In 1996 kwam aan het licht dat er bij het Luxemburgse filiaal van de toenmalige Kredietbank, KB-Lux, sprake was van georganiseerde fraude en witwaspraktijken. Het gerechtelijk onderzoek dat daarop volgde onder leiding van toenmalig onderzoeksrechter Jean-Claude Leys, was op zijn zachtst gezegd omstreden. Een dozijn bedienden en kaderleden van KB-Lux beschuldigden Leys van partijdigheid en verduistering van bewijsstukken.
...

In 1996 kwam aan het licht dat er bij het Luxemburgse filiaal van de toenmalige Kredietbank, KB-Lux, sprake was van georganiseerde fraude en witwaspraktijken. Het gerechtelijk onderzoek dat daarop volgde onder leiding van toenmalig onderzoeksrechter Jean-Claude Leys, was op zijn zachtst gezegd omstreden. Een dozijn bedienden en kaderleden van KB-Lux beschuldigden Leys van partijdigheid en verduistering van bewijsstukken. In opdracht van minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) onderzoekt het Hof van Cassatie nu op zijn beurt het gerechtelijk onderzoek naar de affaire. Het KB-Lux-onderzoek draaide onder meer rond geheime Luxemburgse rekeningen van duizenden kleine spaarders. Maar het onderzoek ging ook over witwaspraktijken via back-to-back-leningen - leningen die door een onderpand aan zwart geld gedekt worden. Het leeuwendeel van de kleine spaarders kwam in de nasleep van de affaire tot een vergelijk met de fiscus. De 37 toplui van de bank, onder wie de grote baas Damien Wigny, hebben de beschuldigingen altijd aangevochten. Niet helemaal ten onrechte, zo meldde Knack zes jaar geleden al. Wijlen Frank De Moor toonde aan dat Leys zich in allerlei ongemakkelijke bochten had moeten wringen om het bewijsmateriaal tijdens een geënsceneerde huiszoeking 'als bij toeval' in handen te krijgen. Achteraf bleken verschillende gevonden documenten trouwens bijgekleurd of vervalst. Onderweg naar de doorverwijzing door de raadkamer, voorzien op 24 januari 2006, stapelde het onderzoek naar KB-Lux overigens de rode kaarten op. Toen de Nederlandse fiscus de namen van de Belgische onderzoekers kreeg doorgespeeld, spraken ze daar over 'een mogelijk gebrek aan rechtmatigheid in het opsporingsonderzoek'. In 1999 noemde het Comité-P, het vast comité van toezicht op de politiediensten, het onderzoek al 'onbehoorlijk en ondoelmatig'. Rechters in Brussel, Hasselt, Namen en Luik stelden dat de gegevens waarover de Belgische fiscus in de zaak-KB-Lux beschikt, onbetrouwbaar zijn. Als de raadsheren van het Hof van Cassatie straks dezelfde redenering volgen en ook vinden dat Leys destijds buiten de lijntjes van de wet heeft gekleurd, wordt wellicht het hele KB-Lux-onderzoek nietig verklaard. De 37 toplui van KB-Lux die in beschuldiging werden gesteld, plus de naar schatting driehonderd rekeninghouders die niet op het verzoek van de fiscus reageerden, gaan dan vrijuit. De kleine spaarders die voor meer dan een miljoen euro regelingen met de fiscus troffen, zijn dan allang hun geld kwijt. F.D.