Na de val van de Berlijnse Muur en de implosie van de Sovjet-Unie werden van Berlijn tot Brest-Litovsk de standbeelden van de communistische aartsvaders van hun sokkel gehaald. Karl Marx, Friedrich Engels, Vladimir Iljitsj Lenin - met zijn allen belandden ze op 'de mestvaalt van de geschiedenis', waar Stalin al eerder gedumpt was. De geschriften van Karl Marx vind je vandaag alleen nog maar bij De Slegte. Maar betekende het failliet van het marxisme als politiek systeem ook dat Marx een derderangsfilosoof was? En wat was dat eigenlijk, 'het marxisme'?
...

Na de val van de Berlijnse Muur en de implosie van de Sovjet-Unie werden van Berlijn tot Brest-Litovsk de standbeelden van de communistische aartsvaders van hun sokkel gehaald. Karl Marx, Friedrich Engels, Vladimir Iljitsj Lenin - met zijn allen belandden ze op 'de mestvaalt van de geschiedenis', waar Stalin al eerder gedumpt was. De geschriften van Karl Marx vind je vandaag alleen nog maar bij De Slegte. Maar betekende het failliet van het marxisme als politiek systeem ook dat Marx een derderangsfilosoof was? En wat was dat eigenlijk, 'het marxisme'? 'Het marxisme was eigenlijk twee dingen', zegt ethicus en rechtsfilosoof Koen Raes van de Universiteit Gent. Hij kan het weten, want hij was in zijn jonge jaren lid van de Belgische Kommunistische Partij - kommunisme spelde je toen nog met k - en hoofdredacteur van het VlaamsMarxistisch Tijdschrift. 'Het marxisme was tegelijk een theorie en een beweging. De theorie probeerde om de ondergang van het kapitalisme vanuit een streng wetenschappelijke analyse te voorspellen. Tot de jaren veertig waren ook liberale economen zoals Joseph Schumpeter en John Maynard Keynes ervan overtuigd dat het kapitalisme aan zijn interne contradicties zou bezwijken. Het socialisme, zegden ze, is logischer en rationeler dan de vrije markt. Een planeconomie lag ook volgens hen in de lijn van de geschiedenis. 'De beweging legde beslag op de theo-rie. Het idee dat de arbeidersklasse zich moest organiseren omdat ze als productieve factor in de samenleving door de kapitalisten werd uitgebuit, was ook juist. Het probleem met een idee is dat je daarna ook ideologen krijgt. Die hebben het marxisme, volgens mij, kapotgemaakt. Karl Marx geloofde dat Duitsland als eerste land voor de bijl zou gaan. Maar zijn theorie kreeg alleen kansen in onderontwikkelde landen - en daarmee ging het uiteindelijk verkeerd.' KOEN RAES: Voor Marx was het duidelijk dat het socialisme zou ontstaan als een reactie op het hoogkapitalisme. De spanning tussen productiekrachten en -middelen zou zo hoog oplopen dat de arbeiders op een bepaald ogenblik de industrie zelf in handen zouden nemen. Maar hetmarxisme kreeg alleen kansen in samenlevingen die nauwelijks kapitalistischkonden worden genoemd. Zowel in de Sovjet-Unie als in de Chinese Volksrepubliek moest er eerst een industrieel apparaat worden opgebouwd, voor er verder iets kon gebeuren. En dan was er natuurlijk het boerenprobleem. RAES: Natuurlijk. Om een industriële samenleving op gang te trekken, moesten de boeren wel worden uitgebuit. West-Europa maakte dat proces al door in de achttiende eeuw. Stalin koos voor een radicale oplossing: de moord op de koelakken. En bij Mao Zedong was het ook niet proper. Tegelijk werden al die landen door het Westen geboycot omdat ze een bedreiging vormden. De winnaar van die strijd was West-Europa. Zonder de Sovjet-Unie zouden wij vandaag niet zo'n mooie welvaartsstaten hebben. De angst voor het Rode Gevaar inspireerde België, bijvoorbeeld, tot het sociale pact van 1944 tussen vakbonden en werkgevers. Vergelijk onze situatie met die in de Verenigde Staten. Omdat de Amerikanen zich niet zo nadrukkelijk bedreigd voelden, konden ze van een welvaartsstaat zoals de onze alleen maar dromen. RAES: Lenin was zeker een goede strateeg. Zoals ook Leo Trotski trouwens. Hij heeft aan het marxisme één belangrijk element veranderd. Bij Marx kwam de 'dictatuur van het proletariaat' eigenlijk nog neer op democratie. Vergeet niet dat we het over teksten en begrippen uit de negentiende eeuw hebben. Lenin heeft dat hele begrip gereduceerd tot de dictatuur van de partij. De voorhoedepartij. En zoals iedereen weet: power corrupts and absolute power corrupts absolutely. Dat is daar ook gebeurd. De leiders van de communistische partij waren niet meer met de ontwikkeling van het land of het volk begaan, maar met het behoud van machtsposities. Je zag het ontstaan van een fenomeen zoals de nomenklatoera, de kliek die in het Kremlin de dienst uitmaakte. RAES: Daarover bestaat geen twijfel. Maar in die discussie houdt het communisme, volgens mij, toch de ethiek aan zijn kant. Het steunde alvast niet op rassenhaat. RAES: Ja, en dat zijn twee verschillende dingen. De recente financiële crisis laat opnieuw zien dat de analyse van Marx in grote lijnen overeind blijft. Hij voorspelde, bijvoorbeeld, dat de concentratie van kapitaal in te weinig handen de wereld heel onstabiel zou maken. Om maar iets te noemen. RAES: Van het alternatief dat hij voorstelde, de dictatuur van het proletariaat, blijft in ieder geval niets over. Dat is puur negentiende-eeuws rationalisme. Jeremy Bentham had dat ook: het idee om van de moraal een wetenschap te maken. Alles meetbaar maken. De rationaliteit van de wetenschap overbrengen op de samenleving: La Science Sociale. Maar mensen zijn daarvoor te individualistisch ingesteld. Ik ben nu een bewonderaar van de Indiase econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen, die veel van Marx heeft geleerd en daarop verder heeft gebouwd. Maar, zoals ik zei, valt er voor Marx' analyse van het kapitalisme nog altijd veel te zeggen. Marx beschreef het kapitalisme als een economisch systeem waarin het maken van winst niet langer een middel is maar een doel, en voorspelde dat zoiets op den duur fout moest gaan. Dat blijft ook vandaag een waardevol element in het denken van Marx. RAES: Die is ingewikkelder geworden. Het is vandaag bijna een coalitie tussen arbeid en kapitaal. Het zijn de arbeiders in de automobielsector die de overheid om subsidies vragen. Ik geloof niet meer in het idee dat de klassenstrijd een motor van modernisering zou zijn. Marx was er diep van overtuigd dat de middenklasse zou verdwijnen, terwijl we intussen weten dat juist de middenklasse een waarborg is voor onze democratie. RAES: Ik vrees van niet. Als Trotski was komen bovendrijven in de plaats van Stalin was allicht ongeveer hetzelfde gebeurd. Marx ging ervan uit dat het kapitalisme de weg bereidde voor het socialisme. Je zou nu cynisch kunnen zeggen dat het omgekeerde zich heeft voorgedaan: dat de communisten een socialistische weg naar het kapitalisme hebben ontwikkeld. Dat is in China heel duidelijk aan de gang. En ook in Vietnam zie je dat het autoritaire socia-lisme de grondslagen heeft gelegd voor een markteconomie. RAES: Ik heb op dat terrein geen onderzoek gedaan, maar ik denk dat de Koude Oorlog een rol heeft gespeeld. China kon van de dooi profiteren. In de Sovjet-Unie kwamen na Stalin eerst Nikita Chroesj-tsjov en daarna Leonid Brezjnev. Dat waren niet bepaald lichtende voorbeelden. RAES: Dat denk ik wel. Hij was geen maoïst, maar hij heeft Mao altijd wel gebruikt. China wordt ongetwijfeld een economische speler op wereldvlak. Ik ben ook niet zo pessimistisch over China. Op een bepaald ogenblik zullen de Chinezen de uitbuiting niet meer slikken. Ze zullen eisen stellen, ook op het vlak van vrije meningsuiting. 1989 was niet alleen het jaar van de val van de Berlijnse Muur, maar ook van het protest op het Tienanmenplein. RAES: Als je de dictatuur van het proletariaat uit haar negentiende-eeuwse sfeer haalt en vertaalt als een streven naar absolute democratie, dan wel. Maar het leninisme is zeker niet met democratie te verzoenen. RAES: Helemaal niet. De voormalige Duitse bondskanselier Willy Brandt zei ooit: 'Ik ben in de eerste plaats democraat, en pas daarna socialist.' Dat is een mooie, maar ook een gevaarlijke uitspraak. Hitler kwam na verkiezingen aan de macht. In Algerije wonnen de fundamentalisten de verkiezingen. Het Vlaams Belang verwierf in Vlaanderen een grote democratische legitimiteit. Het is een moeilijk evenwicht. Wat ook meespeelt, is dat democratie niet kan zonder opvoeding. Dat is de les die Hendrik De Man ons heeft geleerd. Een democratie van analfabeten werkt niet. RAES: Ik moet zeggen dat de vrije markt toch een aantal voordelen heeft. Ze geeft individuen veel verantwoordelijkheid. Ze zorgt voor een verspreiding van goederen op wereldvlak, die geen enkele planeconomie kan realiseren. Daarin is de vrije markt superieur. Waar zich excessen voordoen, moet de overheid optreden - denk aan de financiële crisis die we nu meemaken. Maar er zit op de een of andere manier toch een grote logica in het onplanbare. Het ene winkeltje verkoopt wat het andere niet wil. Alsof er een onzichtbare hand aan het werk is. Ik geloof niet in de globale planeconomie. Ik geloof wel in de planning van de vrije markt. RAES: Systemen die uitgaan van de hypothese dat de mens - élke mens - van nature goed is, kunnen natuurlijk nooit werken. Er is één systeem dat daar niet van uitgaat, en dat is de vrije markt. Die gaat ervan uit dat er allerlei soorten mensen zijn. Daar heeft de hele filosofie van de negentiende eeuw zich in vergist: de mens is veelzijdiger dan werd vermoed. Er zijn in de geschiedenis - net als in de wetenschap - ideeën die het halen en ideeën die binnen de kortste keren voorbijgestreefd zijn. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bijvoorbeeld wordt in geen enkel land ter wereld, hoe dictatoriaal geregeerd ook, nog betwist. Maar het marxisme is geen recept meer voor de eenentwintigste eeuw. RAES: Marx was een radicale anti-etatist, die vond dat alle staten moesten verdwijnen. Maar vrijwel alle regimes die zich op hem beriepen wilden een sterke staat. In de teksten van Marx is daar geen enkele legitimering voor te vinden. Vrijwel alle communisten en socialisten die ik in mijn leven heb ontmoet waren overtuigde etatisten. De derdewereldsocialisten waren zelfs extreem nationalistisch. En als er her en der al iets van het socialisme gerealiseerd is - denk maar aan de sociale zekerheid - was dat dankzij de overheid. Dat is een van de rare paradoxen in de geschiedenis van de marxistische beweging. RAES: Dat is niet typisch voor marxisten. Liberalen hebben het daar ook vaak moeilijk mee. Het heeft te maken met specifieke omstandigheden. In Oost-Europa bijvoorbeeld waren de kerken zeer sterk verbonden met een bepaalde vorm van nationalisme, die de marxisten niet zinde. Maar in Zuid-Amerika had je op een bepaald moment de bevrijdingstheologie: daar zag je hoe priesters die marxisten waren een tegenmacht vormden voor de militaire dictatuur. RAES: Natuurlijk. Eduard Bernstein heeft in 1915 al geschreven: als je Marx ernstig neemt, kun je rustig afwachten en hoef je uiteindelijk niets te ondernemen. Want volgens Marx kent de geschiedenis haar eigen wetmatigheid: het gebeurt allemaal vanzelf. De ineenstorting van het kapitalistische systeem is immers onontkoombaar. RAES: Zoiets. En het curieuze is dat een ideologie die daarvan uitging bij zoveel miljoenen mensen zoveel voluntarisme heeft losgemaakt. Daar blijf ik me nog altijd over verbazen. Knack Historia beschrijft in reportages, gesprekken en kaarten het leven zoals het was in het Oostblok, toen in het historische jaar 1989. Knack Historia: 1989, De sloop van de Muur is vanaf 5 maart te koop in de krantenwinkel, voor 6 euro.Door Piet Piryns en Hubert van Humbeeck