De onenigheid tussen de Waalse en de Vlaamse spoorbonden is deze week pijnlijk duidelijk geworden. De tweespalt is historisch te noemen, en is zonder meer onrustwekkend. Want het conflict bij de NMBS dreigt het Belgische sociale overleg uit zijn hengsels te lichten.
...

De onenigheid tussen de Waalse en de Vlaamse spoorbonden is deze week pijnlijk duidelijk geworden. De tweespalt is historisch te noemen, en is zonder meer onrustwekkend. Want het conflict bij de NMBS dreigt het Belgische sociale overleg uit zijn hengsels te lichten. De manier waarop de NMBS-kwestie beslecht wordt, is veel erger dan de eerste golf van stakingen tegen de regering-Michel in de herfst van vorig jaar, de vernielingen aan het Brusselse Zuidstation inbegrepen. Die vielen nog onder de categorie 'incidenten'. De vakbondsleiding had niet aangestuurd op de vechtpartijen, maar kon ze helaas ook niet verhinderen. Bij de NMBS is er vandaag geen sprake van een extremistische vakbondsbasis die haar eigen leiding verrast. De beslissing om toch te staken en het spoorwegnet vijf dagen lam te leggen, is op elk niveau van de vakbonden doorgepraat. Marc Goblet, binnen het ABVV de hoogst geplaatste Franstalige, noemde de splitsing per taalrol (niet onterecht) 'een verzwakking' van de vakbeweging. Maar de enige vakbondsvleugel waarover hij iets te zeggen heeft, de Franstalige dus, riep hij niet tot de orde. Omdat hij niet wil of niet kan. Voor veel Vlamingen zijn de Franstalige spoorbonden meer uit op een conflict dan op een akkoord. In de ogen van veel Franstaligen stellen de Vlamingen zich te defaitistisch op. De behoeders van het Belgische sociale model zijn nog nooit zo communautair verdeeld geweest. Parlementsleden van de centrumrechtse meerderheid, zoals Zuhal Demir en Annick De Ridder (beiden N-VA), geven al langer de indruk dat ze de dadendrang van de (Franstalige) vakbonden niet zo erg vinden. Het is een activisme waarvoor in Vlaanderen weinig begrip bestaat. Zo maken de stakingen mogelijk de weg vrij voor een deel van het N-VA-programma waarover binnen de regering (nog) geen consensus bestaat. Want hoe 'onredelijker' de spoorbonden zich opstellen, hoe breder het draagvlak wordt voor maatregelen die de vakbonden in het hart raken, of hen op z'n minst beperkingen opleggen. De draagwijdte van het NMBS-conflict roept herinneringen op aan de bittere strijd in 1984-1985 tussen de Conservatieve Britse premier Margaret Thatcher en de radicaal-socialistische vakbondsleider Arthur Scargill. In haar memoires, The Downing Street Years, is Thatcher ongegeneerd openhartig als ze schrijft over die krachtmeting. Het hoofdstuk over de stakingen is trouwens het vervolg op 'Disarming the Left', het verhaal hoe ze in 1983 voor de tweede opeenvolgende keer de socialisten van Labour een genadeloze verkiezingsnederlaag had toegediend. In België is een soortgelijk patroon waar te nemen: sinds 2010 kreeg de linkerzijde bij elke stembusgang een oplawaai van de N-VA. In sommige vakbondskringen stelt men sindsdien uit pure frustratie de legitimiteit van de regeringen waarvan de N-VA deel uitmaakt ter discussie. Vandaar dat men er geen graten in ziet om treinreizigers vijf dagen lang te gijzelen: zij zijn collatoral damage in een politieke strijd waarbij men niet van plan is veel genade te tonen. Omgekeerd geldt alweer hetzelfde. Destijds had Thatcher voor zichzelf uitgemaakt dat het de moeite waard was om de strijd met de vakbond niet alleen aan te gaan, maar er ook op aan te sturen. Het was hard tegen hard. Ook daarvan zijn echo's te horen in de schoot van de regering-Michel. Als de vakbonden aandringen op een 'bemiddelaar', stuit dat op een weigering van de regeringstop. De regering-Michel wil niet praten onder een 'stakingsdreiging', luidt het. Al weet de regering ook dat haar stugge reactie op de vraag om eerst een 'ontmijner' en dan een 'bemiddelaar' aan te stellen de staking dichterbij heeft gebracht. Dat de regering die prijs wil betalen, is een signaal dat een sociaal akkoord niet haar eerste zorg is. Het oude Britse voorbeeld leert dat uiteindelijk iedereen verliest bij een botsing waarin de partijen kozen voor conflict in plaats van voor overleg. Scargill offerde de hele Britse vakbeweging op in een strijd die hij nooit kon winnen zoals hij die voerde. En hoewel premier Thatcher triomfeerde, zag ze tot haar ontzetting dat haar legendarische bloeddorstigheid haar politieke positie aan het wankelen had gebracht. Iedereen verloor bij de Britse clash, óók het land. Willen onze politici en vakbondsleiders met de NMBS echt dezelfde kant op? WALTER PAULI is redacteur van Knack.Het conflict bij de NMBS dreigt het Belgische sociale overleg uit zijn hengsels te lichten.