Twee gewezen ministers - Willy Claes (SP) van Economische Zaken en Guy Coëme (PS) van Defensie - en een voormalig partijvoorzitter - Guy Spitaels (PS) - die beschuldigd worden van corruptie, dat is geen banale zaak. De negentiende-eeuwse grondwetgevers hebben het zo gewild dat alleen het Hof van Cassatie kan oordelen over regeringsleden. Het proces dat woensdag 2 september in het Brusselse justitiepaleis aanvangt, is het derde proces waarbij één of meerdere ministers terechtstaan.
...

Twee gewezen ministers - Willy Claes (SP) van Economische Zaken en Guy Coëme (PS) van Defensie - en een voormalig partijvoorzitter - Guy Spitaels (PS) - die beschuldigd worden van corruptie, dat is geen banale zaak. De negentiende-eeuwse grondwetgevers hebben het zo gewild dat alleen het Hof van Cassatie kan oordelen over regeringsleden. Het proces dat woensdag 2 september in het Brusselse justitiepaleis aanvangt, is het derde proces waarbij één of meerdere ministers terechtstaan. De eerste in de rij was minister van Oorlog Pierre Chazal die in 1865 op het binnenplein van de militaire rijschool in Brussel een duel uitvocht met Jan de Laet van de Antwerpse Meetingpartij. Chazal werd veroordeeld, doch op verzoek van de Senaat volgde meteen de koninklijke gratie. Het ging hier tenslotte om daden die niets met zijn ministerieel ambt te maken hadden. Bovendien was het verbod op duelleren in die tijd heel ambigu. In vergelijking met wat zou volgen, behoorde het geval-Chazal dus veeleer tot de faits divers. Het begon al met het tweede proces, begin 1996. Toen stond Guy Coëme een eerste keer voor het Hof van Cassatie, samen met enkele medebetichten, wegens zijn aandeel in de Uniop-zaak. Uniop was een enquêtebureau verbonden met de Université Libre de Bruxelles, dat door de PS werd gebruikt om fondsen te werven. Toen al werd duidelijk dat de oplossing die de auteurs van de grondwet hadden uitgewerkt, voor dit soort processen niet langer bruikbaar was. Niet alleen waren de veroordelingen in het Uniop-proces bijzonder zwaar -Coëme kreeg een voorwaardelijke celstraf en verloor voor een periode van vijf jaar zijn burgerrechten. Die zware straffen werden ook uitgesproken voor de zeven medebeklaagden van de minister, kabinetsleden en Uniop-beheerders, gewone burgers dus die omwille van de samenhang van de hen ten laste gelegde feiten met de betichtingen tegen de minister elk recht op beroep verloren. Twee van Coëmes medeveroordeelden in het Uniop-proces waren zijn gewezen adjunct-kabinetschef Jean-Louis Mazy en de Brusselse PS-topambtenaar Merry Hermanus, die ook nu weer voor het Hof van Cassatie moeten verschijnen. Zij, en de negen overige beklaagden in de Agusta- en Dassault-zaak, genieten het bedenkelijke voorrecht als laatsten door de hoogste rechtsinstantie van het land te worden geoordeeld. In de toekomst worden dergelijke processen voor het Hof van Beroep gevoerd. VEEL VERTRAGINGSMANOEUVRESWat niet betekent dat de beklaagden zich bij die situatie hebben neergelegd. Vooral langs Vlaamse kant hebben betichten alles ondernomen om hun bezwaren tegen deze rechtsgang te kunnen laten gelden bij het Europees Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dat zal wellicht de afloop van het proces afwachten vooraleer een uitspraak te formuleren. Maar zelfs al wordt België daarvoor door het Europees Hof veroordeeld, toch blijft, in geval van veroordeling, de uitspraak van het Hof van Cassatie overeind. In de procedureslag die een aantal advocaten ongewijfeld zullen aangaan, zal ook het communautaire aspect van de zaak worden aangegrepen om aan te tonen dat het hof de rechten van de verdediging niet respecteert. Enkele verdedigers voeren ook aan dat de vijf nieuwe raadsheren van Cassatie onvoldoende met het lijvige dossier zijn vertrouwd om een rechtvaardig oordeel te vellen. In een poging om het proces te laten uitdeinen, zullen sommigen argumenteren dat een aantal stukken die door een van de beklaagden, advocaat Alfons Puelinckx, werden ingediend, niet in het Agusta- en Dassault-dossier steken, wel in het PSC-dossier. Geen van de beklaagden kreeg er inzage van, terwijl het hier toch om dezelfde affaire handelt. Mogelijk komen in de laatste dagen en zelfs uren voor de aanvang van het proces een aantal nieuwe gegevens bovendrijven die voor de verdediging onbekend bleven. Zo is er alvast sprake van een Luxemburgse rekening van een gewezen vertrouwensman van Spitaels, al heeft die rekening niet gediend om partijfinancies te kanaliseren. Een van de beklaagden wil alvast de toenmalige premier Wilfried Martens (CVP) als getuige laten opdraven. Al is het zeer de vraag of Cassatie, dat het aantal getuigen tot een minimum wil beperken, daaraan zal toegeven. Het valt evenwel af te wachten of het hof met evenveel gemak als in de Uniop-zaak al die bezwaren van de verdediging van tafel zal vegen. Want ook de veroordeelden in dat proces trokken na afloop met hun bezwaren naar Straatsburg waar het Europees Hof ze intussen ontvankelijk verklaarde. Al die procedurekwesties kunnen, als Cassatie ze ten gronde wil uitspitten, voor een gevoelige vertraging en zelfs voor uitstel zorgen. Maar de grote vraag waar dit proces om draait, blijft onveranderd: was er bij de aankoop van de 46 Agusta-helikopters en het Carapace-systeem van Dassault sprake van corruptie? Het is de enige vraag die nu een antwoord moet krijgen. R.V.C.