Volgende zondag strijden de renners in het Zwitserse Lugano om de wereldtitel. Ex- wereldkampioen Claude Criquielion geeft zijn visie op de tendensen in het wielrennen.
...

Volgende zondag strijden de renners in het Zwitserse Lugano om de wereldtitel. Ex- wereldkampioen Claude Criquielion geeft zijn visie op de tendensen in het wielrennen.VOOR WEINIG WIELRENNERS hangen er aan het wereldkampioenschap dusdanige gevoelens van tweeslachtigheid als voor Claude Criquielion. In 1984 beukte de bescheiden en tot dan door twijfels overmande Waal de poort naar een internationale carrière open, toen hij op het selectieve parcours van Montjuich, hoog boven Barcelona, de concurrentie in de vernieling trapte. Vier jaar later wenkte in Ronse de tweede regenboogtrui voor Criquielion, maar de sinistere afloop van dit wereldkampioenschap behoort ongetwijfeld bij de meest zwarte momenten uit de geschiedens van de Belgische wielersport : Claudy, zoals deze immer vriendelijke pedalleur vertederend werd genoemd, zag zich door de ruige en roekeloze Canadees Steve Bauer tegen de omheining gesmakt en kwam ten val. Het beeld van de radeloze Waal die, midden een opborrelende volkswoede, met zijn wiel in de hand over de meet stapte, ging de hele wereld rond. Na een lange juridische procedure (?Die heeft me 500.000 frank gekost?) bleef Criquielion uiteindelijk met lege handen en een fikse kater achter. Tegenwoordig is de inmiddels 39-jarige Claude Criquielion public-relations (en incidenteel ook sportdirecteur) van de superformatie Mapei-GB, die behalve Johan Museeuw en een rist Italiaanse krachtpatsers ook het paradepaard Frank Vandenbroucke in zijn rangen telt. Die moet in opvolging van Criquielion uitgroeien tot de nieuwe Waalse wielerprins en krijgt zondag in Lugano in ieder geval het kopmanschap van de Belgische ploeg toebedeeld. De vraag is alleen of de niet bepaald robuuste Vandenbroucke al over voldoende atletisch vermogen beschikt om overeind te blijven op een moordende omloop als deze van Lugano. Bovendien valt het tijdstip van het wereldkampioenschap heel ongelukkig : op een moment dat bij velen de energievoorraad al opgebruikt is en de vakantie wenkt. CLAUDE CRIQUIELION : Ik begin me steeds meer vragen te stellen over de toekomst van het wereldkampioenchap. Ik denk namelijk dat Hein Verbruggen, de voorzitter van de internationale wielerfederatie UCI, deze wedstrijd op termijn gewoon wil afschaffen. Om zo nog meer uitstraling te geven aan de wereldbeker. Anders kan ik me geen andere argumenten voorstellen om deze wedstrijd zo laat op het seizoen te programmeren. Zo devalueer je deze koers omdat er nauwelijks nog renners zijn die zich daarvoor kunnen opladen. Want om goed voorbereid te zijn ben je haast verplicht om de Ronde van Spanje in je programma in te lassen. En om binnen het huidige wielerbestel in september een rittenwedstrijd van drie weken te rijden, moet je mentaal verschrikkelijk sterk zijn. Verbruggen wil de wielersport een nieuwe oriëntatie geven. CRIQUIELION : Op zich ben ik daar niet tegen. Je moet evolueren, dat gebeurt uiteindelijk overal. Alleen mogen die vernieuwingen niet ingaan tegen het traditionele karakter van een sport. En dat gebeurt nu in de wielrennerij. Niet alleen met het wereldkampioenschap, maar met de hele aanpak van een aantal nieuwe klassiekers die op een geforceerde manier opgeschroefd worden. Wedstrijden zoals de Leeds Classic of Zürich spreken absoluut niet aan. En wat je ook probeert, dat zal nooit veranderen omdat ze nu eenmaal niet op een traditie kunnen terugvallen. Terwijl je anderzijds ziet dat koersen als Parijs-Tours of Parijs-Brussel, die vroeger monumenten waren, veel van hun grandeur verloren. Dat vind ik een spijtige ontwikkeling. Net zoals ik die overdreven drang naar mondialisering betreur. Volgend jaar een wereldbekerkoers organiseren in Japan of de waarde van een Ronde van China verhogen bijvoorbeeld, daar kan ik niet goed bij. Dan ben je volgens mij op een artificiële manier bezig. Net zoals het inrichten van een wereldkampioenschap midden oktober ingaat tegen welke traditie dan ook. Wat verwacht je van het wereldkampioenschap ? CRIQUIELION : Ik denk dat de Zwitsers de te kloppen renners zullen zijn. En dan bedoel ik vooral degenen die uit de Ronde van Spanje komen : Alex Zülle, Laurent Dufaux vooral en zelfs Tony Rominger. De Belgen zie ik minder op de voorgrond treden. Het parcours is heel zwaar. Te zwaar voor Frank Vandenbroucke ? CRIQUIELION : Ik vrees van wel. Frank heeft zich dit seizoen goed verder ontwikkeld, maar voor dat soort wedstrijden ontbreekt het hem nog aan fond. Je merkt dat ook in de grote klassiekers : in volle finale komt hij net iets tekort, dan moet hij passen. Dat is niet abnormaal, Frank is 22 jaar en ik heb zelf ervaren dat een renner tot zijn 27ste gestaag vooruitgang boekt. Vandenbroucke wint constant aan kracht bij, hij is heel gedreven bezig, traint verschrikkelijk hard. Alleen : als ik zie welke grote verzetten hij soms duwt, dan slaat de schrik me om het hart. Uiteindelijk heeft hij tere, kwetsbare knieën. Hoe zie je zijn carrière evolueren ? CRIQUIELION : Ik denk dat hij in de eerste plaats een man is voor de ééndagswedstrijden. Hij laat zich zelden in een koers verrassen, drijft op een enorm instinct, riekt gewoon wanneer hij moet aanvallen. Dat heeft volgens mij veel te maken met zijn vorming, met het feit dat hij veel op de wielerbaan heeft gereden. Hij verplaatst zich heel gemakkelijk in het peloton omdat hij als pistier in dat onderdeel heel veel behendigheid verwierf. Als ik me iets heb beklaagd, dan wel dat ik als jonge renner nooit op de baan reed. Om eerlijk te zijn : omdat ik schrik had om te vallen. Welke rol is er weggelegd voor Vandenbroucke in een grote rittenwedstrijd ? CRIQUIELION : Dat moet je afwachten. Hij klimt behoorlijk, maar voor een Tour heeft hij volgens mij één groot probleem : dat hij 's avonds niet kan stilzitten. Dan is het heel belangrijk dat je rust, maar dat kan Frank niet, hij is daar veel te rusteloos, veel te zenuwachtig voor. Hij spurt dan van de ene kamer naar de andere, een praatje maken met de verzorger, met de mecanicien, als hij maar niet alleen moet zijn. Wat dat betreft, zou hij zich beter moeten kunnen controleren. Wat verwacht je van Johan Museeuw in Lugano ? CRIQUIELION : Dat hangt van zijn mentale ingesteldheid af. Museeuw leeft op totaal verschillende manieren naar wedstrijden toe. De concentratie en de alertheid waarmee hij bijvoorbeeld in de Ronde van Vlaanderen koerst, de snelheid waarmee hij daar reageert, die verschilt enorm met deze in een wedstrijd als bijvoorbeeld Luik-Bastenaken-Luik. Omdat hij denkt : de ene koers kan ik winnen en de andere niet. Terwijl dat dus niet klopt. Een op en top gemotiveerde Museeuw kan Luik-Bastenaken-Luik en zelfs de Ronde van Lombardije winnen. En in Lugano moet hij in staat zijn op het podium te klimmen. Maar de vraag is dus : met welke instelling gaat hij daar van start ? Het ontbreekt Museeuw bij momenten aan vertrouwen in zichzelf, maar het is niet zo gemakkelijk om hem daarvan te overtuigen. Anderzijds mogen we in België natuurlijk tevreden zijn dat we hem hebben, dat hij de gelegenheid kreeg om zich zo te ontwikkelen. Je zag al meteen dat Museeuw over enorme mogelijkheden beschikte. Ik herinner me de Ronde van Frankrijk die Greg LeMond in 1989 won : het werk dat Museeuw toen voor hem opknapte, dat heb ik nog maar weinig renners zien doen. Geen renner die in deze Tour zoveel op kop heeft gereden als Museeuw. Alleen moest hij dus naar een Italiaanse ploeg gaan om zichzelf te ontdekken. CRIQUIELION : Dat is zo. Ik heb met Johan twee jaar bij Lotto gekoerst en in vergelijking met deze periode, herken je hem nu niet meer. Alleen al door het belang dat hij nu aan de voeding schenkt, bijvoorbeeld. Hij laat nu bij wijze van spreken bepaalde producten uit Italië overkomen. Terwijl hij er vroeger geen punt van maakte om op tijd en stond een frituur binnen te stappen. Eigenlijk is het bizar dat je nu in wezen het vak moet gaan leren in Italië. Terwijl België als wielernatie vroeger zo overheersend was. Maar ik denk dat we juist door die successen van toen nu met zo'n achterstand opgezadeld zitten. Omdat die successen verblindend hebben gewerkt, omdat iedereen de schouders ophaalde toen ze in Italië plots op een heel andere manier gingen werken. Ze zeiden : dat hebben we hier niet nodig. Is het ook daardoor dat er zo weinig talent doorstroomt ? CRIQUIELION : Volgens mij is er nog altijd voldoende talent. Maar het krijgt geen kans meer om te ontluiken. Ik vraag me soms af : zou een renner als ik nu de kans gegeven worden om naar een profploeg over te stappen ? Ik vrees van niet. Want ik was een relatief bescheiden amateur, tijdens mijn laatste seizoen won ik vijf wedstrijden. En dat soort renners is tegenwoordig niet interessant meer. Het is jammer dat er in België geen tweede ploeg van het niveau van Lotto bestaat. Dat zou voor de betere amateurs veel meer perspectieven bieden. Met alle respect voor het werk dat ploegen als Vlaanderen 2002 verrichten. Al moet je tegenwoordig ook een andere vaststelling doen : dat politieke steun tegenwoordig belangrijk is voor een overgang naar de profs. Dat was in mijn tijd ondenkbaar. Als je toen bijvoorbeeld de Ardense Pijl won, dan tekende je dezelfde avond nog een contract voor een profploeg. Want dat was de klassieker der klassiekers. Maar nu stelt zelfs zo'n zege in de Ardense Pijl niets meer voor. Toch krijg je de indruk dat de kloof die er tussen de amateurs en profs gaapt, groter is dan ooit tevoren. CRIQUIELION : Dat is ook zo. Omdat de snelheden veel hoger liggen. Ik herinner me uit mijn periode bijvoorbeeld de Ronde van Italië : als je daarin begon te koersen vòòr de laatste vijftig kilometer, dan gooiden ze een drinkbus naar je hoofd. Terwijl ze nu meteen vlammen. Natuurlijk heeft dat te maken met de grotere belangen en budgetten. Mapei-GB werkt nu met een begroting van 300 miljoen frank, terwijl ik in 1985 voor Hitachi reed en we voor 35 miljoen frank een ploeg van 25 renners hadden. Maar volgens mij liggen toch vooral de sportdirecteurs aan de basis van deze ontwikkeling. Het zijn bijna allemaal ex-renners, die willen aanvallen. Soms denk ik : sommige voetbaltrainers in eerste klasse zouden zich best eens aan hen spiegelen. Dat enorme tempo maakt het voor jonge renners moeilijk. Maar niet onmogelijk. Op voorwaarde dat er met hen gewerkt wordt, dat is en blijft het knelpunt. Ik zeg altijd : je moet die jongeren niet alleen formeren, je moet ze ook informeren. Over alle aspecten van het vak. En dan kijk je naar een ploeg als Lotto : die hebben geen dokter of diëtist in dienst. Ze willen op dat vlak niet investeren, maar wel in eerste klasse meedraaien. Voorts blijf ik me verbazen over de manier waarop er met die jongeren wordt gewerkt. Ze rijden een paar uitslagen in kermiskoersen en ze zeggen : we gaan je eens opstellen in de Dauphiné. Terwijl ze zich niet eens afvragen : wat kan die jongen daar leren, welke mentale gevolgen kan het voor hem hebben als hij daar dagelijks op drie kwartier wordt gereden ? Jonge renners mag je nooit forceren. Daarom begrijp ik niet goed wat Telekom nu met Jan Ullrich heeft gedaan. Op je 22ste de Ronde van Frankrijk rijden, dat is volgens mij dodelijk. Ik denk dat Ullrich de inspanningen die hij daar leverde, hoe dan ook later zal voelen. Anderzijds : door de veranderende trainingsmethodiek, door die wetenschappelijke benadering, kunnen renners toch veel beter hun lichaam onder controle houden. CRIQUIELION : Ik denk dat al die middelen, zoals werken met een hartslagmeter, goed zijn om de conditie op te bouwen. En ze zijn wellicht ook een grote hulp tijdens tijdritten zodat je niet te vlug over een bepaalde grens gaat. Maar in het hooggebergte in de Tour ? Hoewel, iemand als Tony Rominger, die kan na een etappe niet snel genoeg naar zijn kamer lopen om via zijn computer alle gegevens uit te printen, die is daar echt maniakaal in. Terwijl je natuurlijk niet mag overdrijven. Onlangs volgde ik met de ploeg een wedstrijd in Hamburg, Bart Leysen zat mee vooraan, hij maakte op mij een goede indruk. Achteraf zei ik hem : je reed heel goed vandaag. Maar toen schudde Leysen met het hoofd. Omdat zijn computer duidelijk maakte dat hij drie kwartier in het rood had gereden. Straks gaan we nog naar een situatie waarin iemand demarreert en een andere die aanval niet durft beantwoorden omdat zijn hartslag te hoog ligt. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Zo'n hartslagmeter mag uiteindelijk de koers niet bepalen. Wat heeft je dit seizoen het meest getroffen ? CRIQUIELION : De mentale aftakeling van Miguel Indurain, het feit dat je bij hem op een heel pijnlijke manier ziet : de benen zijn nog goed, maar de geest wil niet meer mee. Alleen dat is de reden van zijn terugval, niet dat hij in de Ronde van Frankrijk in een mindere vorm verkeerde. Anders win je vooraf de Dauphiné niet. Maar los daarvan vond ik de collectieve prestatie van Mapei-GB in Parijs-Roubaix het beeld van dit seizoen. Ik heb eigenlijk niet veel begrepen van de kritiek die er achteraf is gekomen. De wielrennerij is een ploegsport en wat kan er dan mooier zijn dan met drie ploegmaats in de absolute topklassieker naar de meet te stormen. Dat er tussen de drie op een gegeven moment een discussie ontstond ? Dat heeft eigenlijk niemand goed begrepen, dat gesprek ging namelijk over de tweede plaats. Andrea Taffi wilde die omdat zijn vrouw net op het punt stond te bevallen en Gianluca Bortolamivond dat die hem toekwam omdat hij uiteindelijk het jaar voordien de wereldbeker had gewonnen. Achteraf is er veel heisa geweest door de commentaren van Roger De Vlaeminck, die zowel op de Belgische als Italiaanse televisie volop kritiek spuide. Iedereen heeft die mening toen een beetje overgenomen. Als je hoorde hoe ze in Italië reageerden : een Belg die twee Italianen had verslagen, het neigde een beetje naar racisme. Terwijl ik beweer : iemand die niet begrijpt hoe prachtig het is dat drie renners van dezelfde ploeg in een grote klassieker voorop liggen, die snapt de essentie van de wielersport niet. Neem nu wat er onlangs gebeurde in Meulebeke : Vandenbroucke, Museeuw en Wilfried Peeters geraakten voorop. Achteraf hoorde je daarover weer wat gegrom. Wat moet je dan doen ? De remmen dichtknijpen ? De realiteit is namelijk : als er een paar renners van onze ploeg in een ontsnapping zitten doen de anderen geen kop meer. Daarom hebben we toen, op een van de hellingen, een kopgroep van vijftien renners aan flarden gereden. Dat vind ik sport van een bijzonder hoog niveau. Vijf jaar geleden heb jij je carrière beëindigd. Komt in de periode voor het wereldkampioenschap het drama van Ronse weer boven ? CRIQUIELION : Niet echt. Alleen als ik in Ronse op die plaats voorbijkom, dan denk ik er nog wel eens aan. Want mijn naam staat nog altijd in de straat gekerfd, ze hebben kennelijk goeie producten gebruikt. Los daarvan : hetgeen me vooral steekt, is de juridische afwikkeling van deze zaak. Het gegeven dat je praktisch je gelijk kan bewijzen, maar dat je toch geen gelijk krijgt, dat iemand als Bauer zelfs niet eens wordt gehoord. Het gerecht is nu zwaar in opspraak gekomen, maar ikzelf had bepaalde conclusies al veel eerder getrokken. Jacques Sys Frank Vandenbroucke begint als de Belgische kopman aan het WK : nog iets te weinig fond.Claude Criquielion : De hervorming van de wielersport gebeurt te artificieel. Het volledig Zwitserse podium van de Ronde van Spanje met (van links naar rechts) Tony Rominger, Alex Zülle en Laurent Dufaux : drie topfavorieten voor Lugano.