uitzendingen van het station worden verzorgd door rechtse tegenstanders van het regime, die geen idee hebben van wat er in het land gebeurt. Toch wekken ze voortdurend de indruk dat er hulp uit het Westen onderweg is en zetten ze er de Hongaren toe aan om de Sovjets aan te vallen en te provoceren. Een Amerikaans onderzoek naar de rol die Radio Free Europe tijdens de opstand speelt, leidt ertoe dat het hele station daarna grondig wordt opgekuist. Maar de genadeslag krijgt Imre Nagy wellicht van kardinaal Mindszenty. De kardinaal is in de eerste dagen van de opstand uit zijn gevangenis bevrijd, heeft een blijde intocht in Boedapest gemaakt en laten weten dat hij een belangrijke toespraak zal houden over de toekomst van het land. Kringen rond de regering proberen Mindszenty ervan te overtuigen om toch maar zijn steun aan Nagy uit te spreken. De kardinaal weigert. Als hij spreekt, blijkt dat hij niet heeft begrepen wat er aan de hand is en gooit hij olie op het vuur. Want Moskou heeft ondertussen ook niet stilgezeten. De laatste tanks zijn het land niet uit, of er lopen geruchten dat tegelijk een enorme troepenmacht in het oosten van Hongarije de grens oversteekt. Die rukt langzaam op, bezet strategische kruispunten, spoorwegstations en vliegvelden. Terwijl het palaver met de revolutionaire raden in Boedapest voortduurt, sluit de kring zich rond de hoofdstad. In Moskou krijgt Nagy niemand meer aan de lijn. Andropov sust de premier: de troepen zijn er alleen om sovjetburgers veilig te evacueren - gezien de toestand. Nagy dreigt er dan toch mee om het Warschaupact te verlaten en Hongarije neutraal te verklaren; Andropov blijft sussen. Op 1 november komt het in het kantoor van de premier tot een hoogoplopende ruzie, waarbij zelfs Kádár de ambassadeur toeroept dat hij zich hoogstpersoonlijk voor de tanks zal werpen als die in beweging komen.VALSTRIK IN DE AMBASSADEDat is merkwaardig, omdat Kádár enkele uren later van de aardbodem verdwijnt. Hij is, zoals een paar dagen later blijkt, naar het sovjetkamp overgelopen. Waarom is nooit helemaal duidelijk geworden. De auteur François Fejtö, die veel over de opstand publiceerde, vermoedt dat één welbepaalde moordpartij Kádár misschien over de brug heeft geholpen. Twee dagen eerder is een kantoor van de geheime politie door de massa omsingeld. Binnen bevinden zich alleen jonge rekruten, die er hun legerdienst vervullen, en Imre Mezö - van wie geweten is dat hij een aanhanger is van Nagy. De jongens in het gebouw willen niet vechten. Maar als ze zich overgeven, worden ze buiten zonder pardon doodgeschoten - Mezö incluis. Hongaarse soldaten die de orde moeten handhaven, kijken toe en grijpen niet in. Fejtö denkt dat de gebeurtenis Kádár zodanig heeft aangegrepen, dat hij de opstand die hij mee vorm heeft gegeven, tenslotte verraadt. De voortekenen zijn aanwezig dat alles wat met de partij te maken heeft, voor de bijl moet. Boeken worden verbrand, graven zijn geschonden. De communistische partij van Hongarije die tien dagen eerder nog nagenoeg een miljoen leden telde, is verdampt. Nagy houdt het vertrek van Kádár stil. Er zijn dan weer gesprekken begonnen met de Sovjets over de terugtrekking van de legermacht die is opgebouwd en weer verlopen die uiteindelijk in een goede sfeer. Er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Het gaat zo goed, dat de Sovjets de Hongaarse delegatie inviteren om de volgende zitting in hun hoofdkwartier te organiseren. Pál Maléter, de kersverse minister van Defensie, accepteert. Ze worden allemaal ter plekke door de KGB aangehouden en afgevoerd. Maléter wordt in 1958 samen met Imre Nagy veroordeeld en terechtgesteld. Enkele uren later, in de vroege ochtend van 5 november, zetten de tanks de aanval op Boedapest in. Van verbroederen is dit keer geen sprake. Moskou heeft troepen uit het Verre Oosten laten aanrukken, die geen enkele band hebben met wat de broeders in Oost-Europa willen bereiken. Ze gaan bijzonder brutaal te werk. Hele straten worden zonder pardon kapot geschoten om verzetshaarden te breken. De Kiliánkazerne en een arbeidersmilitie op het industriële Csepeleiland in de Donau houden enkele dagen stand. Her en der in het land wordt nog enkele weken gevochten, terwijl tegelijk ook de exodus op gang komt: tweehonderdduizend Hongaren vluchten naar het Westen. In de loop van diezelfde vijfde november meldt János Kádár zich vanuit zijn vluchtoord in het Oosten van Hongarije. Hij heeft een nieuwe partij opgericht, en de macht overgenomen. Mindszenty neemt zijn toevlucht in de Amerikaanse ambassade, waar hij tientallen jaren zal verblijven. Nagy en enkele getrouwen vragen om asiel in de Joegoslavische ambassade. Ze hebben vertrouwen in Tito, het was per slot van rekening nooit de bedoeling om de communistische zaak schade te berokkenen. Dat weet ook Chroestsjov wel, die lang aarzelt voor hij met de uiteindelijke aanval instemt. Maar Mao heeft intussen zijn kar gekeerd - zoveel onafhankelijkheid moeten de satellietstaten nu ook niet krijgen - en ook Tito geeft tijdens een geheime ontmoeting zijn fiat. Nagy heeft de zaak niet in de hand kunnen houden. Bijvoorbeeld Roemenië, met zijn grote Hongaarse minderheid, krijgt het lastig. Het voorbeeld werkt aanstekelijk. In Boedapest begint dan een nieuw palaver. Kádár belooft de revolutionaire raden, die nog altijd bestaan, dat de verworvenheden van de opstand behouden blijven en dat Nagy nog altijd een plaats heeft in zijn regering. Die wil in ballingschap naar Joegoslavië, terwijl de Sovjets stiekem een plek voor hem reserveren in Roemenië. Twee weken later lijkt er een akkoord te zijn. De groep in de Joegoslavische ambassade zal gewoon naar huis worden gebracht en met rust gelaten. Het is een valstrik. Als ze hun vluchtoord verlaten, worden Nagy en de zijnen als het ware ontvoerd en toch naar Roemenië gebracht. Joegoslavisch protest mag niet baten; Tito en zijn hele diplomatie staan voor schut. Twee jaar later meldt een koud radiobericht dat Imre Nagy ter dood is veroordeeld en geëxecuteerd. Kádár heeft de macht op dat moment stevig in handen. Tito is definitief met het communistische kamp gebrouilleerd.KOGELGATEN ALS STILLE GETUIGENHet meisje op de Rozenheuvel heeft de opstand niet meegemaakt. Ze herinnert zich János Kádár als een al bij al bescheiden man, die zijn land later met zijn zogenaamde gulash-socialisme en veel handige diplomatie tenslotte toch een zekere mate van vrijheid en welvaart bezorgt. In de hele stad zijn nog overal de kogelinslagen te zien in gebouwen die, misschien bewust, nooit helemaal zijn hersteld. Als stille getuigen. Het volstaat te weten waar je moet kijken. János Kádár maakt het niet meer mee hoe Hongaarse grenswachten in de zomer van 1989 aan de grens met Oostenrijk symbolisch het IJzeren Gordijn doorknippen. Nog voor hij in stilte wordt begraven, loopt de hele stad uit voor een monumentale hulde aan Imre Nagy, die op het Heldenplein zelf een definitieve rustplaats krijgt. Ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag heeft Kádár het in 1972 in verband met de gebeurtenissen van 1956 ook al lang niet meer over een "contrarevolutie", zoals de opstand dan officieel nochtans nog altijd wordt genoemd. Hij spreekt van een nationale tragedie. "Soms moet je dingen doen, waarvan je slechts kan hopen dat ze later begrepen zullen worden", zegt hij. De schrijver György Konrád dient hem daarbij van antwoord. "Wij hebben het geluk dat de eerste secretaris van de partij in Hongarije een intelligent en gematigd man is. Maar het is niet omdat het regime gematigd en redelijk is, dat het daarom minder autoritair is." En zo was het precies. François Fejtö, "Boedapest, L'Insurrection". Editions Complexe, La Mémoire du Siècle. Bruxelles, 1990. Noel Barber, "De Hongaarse opstand", Elsevier Amsterdam/Brussel, 1976. David Irving, "Uprising!", Hodder and Stoughton, London, 1981. Volgende week: Charles de Gaulle.Hubert van Humbeeck