De doodsklok die zaterdagavond boven Rome werd geluid om de dood van paus Johannes Paulus II aan te kondigen, was overal ter wereld te horen. Maar nergens maakte de nagalm en vooral de plots lege stoel van de paus, die sede vacante, zo'n diepe indruk als op het Europese continent. Uitgerekend daar waar de gelovigen, ondanks hun soms opvallende genegenheid en sympathie voor de man, zijn geboden steeds minder gehoorzaamden.
...

De doodsklok die zaterdagavond boven Rome werd geluid om de dood van paus Johannes Paulus II aan te kondigen, was overal ter wereld te horen. Maar nergens maakte de nagalm en vooral de plots lege stoel van de paus, die sede vacante, zo'n diepe indruk als op het Europese continent. Uitgerekend daar waar de gelovigen, ondanks hun soms opvallende genegenheid en sympathie voor de man, zijn geboden steeds minder gehoorzaamden. Nergens ter wereld immers heeft de secularisatie zo huisgehouden als in Europa, met een aantal ontsporingen zoals het fascisme en het communisme tot gevolg. Die secularisatie heeft de Kerk hier uit elke vorm van politieke macht verdrongen. De Nederlandse socialist Thijs Wöltgens noemde daarom de Kerk ooit de oudste - en hij had ook kunnen zeggen: de grootste - niet-gouvernementele organisatie ter wereld. Vreemd genoeg heeft die scheiding van godsdienst en staat die Kerk, die zich nooit in nationale Kerken liet opsplitsen, politiek sterker gemaakt, want onafhankelijk. Johannes Paulus II heeft van die onafhankelijkheid voluit gebruik gemaakt. In die zin was hij ook, zoals de intussen overleden commentator van The Guardian Hugo Young hem noemde, de laatste echte wereldleider. Het leek een waagstuk in 1978: een Pool tot paus verkiezen, in een wereld verdeeld in twee machtsblokken. In elk geval werd het aantreden van Karol Wojtyla, aartsbisschop van Krakau, als Johannes Paulus II in het Oosten en in het Westen uiteenlopend geïnterpreteerd. Voor de meeste katholieken was de komst van de atletische vijftiger een verademing, na de altijd aarzelende Paulus VI en het bijzonder kortstondige pontificaat van Johannes Paulus I. Het is die paus die de meeste gelovigen zich na zijn overlijden vorige zaterdag het liefst herinneren: de triomferende paus die in 1979 een zegetocht door zijn geboorteland maakte en daardoor een eerste sloophamer tegen het IJzeren Gordijn legde. Als een echte kerkvorst heeft hij door zijn steun aan de Poolse vakbond Solidarnosc van Lech Walesa de val van het communisme bespoedigd, daarbij elke vorm van geweld voorkomend. Dictators in Nigeria, Cuba en Zuid-Korea, maar ook Amerikaanse presidenten werden soms openlijk op hun plichten en tekortkomingen gewezen. Elke vorm van geweld, van oorlog ook, werd door Johannes Paulus II veroordeeld. Alle moderne communicatiemiddelen heeft Johannes Paulus gebruikt om zijn boodschappen van vrede en sociale rechtvaardigheid uit te dragen, en om de banden met de joodse en islamitische gemeenschappen aan te halen. Als een heuse megaster voelde hij zich pas in zijn sas voor grote menigten en voor de televisiecamera's. Zijn buitenlandse reizen waren perfect geregisseerd. Hij wist precies hoe hij de media de ene hyperventilatie na de andere kon bezorgen. En toch was daar zijn onbehagen met de moderniteit. In 1979 publiceerde de Zwitserse theoloog Hans Küng zijn beruchte artikel Een jaar Johannes Paulus II, waarin hij wees op de conservatieve trekjes van de nieuwe paus en diens eerste pogingen om de hervormingen van het tweede Vaticaans Concilie terug te schroeven. Prompt kreeg de theoloog een verbod om nog te doceren. Daarmee was de strakste lijn getrokken. En sindsdien heeft Johannes Paulus II te veel mensen doen zwijgen, zegt gewezen KUL-rector Roger Dillemans verderop in dit blad. Als de geestelijke leider van zijn Kerk heeft hij met zijn naaste medewerkers geprobeerd een aantal vensters die door zijn voorganger en grote hervormer Johannes XXIII waren opengegooid, één voor één weer te sluiten. Het was alsof de paniek ze daar in het Vaticaan plots om het hart was geslagen, schreef het Engelse katholieke tijdschrift The Tablet onlangs. Bovendien vergiste de pauselijke entou- rage zich. Ondanks doortastende ingrepen kreeg die geen vat meer op de kleine clerus en de leken in de Kerk. In de Verenigde Staten en in Europa werkten de pauselijke richtlijnen over anticonceptie, abortus en euthanasie veelal averechts. En het uitsluiten van de vrouw voor gelijk welke kerkelijke functie leidde tot bijkomende ontgoochelingen. Als gevolg daarvan is de Kerk onder het pontificaat van Johannes Paulus II verbrokkeld tot een geheel van gemeenschappen die hun godsdienst vaak à la carte, volgens eigen inzicht, beleven. In die zin is er sprake van een kloof tussen de gelovigen, zeker in het Westen, en de top van de kerkelijke hiërarchie. Een kloof die Johannes Paulus II, niettegenstaande een pontificaat van ruim een kwarteeuw, niet kon dichten. Het is nu aan zijn opvolger om te proberen de krachten die door Johannes XXIII zijn ontketend onder controle te krijgen en in moderne banen te leiden. In politieke en vrijzinnige milieus wijzen ze graag op de toenemende leegloop van de kerken onder Johannes Paulus II. Maar een aantal politici, zoals Steve Stevaert, hebben intussen wel begrepen dat de stembussen binnen afzienbare tijd net zo leeg zullen zijn als de kerken, en dat we na de dood van God ook de dood van de politiek kunnen verwachten. Met alle gevaren van dien. Rik Van Cauwelaert