We zaten midden in de verkeersopstopping op weg van de Expo naar het Terreiro do Paço, het grote plein waar het paleis uitkijkt op de Taag met zijn veerboten, toen de kleurige bloemen de nacht in schoten. Zondag 25 april 1999. De 25ste verjaardag van de Anjerrevolutie was ingezet. Terwijl we vanuit de auto de jeugd met banieren en rode vlaggen van het plein zagen afzakken naar huis, naar de veerpont en de arbeiderswijken aan de overkant van de Taag, bleef de nacht nog een hele tijd op het water oplichten met vuurwerk en Chinese boeketten.
...

We zaten midden in de verkeersopstopping op weg van de Expo naar het Terreiro do Paço, het grote plein waar het paleis uitkijkt op de Taag met zijn veerboten, toen de kleurige bloemen de nacht in schoten. Zondag 25 april 1999. De 25ste verjaardag van de Anjerrevolutie was ingezet. Terwijl we vanuit de auto de jeugd met banieren en rode vlaggen van het plein zagen afzakken naar huis, naar de veerpont en de arbeiderswijken aan de overkant van de Taag, bleef de nacht nog een hele tijd op het water oplichten met vuurwerk en Chinese boeketten. Lissabon is diepgaand veranderd in 25 jaar, en toch is veel hetzelfde gebleven. Het commerciële hart van de benedenstad is in 1988 afgebrand en jaren hebben ze geruzied over hoe het weer opgebouwd moest worden en wie dat ging betalen. En al die tijd gaapte een enorm gat in het oude hart van Lissabon en wie er lang niet geweest was, kon er nauwelijks doorlopen zonder tranen in de ogen te krijgen. Het is nog steeds niet hersteld, maar je ziet wel dat er inspanningen zijn geleverd, ongetwijfeld naar aanleiding van de wereldtentoonstelling vorig jaar. Je kunt opnieuw kiekjes maken bij de bronzen Fernando Pessoa die de wacht houdt bij café Brasileira, koffie drinken, in de overgebleven oude winkels gaan kijken en in de nieuwe boetieks. Er is weer leven in de wijk, maar zoals vroeger wordt het nooit meer. De Expo '98 heeft wel wat opgeleverd. Er is een tweede brug over de Taag gekomen zodat het nijpendste verkeersprobleem van de stad, de files naar de andere kant van de stroom, voorlopig gehalveerd is. De brug is gebouwd op een plek waar voorheen krotwoningen stonden en waar grauwe armoede heerste. De bewoners die daar weg moesten, werd destijds een beter onderkomen beloofd. De brug ligt aan het einde van de spoorlijn naar het nieuwe station Oriente. Kloek, indrukwekkend, een waardige poort op het futurisme van het Expo-complex dat, op z'n gewaagdst, soms met stokken en witte zeilen ineengeflanst lijkt. Veel paviljoenen staan nu ongebruikt te wachten op een nieuwe bestemming, of op de sloper als de beloften niet worden nagekomen, zoals in Sevilla is gebeurd. Maar nu, bij valavond, is het een mooie promenade, de restaurants zijn gesloten en de mensen weg. De Taag is hier breed en de wind is vochtig. Lissabon lijkt groot en doet denken aan Hongkong.NIETS DOEN, WAS NOG GEVAARLIJKERNiet zozeer de Anjerrevolutie als wel wat daarna kwam, was een typisch Lissabonse aangelegenheid. Maar de staatsgreep viseerde het centrum van de macht, en in het gecentraliseerde dictatoriale Portugal was dat uiteraard de hoofdstad. Het is niet eenvoudig zich in die hoofdstad, in dat Lissabon, terug te denken. Modernisme, dat was toen het monument voor de Zeevaarders-Ontdekkingsreizigers aan de rivier in Belem, een fascistische stenen variant op de Tijl-en-Nele-stileringen in bepaalde Vlaamse cafés. Nee, die Expo mag er wel zijn. Voor de verjaardag van de revolutie hebben ze er een rij ronde uurwerken met een diameter van twee meter neergepoot. In de wijzerplaat, die de verschillende stadia in de evolutie van de oorlog in Afrika naar de staatsgreep in Portugal markeert, zit een videoscherm. De Portugese tv RTP liet drie video's maken, en een reeks interviews met de hoofdrolspelers in het gebeuren: Melo Antunes, Vasco Lourenço, Vasco Gonçalves, Otelo Saraiva de Carvalho... Anderen geven uitleg op de historische plek waar dit of dat gebeurd is. Snotjongens op fietsen, die de buurt wel onveilig zouden maken als ze er oud genoeg voor waren, remmen bij een scherm met tanks: "Wat is dat nou?" - "Dat is over die revolutie van ze, kom." Het zijn oudere mannen nu, die praten over dingen die 25 jaar of langer geleden zijn, maar wat deze kerels toen deden, was levensgevaarlijk. Slechts één ding was nog gevaarlijker, namelijk niets ondernemen, en voortvechten in de Afrikaanse oorlog die ze nu al dertien jaar aan het verliezen waren. De sociologische achtergrond van de revolte van de kapiteins is elders uitvoerig beschreven: het leger gaf arme jongeren in klassenbewust Portugal de mogelijkheid om te studeren en vooruit te komen. Zo was de PCP het officierenkorps binnengedrongen. Maar die achtergrond verklaart niet zozeer de revolte als wel de neergang van het systeem. Na 48 jaar Salazar en Marcelo Caetano was het regime zichzelf aan het overleven. Dat er een staatsgreep moest komen, was het gevolg van de oorlog. Het leger dat op drie plaatsen tegelijk in Afrika een vuile, gore, koloniale oorlog voerde, verscheen die heuglijke dag in april plotseling met rode anjers in de geweerlopen in de straten van Lissabon. De officieren bleken socialisten en verbroederden met de bevolking. En de alles wegspoelende respons van de Portugezen die na een halve eeuw achterlijkheid ineens bevrijd waren van hun dictatuur, en het vaak zelf niet konden geloven: de magie van de Anjerrevolutie (en haar trots: dat er omzeggens geen doden bij vielen) hield heel Portugal en half Europa in haar ban. Francisco Franco leefde nog in Spanje. ER WAREN ALTIJD TWEE REVOLUTIESWat blijft ervan over? Een groot deel van de huidige generatie was toen nog niet geboren en denkt dat fascisme zoiets is als niet mogen roken in de klas. De tv en de weldenkenden zijn al jaren veel banger voor het communisme dan voor uiterst-rechts, en ze stellen het Portugese uiterst-rechts haast voor als een goedaardig fascisme met een menselijk gezicht. De afgelopen drie, vier jaar was er geen hond die nog van de revolutie of de 25ste april wou horen. Vijf jaar geleden, bij de twintigste verjaardag, werd op het Carmo-pleintje een officiële herdenking gehouden waar een aantal kopstukken van toen zich blijmoedig lieten onderdompelen in een zee van opgetrommelde jeugd. Enkele revolutionairen, waaronder de legendarische Otelo, stonden wat terzijde. Toen het oude liedje weerklonk, deden ze een rondedansje en dat was het. Dit jaar was het dus anders. Waarom, daar kom je niet achter. Het was anders, en toch ook weer niet. Er zijn altijd twee revoluties geweest in Lissabon. De officiële revolutie werd dit jaar herdacht in het "Park der Naties", een typisch ronkende titel voor wat gewoon het Expo-terrein is. Een militaire parade, een protocollaire lunch in het pas geopende complex dat natuurlijk weer Vasco da Gama heet, alles met uitgebreide veiligheidsmaatregelen eromheen. Maar die konden de bevolking van het boerengat Canas de Senhorim niet beletten bijna voltallig aanwezig te zijn bij de ingang van het complex, met vlaggen, trommels en trompetten. Die van Canas voelen zich verraden door de politici. Alle vergelijkbare dorpen in de buurt hebben al het statuut van stad gekregen en zij niet, en dus kwamen zij met veel kabaal op dit feestje even de aandacht opeisen. Dat is ze dus gelukt. De populaire revolutie stapt elk jaar op 25 april van de zuil van de Markies van Pombal de Avenida da Liberdade af naar het Rossio-plein. Ook nu stond een bontbeschilderd pantserwagentje uit 1974 met een mollig geworden besnorde bestuurder de manifestanten op te wachten bij de zuil van de verlichte markies. Ook dit jaar is het volk gekomen, met duizenden, met vrouw en kind, vlaggen en maskers, braaf de slogans van de PCP nazeggend, de historische Partido Cominista Portugues, die ook 25 jaar geleden al achter de echte wereld aanliep, en die nu tegen de Navo ageert en tegen zijn oorlog in Joegoslavië. Maar het maakt niet uit, want daar loopt Vasco Gonçalves weer, de befaamde pro-communistische premier die de Portugezen de slappe lach bezorgde met zijn absurde toespraken, en we zijn niet 25 jaar geleden, zeker niet, maar we zijn ook niet nu. We zijn in de vijfde of zesde dimensie ergens in de hemel boven Lissabon, dat nog mooier is van boven gezien, en hoe potsierlijk alles ook wordt, je kunt niet anders dan ervan houden. Het regime van professor Salazar en doctor Caetano dat zo lang moest duren, was een verstikkende en loodzware gevangenis van blinde en doofstomme machthebbers, zo schreef Vasco Pulido Valente in de krant. Dat wordt tegenwoordig te weinig gezegd. Het was dom en wreed, maar nu is het voorbij en de Portugezen zijn ervan verlost. Vuurwerk!Sus van Elzen