'Een soepje, dat gekookt is in Parijs.' Zo noemt voormalig Europees Commissaris Karel Van Miert de aangekondigde fusieoperatie tussen de twee nutsgroepen Suez en Gaz de France (GdF). 'Het is een hernationalisering van Suez. De Fransen hebben voor zichzelf een nationale energiekampioen opgericht. Ze noemen het een Europese fusie, maar in werkelijkheid is ze zuiver Frans.'
...

'Een soepje, dat gekookt is in Parijs.' Zo noemt voormalig Europees Commissaris Karel Van Miert de aangekondigde fusieoperatie tussen de twee nutsgroepen Suez en Gaz de France (GdF). 'Het is een hernationalisering van Suez. De Fransen hebben voor zichzelf een nationale energiekampioen opgericht. Ze noemen het een Europese fusie, maar in werkelijkheid is ze zuiver Frans.'In de Franse hoofdstad kan de feeststemming intussen niet op. In december zou de fusie helemaal rond moeten zijn. De huidige gedelegeerd bestuurder van Suez, Gerard Mestrallet, die ook Electrabel controleert, wordt dan de nieuwe baas van het fusiebedrijf waarvan de naam nog niet is onthuld. Maar dat is niet het enige mysterie rond de fusie van Suez en Gaz de France. Knack beantwoordt twintig vragen in een poging om de gevolgen en het belang van de fusie te verduidelijken. Zeker, een gevaarlijk zelfs. In België is de productie van elektriciteit nog voor ruim 80 procent in handen van Electrabel. Voor de overige 8 à 10 procent behoort ze toe aan SPE. De concurrentie is dus nu al zeer beperkt. En door de fusie wordt ze zelfs helemaal tenietgedaan. Sinds kort is SPE als gevolg van een reorganisatie voor een deel in handen van Gaz de France (25 %). Tot nu toe vormde dat geen probleem. Maar door de fusie worden zowel SPE (Gaz de France) als Electrabel (Suez) plots onderdeel van dezelfde groep. En dat betekent een nieuwe bijna-monopoliepositie. Voor de gassector is het niet anders. Door de fusie valt de concurrentie tussen Gaz de France en gasproducent Distrigas op de Belgische markt grotendeels weg. Ook die twee concurrenten komen onder hetzelfde dak terecht. Veel keus heeft ze niet. Op basis van de omzetcijfers hebben de concurrentieautoriteiten op nationaal niveau immers niets over deze fusie te zeggen. Bovendien druist de fusie regelrecht in tégen de Europese liberaliseringsgedachte. Kijk naar wat op de Belgische markt gebeurt: het nationale monopolie is nog niet helemaal doorbroken, of er dient zich al een nieuwe bijna-monopolist aan. Als de Commissie nu niets onderneemt, zou dat haar positie wel eens definitief kunnen verzwakken. De Europese Commissaris voor Concurrentiebeleid, Neelie Kroes, zal dus wel moeten ingrijpen. In principe moet ze wachten tot er een klacht wordt ingediend. En dat is tot dusver niet gebeurd. De Europese Commissaris voor de Interne Markt, Charlie McCreevy, heeft wel al gereageerd. Hij heeft de Franse regering een officiële brief gestuurd met de vraag om de situatie toe te lichten. Hij wil weten of het klopt dat ze de overnameplannen van de Italiaanse elektriciteitsproducent Enel geboycot heeft, louter en alleen om Suez in Franse handen te houden. Dat kan weken of zelfs maanden duren. De Europese Commissie kan voorwaarden opleggen, bijvoorbeeld dat Gaz de France zijn aandeel in SPE verkoopt. Toch is het ook niet ondenkbaar dat het bij verbale berispingen blijft. Frankrijk, een zwaargewicht in de Europese Unie, wist ook eerder al maatregelen met betrekking tot het Stabiliteitspact tegen te houden. In elk geval is het hoog tijd dat Brussel ingrijpt. Karel Van Miert vindt de zaak zelfs een heuse testcase. De Europese Commissie heeft er de jongste vijf à tien jaar almaar weer op gehamerd dat ze de energiemarkt wilde openbreken. Een paar weken geleden nog herhaalde Neelie Kroes dat die markt verre van geïntegreerd is. Als de fusie Suez-GdF doorgaat, kan het alleen erger worden. Ze heeft een dynamiek in de sector op gang gebracht. Maar niet. De ex-monopolisten hebben er trouwens alles aan gedaan om de markt opnieuw te vergrendelen. In veel landen hebben zij nog de controle over de transport- en distributienetten en dat maakt hen oppermachtig. Bovendien is de Europese regelgeving niet streng genoeg. Let wel, de liberalisering is nog niet overal in Europa doorgevoerd. In België bijvoorbeeld is ze alleen in Vlaanderen al volledig tot stand gekomen. Brussel en Wallonië zijn gedeeltelijk geliberaliseerd. De vrijmaking van de markt voor de gezinnen volgt daar pas op 1 januari 2007. Misschien wel. Maar de slinger slaat nu wel helemaal door naar de andere kant. Als de fusie Suez - Gaz de France er daadwerkelijk komt, zal de markt door nog slechts een paar giganten als EON, Suez-GdF, RWE, Enel gedomineerd worden. En zij spelen nog te veel op hun lokale markt. Die clustervorming mag dan al een eerste stap zijn naar grensoverschrijdende concurrentie door fusiebedrijven, zoals de Europese Commissie dat in haar mooiste dromen ziet, voorlopig houden ze de opdeling in energie-eilanden in Europa nog wel in stand. 'De fusie is noodzakelijk om de verbruikers lagere prijzen te kunnen aanbieden', zei operationeel directeur van Suez, Jean-Pierre Hansen. Maar dat valt te betwijfelen. De gasprijzen zijn misschien wel minder gestegen dan verwacht vanwege de marktwerking. Maar toch is het ook niet uitgesloten dat de marktspelers de prijzen in de toekomst zullen optrekken. De semi-monopolisten, die trouwens nog gebonden zijn aan bepaalde landen, kunnen de concurrentie toch niet ten volle laten spelen. Het aantal bedrijven per nationale markt is daarvoor nog te beperkt. Dat betekent niet dat de prijzen sinds de liberalisering nergens gedaald zouden zijn. Ze gingen fors omlaag in het Verenigd Koninkrijk, waar meer dan tien verschillende aanbieders concurreren. Maar in andere landen zoals België, Frankrijk, Spanje en Italië waar de semi-monopolisten het voor het zeggen hebben, kunnen de prijzen evengoed stijgen. Volledig. Ze is een zuiver Franse politieke aangelegenheid. De Franse overheid krijgt 34 procent in de nieuwe fusiegroep en is daarmee de belangrijkste aandeelhouder. De Franse regering keurde zelfs een wet goed om de fusie mogelijk te maken. Energie is voor haar van strategisch belang. Daarom wil ze de sector in eigen handen houden. Anders dan de Belgen, hebben de Fransen een energiepolitiek met een heuse langetermijnplanning. De huidige beslissingen leggen de toekomst voor de komende dertig tot veertig jaar vast. Ook voor ons. Neem het voorbeeld van de kerncentrales. Vijfendertig jaar geleden hebben de toenmalige beleidsmakers over de bouw ervan beslist. Nu zijn het nota bene de Fransen die het beheer van de Belgische kerncentrales door de fusie in handen zullen krijgen. Enerzijds is er de evolutie naar een oligopolie, waarbij slechts enkele bedrijven de markt beheersen. Maar er is nog een tweede tendens. Steeds meer nutsbedrijven proberen een synergie van gas en elektriciteit tot stand te brengen. De fusie van Gaz de France, een gastrader, en Suez, de eigenaar van Electrabel, is daar een voorbeeld van. De nieuwe elektriciteitscentrales zijn immers gasgestookte STEG-centrales (stoom- en gasturbines), wat arbitrage mogelijk maakt. Als het gas duur is, verkoopt de onderneming haar opgeslagen gas rechtstreeks op de markt. Is de elektriciteit duur, dan verbrandt ze het gas om elektriciteit te produceren en vervolgens te verkopen. En behalve het feit dat Gaz de France goedkoop gas kan aankopen bij zijn leveranciers, biedt dat enorme winstperspectieven. Zeebrugge is mede door zijn strategische ligging voor Suez van zeer groot belang. Daar zal de fusie niet veel aan veranderen. Het is een Europese invoerhaven voor vloeibaar gemaakt gas voor de LNG-terminal ( Liquid Natural Gas) en een knooppunt van de noord-zuidpijpleidingen en van de oost-westverbindingen. Binnen een groot internationaal bedrijf kan die troef zelfs nog beter worden uitgespeeld. Voor hen betekent ze de zoveelste reeks vergaderingen over wat ze nu wel of niet met hun nog resterende Suez-aandelen moeten aanvangen. Het doel blijft in elk geval ze te verkopen. In totaal beschikken de gemeenten nog over 9,97 miljoen aandelen Suez. Dat aantal is het resultaat van de ruiloperatie van de Electrabel-aandelen deze zomer, na de overname, tegen aandelen van Suez. Een gouden zaak, zo blijkt. Want de aandelenkoers van Suez is na de overname van Electrabel fors gestegen. De verkoop van de 9,97 miljoen aandelen zou vandaag een winst van 95 miljoen euro opleveren. Verkopen is ook het uiteindelijke doel. De logica is immers steeds weer dezelfde: privébedrijven - bij ons is dat het dominante Electrabel (Suez) - moeten op termijn zo veel mogelijk uit de distributie- en transportnetten verwijderd worden. Het vervoer van gas en elektriciteit moet volledig onafhankelijk worden. Dat zijn ze in elk geval van plan. Ze willen een grotere participatie in Elia (de beheerder van het hoogspanningsnet) en in Fluxys (de beheerder van het gastransport). En op korte termijn willen ze zich verder inkopen in de distributienetten (de lokale verdeling van de elektriciteit). Volgens een Vlaams decreet zijn de Vlaamse gemeenten zelfs verplicht vanaf 1 september 2006 de distributienetten voor minstens 70 procent in handen te hebben. 'Een grotere veiligheid en meer zekerheid' vindt Jos Ansoms, voorzitter van de koepel van gemengde intercommunales Intermixt. 'Als je de netwerken vanuit de gemeenten kunt besturen, kun je er ook gemakkelijker op toezien dat de concurrentieregels worden nageleefd. Het geeft je ook meer greep op de prijs. Vijftig procent daarvan komt immers uit transport en distributie.'De Electrabel-aandelen dateren van lang voor de liberalisering. Toen hadden de gemeenten het monopolie over de nutsdiensten, zoals ze ook beslisten over het gebruik van de openbare weg om de gas- en elektriciteitsleidingen aan te leggen. Ze kregen aandelen Electrabel om hen aan de monopolist te binden. En ze waren bondgenoten: als de prijzen stegen, was dat in het voordeel van allebei. Jaarlijks kregen ze bovendien een mooie dividenduitkering. De liberalisering was voor de gemeenten dan ook geen welkome evolutie. Ze verloren een smak geld omdat het systeem systematisch werd opgebroken. Om dat verlies te compenseren, ontstond de Elia-heffing. Aanvankelijk werden de netten land per land opgebouwd. Pas later werden ze internationaal op elkaar afgestemd. De vrees bestaat dat de lijnen overbelast zullen raken als er te veel elektriciteit uit het buitenland wordt doorgejaagd. Daarom worden de verbindingen met de buurlanden voortdurend versterkt. Zo wordt de capaciteitsverhoging die er moest komen tussen België en Frankrijk via Avelgem, eind dit jaar afgerond. Let wel, ook de transmissiecapaciteit binnen de lidstaten kan beperkt zijn. Zo moet de piekproductie van de windmolenparken van Noord-Duitsland naar de consumptiecentra in het zuiden van het land worden overgebracht via Nederland, België en Frankrijk. En ook in eigen land is er geen onbeperkte capaciteit om stroom te vervoeren van oost naar west. Het komt eropaan een net uit te bouwen dat het midden vindt tussen kostprijs en transmissiecapaciteit. In de eerste plaats een verlies. De Suez-aandeelhouders, de vroegere aandeelhouders van Electrabel, zullen concessies moeten doen. Voor één aandeel Suez krijgen ze in ruil één aandeel Gaz de France dat minder waard is - het verschil wordt gecompenseerd met een dividend. Bovendien is het aandeel Suez meteen na de bekendmaking met zes tot zeven procent gezakt, terwijl een aandeel bij de aankondiging van een vijandig bod meestal stijgt. Maar het vijandige bod van Enel werd gecounterd en de fusie werd een defensieve zet. Nadien begon de koers van Suez wel opnieuw te stijgen. De markt hoopt immers nog steeds op een hoger bod van Enel. Maar dan zullen de Italianen met bijzonder veel geld over de brug moeten komen. Bovendien staat er meer op het spel. De fusie is geen puur bedrijfseconomische kwestie. Ze is een voor Frankrijk politiek heel gevoelige zaak. De kans dat Enel nog een bod uitbrengt, is met andere woorden bijzonder klein. Zeker is dat nog niet. Wel is het zo dat Suez als Frans bedrijf vreemd genoeg de grootste waarde geworden is van de Bel20. De schommelingen van de Bel20 worden momenteel zelfs in eerste instantie bepaald door Suez. Stel dat de nieuwe groep er komt, dan zal dat gewicht alleen nog toenemen. De Bel20 wordt dan een soort van BelFra-index. Eerst moeten de beursautoriteiten de opname nog goedkeuren. Een beslissing daarover wordt pas verwacht in de tweede helft van het jaar. De hamvraag is of de fusiegroep wel voldoende 'karakteristiek' is voor de Belgische markt. Want wat is er nog Belgisch aan Suez - Gaz de France? Als de groep uit de index zou worden verwijderd, zou de Bel20 in plaats van negentien nog slechts achttien aandelen tellen. Een jaar geleden verdween er al één aandeel door de fusie van Almanij en KBC. En had Euronext de voorgeschreven, strenge criteria naar de letter geïnterpreteerd, dan waren er nu nog maximaal vijftien. Veel keus hadden de Fransen niet, wilden ze het vijandige bod van het Italiaanse Enel op Suez nog afwenden. Dat plaatste Gaz de France in een sterke onder- handelingspositie, waardoor Suez toegevingen heeft moeten doen. Enel heeft uiteindelijk nooit echt een bod uitgebracht. Zo voorkwam Suez dat het in een patstelling zou terechtkomen, zoals de staalbedrijven Arcelor en Mittal. Zodra er een overnamebod is, is het immers erg moeilijk om nog een andere partij bereid te vinden tot een tegenbod. Veel valt er niet te vrezen. Energie is nog steeds een groeisector. En de capaciteit van elektriciteit en gas zal alleen maar toenemen, omdat er de jongste jaren weinig is geïnvesteerd. Bovendien zijn de bedrijven complementair. Alleen voor Distrigas in Frankrijk, dat naast Gaz de France zal moeten bestaan, zou het moeilijk kunnen worden. Dat is nog maar eens bewezen. Enel wilde een bod doen op Suez omdat het wát graag Electrabel wilde binnenhalen. Electrabel is nog steeds het meest waardevolle onderdeel van Suez. Deze zomer kwam het volledig in handen van het Franse bedrijf, maar het kwaad was al veel eerder geschied. Daarvoor moeten we zelfs terug naar het eind van de jaren negentig, naar de overname van de Generale Maatschappij door Suez. Toen werd Electrabel een dochteronderneming van Suez. Dat kocht sindsdien systematisch aandelen bij, tot het 51 procent van Electrabel bezat. Als de Belgen ooit hadden willen reageren, hadden ze het dán moeten doen. Wellicht was Electrabel veel meer waard. Maar ook in het dossier van Arcelor is België het enige land dat nooit enig bezwaar heeft geuit. Nu is er enige ongerustheid ontstaan, maar officieel protest tegen de fusie is er niet. Integendeel. Toch zal de Belgische regering op haar strepen moeten staan. 'Ze zal meer moeten eisen dan de voorwaarden die zijn afgesproken bij de overname van Electrabel in augustus van dit jaar', vindt Karel Van Miert. Albert Frère liet er geen twijfel over bestaan dat hij de fusieoperatie steunde. Met 4 procent wordt hij de grootste privéaandeelhouder van de nieuwe groep. Uiteraard tellen voor hem alleen zakelijke belangen. Destijds kocht hij aandelen in Tractebel en Petrofina, toen hij in principe nog iets voor de Belgische verankering had kunnen doen. Maar Frère zag betere kansen en hij verkocht zijn Tractebel-aandelen aan de Generale Maatschappij. Met de miljarden die hij toen opstreek, werd hij aandeelhouder bij Suez. Van dan af reed hij alleen nog voor zichzelf en voor de Fransen. In de Parijse salons werd hij een graag geziene gast. Helaas, wat goed is voor een bedrijf en voor zijn aandeelhouders, is daarom nog niet goed voor de consument. INGRID VAN DAELE