Meer informatie: spiked-online.com en techcentralstation.com
...

Meer informatie: spiked-online.com en techcentralstation.com Nog zeventien jaar onze adem inhouden en we weten of hij gewonnen heeft. De Britse kosmoloog Martin Rees heeft er, op de website longbets.org, duizend dollar om verwed dat er vóór 2020 in één klap een miljoen slachtoffers zullen vallen door bioterror of bioerror - biologische terreur of een biotechnologisch ongeval. In zijn nieuwe boek, Onze laatste eeuw, beweert Rees zelfs dat de menselijke soort slechts vijftig procent kans heeft om deze eeuw te overleven. De mogelijke catastrofes zijn talrijk: een virus, een botsing met een asteroïde, de gevolgen van het broeikaseffect, een uit de hand gelopen wetenschappelijk experiment... Apocalyptische visioenen zijn natuurlijk van alle tijden, maar als een gerenommeerd wetenschapper als Rees zulke voorspellingen doet, worden ze door velen ernstig genomen. Frank Furedi neemt ze niet ernstig. De Britse socioloog trekt al jaren van leer tegen wat hij the culture of fear noemt, de steeds sterker wordende culturele druk om altijd en overal enorme risico's te zien. Achter elke hoek, in elke technologische vernieuwing, in elke lap vlees bespeuren we tegenwoordig een mogelijke bedreiging, een nieuw gevaar, een ongewenst neveneffect. 'We hebben het zelfs over het risico van verliefd worden', lacht hij. 'Het vermijden van risico's is een obsessie geworden. Veiligheid is vandaag de belangrijkste waarde, een religie bijna. En als veiligheid een religie wordt, raakt de samenleving compleet gedesoriënteerd. We beleven een serieuze crisis van de menselijke verbeeldingskracht en creativiteit. Het gevoel dat het alleen maar bergaf kan gaan, overheerst. Things can only get worse. Ons geloof in de vooruitgang is aangetast. Met alle gevolgen van dien.' Neem nu die weddenschap van Martin Rees. Je kunt, zegt Furedi, uiteraard niet uitsluiten dat er binnenkort een miljoen, of zelfs een miljard, slachtoffers zullen vallen bij een bioterroristische aanslag. Maar helemaal uitsluiten kun je dat nóóit, hoeveel maatregelen je ook treft. Het enige wat je bereikt met zulke voorspellingen en steeds strengere maatregelen, is paniek. Hoe harder je probeert jezelf te wapenen tegen het onvoorspelbare, hoe verder je wegzakt in machteloosheid en paniek - paniek die nooit meer overgaat: gisteren sars, vandaag terreur, morgen is het weer iets anders. We hollen van de ene collectieve paniekaanval naar de andere. Furedi was twee weken geleden een van de sprekers op Panic Attack, een conferentie in Londen waar een aantal wetenschappers onze obsession with risk onder de loep namen. Een van de actuele onderwerpen was, uiteraard, het sarsvirus en wat dat tot dusver heeft aangericht. Er zijn nu ongeveer 8000 mensen besmet. Er vielen ruim 600 doden. Lang niet de mondiale epidemie waar de Wereldgezondheidsorganisatie eerder dit jaar voor waarschuwde. Het zijn de gevolgen van die waarschuwing, de mechanismen die wereldwijd in werking traden om vooral géén risico's te nemen, die de échte epidemie hebben veroorzaakt: de epidemie van de angst. Resultaat: de Aziatische economie krijgt serieuze klappen, de luchtvaartsector lijdt zware verliezen en in Toronto hebben duizenden mensen in de horeca hun baan verloren omdat de stad een tijdlang in quarantaine werd geplaatst. Dokter Michael Fitzpatrick, die op de conferentie onze 'gezondheidsobsessie' analyseerde, zag één lichtpuntje. 'Elton John gelastte een concert af in Toronto', lachte hij. 'Dus wat dat betreft mochten de inwoners van geluk spreken.' 'Het was de eerste mondiale angstepidemie van deze eeuw', zegt Fitzpatrick. 'Zolang we het virus niet kenden en niet wisten hoe het werd verspreid, was het een leeg scherm waarop al onze angsten konden worden geprojecteerd. De mondmaskertjes die mensen droegen, hadden weinig zin. Je kunt ze nog het beste vergelijken met de amuletten die pestlijders in de Middeleeuwen altijd bij zich hadden. Ze hadden meer een symbolische waarde dan wat anders. Om besmetting te voorkomen, was het beter om regelmatig je handen te wassen.''Op het internet doken meteen samenzweringstheorieën op', zegt Fitzpatrick. 'Dat er terroristen achter zaten, of de FBI... Complotdenken is typisch bij fenomenen die niemand volledig onder controle heeft. Overheden voelden zich in zo'n geval verplicht om zoveel mogelijk maatregelen te nemen. Om te voorkomen dat ze de schuld krijgen als er toch iets misloopt, prediken ze steeds vaker een zo groot mogelijke voorzichtigheid. Zo ontstaat er een opbod van maatregelen, met de media in de rol van versterker. Met als gevolg dat de paniek alleen maar toeneemt.'Niet dat er niets moest gebeuren. De angst voor sars had, zoals elke angst, een 'rationele kern'. Overheden moeten ingrijpen, maar op een rationele en proportionele manier. De media moeten verslag uitbrengen, maar op een evenwichtige en correcte manier. Maar, aldus de meeste sprekers op de Panic-conferentie, die 'rationaliteit' en dat 'evenwicht' raken steeds verder zoek. Het is een vicieuze cirkel, waar ook de wetenschap willens nillens in meedraait. Panic Attack was georganiseerd door spiked-online, een journalistieke website die ontstond op de ruïnes van het tijdschrift Living Marxism. Hun motto: wees vrij, wees kritisch, stel alles ter discussie. Medeorganisator was TechCentralStation, een neoliberale denktank die vanuit de VS nu ook in Europa is neergestreken. Hun motto: leve de vrije markt en de technologie. Op het eerste gezicht vormen oude marxisten en neoliberalen een merkwaardige combinatie. Wat ze gemeen hebben, is een onverschrokken, fundamenteel progressief geloof in de mogelijkheden van de mens om, collectief of individueel, zijn lot in eigen handen te nemen. De meeste sprekers waren wetenschappers - dokters, natuur- en scheikundigen, statistici - die dat geloof in de menselijke vooruitgang delen. Ze gaan in tegen de consensus van het wantrouwen die, volgens hen ten onrechte, rond een aantal thema's is gegroeid. Neem nu onze voeding. Die is nog nooit zo veilig, hygiënisch en gezond geweest - een belangrijke reden waarom we steeds langer leven. Toch breekt om de haverklap een nieuwe voedselcrisis uit. En toch hebben we de indruk dat ons voedsel steeds onveiliger wordt - door de toevoeging van chemicaliën, het gebruik van pesticiden, enzovoort. We gaan ervan uit dat 'natuurlijk' per definitie gezond is, en dat alles wat 'kunstmatig' tot stand komt, verdacht moet zijn. Michael Fitzpatrick verwees onder meer naar de paniek die in Engeland ontstond nadat actrice Meryl Streep op tv had verklaard dat het gebruik van pesticiden 'de belangrijkste oorzaak van tumoren' was. 'Dat klopte totaal niet', zegt Fitzpatrick. 'Maar het gerucht was gelanceerd. De regering vroeg advies aan een wetenschappelijke commissie, of ze het gebruik van pesticiden moest verbieden. Nee, zei de commissie, het is niet nodig om zulke maatregelen te nemen, het is beter om niets te doen. Dat kunnen we niet, zei de bevoegde minister, ik moet iets doen.' De geruchten ontkennen, was geen optie. Dat komt, aldus Fitzpatrick, omdat ons vertrouwen in overheid en wetenschap is aangetast. En zo treedt altijd hetzelfde mechanisme in werking: overheden grijpen in, om niet onbetrouwbaar te lijken. En wetenschappelijk advies wordt vaak misbruikt om zo krachtdadig en zorgzaam mogelijk over te komen. Tel daar de talloze actiegroepen bij, plus de op sensatie beluste media, en je hebt het perfecte scenario voor de zoveelste paniekaanval. Scène 1: iemand maakt zich zorgen. Scène 2: er volgt een onderzoek. Scène 3: de wetenschap kan niet garanderen dat er geen gevaar is. Scène 4: actiegroepen vragen maatregelen. Scène 5: de overheid treedt op. Scène 6: iedereen maakt zich zorgen. Paradoxaal genoeg kan voorzichtigheid soms mensenlevens kosten. Een voorbeeld: na een treinongeval wordt het spoorverkeer op een bepaald traject, uit voorzorg en om het publiek gerust te stellen, een paar dagen stilgelegd. Daardoor zullen meer mensen in die periode de auto moeten nemen. Maar aangezien autoverkeer meer slachtoffers maakt dan treinverkeer, heeft die voorzorgsmaatregel statistisch gesproken onherroepelijk tot gevolg dat het aantal verkeersdoden toeneemt. Ziedaar hoe een ogenschijnlijk wijze beslissing zeer onverstandig kan zijn. Het doet denken aan onze dioxinecrisis in 1999: omdat we de kip niet meer vertrouwden, schakelden we massaal over op vis - met vaak nog veel hogere dioxine- en pcb-concentraties. Een tijd geleden dook in Engeland het vermoeden op dat het zogenaamde MMR-vaccin, waarmee kinderen worden ingeënt tegen mazelen, bof en rode hond, een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn van autisme. Hoewel dat wetenschappelijk nooit werd bevestigd, lieten heel wat ouders hun kinderen niet meer inenten met het zogenaamde triple vaccin. Op individueel niveau is dat een volstrekt rationele beslissing: ouders nemen het zekere voor het onzekere. Maar de optelsom van die individuele beslissingen is volstrekt irrationeel: uit vrees voor een risico dat niet wetenschappelijk kan worden aangetoond, dreigde het aantal MMR-inentingen te dalen tot onder de 75 procent van de doelgroep. De consequentie daarvan kan wél wetenschappelijk worden aangetoond: als minder dan 75 procent van de kinderen wordt ingeënt, is de kans op het uitbreken van een mazelen-epidemie zeer reëel. Ook hier kan voorzichtigheid slachtoffers maken. Sir Colin Berry, professor aan de medische faculteit van de Londense universiteit, besloot zijn bijdrage over MMR en andere vermeende gezondheidsrisico's ietwat ironisch: 'Wat de wetenschap zegt, doet er niet meer toe. De publieke opinie heeft meestal de grootste invloed. En als die publieke opinie gestuurd wordt door bezorgde actiegroepen, is dat heel slecht nieuws.' Alle sprekers op Panic Attack hadden kritiek op de 'bezorgde actiegroepen', omdat die systematisch misbruik zouden maken van een essentiële beperking van de wetenschap, namelijk: de wetenschap kan niet bewijzen dat iets niet bestaat, dus ook niet dat er geen gevaar bestaat, dat iets volledig veilig is. Vraag aan een wetenschapper of het drinken van een glas water honderd procent veilig is, en strikt genomen zal hij moeten antwoorden: nee, want het zou kunnen dat je je verslikt, geen adem meer krijgt en doodvalt. Een extreem voorbeeld, maar zo werkt het vaak wel, aldus Colin Berry. Wie het zogezegd 'goed voorheeft' met 'de mensen', kan die wetenschappelijke twijfel naar het publiek makkelijk vertalen als: de wetenschappers zijn niet helemaal zeker dat het veilig is, dús is het gevaarlijk. En zodra die boodschap op het publiek wordt losgelaten, is een nuchtere en rationele afweging van mogelijke risico's niet meer mogelijk. Een beetje paranoia is gezond, vindt Berry. De evolutie heeft de mens uitgerust met het vermogen om te anticiperen op bepaalde risico's, en met de neiging om in sommige gevallen het zekere voor het onzekere te nemen. Maar de evolutie heeft de mens niet uitgerust met het vermogen om de risico's in een hoogtechnologische samenleving af te wegen en rationeel in te schatten, met kennis van statistiek en kansberekening. In die zin werd door de vooruitgangsoptimisten op Panic Attack nogal vlot voorbijgegaan aan de beperkingen van de menselijke natuur. De mens is nu eenmaal geen fulltime rationeel wezen. Iedereen weet dat het vliegtuig een veiliger transportmiddel is dan de auto, maar achter het stuur van je auto heb je de illusie dat je alles onder controle hebt, in een vliegtuig niet. Dat de mate waarin we iets onder controle hebben meespeelt bij onze inschatting van de risico's, wordt aangetoond door enquêtes in verband met elektromagnetische velden. Neem de straling van gsm-masten. Gebruikers van een gsm schatten het gevaar van die straling lager in dan mensen die geen gsm hebben. Wie vertrouwd is met de technologie, schat het gevaar lager in dan wie niet weet hoe het werkt. Voorts wordt een risico hoger ingeschat naarmate de mogelijke consequenties ernstiger zijn: een zeer kleine kans op een zeer ernstige ziekte wordt meer gevreesd dan een grotere kans op een minder ernstige aandoening. Dat verklaart de paniek die ontstond tijdens de dollekoeiencrisis. De kans om de ziekte van Creutzfeldt-Jakob te krijgen na het eten van een biefstuk was/is statistisch gesproken érg klein, maar het schrikbeeld van de ziekte is érg groot. Kleine kans, grote impact: daarom spelen zo veel mensen vermoedelijk op de Lotto - winnen kan altijd, je weet maar nooit... Maar net daarom is het van belang om te blijven vechten voor rationaliteit, vindt Frank Furedi. Er wordt te veel paniek gezaaid, onder meer door ngo's die vanuit hun bekommernis voor het goede (vaak: het groene) doel een evenwichtig wetenschappelijk debat verstoren (zie kaderstuk). Furedi analyseerde al in 1997 onze obsessie met risico's in zijn boek The Culture of Fear, waarvan hij na 11 september 2001 een herziene versie publiceerde. Zijn verklaring voor het ontstaan van die angstcultuur heeft te maken met 'de veranderde relatie tussen individu en maatschappij'. De erosie van traditionele instellingen, aldus Furedi, heeft geleid tot meer individualisme. Maar ook tot een zwakker zelfbeeld: het individu heeft niet het gevoel alleen opgewassen te zijn tegen de snelle en bedreigende veranderingen die zich in zijn omgeving voltrekken. Niets wordt nog als vanzelfsprekend ervaren. De consensus over waarden en normen is verdwenen. Onze obsessie met veiligheid en risico's is volgens hem een onbewust procédé waarmee we nieuwe normen en waarden installeren. 'Niemand wil risico lopen', zegt hij. 'Dat is uitgegroeid tot de nieuwe, onuitgesproken morele consensus. Verantwoord gedrag is gelijk aan risicovermijdend gedrag. Wie risico's neemt, is onverantwoord. Onze kinderen worden overbeschermd, we zijn bange ouders omdat we geen onverantwoorde ouders willen zijn. Politici nemen overdreven maatregelen om pakweg de voedselveiligheid te garanderen, omdat ze niet onverantwoord willen zijn. Maar zo dreigt het wantrouwen nog te vergroten. Als een politicus de indruk creëert dat hij alles onder controle heeft, wordt elk ongeval beschouwd als zijn schuld. En accidents will happen, dat is nu eenmaal zo.' Ons zwakke zelfbeeld heeft ook geleid tot wat Furedi de therapeutische cultuur noemt: 'We hebben voor alles advies en bijstand nodig, consultants, persoonlijke mentors, life trainers... Je kunt bijna niet meer naar toilet gaan tegenwoordig, of er komt iemand langs om je achterwerk te vegen.' Furedi is een product van de sixties. Ligt daar niet de bron van het huidige individualisme, en dus van dat zwakke zelfbeeld en bijbehorend wantrouwen in onder meer wetenschap en politiek? 'Nee', vindt hij. 'In de sixties heerste een sterk geloof in de menselijke creativiteit en verbeeldingskracht. En we stonden kritisch tegenover de politieke elite, die ons veel te lang van alles had voorgelogen. Die kritische houding heb ik nog altijd, ik vind dat je alles ter discussie moet durven stellen. Maar kritiek hebben, is niet hetzelfde als nergens in geloven. Per definitie niets geloven van wat wetenschap of politici zeggen, is geen kritiek, maar cynisme.' Ook het debat over het broeikaseffect wordt door sommigen teruggevoerd tot een meningsverschil over 'normen en waarden'. Een van de sprekers in Londen was de Deense statisticus Björn Lomborg, die de Kyoto-akkoorden onder de noemer 'paniekvoetbal' klasseert. Ja, zegt Lomborg, de aarde warmt op - hoewel zelfs dát door sommige andere sprekers werd betwijfeld. En ja, dat is mede het gevolg van menselijke CO2-uitstoot - ook al een punt van discussie tijdens de conferentie. Maar, aldus Lomborg, het geld dat we stoppen in de uitvoering van de Kyoto-akkoorden, wat uiteindelijk vooral de derde wereld ten goede moet komen, kan beter worden besteed aan initiatieven om de ontwikkelingslanden te voorzien van medicatie, voedsel en schoon water. Een kwestie van prioriteiten. Dat was in feite de centrale boodschap van de Panic-conferentie: in een irrationeel debat is steeds minder plaats voor rationele prioriteiten. Oftewel: het is niet omdat je vecht voor 'de goede zaak' en gelijk krijgt, dat je ook gelijk hebt. 'Het politiek correcte denken creëert steeds meer nieuwe taboes', zegt Furedi. 'Er bestaat een grote druk om elk debat binnen bepaalde krijtlijnen te houden.' Inzake global warming wordt op de website van TechCentralStation fysicus Freeman Dyson geciteerd: 'Het broeikasdebat is niet alleen een feitelijk meningsverschil, maar ook een dieper waardenconflict tussen humanisten en naturalisten. Naturalisten geloven dat de natuur het altijd het beste weet. Voor hen is de hoogste waarde de natuurlijke orde der dingen. Elke menselijke verstoring van onze natuurlijke omgeving is slecht. Humanisten, aan de andere kant, geloven dat mensen een essentieel bestanddeel van de natuur zijn en het recht hebben om die natuur te reorganiseren zodat mens en biosfeer samen kunnen overleven. Voor humanisten zijn oorlog en armoede, onderontwikkeling en werkloosheid, ziekte en honger het grootste kwaad.' Joël De Ceulaer