Het is een bekende quote uit de Franse film La Haine. Een man stort zich van een flatgebouw en probeert zichzelf tijdens zijn val gerust te stellen met de woorden: 'Wees niet ongerust, tot nu toe gaat alles goed.' Woorden die perfect uit de mond van de Britse premier Gordon Brown zouden kunnen komen. Diens politieke val werd ruim anderhalf jaar geleden ingezet, maar de onafwendbare klap werd vorige week voor de zoveelste keer vermeden.
...

Het is een bekende quote uit de Franse film La Haine. Een man stort zich van een flatgebouw en probeert zichzelf tijdens zijn val gerust te stellen met de woorden: 'Wees niet ongerust, tot nu toe gaat alles goed.' Woorden die perfect uit de mond van de Britse premier Gordon Brown zouden kunnen komen. Diens politieke val werd ruim anderhalf jaar geleden ingezet, maar de onafwendbare klap werd vorige week voor de zoveelste keer vermeden. Brown wist toen een coup in de eigen Labourpartij te voorkomen en dus moesten de kranten de publicatie van zijn politieke requiem nog maar eens uitstellen. In de krant The Times werd het premierschap van Brown onlangs omschreven als de langstdurende politieke zelfmoord uit de Britse geschiedenis. Brown mag dan nog wel 'in office' zijn, hij is een leider zonder enige macht of autoriteit. Behalve een leiderschapscrisis beleeft het Verenigd Koninkrijk ook een ernstigste institutionele crisis. Westminster, zoals het Britse parlement vaak wordt genoemd, is sinds midden mei in de greep van een steeds verder uitdijend onkostenschandaal. De conservatieve krant The Daily Telegraph kwam als eerste met onthullingen over het gesjoemel met onkostennota's door parlementsleden van alle politieke strekkingen. Sindsdien staan de Britse kranten dagelijks vol met smeuïge details over de manier waarop de parlements-leden misbruik maken van belastinggeld. Een aanzienlijk deel van de 646 leden van het Lagerhuis blijkt het niet al te nauw te nemen met de politieke deontologie. Het schandaal geldt als symptomatisch voor een volgevreten politieke elite die totaal vervreemd is van de dagelijkse beslommeringen van de gewone man. Commentatoren spreken van het failliet van de Britse parlementaire democratie in haar huidige vorm. De gapende kloof tussen politicus en burger is ook over het Kanaal een populair gespreksthema. Sommige parlementsleden declareerden uitgaven voor shampoo, babyluiers, dierenvoeding of erotische video's als onkosten. Een conservatief parlementslid ging zelfs zover om de aankoop van een 'eendeneiland' in zijn tuin als onkosten in te brengen. Volgens de parlementaire regels konden de politici jaarlijks tot 24.000 pond (28.225 euro) onkosten aangeven. Maar er was geen duidelijke richtlijn van wat wel of niet kon en dat werkte een cultuur van zachte corruptie kennelijk in de hand. Michael Martin, speaker in het Lagerhuis, diende eind mei zijn ontslag in nadat alle politieke partijen hun vertrouwen in hem hadden opgezegd. Martin had de politie opgedragen te onderzoeken uit welke hoek het perslek kwam. Bovendien bleken ook zijn eigen uitgaven niet zo koo-sjer. Zo factureerde hij een bedrag van 1400 pond (1646 euro) voor taxiritten naar winkelcentra en het Celtic Park, het voetbalstadion van zijn favoriete voetbalclub Celtic Glasgow. Het was voor het eerst in meer dan driehonderd jaar dat de voorzitter van het Lagerhuis moest opstappen. Andere parlementsleden moesten met het schaamrood op de wangen de onkosten aan de gemeenschap terugbetalen, voor nog anderen zat er niks anders op dan de 'eer aan zichzelf te houden'. Zeven ministers van Labour dienden, als een direct of indirect gevolg van het onkostenschandaal, hun ontslag in. Maar ook de oppositie deelde in de klappen. Bij de Britse Conservatieven moest partijleider David Cameron erkennen dat verschillende leden zich schuldig hadden gemaakt aan het misbruiken van belastinggeld. Waarmee de tory's in hetzelfde bedje ziek blijken te zijn als die van Labour. De crisis heeft in het Verenigd Koninkrijk tot een antipolitieke sfeer geleid. In een enquête van de BBC verklaarde circa 50 procent van de kiezers te geloven dat minstens de helft van de parlementsleden corrupt is. 78 procent van de ondervraagden was van mening dat parlementariërs hun functie vooral uitoefenden uit eigenbelang. Het kwam dus niet als een verrassing dat de radicale partijen de grote winnaars waren van de recente Europese (en lokale) verkiezingen. De Eurosceptische United Kingdom Independance Party (UKIP) kroonde zich tot de tweede partij van het land. De extreemrechtse British National Party haalde iets meer dan 6 procent van de stemmen, en wist daarmee voor het eerst twee zetels in Brussel binnen te halen. Vooral dat laatste zorgde voor consternatie. De BNP wordt, nog meer dan haar zusterpartijen in West-Europa, geleid door ranzige figuren met een hoog hooligangehalte. Het succes van de kleinere radicale partijen ging ten koste van de traditionele grote drie in de Britse politiek. Labour viel met een score van 15 procent terug op een historisch dieptepunt. De Conservatieven kroonden zich tot de grootste partij, maar met slechts 27 procent van de stemmen konden de tory's de verwachtingen niet echt waarmaken. Ook de Liberal Democrats gingen licht achteruit en strandden net achter Labour. Ondanks het dramatische resultaat voor Labour is de positie van Gordon Brown voor het eerst in weken iets minder wankel. In de aanloop naar de Europese verkiezingen leek Brown nochtans uitgeteld. Binnen Labour stond de populaire voormalige postbode en minister van Volksgezondheid Alan Johnson klaar om het roer over te nemen. Toen de beloftevolle James Purnell, minister van Arbeid en Pensioenen, op 6 juni zijn ontslag indiende en Gordon Brown openlijk opriep om de eer aan zichzelf te houden, leek hij de premier de genadeslag te hebben toegediend. Met een snelle kabinetswijziging enkele dagen voor de Europese verkiezingen, waarbij Johnson naar Binnenlandse Zaken verhuisde, wist Brown in het zadel te blijven. Parlementsleden van Labour hadden ondertussen een hotmailcampagne gestart om aan de 72 handtekeningen te raken die nodig zijn om een motie van wantrouwen tegen Brown te kunnen indienen. Maar de teller stokte op 54 en de 'hotmailcoup' bleef uit. Ook omdat politieke zwaargewichten en notoire tegenstanders van Brown, zoals de Britse minister van Buitenlandse Zaken David Miliband en minister van Economie Peter Mandelson, openlijk opriepen om hun regeringsleider te steunen. Zij lijken immers de hoop te hebben opgegeven dat Labour de volgende parlementsverkiezingen (uiterlijk in juni 2010) nog kan winnen, en dus wordt Brown gedoogd als ideale zondebok. Na de Europese afstraffing beloofde Brown zijn stijl aan te passen. In een speech voor de 400 parlementsleden van Labour kondigde hij aan nog harder zijn best te zullen doen. Het leek wat op de noodkreet van een gedumpte partner die zijn grote liefde wil terugwinnen en daarbij de hemel op aarde belooft. De premier wil een gedragscode opstellen voor parlementsleden en een externe Nationale Democratische Adviesraad een aantal constitutionele hervormingen laten opstellen. Zo wordt er gedacht aan een gedeeltelijk proportioneel kiesstelsel, een geschreven grondwet en een maximale zittingstijd voor parlementsleden van 2 of 3 termijnen. 'De huidige parlementaire crisis is te wijten aan decennia van immobilisme', verklaarde het liberale parlementslid Norman Baker. 'Het parlement moet zich aanpassen om ook in de toekomst een rol te spelen.' Te midden van alle politieke onheil is er voor Brown en de Britten toch ook positief nieuws. Steeds meer Britse economen zijn van mening dat het ergste van de reces-sie al achter de rug is. Sneller dan verwacht zouden er voorspoediger tijden aanbreken. Wat de vooruitzichten voor de volgende regering een stuk aantrekkelijker maakt. Bij Labour gaan de meest optimistische stemmen ervan uit dat de partij het diepte-punt bij de Europese verkiezingen heeft bereikt. Volgens columnist David Hencke van The Guardian kan links wel nog dieper vallen: 'Als Labour niet oplet, zal er met de partij hetzelfde gebeuren als met de liberalen onder Lloyd George na Wereldoorlog I... De oude machtspartij viel na een verkiezingsnederlaag uit elkaar en werd een marginale factor in het Britse politieke landschap. De wederzijdse afkeer tussen de Blairgetrouwen en de linksere Brownvleugel kan tot een definitief schisma leiden. Het enige wat hen momenteel bindt, is de macht. Als die wegvalt, kan de interne burgeroorlog beginnen.' Hoelang Brown zijn val ook nog weet te rekken, dat zijn definitieve doodsmak onvermijdelijk is, wordt door nagenoeg niemand meer betwijfeld. DOOR MATTIAS APERS