Op 10 april 2003 was de oorlog tegen Saddam Hoessein officieel voorbij. Bijna drie maanden later, zo melden Amerikaanse en Britse woordvoerders, zijn de elektriciteit en de watertoevoer normaal, draaien ziekenhuizen en gezondheidscentra weer, verloopt het vaccinatieprogramma goed en komen de voedselbedelingen op gang.
...

Op 10 april 2003 was de oorlog tegen Saddam Hoessein officieel voorbij. Bijna drie maanden later, zo melden Amerikaanse en Britse woordvoerders, zijn de elektriciteit en de watertoevoer normaal, draaien ziekenhuizen en gezondheidscentra weer, verloopt het vaccinatieprogramma goed en komen de voedselbedelingen op gang. Veel meer goed nieuws is er niet te melden. De konvooien van het Rode Kruis staan in Jordanië, want de toestand in Irak is nog te onveilig om geregelde transporten toe te laten. Het is duidelijk: Washington en Londen hebben de vrede onderschat. De Koerden houden zich rustig, maar de sjiitische leiders in het zuiden roepen net niet op tot verzet en in het noordwesten van Irak is de oorlog duidelijk niet voorbij. De westerse troepen proberen het groeiende verzet te counteren. Na elke aanslag volgt een razzia in het betrokken gebied: huizen worden doorzocht, mensen gearresteerd, wapens geconfisqueerd. Half juni werden grote voorraden geld gevonden, die wijzen op een goed voorbereid en centraal bestuurd netwerk. Uit de aanslagen die de laatste weken zijn uitgevoerd, wordt een beeld van het verzet bijeengepuzzeld. Het kerngebied ligt tussen de hoofdstad Bagdad en de stad Tikrit, waar de Hoessein-clan vandaan komt, maar deint uit over het hele 'soennitische' noordwesten van het land. Het bestaat uit aanhangers van de Baath-partij die decennialang aan de macht was, fedajien en religieuze fanatici uit het buitenland die Irak zijn binnengeslipt om de ongelovigen te bekampen. Het verzet wordt gesteund door plaatselijke krijgsheren en gewone bandieten die profiteren van de chaos. En die deze chaos ook duidelijk willen. Bijzonder verontrustend is immers dat steeds meer aanslagen gericht zijn tegen iedereen die betrokken is bij infrastructuurwerken, noodzakelijk om het land weer vlot te trekken. Die aanslagen worden opgeëist door bewegingen als 'Irakese weerstand' of 'Leger van Mohammed'. Die betekenen niet veel, in tegenstelling tot de 'Hisb al-Aoeda' ('Partij van de Wederkomst') die over het hele land opduikt, via los van elkaar optredende cellen. Minstens zo gevaarlijk is dat soennitische geestelijken het gewapend verzet tegen de Amerikaanse en Britse soldaten steunen. Dat juist de soennieten het verzet aanwakkeren, hoeft niet te verbazen. Onder Saddam vormden ze de leidende klasse, zonder Saddam zijn ze een kleine minderheid in het land. Ze hebben dus geen enkel belang bij de volgende stap in het vredesproces. Een werkgroep moet deze maand nog een grondwet beginnen te schrijven, waarna democratische verkiezingen kunnen worden gehouden. De meest optimistische schatting is dat tegen 2006 een regering kan aantreden. De vraag is niet alleen of Irak nog twee jaar in chaos kan leven, maar ook wat het alternatief is. M.V.