Tot 17.04.05, SMAK, Citadelpark, Gent. Elke dag behalve op ma. Open van 10 tot 18 uur
...

Tot 17.04.05, SMAK, Citadelpark, Gent. Elke dag behalve op ma. Open van 10 tot 18 uur'Tekeningen moet je lezen, schilderijen onderga je. Als lawaai, als een aanwezigheid die ademt en beweegt. Mentaal.' Michaël Borremans (40) noemt het gelijktijdig exposeren van zijn tekeningen en schilderijen een 'onbedoelde krachttoer', An Unintended Performance. De tekeningen zijn doorgaans modellen voor gefantaseerde installaties of sculpturen. De schilderijen laten geïsoleerde fragmenten uit een bevreemdende werkelijkheid zien. Twee media, twee verschillende doelstellingen. Twee tentoonstellingen ook, in afzonderlijke internationale tournees opgenomen. Alleen in het Gentse SMAK komen ze samen. Waarom ook niet? 'Ik ben maar één kunstenaar,' zegt hij, 'zwart romantisch.' Het is wat ongewoon dat specialisten in oude kunst zich toeleggen op de studie en het exposeren van hedendaagse kunst. Anita Haldemann, verbonden aan het prentenkabinet van het Kunstmuseum Basel, ontdekte in Borremans' tekenkunst het metier dat ze vooral bij oude meesters aantreft. Een scheervlucht over het werk laat meteen zien dat ook voor de mise-en-scène en de kostumering voluit uit het verleden werd geput. Een naspokende, voorbije tijd tussen het einde van de achttiende en het midden van de twintigste eeuw. Tussen het begin van de romantiek en de agonie van de negentiende-eeuwse vormen en gedachten. De verlate doodsstrijd voltrok zich in de beeldtaal van de massamedia tijdens het eerste decennium na WO II. De laatste oprisping van de queeste naar het sublieme, van het heroïsche individu in het nijvere collectief, van ethische veredeling door wetenschap. Noem dat bijvoorbeeld het einde van de onschuld. Als Borremans nu in die vijver vist, dan kan dat alleen betekenen dat hij bezig is met het onderzoek naar de worm die van meetaf aan in de onschuld aan het werk was. De weg van de worm moest uit het gedrag van de mens als individu én als gemeenschapswezen af te lezen zijn. Daar is, in de premoderne en moderne kunst, soms naar gezocht, soms niet. Abstracten of conceptuelen hielden zich daar niet mee bezig. Onder de nazaten van de romantiek, symbolisten en surrealisten, was er meer animo. En uiteraard bij de grote eenzaten, Goya, Manet, Rops, Ensor, Magritte. Voorzaten van Borremans. En allemaal al zo lang dood! De jongste, Magritte, stierf in 1967. Het duurde bijna tot aan Borremans' eigen generatie vooraleer een historisch geïnspireerde kunst opnieuw de mens en de menselijke figuur, de maatschappij en de geperverteerde verhoudingen aan de orde stelde. Daarbij vormden foto's, fotoreproducties uit tijdschriften of filmbeelden een documentaire grondlaag. De schilderijen van Luc Tuymans en de tekeningen van Borremans kunnen wat dat betreft elk op hun terrein als baanbrekend gelden. Met zijn eigen schilderijen - de eerste werden amper tien jaar geleden geschilderd - komt Michaël Borremans dan weer dichter in Tuymans' dampkring. Met minstens een essentieel verschil. Tuymans' historische basis is vrij concreet afgebakend (nazikampen, Vlaams-nationale iconen, Belgisch-Congo). En de geschiedenis wordt opnieuw omgewoeld, verwerkt. Bij Borremans blijft het bij onderhuidse affiniteiten, kleuren, rekwisieten uit een niet zo strikt bepaald verleden. Hij gebruikt de historische tijd om een sfeer van vervreemding te wekken, een onbehagen dat zowel emotioneel als actueel is. Actueel omdat de geloofwaardigheid van het beeld volledig op losse schroeven staat. Emotioneel, met alle gevolgen: 'In het domein van de emotie is het reële niet te onderscheiden van het imaginaire.' (André Gide). En dat was lang voor de vir- tuele realiteit aan de orde was. Als tekenaar mag Borremans dan een unieke positie innemen, hij relativeert zijn getekende wereld als de vrucht van een vrijblijvend spel. 'Tekenen is een onschuldige bezigheid', zegt hij. Analoog met Panamarenko's Toy model of space zou je kunnen zeggen dat hij in zijn tekeningen speelgoedmodellen van imaginaire werelden ontwerpt. In de afgewassen, bleke kleuren van boze dromen manifesteren zich kil geobserveerde mensen. Ze lijken door hun schepper in een staat van hypnose gebracht. Daardoor ondergaan ze lijdzaam de hen opgedrongen poses, vernederingen of mishandelingen. De kleuren vloeibaar en half transparant, de contouren zacht, de figuren gemodelleerd in sterke licht- en donkercontrasten. De schepper manipuleert zijn figuren, maar ook ons kijkers. Door het dooreenhaspelen van schaalverhoudingen bijvoorbeeld. 'Een sleutelwerk' noemt Borremans The swimming pool (2001). De zwemmers in het bad lijken niet uit hun lood geslagen door de hen vertoonde afbeelding van een gemarteld jongmens. Terwijl het best kan dat het slachtoffer een van hen is, en dat zij straks aan de beurt zijn. Dat zij als lilliputters gedimensioneerd zijn, de gepijnigde echter reuzengroot, maakt hun onverschilligheid pas monsterachtig. ' PEOPLE MUST BE PUNISHED', zo staat het in kapitalen op de borst van de onfortuinlijke gegraveerd. In The spirit of modelmaking (2001) levert een vader zoonlief de gebruiksaanwijzing voor het africhten van mini-moslimvrouwen die als hamsters in een bak bijeengezet zijn. Borremans vindt zijn spirituele bronnen duidelijk niet alleen in de wereld van de beeldende kunst. De visionaire romans van George Orwell ( Animal farm) en Aldous Huxley ( Brave New World), de verhalen van Franz Kafka ( De gedaanteverandering, In de strafkolonie) of het absurd theater van Eugène Ionesco ( La cantatrice chauve) passen er goed bij. Als een echte romanticus heeft Borremans ook een ontwikkeld gevoel voor ironie. Zoals hij A Mae West Experience (2002) aandikt tot een burlesk verhaal, dat onmogelijk helemaal uit de tekening zelf af te lezen is, dat zegt genoeg. In de gaatjes van de beha van de legendarische filmactrice zitten luidsprekers waaruit haar fameuze oneliners schallen. Zo luid dat de bezoekers meteen op de vlucht slaan. Dit zou een grootse installatie kunnen zijn, indien Borremans daar werk van zou maken. Voorlopig heeft hij alleen vage plannen in die richting met z'n tekeningen rond de systeembouw, de dominante wegwerparchitectuur voor sociale woningen, hotels en kantoren. Hij noemt ze 'wanstaltig' en 'agressief'. En hij wil een echte maquette ontwerpen met digitale animatie erbij. Niet zo onschuldig, toch? 'Ik ben nog een jonge schilder', zegt de geboren tekenaar. Pas in 1995 waagde hij zich aan dit medium waaraan hij veel hogere eisen stelt dan aan het tekenen. 'De dosering is crucialer. Hoe minder, hoe beter. Als schilder moet je echt een standpunt innemen', zegt hij. En de hele kunstgeschiedenis in je nek voelen? 'Ik voel een zeer organische en fysieke verbondenheid met de kunstgeschiedenis. Als je het gewicht van het verleden niet wilt voelen, moet je er niet aan beginnen. Dan moet je digitaal werken, ook interessant in al zijn niet-fysieke, ongrijpbare aspecten.'Slechts uitzonderlijk vormde een tekening rechtstreeks de basis voor een schilderij, Four ferries (2003). Maar soms komt een doek ( The pupils, 2001) zo verhalend over, dat het evengoed getekend had kunnen zijn. Tenminste, als men abstractie wil maken van Borremans' pregnante, sensuele penseelvoering, de giftig stralende laboratoriumkleuren, de obsederende kracht van het geconcentreerde beeldfragment. Het fragment is losgesneden uit een ons onbekende context en verraadt nooit zijn eigen inhoud. We weten, ondanks de schijn van werkelijkheid, niet wat het onderwerp van de schilderijen is. Omdat het om mysterieuze handelingen gaat, zoals in het geval van de 'tweelingschilderijtjes' Rachel (2002), of de zwarte laboranten ( One at the time) (2003). Hetzij omdat het onderwerp buiten het schilderij ligt, zoals het voorwerp van de angst van het geportretteerde op Where is Ned? (2002). En zelfs als de sleutel ligt in de vaststelling dat alle personages simpelweg met kunst bezig zijn, met een performance, dan blijft de vraag, de eeuwige vraag: wat is kunst eigenlijk? Jan BraetDe schepper manipuleert zijn figuren, maar ook ons.