Pia de Jong (1961) voor Lange dagen; Jan Van Loy (1964) met De heining; P.F. Thomése (1958) met Nergensman: autobiografieën; Robert Vuijsje (1970) voor Alleen maar nette mensen; en Christiaan Weijts (1976), schrijver van Via Cappello 23. Dat zijn, in alfabetische volgorde, de genomineerden voor de vijftiende Gouden Uil Literatuurprijs, die komende maandag, 4 mei, wordt uitgereikt. Met een beetje schuiven, waarbij Thomése en Vuijsje van plaats wisselen, en vervolgens De Jong voor hen komt te staan, is in dit rijtje een verdedigbare hiërarchie aan te brengen.
...

Pia de Jong (1961) voor Lange dagen; Jan Van Loy (1964) met De heining; P.F. Thomése (1958) met Nergensman: autobiografieën; Robert Vuijsje (1970) voor Alleen maar nette mensen; en Christiaan Weijts (1976), schrijver van Via Cappello 23. Dat zijn, in alfabetische volgorde, de genomineerden voor de vijftiende Gouden Uil Literatuurprijs, die komende maandag, 4 mei, wordt uitgereikt. Met een beetje schuiven, waarbij Thomése en Vuijsje van plaats wisselen, en vervolgens De Jong voor hen komt te staan, is in dit rijtje een verdedigbare hiërarchie aan te brengen. Maar eerst moet er misschien nog even op worden gewezen dat de jury van deze Gouden Uil 2009 de opmerkelijke beslissing heeft genomen om het meest toegejuichte Vlaamse boek van de afgelopen inzendingsperiode, Erwin Mortiers Godenslaap, volstrekt te negeren. Zelfs in de achttien titels tellende langlijst werd het niet opgenomen (wat dan toch nog wel gebeurde met een andere opvallende afwezige: Arnon Grunberg en zijn wederom vuistdikke roman Onze oom). Nu kun je vinden dat Mortier overschat wordt, maar dit is toch wel érg vreemd. Het zal toch zeker niets te maken hebben met zijn opiniestuk 'Het vieze luchtje van de Gouden Uil' (zie www.erwinmortier.be/node/76), waarin hij de huidige jury van de prijs afserveerde als niet koosjer? Dat het godverdomse gezanik van Dimitri Verhulst tot het kaf werd gerekend is daarentegen dan weer zeer terecht, billijk en wijs te noemen. Anderzijds had, gegeven de bestaande langlijst, de Nederlandse Esther Gerritsen wel een plaatsje bij de laatste vijf verdiend, voor haar wonderlijke roman De kleine miezerige god. Dan had je echter misschien wel een integraal Nederlandse kortlijst gehad, en zoiets twee jaar na elkaar. Dat is onwenselijk, gelet op de integraal Vlaamse sponsoring ( HUMO, Standaard Boekhandel, Canvas, Radio 1 en De Standaard) van de prijs. Maar laten we terugkeren naar de wél genomineerden. Jan Van Loy had De Gouden Uil misschien in 2005 moeten krijgen, voor zijn nog steeds beste boek, het burleske en picareske Bankvlees. De heining, zijn tweede roman, is minder. Zeker niet onaardig, dat niet, maar ook niet meer dan dat. Geen kromme zinnen, strak verteld, goed opgebouwd, maatschappelijk relevant thema. Onder te brengen in de categorie 'degelijk'. Het is allerminst de bedoeling daar schamper over te doen. Alleen kan althans deze recensent niet anders dan naar eer en geweten te verklaren dat hij van dit boek verder warm noch koud werd. De plot draait om een stel goed verdienende dertigers dat van een flat in de grote stad verhuist naar een 'omheinde gemeenschap' buiten. Geen 'onnette mensen' meer in de buurt (zie ook hierna, bij Robert Vuijsje), eindelijk veiligheid. Mooi niet dus. De relatie van de hoofdfiguur implodeert als zijn Debbie besluit de minnaar die ze al een tijd blijkt te hebben toch leuker te vinden. En de verdwijning van een jongetje, op wie de hoofdfiguur even moest passen maar dat later dood wordt teruggevonden, leidt tot de opheffing van de omheinde gemeenschap als zodanig: besloten wordt nu juist 'de heining' eromheen te laten slopen. Wat op zijn manier een wrang soort happy ending oplevert. Robert Vuijsje dan. Die schreef zeker het grappigste boek van de vijf - zijn Alleen maar nette mensen is al met De avonden vergeleken, met zijn jonge, tegendraadse hoofdfiguur die graag schijn en conventies doorprikt: de Joodse David Samuels, 21, afkomstig uit Oud-Zuid (de sociale-elitebuurt van Amsterdam), dus in de wieg gelegd voor een geslaagd bestaan. Máár: hij lijkt uiterlijk wel erg veel op mensen die, nu ja... afijn, hij lijkt volstrekt niet op wat in zijn milieu 'nette mensen' heten: dat is namelijk codetaal voor 'geen mensen die ze allochtonen noemen en vooral geen Marokkanen'. Bovendien is Samuels bezeten van het verlangen naar een 'intellectuele negerin'. Dus poogt hij door te dringen in de zwarte cultuur van de Bijlmer. Het levert heel wat confronterende scènes op, en Vuijsje laat zijn hoofdpersonage zijn kritiek niet sparen. Tegelijk is deze roman misschien wat enkelvoudig. En hij is nogal babbelig geschreven, met veel korte zinnen ook. Leest lekker makkelijk weg, dat wel. Maar prikkelend is hij zeker. P.F. Thomése is als enige genomineerd voor een boek dat vooral non-fictie te bieden heeft: zijn egodocument Nergensman. 'Autobiografieën', luidt de ondertitel, en dat klopt precies: Thomése probeert hier een leven, het zijne, in verschillende stijlen uit van songtekst - u had de verwijzing naar Nowhere Man van The Beatles in de titel uiteraard al opgemerkt - tot intellectuele essayistiek. Daardoor is dit tegelijk ook het duidelijkst literaire boek van de vijf. Het gáát ook vaak over literatuur - een verschijnsel dat in het leven van een schrijver van enige importantie mag heten. Daarbij ritselt en vonkt het van de verwijzingen naar andere autobiografen als Jeroen Brouwers, W.F. Hermans, Cees Nooteboom, Hella Haasse. Eigenlijk niet zo heel anders dan bij die andere autobiografieënschrijver, of -confabulator, Atte Jongstra. Misschien is Thomése bij dit alles af en toe wat te particulier, en niet iedere bespiegeling in dit boek leidt tot adembenemende inzichten. Maar intelligent en voortreffelijk geformuleerd proza is het beslist. Over Pia de Jongs debuut Lange dagen zong het in de pers al snel rond dat het erg veel met Willem Frederik Hermans' Nooit meer slapen te maken zou hebben. De vergelijking gaat misschien niet helemaal op, maar begrijpelijk is ze wel. Lange dagen speelt ook in Noord-Scandinavië, hier het noorden van Finland. Er wordt eveneens een tocht in ondernomen waarop de personages allerlei rampspoedigs overkomt. Ook hier speelt een (gebrek aan een goed werkend) kompas een cruciale rol. Het boek schildert hoe een huistiran zijn gezin dwingt om zijn paranoïde beheersingsfantasieën werkelijkheid te laten worden. De vader in het boek, maatschappelijk een nul die vindt dat iedereen op kantoor hem tegenwerkt, en sowieso dat alle ánderen gek zijn, wil in de zomervakantie een overlevingstocht in Fins Lapland maken, in een gebied waar zelfs geen kaarten van bestaan. En zo geschiedt, hoeveel liever hoofdpersonage Eva ook met een vriendin en die haar vrolijk gescheiden vader mee naar de Middellandse Zee was gegaan. Ze brengen het er ternauwernood levend af. De stijl is weliswaar wat vlak, en misschien is het antidramatische slot na alle drama dat eraan vooraf is gegaan een tikje te weinig onderbouwd, maar spannend is deze parabel over macht en authenticiteit zeker. Knap is dat De Jong Eva boven haar vader laat uitgroeien, zonder dat ze hem ook veroordeelt en van zich afduwt. Ze is, zonder soft te zijn, minder zwart-wit dan Hermans was. Niettemin zou de winnaar van deze vijftiende Gouden Uil toch Christiaan Weijts moeten heten. In Via Cappello 23, pas zijn tweede roman, verbindt hij het leven van de journalist Daniël Schaaf en dat van de kunsthistoricus Arthur Citroen met elkaar via een wel erg hedendaags gegeven: het internet, porno, en de macht en de verantwoordelijkheid van de media. Is er een verband tussen amateurpornofilmpjes en de schilderijen van Titiaan? Bestaat privacy eigenlijk nog wel? Waar gaat journalistiek over in 'de verramsjing en verkrachting van andermans levens'? En zo komen er nog wel een paar enerverende kwesties aan de orde. Via Cappello 23, waar ook nog het beroemde liefdesdrama van Shakespeare in is verweven - de titel is het adres in Verona waar Julia zou hebben gewoond -, is een rijk boek, zowel erudiet als modern, zeer van nu maar niet modieus. En naar de smaak van deze lezer het interessantste van de vijf genomineerde titels. Misschien afgezien van Thoméses Nergensman (maar zelfs daar) gaat het in al deze boeken op de een of andere manier over een van de interessantste thema's die er zijn: macht. Zo bekeken heeft de jury een toch niet zo onzinnige keuze gemaakt. JAN VAN LOY, DE HEINING, NIEUW AMSTERDAM, AMSTERDAM, 157 BLZ., 17,50 EURO. ROBERT VUIJSJE, ALLEEN MAAR NETTE MENSEN, NIJGH & VAN DITMAR, AMSTERDAM, 288 BLZ., 16,50 EURO. P.F. THOMéSE, NERGENSMAN: AUTOBIOGRAFIEëN, CONTACT, AMSTERDAM/ANTWERPEN, 174 BLZ., 19,95 EURO. PIA DE JONG, LANGE DAGEN, PROMETHEUS, AMSTERDAM, 254 BLZ., 17,95 EURO. CHRISTIAAN WEIJTS, VIA CAPPELLO 23, DE ARBEIDERSPERS, AMSTERDAM/ANTWERPEN, 327 BLZ., 18,95 EURO. DOOR HERMAN JACOBS