Meer dan 250 jaar nadat wetenschappers ze aan de hand van schedels en slecht bewaarde huiden als soort beschreven, zonder dat iemand ze levend had gezien, beroeren gorilla's nog altijd de gemoederen. Maar de man die de angstaanjagende mythe van de harige, mensenetende monsters leven inblies door als eerste niet-inboorling gorilla's te observeren, is grotendeels vergeten.
...

Meer dan 250 jaar nadat wetenschappers ze aan de hand van schedels en slecht bewaarde huiden als soort beschreven, zonder dat iemand ze levend had gezien, beroeren gorilla's nog altijd de gemoederen. Maar de man die de angstaanjagende mythe van de harige, mensenetende monsters leven inblies door als eerste niet-inboorling gorilla's te observeren, is grotendeels vergeten. Paul Du Chaillu heeft niet dezelfde notoriteit als een Henry Morton Stanley of David Livingstone, die onlosmakelijk met de verkenning van het Afrikaanse continent verbonden zijn. Hij belandde als tiener aan de kust van het West-Afrikaanse Gabon, omdat zijn Franse vader daar als handelaar werkte. Hij trok het binnenland in, geprikkeld door de verhalen over reusachtige apen, en voelde zich niet geremd door de even hardnekkige verhalen over kannibalen. Hij zag in de gorilla's een manier om naam en faam te maken. Hij sprak lokale talen, leed niet te erg onder tropische ziektes en slaagde erin het vertrouwen te winnen van plaatselijke stammen. In 1856 trok hij voor drie jaar het moerassige regenwoud in. Hij stelde tot zijn verbazing vast dat hij nergens kannibalen tegenkwam, meer zelfs, hij besefte dat de inboorlingen dachten dat blanken kannibalen waren en zwarten vingen om ze vet te mesten en op te eten - de slavenhandel tierde toen nog welig. Hij vond gorilla's en... knalde met zijn helpers 21 dieren af. Hij prepareerde ze en nam ze mee naar New York, waar hij hoopte succes te boeken met de resultaten van zijn expeditie. Dat viel tegen. De wetenschappelijke vereniging die beloofd had hem te steunen, weigerde hem te betalen. Hij moest zelf zijn weg zoeken met zijn opgezette gorilla's en andere souvenirs. Hij huurde voor zijn tentoonstelling een lokaal op Broadway, dat toen al bekend stond voor zijn attracties, maar werd overschaduwd door de barnumreclame van niemand minder dan P.T. Barnum zelf: een van de eerste mannen die begreep dat met show maken veel geld te verdienen was. Barnum counterde Du Chaillu's schamele promotie met een stunt rond een gehandicapte en in bont verpakte kleine zwarte die als een link naar de apen gepresenteerd werd. Du Chaillu werd gered door wetenschappelijke commotie in Londen. In de periode van de publicatie van Charles Darwins On The Origin of Species werd er in Engeland flink gedebatteerd over de evolutie van soorten, en over de mogelijkheid dat de mens verwant was aan de apen. De alom gerespecteerde anatoom Richard Owen, een van de ferventste tegenstanders van de darwiniaanse evolutietheorie, had enerzijds vastgesteld - niet correct, trouwens - dat geen enkel dier dichter bij de mens stond dan de gorilla, maar anderzijds ook dat de verschillen tussen mens en gorilla zo groot waren dat ze niet aan elkaar verwant kónden zijn. Alleen had hij geen echte gorilla's om dat onomstotelijk te bewijzen. Net toen stuurde Du Chaillu, ontgoocheld over het gebrek aan respons in New York, hem een gorillahuid en een brief met de boodschap dat hij ook opgezette exemplaren had. Owen liet de man met zijn collectie prompt overkomen en maakte van hem, met de hulp van de uiterst invloedrijke Royal Geographical Society, een beroemdheid. Het boek dat Du Chaillu in 1861 over zijn expeditie publiceerde (Explorations and Adventures in Equatorial Africa) werd meteen een bestseller - veel meer dan Darwins The Origin - en werd schaamteloos misbruikt door zowel voor- en tegenstanders van de evolutie van de mens als voor- en tegenstanders van de slavenhandel. Du Chaillu werd een instantvedette, maar kreeg bijna onmiddellijk een storm van kritiek over zich heen. Hij wekte veel jaloezie op: omdat hij geen Brit was, omdat hij klein en grappig was, omdat hij niet tot het establishment behoorde, omdat hij een selfmade man was, omdat hij de aandacht weg trok van andere would-be vedettes. Hij werd niet als een ontdekkingsreiziger gelabeld maar als een gewone reiziger, en niet als een wetenschapper (hij had geen enkel instrument bij zich op zijn reis, behalve geweren) maar als een charlatan. Du Chaillu werd ongenadig neergesabeld in brieven in de media, die stipuleerden dat hij nooit verder was geraakt dan de kust van Gabon, dat hij zijn gorilla's dood had gekocht van handelaars, dat hij zijn reis verzonnen had om zich interessant te maken. Dat gorilla's op de grond leefden, zoals hij schreef, was belachelijk, dat ze vegetariërs waren nog belachelijker. En dat ze met hun vuisten op hun borst roffelden om indruk te maken, was te gek voor woorden. Hij kon zich amper verweren tegen de aantijgingen, maar Owen en de Society bleven hem steunen, omdat zijn gorilla's instrumenteel waren in hun verhaal dat de mens als soort een geval apart was. Ze voedden ook het verhaal dat er een onderscheid was tussen de rassen, met het zwarte ras als inferieur aan het blanke - een inzicht dat essentieel was als wetenschappelijke ondersteuning van de slavenhandel. Zo werd Du Chaillu op cynische wijze geconfronteerd met iets wat hij zijn leven lang verborgen wist te houden: dat hij voor een kwart zwart was. Hij bleef altijd vaag over zijn afkomst, maar het is ondertussen zo goed als duidelijk dat hij het resultaat was van een affaire die zijn Franse vader op het eiland Réunion met een halfbloed vrouw had. Als dat kwartje zwart was uitgekomen, had hij zijn geflirt met de high society kunnen vergeten. De ironie wil dus dat hij de ontdekker was van de gorilla, die vervolgens systematisch gebruikt werd om zwarten te ontmenselijken. Finaal kon hij niet anders dan in 1863 opnieuw naar Gabon te trekken om zijn geloofwaardigheid te redden. Het doel van de expeditie was dubbel en ambitieus: de bronnen van de Nijl vinden en levende gorilla's naar Engeland brengen. Deze keer zeulde hij kratten vol wetenschappelijke instrumenten mee, camera's inbegrepen. Hij schoot geen gorilla's, maar observeerde ze - zijn waarnemingen waren bijna een eeuw lang de enige waardevolle. De expeditie werd echter een twee jaar aanslepende nachtmerrie. Hij moest uiteindelijk uit de jungle vluchten, zonder gorilla's, omdat hij en zijn dragers een epidemie van pokken veroorzaakten, die de bevolking van de dorpen waar ze doorheen moesten decimeerde, zodat de stammen zich tegen hem keerden. Toch redde de reis zijn reputatie, onder meer omdat hij als eerste blanke pygmeeën in hun natuurlijke leefmilieu ontmoette (en bestudeerde) - het boek dat hij in 1872 over de expeditie publiceerde, heette niet voor niets The Country of the Dwarfs. Zijn notitieboeken overleefden de trip, en ze bevatten zulke gedetailleerde beschrijven van astronomische, geologische en biologische objecten dat hij eindelijk als een gerespecteerd wetenschapper werd beschouwd. Zijn tijdgenoot Thomas Huxley, de ferventste verdediger van Darwins evolutietheorie, schreef over zijn eerste boek: 'Het kan de waarheid zijn, maar het is geen bewijs.' Zonder instrumenten, geen wetenschap. Du Chaillu evolueert stilaan tot een prachtig symbool van de worstelingen rond het aanvaarden van de evolutietheorie en haar gevolgen voor de mens, niet alleen door zijn eigen kwartbloedsituatie, ook door het feit dat hij in de zwarten die hij ontmoette vooral gewone mensen zag, en geen inferioriteit, en door het feit dat hij het niet kon helpen om ook in de gorilla's die hij observeerde sterk herkenbare trekken te zien. Iedereen die het geluk heeft gehad om met zwarte gidsen op bezoek te kunnen bij gorilla's, zal beide vaststellingen beamen. DOOR DIRK DRAULANSAls het kwartje 'zwart bloed' in Du Chaillu was uitgekomen, had hij zijn geflirt met de high society kunnen vergeten.