De internetaandelen staan op springen. Sommige noteren al beneden hun uitgifteprijs. De onrust van de beleggers kan omslaan in paniekverkopen. De sombere waarzegger is Mark Mobius, fondsenbeheerder bij het Amerikaanse Templeton.
...

De internetaandelen staan op springen. Sommige noteren al beneden hun uitgifteprijs. De onrust van de beleggers kan omslaan in paniekverkopen. De sombere waarzegger is Mark Mobius, fondsenbeheerder bij het Amerikaanse Templeton.Staat te gebeuren wat zich in 1637 in het Hollandse Haarlem voordeed? In een taveerne, waar een beleggingsclub zitting hield, vond een speculant geen koper voor zijn tulpenbollen. In een paar dagen tijd verspreidde de paniek zich over de hele Verenigde Provinciën. Bloemen die een dag of twee eerder fortuinen waard waren, vielen niet meer te slijten. Roekeloze investeerders rolden recht de armoede in. In het begin van de 17de eeuw leefde het toenmalige Nederland in de ban van de tulpen. De bloem was uit Turkije ingevoerd. Het Turkse herdersvolk ontdekte de wilde tulp in de Aziatische steppen. Eeuwen later, in de eerste helft van de 16de eeuw, toen het Ottomaanse Rijk van Süleyman de Grote zich tot aan de poorten van Wenen uitstrekte, bloeiden de tulpen in de tuinen van het Topkapipaleis. Tegen 1620 was de tulp nergens populairder dan in de Hollandse Republiek, waar hij rivalen als de lelie en de anjer verdrong. Aanvankelijk koesterden alleen connaisseurs, rijke regenten en kooplieden de tulp. Het was de bloem van de happy few, symbool van rijkdom en goede smaak in toen verreweg het rijkste land van Europa. Maar de esthetiek moest het afleggen tegen de geldhonger. De schaarste aan tulpen en de grote vraag ernaar waren de motor voor de bollenrage, die van 1633 tot februari 1637 de Verenigde Provinciën teisterde. Floristen konden hun klanten niet voldoende tulpen leveren. Dat leidde ertoe dat ze ook de bloemen verkochten die nog als bol onder de grond staken. Die promesses hadden bovendien voor hen het voordeel dat zij niet alleen in het beperkte tulpenseizoen, maar het hele jaar door handel konden drijven.DE WINDHANDEL IS GEBORENDaarmee was de windhandel geboren, een handel in promesses in plaats van in tulpen en tulpenbollen. Vooraleer de tulp in bloei stond, was het papier al verscheidene keren verkocht en gekocht, telkens met grote winst. Floristen verkochten bewijzen voor tulpen die ze (nog) niet konden leveren en kopers kochten bollen die ze nooit zouden kunnen betalen, tenzij ze de promesses snel voor meer geld konden verkopen - uiteindelijk was geen speculant in de schoonheid van het bloeiende speculatieproduct geïnteresseerd. De Republiek kende een termijnmarkt, een gokbedrijf op de toekomstige prijs van een koopwaar, en dat was toevallig de tulp. Toen de bollen ook nog werden gemeten in azen (0,046 gram) en per aas en niet langer per bol werden verkocht, gingen minderbemiddelde speculanten samen aandelen in dure bollen kopen. De verhalen over de grote winsten werkten aanstekelijk. Het was een lokkende gedachte voor mensen die met werken nauwelijks konden overleven, snel en gemakkelijk veel geld te verdienen. Metselaars, timmerlieden, houthakkers, wevers gaven hun baan voor de tulpenspeculatie op. Ze brachten hun werkgerei, huisraad en zelfs kleren naar de lommerd om aan werkkapitaal te komen. Daardoor gingen de prijzen ook stijgen. En iedereen verdiende er ook wel aan. De Generael der Generaelen van Gouda, een fraaie tulp met felrode vlammende strepen op een witte fond, steeg van december 1634 tot januari 1637 van 100 tot 550 gulden. De allerbefaamste, de Semper Augustus was begin 1637 tot 10.000 gulden waard. Een fortuin, in vergelijking met de 250 gulden die een timmerman toen per jaar kon verdienen of zelfs de 1600 gulden die Rembrandt voor De Nachtwacht, zijn meesterwerk, ontving.IN HET OOTJE GENOMENDe beurs van Amsterdam verhandelde 360 verschillende goederen, van edele metalen tot cognac, maar geen tulpen. De tulpenspeculanten verzamelden in de taveernes, zoals De Gulde Druyf aan de Koningstraat in Haarlem. In die beleggingsclubs dreven zij na een goede dronk hun handel, via de speciale verkooptechniek van bieden 'in het ootje'. Het werkte de ongebreidelde speculatie in de hand. Wat later waren vele tienduizenden ook echt in het ootje genomen, toen de prijzen na de hoge koorts in december 1636 en januari 1637 kelderden. Vrijwel alle investeerders hadden voorschotten betaald voor tulpen die ze over enkele maanden, als ze uit de grond kwamen, tegen de duur afgesproken prijs moesten kopen, maar die nu waardeloos waren. De ineenstorting van de bollenhandel had ook landschapsschilder Jan van Goyen geruïneerd. Uit geldnood moest hij weer aan het schilderen. Kunstwerken die er nooit waren geweest als hij zich als speculant rijk had geboerd. De onfortuinlijke afloop van de 'tulpenmanie' had geen effect op het economische leven van de Republiek. Het speelde zich af in de marge, onder geldbeluste provincialen en arme stedelingen. De rijken en de beroepshandelaren deden in vastgoed en investeerden in de Oost-Indische Compagnie. Intussen wist heel Europa wel van de Hollandse tulpengekte. De noorderburen wisten dat uit te buiten. Ze compenseerden de tegenslag door met tulpen in de export te gaan. De vooraanstaande plaats van Nederland in de internationale bloemenhandel dateert uit de eerste helft van de 17de eeuw. Niet Turkije, maar Nederland is het tulpenland.Mike Dash, Tulpengekte, Het Spectrum, 1999.G.D.