Wat kost ons de Europese Unie? En wat levert ze ons op? Het is een discussiethema in heel wat van de 28 lidstaten waar tussen 22 en 25 mei Europese verkiezingen worden gehouden. Niet zo in België. Wie van ons weet hoeveel wij bijdragen aan de Europese begroting? 'Ach', zegt professor overheidsfinanciën Herman Matthijs (VUB en UGent), 'daar bestaat in ons land nauwelijks belangstelling voor, ook al gaat het over veel geld.' Matthijs doctoreerde ooit over de financiering van de Europese Unie en worstelde zich nu opnieuw door de Europese begrotingen om uit te zoeken wie hoeveel betaalt.
...

Wat kost ons de Europese Unie? En wat levert ze ons op? Het is een discussiethema in heel wat van de 28 lidstaten waar tussen 22 en 25 mei Europese verkiezingen worden gehouden. Niet zo in België. Wie van ons weet hoeveel wij bijdragen aan de Europese begroting? 'Ach', zegt professor overheidsfinanciën Herman Matthijs (VUB en UGent), 'daar bestaat in ons land nauwelijks belangstelling voor, ook al gaat het over veel geld.' Matthijs doctoreerde ooit over de financiering van de Europese Unie en worstelde zich nu opnieuw door de Europese begrotingen om uit te zoeken wie hoeveel betaalt. 'De Europese begroting van 2013 rekende op 140,5 miljard euro aan inkomsten', zegt Matthijs. Een heel klein deel daarvan, 4,1 miljard, zijn 'eigen Europese inkomsten'. Ze komen binnen dankzij de belastingen die Europese ambtenaren betalen, de overschotten van vorige begrotingen, boetes die bedrijven moeten betalen omdat ze de Europese regelgeving met de voeten hebben getreden, enzovoorts. Maar het leeuwendeel, 136,4 miljard, wordt door de lidstaten opgehaald en doorgestort aan de Europese Unie. Matthijs: 'Je kunt drie financieringskanalen onderscheiden waarbij de lidstaten een rol spelen. Eén, het geld dat binnenkomt dankzij de douanerechten: op alle goederen die in de Europese Unie worden geïmporteerd, worden invoerrechten geheven. Komt er bijvoorbeeld een lading bananen van buiten Europa binnen langs de haven van Antwerpen, dan heft België daar invoerrechten op. Van dat bedrag wordt 75 procent doorgestort aan de EU, 25 procent mag het land zelf houden als vergoeding voor het organiseren van de inning van de douanerechten.' In het totaal ontving de EU vorig jaar zo 14,8 miljard euro. Omdat er dankzij Zeebrugge, Zaventem en vooral Antwerpen nogal veel via België in Europa wordt ingevoerd, droegen we op deze manier relatief veel geld over aan de EU: 1,3 miljard euro. Ter vergelijking: Nederland leverde zo 1,7 miljard, Frankrijk 1,5 miljard, Duitsland 3 miljard. Een tweede kanaal dat de lidstaten gebruiken om geld te innen voor de EU is de btw (belasting op toegevoegde waarde), een indirecte belasting op de verkoop van producten en diensten. Matthijs: 'Omdat Europa kampte met een tekort aan inkomsten werd in 1970 beslist om de btw in te voeren als financieringsbron voor de EU. Dat liep niet van een leien dakje want de btw-tarieven moesten daarvoor in Europa geharmoniseerd worden, maar in 1986 werd bijvoorbeeld beslist dat elke lidstaat 1,4 procent van zijn btw-inkomsten moest doorstorten aan de EU. Later werd dat deel steeds kleiner en in 2007 werd overeengekomen dat nog slechts maximaal 0,30 procent van de btw-inkomsten naar Europa moest gaan.' In het totaal kreeg de EU van alle lidstaten vorig jaar 14,7 miljard op deze manier. België pompte toen 490 miljoen aan btw-inkomsten over naar Europa. Nederland was goed voor 260 miljoen, Frankrijk 2,8 miljard, Duitsland (dat maar 0,15 procent van zijn btw-inkomsten aan de EU afdraagt) 1,7 miljard. De derde en laatste manier waarop de lidstaten een bepaalde som moeten overhevelen aan de EU wordt berekend op basis van het bbp (bruto binnenlands product) van een land. 'Deze bron van inkomsten werd in 1988 ingevoerd', zegt Matthijs, 'om te compenseren dat de btw-inkomsten steeds minder bijdroegen. Hoeveel van het bbp naar de EU gaat, wordt jaarlijks bepaald.' Vorig jaar incasseerde de EU langs dit kanaal bijna 107 miljard. De grootste en welvarendste landen dokken het meest: Duitsland (22,3 miljard), Frankrijk (17 miljard), Verenigd Koninkrijk (bijna 16 miljard), Italië (12,6 miljard), Spanje (8,4 miljard). België droeg op deze manier bijna 3,2 miljard bij tot de Europese begroting. Wie alle cijfers bekijkt, ziet dat het Verenigd Koninkrijk relatief weinig bijdraagt aan de EU. Dat heeft alles te maken met de 'correctie' die de Britse premier Margaret Thatcher in 1984 afdwong. Matthijs: 'Het is een ingewikkelde regeling, maar het komt erop neer dat het Verenigd Koninkrijk ieder jaar een korting op haar bijdrage krijgt. Vorig jaar bedroeg die 4,6 miljard euro.' In navolging van de Britten wisten ook Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zweden een vermindering van hun EU-bijdrage te krijgen, in totaal voor 3,5 miljard. Alle andere lidstaten betalen voor die kortingen extra. België moest daarom vorig jaar 229 miljoen euro voor het Verenigd Koninkrijk en 26 miljoen ter compensatie van de andere landen met korting meer betalen. Matthijs: 'Als je alles optelt, blijkt dat België via deze drie financieringskanalen in totaal 5,3 miljard doorstort aan de EU. Is dat veel? Als je de bijdragen van de lidstaten per hoofd van de bevolking berekent, dan blijkt dat we in 2013 per Belg 502 euro doorstorten aan de EU (zie kaart). Daarmee komen we op de derde plaats van alle 28 EU-lidstaten, alleen Luxemburg en Denemarken gaan ons vooraf. Onze buurlanden Nederland, Frankrijk en Duitsland komen ver na ons. Bulgarije betaalt met 65 euro per inwoner het minst. Een Bulgaar draagt dus 10 keer minder bij dan een Luxemburger.' Zo rijst de vraag: haalt België meer of minder uit de EU dan het erin stopt? Is het een netto-ontvanger of nettobetaler? Vooreerst worden de invoerrechten traditioneel niet als een echte Belgische bijdrage gezien: containers die vanuit de haven van Antwerpen rechtstreeks naar Duitsland gaan, hebben weinig met ons land te maken, alleen maar dat ze via België de EU zijn binnengekomen. Het leeuwendeel van de invoerrechten hebben volgens die redenering geen Belgische oorsprong. Daarom stelt iemand als Europakenner Hendrik Vos (UGent) dat de eigenlijke Belgische bijdrage voor de EU zo'n 3,6 miljard is. Over wat België krijgt, is heel wat meer discussie: volgens de EU zelf krijgt België 6,9 miljard, maar dan rekent ze er wel 4,6 miljard euro 'administratie' in: geld dat naar de Belgische schatkist vloeit omdat er veel eurocraten in Brussel werken, wonen en leven. Vraag is of die 4,6 miljard een realistisch cijfer is. Of België dus een netto-ontvanger of nettobetaler is, hangt af van het antwoord hoeveel voordeel België indirect haalt uit de aanwezigheid van de EU in ons land. En natuurlijk hebben we daardoor ook extra kosten, bijvoorbeeld voor de beveiliging van de Europese toppen, waarvoor dit jaar 50 miljoen is uitgetrokken. Kortom: 'Of we winnen of verliezen is eigenlijk niet te becijferen', aldus Matthijs. Een conclusie die Matthijs uit al die cijfers kan halen, is dat 'de manier waarop het EU-budget wordt gehaald de afgelopen decennia grondig is veranderd. In 1988 kwam bijna 60 procent van dat budget uit btw-inkomsten, vandaag is dat nog 10 procent. Nu is meer dan 70 procent van de bijdragen gebaseerd op het bbp, 25 jaar geleden was dat 10 procent. Er is dus een volledige omkering van de manier waarop de EU wordt gefinancierd.' Daarbij hebben de recente uitbreidingen niet echt meer geld opgeleverd voor de EU. Matthijs: 'Vanuit financieel oogpunt droeg de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 met tien nieuwe landen (Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië), in 2007 met Bulgarije en Roemenië en sinds 1 juli vorig jaar ook met Kroatië nauwelijks iets bij. De 15 staten die al in 1995 deel uitmaakten van de EU zorgen nog steeds voor meer dan 90 procent van de EU-inkomsten, al dragen Griekenland en Portugal minder bij als gevolg van de financiële crisis waaronder ze zwaar leden. De grootste geldschieters per hoofd zijn en blijven de drie Benelux-landen, de drie Scandinavische lidstaten, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Ierland.' Ondertussen vraagt de Europese Commissie meer geld en ijvert het voor nieuwe eigen inkomsten. 'Dat ligt vandaag natuurlijk zeer moeilijk', zegt Matthijs, 'want het is net Europa dat de nationale staten ertoe verplicht om hun schulden af te bouwen en dus te besparen. Je kunt moeilijk aan de landen vragen om te snoeien en tegelijkertijd zeggen dat je zelf wel meer geld nodig hebt voor de goede werking.' Bovendien komt er steeds meer kritiek op de EU-begroting, omdat ze niet transparant is, zeker niet wat betreft de kortingen die het Verenigd Koninkrijk en andere landen in het verleden wisten te verkrijgen. 'Er is ook ooit gediscussieerd over een directe EU-belasting, maar dat idee ligt op sterven. Een verandering van het financieringssysteem van de EU moet trouwens door alle lidstaten unaniem worden goedgekeurd,' zegt Matthijs, 'maar het laat zich raden dat de landen die nu van kortingen kunnen genieten, niet snel geneigd zullen zijn om een wijziging goed te keuren.' Wat wel het EU-budget zou kunnen spekken, zijn nieuwe lidstaten met een hoge levensstandaard, 'zoals Noorwegen en Zwitserland', aldus Matthijs. 'Beide landen zijn lid van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en ze nemen ook deel aan allerlei EU-programma's. Noorwegen en Zwitserland betalen daarom elk al jaarlijks zo'n 500 miljoen euro aan de EU, maar dat is natuurlijk veel minder dan als ze volwaardig EU-lid zouden worden. De kans dat ze binnen afzienbare tijd lid zullen worden van de EU is dan ook zeer klein, nog eerder zal Oekraïne toetreden, opnieuw een arm land.' De financiering van de EU wordt vandaag maar door de helft van de lidstaten gedragen, zegt Matthijs. 'De EU telt een aantal lidstaten die er economisch gezien niet in thuishoren. De verschillen tussen de welvarende, economisch goed presterend Noord-Europese landen en de armere, zwakkere Oost- en Zuid-Europese landen is te groot en dat merk je ook in de financiering van de EU. De uitbreiding van de EU is dan ook veel te snel gegaan, men had die landen beter als kandidaat-lidstaat bestempeld en met hen een aantal doelstellingen afgesproken die ze bijvoorbeeld in tien jaar tijd hadden moeten halen eer ze volwaardig lid hadden kunnen worden. En dan zouden ze ook meer hebben kunnen bijdragen. De vraag is dan ook of de EU op deze manier kan standhouden. Daarover laait vandaag in heel wat lidstaten een discussie op. In België blijft het daarover stil.'DOOR EWALD PIRONET'De EU telt een aantal lidstaten die er economisch gezien niet in thuishoren.'