"Nadenken? Meneer de minister, daar hebben wij hier geen tijd voor, hoor. Daar kunnen we ons tijdens de werkuren niet mee bezighouden. De planning, het denkwerk over de kwaliteit van de zorg en het invoeren van nieuwe ideeën, dat doen we allemaal thuis, meneer."
...

"Nadenken? Meneer de minister, daar hebben wij hier geen tijd voor, hoor. Daar kunnen we ons tijdens de werkuren niet mee bezighouden. De planning, het denkwerk over de kwaliteit van de zorg en het invoeren van nieuwe ideeën, dat doen we allemaal thuis, meneer."Erna Muermans, sociaal verpleegkundige in rusthuis Sint-Margaretha in Holsbeek, grijpt het bezoek van Vlaams minister van Welzijn Luc Martens (CVP) aan om het probleem van de krappe personeelsbezetting aan te kaarten. "Als er morgen één personeelslid ziek valt, is dat nog altijd een ramp." Wanneer nijpt de personeelsbezetting het meest, wil de minister weten. "'s Morgens. Dan moeten we op de afdeling een massa zorgtaken tegelijk afhandelen. Mensen wassen, eten geven, medische zorg verstrekken. Pas op, wij zitten hier met dertien bewoners die niet meer zelf kunnen eten. Meneer de minister, zonder de hulp van vrijwilligers geraakten we er gewoon niet door. Dan zouden we de mensen hun eten in hun mond moeten proppen, en ze maar half en half wassen." Erna Muermans komt op dreef. "Maar voor die mensen zou dat eten een verwenmoment moeten zijn. Eten is een van de weinige dingen die ze zelf nog kunnen." De minister krabt zich in het haar. Erna Muermans schiet hem tegemoet. "Ik ben hier nu wel tegen u aan het klagen, maar ondanks al onze klachten maken we er toch het beste van. Om van het eten alsnog een verwenmoment te maken, werken we sinds kort met maaltijdbegeleiders. Dat zijn doorgaans vrouwen met een sterk moederinstinct. Ze helpen ons ook bij andere klussen. Opdienen, bijvoorbeeld. En vanaf volgende maand beginnen we met een ontbijtgroep. Een aantal van de bewoners gaat dan met de hulp van vrijwilligers in de living eten." Als ze de minister ziet opfleuren, schakelt Erna Muermans naar een hogere versnelling. "Dat past allemaal in de nieuwe ideeën die we in het rusthuis willen invoeren. We willen onze bewoners in de eerste plaats een thuis bieden, hen weghalen uit de kille ziekenhuissfeer. Om dezelfde reden werken we ook met aandachtspersonen. Vroeger kregen de bewoners die het hardste riepen, de meeste aandacht. Nu hebben alle personeelsleden een tweetal bewoners die ze speciaal onder hun hoede nemen. Dikwijls zijn dat details: zijn hun nagels geknipt, zijn hun haren verzorgd, moet ik een speldje opsteken? Dat soort dingen, begrijpt u?" Luc Martens knikt, hij begrijpt het. "Maar niet alleen details", vult Erna Muermans vlug aan, want de minister moet het ook niet minimaliseren. "Soms moet je voor zo'n bewoner een beetje advocaat spelen. Dat schept een speciale band: met de bewoners en met hun familie. Zoiets van: ik ben speciaal voor mij, jij bent speciaal voor mij. Die band maakt het natuurlijk wel moeilijk als die mensen sterven. Maar het belangrijkste is dat die band er geweest is."DAT KOST STUKKEN VAN MENSENMet een aantal maatregelen wilden de federale en de Vlaamse overheden de zware werkdruk in de sector van de rusthuizen verlichten. De federale overheid engageerde zich om de volgende vijf jaar 25.000 bijkomende RVT-bedden te erkennen, waarvan 14.116 in Vlaanderen (RVT staat voor Rust- en Verzorgingstehuizen, mt). Ook de sociale maribel en de Smetbanen moeten een deel van de nood lenigen. En de Vlaamse overheid heeft extra middelen beloofd. Voorlopig valt er weinig van te merken. "De mensen die hier werken: maar meneer de minister toch, ze hebben nog geen tijd om te ademen", zegt Maurice Weynants. Hij is een nog zeer valide bewoner van het rusthuis, tevens voorzitter van de bewonersraad - en maakt zich trouwens zorgen over zijn opvolging." Vooral 's morgens zeker, oppert de minister. "Ja," antwoordt Maurice, "dan hebben ze handen te kort. Maar 's nachts is het toch ook hard werken. Ge moogt dat niet onderschatten." Volgens hem neemt de zorgbehoevendheid van de bewoners in de rusthuizen de jongste jaren toe. En wat hij de minister ook wel eens in het oor wil gieten. "Dat kost allemaal stukken van mensen, hé. De meeste oude mensen vinden toch dat ze heel veel moeten betalen voor hun verblijf hier. Dat zijn allemaal mensen die heel hun leven hard gewerkt hebben. En nu komen ze met hun pensioentje niet eens toe." Minister Martens doet even navraag. De gemiddelde maandprijs voor de bewoners van Sint-Margaretha bedraagt 42.000 frank. Gemiddeld hebben ze een pensioen van 23.000 frank. "Tja, de bewoners moeten nog altijd opdraaien voor de manke betoelaging vanwege de overheid", merkt iemand een tikkeltje stout op. Erna Muermans zou een afdeling binnen het rusthuis moeten leiden, maar door het personeelstekort geraakt ze niet verder dan de dagelijkse zorg voor de bewoners. Volgens haar heeft dat voor een deel te maken met de te krappe Riziv-toelagen en de onvoldoende financiering. De financiering van de palliatieve zorg, bijvoorbeeld, noemt ze absoluut ontoereikend.HELPEN MET DE HANDEN OP DE RUGHet RVT Sint-Margaretha heeft drie honderdjarigen in huis. Door de toenemende vergrijzing doet de sector steeds meer ervaring op in het omgaan met veroudering. Die ervaring ligt aan de basis van nieuwe inzichten, over het comfort en de zelfredzaamheid van de bewoners, bijvoorbeeld. Vroeger wilden rusthuisbewoners in de eerste plaats "gediend worden". Vandaag meent men dat dat "helpen" best "met de handen op de rug" kan gebeuren. Om zo zelfredzaam mogelijk te blijven, zouden mensen zolang mogelijk zoveel mogelijk alles zelf moeten doen. Dat heeft zo zijn gevolgen voor de kinesitherapie die in het rusthuis wordt toegepast. Minister Martens klopt aan bij Wim Banken, kinesist in Sint-Margaretha. "We proberen effectief die zelfredzaamheid te stimuleren. We doen hier met de bewoners meer dan alleen maar wat rondstappen. Er zijn groepsactiviteiten, relaxatietherapieën. De personeelsleden brengen we hef- en tiltechnieken bij. Naast het stimuleren van ADL-technieken (activiteiten van het dagelijks leven) komen tegenwoordig vanuit Nederland ook PDL-technieken (passiviteiten van het dagelijks leven) aangewaaid. Die technieken helpen mensen die gedwongen zijn om "passief te leven". Die, bijvoorbeeld, bedlegerig zijn na een trauma. Vroeger liet men deze zwaar zorgbehoevende mensen gewoon in hun bed liggen. Nu streven we ernaar om hun leven toch zo aangenaam mogelijk te maken. PDL-technieken leren je hoe bedlegerige mensen moeten worden verplaatst, hoe er voor een optimaal zit- of ligcomfort kan worden gezorgd." De minister informeert zich: komen er in het rusthuis ook mensen terecht die na een ziekenhuisverblijf niet naar huis kunnen omdat ze niet voldoende gerevalideerd zijn? "Zeker", zegt Blanken. "Als revalidatie mogelijk is, maken we daar werk van. In sommige gevallen krijgen we dergelijke mensen zelfs effectief naar huis."GEEN WITTE SCHORTEN MEERRita Pardon leidt in het rusthuis Sint-Margaretha de speciale afdeling voor dementerenden. "U draagt geen witte schort", merkt minister Martens op. "Dat is hier geen ziekenhuis", verklaart Rita. "Onze dementerende ouderen wonen hier. Bij wijze van experiment hebben we daarom onze witte schorten vervangen door een andere werkplunje: een jeansbroek en polo. We waren bang dat de bewoners ons niet meer zouden herkennen. Maar dat bleek niet het geval. De dementerenden reageerden er positief op. Ze zijn veel rustiger geworden." Minstens één keer per week probeert het rusthuis de zwaar dementerenden de kans te geven te "snoezelen". Dan kunnen ze relaxeren in een duistere ruimte met mooie muziek, kaarslicht en zachte aanrakingen van een begeleider. Omdat de middelen ontbreken, heeft het rusthuis geen echte snoezelruimte. Minister Martens wordt er subtiel op gewezen: telkens moet de badkamer speciaal worden aangepast voor het snoezelen. Met de meest valide bewoners houdt ergotherapeute Jenny Cauberghs geregeld groepsgesprekken. In het bijzijn van de minister gaat de babbel over de omvangrijke wasklussen in het eerste deel van de eeuw. "Wassen en plassen, daar kwam maar geen eind aan, meneer." Het gesprek dwaalt af naar de oorlogsjaren, de massale vlucht met kruiwagens en tractors naar het buitenland. "Zoals nu in Kosovo, ja." Het pertinente van die opmerking verrast de minister. Jenny Cauberghs: "Sommige mensen willen de rusthuizen voorbehouden voor zorgbehoevende ouderen. De deuren moeten echter evengoed openblijven voor angstige ouderen, die het niet aankunnen om nog alleen te wonen. Deze mensen zijn ook in een serviceflat niet echt geholpen." "Rusthuizen schakelen over van het medische model naar welzijnsmodel", licht zuster Louisa Peeters naderhand toe. Zij runt het RVT Sint-Margaretha. "Het Riziv subsidieert de medische zorgdaden die patiënten nodig hebben. Maar wij moeten oog hebben voor het comfort en het welzijn van de hele mens. Wij bieden een gepersonaliseerde zorg, uitgaande van de noden van de bewoner." Als meneer de minister het haar niet kwalijk neemt, dit moet haar toch even van het hart: "De Vlaamse overheid legt kwaliteitsnormen op, maar stelt hier geen fondsen tegenover. U gelooft dat kwaliteit ook zonder bijkomende middelen kan worden geleverd. Maar zo werkt het niet." De minister legt de krachtlijnen en de problemen van zijn beleid uit (zie kader). Bij het afscheid zegt hij dat hij "goed geluisterd heeft". Marleen Teugels