Een inspirerend boek en een weekendje Barcelona. Daarmee nam Agalev zaterdag in de Gentse congreszaal afscheid van politiek secretaris Jos Geysels. Terwijl Mieke Vogels de cadeaus overhandigde, trakteerden de meer dan duizend aanwezige leden hem met gemengde gevoelens op een staande ovatie. 'Hoe is het toch zover kunnen komen? Hoe kunnen we in godsnaam verder zonder Jos?' vroeg een dame zich hoofdschuddend af. Maar Geysels, die er de man niet naar is om zich door de camera's op het kleinste greintje zelfmedelijden te laten betrappen, maakte met-een komaf met dat soort overwegingen door Dirk Holemans op het podium te roepen. Het geklap werd nóg enthousiaster, overstemde zelfs de buiten voorbijkolkende City Parade en hield minutenlang aan. Nog een broederlijke kus aan Holemans, en Geysels stapte letterlijk uit de spotlichten. Amper een uur nadat hij als enige kandidaat met ruim tweederde van de stemmen tot politiek secretaris was verkozen, begon Holemans zijn verslagen troepen te mobiliseren: 'Vrienden, dit is een historische dag voor Agalev. (...) Vandaag zeggen we tegen de kiezer: we hebben uw boodschap begrepen en we zullen die nooit meer vergeten!'
...

Een inspirerend boek en een weekendje Barcelona. Daarmee nam Agalev zaterdag in de Gentse congreszaal afscheid van politiek secretaris Jos Geysels. Terwijl Mieke Vogels de cadeaus overhandigde, trakteerden de meer dan duizend aanwezige leden hem met gemengde gevoelens op een staande ovatie. 'Hoe is het toch zover kunnen komen? Hoe kunnen we in godsnaam verder zonder Jos?' vroeg een dame zich hoofdschuddend af. Maar Geysels, die er de man niet naar is om zich door de camera's op het kleinste greintje zelfmedelijden te laten betrappen, maakte met-een komaf met dat soort overwegingen door Dirk Holemans op het podium te roepen. Het geklap werd nóg enthousiaster, overstemde zelfs de buiten voorbijkolkende City Parade en hield minutenlang aan. Nog een broederlijke kus aan Holemans, en Geysels stapte letterlijk uit de spotlichten. Amper een uur nadat hij als enige kandidaat met ruim tweederde van de stemmen tot politiek secretaris was verkozen, begon Holemans zijn verslagen troepen te mobiliseren: 'Vrienden, dit is een historische dag voor Agalev. (...) Vandaag zeggen we tegen de kiezer: we hebben uw boodschap begrepen en we zullen die nooit meer vergeten!'Sinds Jos Geysels daags na de desastreuze verkiezingsresultaten van 18 mei zijn vertrek aankondigde, werd onophoudelijk over zijn opvolging gespeculeerd. Vera Dua en haar generatiegenoten hadden een te stevige pandoering gekregen om nog langer het beeld van de partij te bepalen, en dus drong een nieuw gezicht, zelfs een hele nieuwe generatie zich op. Namen circuleerden, kandidaturen werden ontkend, en uiteindelijk kwamen twee Vlaamse parlementsleden bovendrijven: de Gentse Dirk Holemans (38) en de Antwerpse Jo Vermeulen (50). Het partijbestuur liet er geen twijfel over bestaan: Holemans was de favoriet. Toen afgelopen week ook de politieke raad, het interne parlement van de groenen, openlijk de Gentse kandidaat steunde, trok Vermeulen zijn kandidatuur wijselijk in. Dat betekent echter niet dat iedereen onverdeeld enthousiast is over Holemans. Of zoals een congresganger het weinig tactvol formuleerde: 'Als Jos Geysels dan toch vervangen moet worden, dan lijkt die Holemans mij nog het best te pruimen.' Want Holemans zou te saai zijn - een kritiek die elke partijvoorzitter die niet Steve Stevaert is tegenwoordig moet incasseren - en zijn imago van 'partij-ideoloog' blijkt niet voor iedereen even aantrekkelijk. In tijden dat 'intellectueel' in sommige kringen als een scheldwoord klinkt, lijkt Holemans inderdaad geen veilige keuze. Want de man heeft - houd u vast - doorgestudeerd. Eigenlijk is hij ingenieur in de scheikunde en landbouwindustrie. Een degelijke technische opleiding, maar te beperkend, zegt hij daar vandaag over. Dat besefte hij pas ten volle toen hij in het Israëlische Haifa een jaar lang bodemstalen op bacteriën had onderzocht. 'Ik had al snel door dat ik als geëngageerde jongen niet mijn hele leven in een bacterie wilde stoppen. Ik wou mijn horizon verbreden, maar wist alleen nog niet hoe. Na de bacterie de wereld!', grinnikt Holemans. Het was een boek dat hem het licht deed zien: het milieufilosofische essay De ogen van de panda van de moraalfilosoof Etienne Vermeersch. Holemans klapte het boek dicht, sprong op zijn fiets en klopte op de deur van de notoire professor. Resultaat: een job op het Centrum voor Bio-ethiek en Milieufilosofie van de Gentse universiteit (UG). In zijn vijf jaar bij Vermeersch studeerde hij ook filosofie. Na de kandidaturen gaf hij die studie echter op omdat het in de praktijk moeilijk bleek om examens af te leggen en les te volgen bij de man die ook zijn baas was. Toch werd hij van bij zijn eerste stappen in de publieke belangstelling vaak als 'ingenieur-filosoof' omschreven. 'Zo voel ik me eerlijk gezegd ook', zegt hij. 'Een ingenieur hakt een probleem in stukjes en lost dan de deelproblemen op, terwijl een filosoof net een synthese nastreeft. Die twee dingen zitten in mij.'Ondertussen had Holemans zich bij de Vlaamse groenen aangesloten. Toen hij in 1993 een lezing gaf over de ethische aspecten van biotechnologie, raakte hij aan de praat met een paar Agalev'ers die hem vroegen lid te worden. Hoewel hij al jaren groen stemde, aarzelde hij toch even: politiek was niet het soort maatschappelijk engagement waarmee hij vertrouwd was. Toch stortte hij het lidgeld en amper twee jaar later mocht hij zich al politiek secretaris van Agalev Gent noemen. De combinatie van het groene gedachtegoed en het leven in een grote stad, waren gesneden koek. Een paar jaar geleden zei hij daarover in De Morgen: 'Ik voel me weinig verwant met het Agalev van pater Versteylen. Agalev Gent is ook niet voortgekomen uit een antenne van Versteylen, maar uit een stedelijke beweging die een andere stad wil. En aangezien ik een stadsmens ben...' Het was niet toevallig in het hart van de stad dat hij op 14 december 1997 zijn absolute moment de gloire beleefde: op het eerste succesvolle Vlaamse referendum stemden de Gentenaars de plannen voor de ondergrondse Belfortparking weg. Een overwinning voor het Gentse burgerprotest, een persoonlijk succes voor Holemans die er als gangmaker in was geslaagd de klassieke sociale bewegingen, versnipperde belangengroepen én losse burgers in de strijd te verenigen. Bovendien symboliseerde het referendum alles waarvoor Holemans stond: een groene stad, groene democratie en groene politiek die dicht bij de burger staat. Dat zijn ook sleutelbegrippen in zijn niet onverdienstelijke boek Ecologie en burgerschap uit 1999. Daarin concludeert hij dat een sterke civiele maatschappij een noodzakelijke voorwaarde is voor een goed functionerende democratie. En die is dan weer onontbeerlijk om ecologische problemen te kunnen aanpakken. Utopisch? Misschien. Een politiek pam-flet? Ontegensprekelijk. Maar ook een verkoopbare boodschap, die gelijkenissen vertoont met het Dorpsstraat-discours van de Vlaamse socialisten. Dat Holemans dat heeft begrepen, bleek ook al uit zijn maidenspeech: 'Onze grootste opdracht ligt komend jaar niet in de Wetstraat, maar op elke straathoek. Ik wil meer groen op straat.' Het succesvolle referendum leverde Holemans een dosis nationale media-aandacht en een gedegen reputatie op. Hij was voor de Gentenaars dan ook geen onbekende meer toen hij amper een jaar later als opvolger in de gemeenteraad terechtkwam. Toch slaagde hij er niet in om zich daar te profileren. Zijn toespraken waren meestal lang en technisch, en na verloop van tijd hield hij steeds vaker zijn mond. Al had dat allicht meer te maken met de nogal dominante fractieleider dan met het prille raadslid zelf. Toen Holemans na de verkiezingen van 1999 naar het Vlaams parlement overstapte, leek hij wél meteen zijn draai te vinden. Niet dat hij veel lawaai maakte, maar hij bleek al snel een harde werker die zijn dossiers tot in de details beheerst. Vooruitziende collega's en commentatoren ontwaarden in hem al snel een man die 'nog wel eens een grote rol zou kunnen spelen in de toekomst van Agalev'. De afgelopen week zijn de visionairen van toen aan het bekvechten over wie als eerste het talent in Holemans heeft herkend. Want vandaag, vroeger dan wie dan ook had voorspeld, staat Holemans al op de hoogste sport van de groene ladder. Hij zal de geschiedenis ingaan als de laatste politiek secretaris van Agalev óf als de voorzitter die de partij een nieuw elan gaf. Dat hij in staat is om een fris, gefundeerd programma te schrijven, daar twijfelt niemand aan. Maar Agalev weer een aantrekkelijk imago geven en de in het verleden soms gênante communicatie op een beter spoor zetten, lijkt minder zijn cup of tea te zijn. In elk geval ziet hij het belang van een goed vertolkte boodschap wel degelijk in. Zelf gaat hij, onder meer op verzoek van een paar partijtoppers, mediatraining volgen. En dat zou wel eens een groot, maar verborgen talent kunnen onthullen. Want hoewel Holemans' interpellaties in de parlementaire commissies niet altijd even eloquent waren, zette hij de afgelopen jaren zijn naam onder een aantal heel leesbare vrije tribunes. Opvallend is dat zijn pen steeds scherper wordt en hij meer en meer zware, overbodige woorden schrapt. De nieuwe politiek secretaris onderkent immers het belang van het juiste woord op de juiste plaats. Dat viel ook op tijdens het ledencongres: alles wees erop dat de pas verkozen voorman elke intonatie, elke klemtoon van zijn toespraak voor de spiegel tot in detail had gerepeteerd. Het effect was soms geforceerd, af en toe nog onzeker, maar ook wel veelbelovend. 'Ze zeggen dat hij geen bezieler is, dat hij niet past op de sofa bij Bruno. Maar ik denk dat ze zich vergissen. Als we hem wat laten groeien, wordt dat een hele goeie', zei een groene militant zaterdag aan de toog van het congrescentrum. 'Da's waar', beaamde zijn kameraad. 'Maar het is Jos Geysels niet, hè.'Ann Peuteman'Ik wil meer groen op straat.'