'Er is niet één Belgisch textielverhaal', zegt Fa Quix, directeur-generaal van de Belgische textiel- en houtfederatie, nadrukkelijk. 'We hebben in België zowel kleding als interieurtextiel en technisch textiel. En die verschillende segmenten hebben elk een heel eigen dynamiek.'
...

'Er is niet één Belgisch textielverhaal', zegt Fa Quix, directeur-generaal van de Belgische textiel- en houtfederatie, nadrukkelijk. 'We hebben in België zowel kleding als interieurtextiel en technisch textiel. En die verschillende segmenten hebben elk een heel eigen dynamiek.' De Gentse productievestiging van Uco, waar bijna 400 mensen hun baan verloren, heeft volgens Quix alles gedaan wat een Belgisch kledingbedrijf moest doen. 'Ze waren met hun denim geëvolueerd naar een hoogmodisch product, met veel creatieve varianten. Maar dat is in onze geglobaliseerde wereld helaas niet meer genoeg. De concurrenten worden ook creatiever. En tegelijkertijd zijn ze goedkoop.' De kleding, nu nog 10 procent van het Belgische textiel, zal het in de toekomst zeker niet makkelijker krijgen, maar dat wil nog niet zeggen dat de fabrieken dicht moeten. Bedrijven als Concordia en Utexbel zijn naast hun kledinglijnen ook technisch textiel gaan produceren; ook het kunstgras van Domo is technisch textiel. Dat technisch textiel maakt intussen 35 procent van de Belgische textielsector uit, en met Sioen heeft België zelfs de Europese marktleider in huis. Overigens is het technisch textiel zowel bij ons als elders vooral een kwestie van kleinere en lokaal opererende bedrijven, die vaak nauw samenwerken met een autoconstructeur of een bouwmaterialenspecialist om een heel specifiek product te ontwikkelen, waardoor ze meteen iets hebben wat de concurrenten niet hebben. Tapijt ligt moeilijker. Veertig jaar lang wisten Belgische bedrijven te groeien, ongeacht de conjunctuur. Maar vandaag zitten ze in de hoek waar de klappen vallen. 'Ze zijn intussen uitgegroeid tot de grootste spelers in de wereld, na de Amerikanen', zegt Mark Vervaeke, directeur van Export & Promotie bij Fedustria. 'Als marktleider kun je je niet verstoppen voor de conjunctuur.' En sinds een jaar voelen ze die conjunctuur in het textiel vertragen. Het vasttapijt, zwaar en dus duur in vervoer, kreeg vooral op Arabische en Russische markten meer te duchten van lokale producenten. En in het Verenigd Koninkrijk, goed voor een derde van de vasttapijtmarkt en traditioneel de grootste klant van onze inter-ieurtextielbedrijven, klapte de huizenmarkt in elkaar. Er is nog wel veel vraag naar vasttapijt voor bioscopen, vliegtuigen en kantoren, maar daar waren de Belgen - op een paar na (Desso, delen van Domo en AssociatedWeavers) - nooit erg succesvol. Fa Quix vreest dat de recente sluitingen het imago van de textielsector zullen beschadigen. 'Veel van onze beste bedrijven krijgen hun vacatures niet ingevuld. Dat is momenteel onze grootste bedreiging. Vooral het technisch textiel staat of valt met de instroom van technisch geschoolde werknemers. Voor jongeren met een technische opleiding, textiel of iets anders, is er dus zeker nog toekomst.' Luc Baltussen