Het realiseren van een republikeinse monarchie over het hele Europese continent is het werk geweest van een generatie die geloofde in humanisme, gelijkheid, goed bestuur en rechtspraak. Napoleon wist de besten onder hen rond zich te verenigen in een uitmuntende en vooral ook stabiele regeerploeg. Gaudin bracht vijftien jaar door als minister van Financiën, Mollien beheerde gedurende dezelfde periode de schatkist. Portalis was zo toegewijd dat hij praktisch een deel van het meubilair was geworden, en de diepgewortelde loyaliteit van mensen als Decrès, Savary en Maret overschaduwde zelfs hun niet onaanzienlijke kwaliteiten - ze werden door zowel tijdgenoten als historici niet altijd naar waarde geschat. Het waren stuk voor stuk belangrijke, slimme en invloedrijke mannen, die hun verantwoordelijkheden opgenamen zonder veel ondersteuning. Ondanks de toename van overheidsinterventie waren de gecentraliseerde departementale administraties eerder bescheiden te noemen, zeker in vergelijking met latere regimes. Het ministerie van Binnenlandse Zaken telde als grootste departement slechts iets meer dan tweehonderd werknemers. Het ministerie van Marine en de Koloniën had slechts honderdzestig mensen in dienst, het ministerie van Religieuze Zaken iets meer dan zestig, Buitenlandse Zaken nauwelijks vierenveertig. Het keizerrijk heeft in alle gecentraliseerde overheidsadministraties samen naar schatting niet meer dan 4000 ambtenaren tewerkgesteld. Bij het begin van de Revolutie waren dat er vier keer minder, maar vijf jaar later was het aantal opgelopen tot 7000.
...