" Ik leerde mijn vader pas kennen toen hij dood was." De eerste zin van een bestseller. Aanvankelijk, toen ze nog niet wist dat ze een bestseller zou schrijven, luidde de zin: "Ze brachten Sebastian bij ons thuis toen ik dertien jaar was." Goed, maar minder pakkend. Ze schreef het verhaal, over zeven Limburgse zusters, in het dorpje San Cristóbal de las Casas, Mexico. "De hitte hing als een beschonken kerel over ons heen en we dronken grenadine die in de kelder gekoeld was omdat de koelkasten de weg nog niet hadden gevonden naar de keukens, waar in die dagen grote kolenfornuizen stonden en lange tafels met veel stoelen, omdat de gezinnen nog omvangrijk waren." Misschien krijg je zo'n zin er wel beter uit aan een patio met een grapefruitboompje dan in een huis in Amsterdam of Swalmen.
...

" Ik leerde mijn vader pas kennen toen hij dood was." De eerste zin van een bestseller. Aanvankelijk, toen ze nog niet wist dat ze een bestseller zou schrijven, luidde de zin: "Ze brachten Sebastian bij ons thuis toen ik dertien jaar was." Goed, maar minder pakkend. Ze schreef het verhaal, over zeven Limburgse zusters, in het dorpje San Cristóbal de las Casas, Mexico. "De hitte hing als een beschonken kerel over ons heen en we dronken grenadine die in de kelder gekoeld was omdat de koelkasten de weg nog niet hadden gevonden naar de keukens, waar in die dagen grote kolenfornuizen stonden en lange tafels met veel stoelen, omdat de gezinnen nog omvangrijk waren." Misschien krijg je zo'n zin er wel beter uit aan een patio met een grapefruitboompje dan in een huis in Amsterdam of Swalmen. Elle Eggels' (1946) debuutroman, eerste oplage 15.000 exemplaren, werd meteen al doorverkocht aan een Amerikaanse en een Duitse uitgeverij. "Het huis van de zeven zusters". De jaren veertig, vijftig. In een Limburgs dorp zijn zeven zusters aan elkaar overgeleverd in het huis bij de bakkerij. Moeder is overleden, vader vertrok met onbekende bestemming. Ze lijden en strijden, doen soms een poging om het huis te verlaten, keren altijd weer terug naar de verstikkende maar ook vertrouwde familieband. De geschiedenis van de zusters wordt verteld door Emma, dochter van de oudste zus Martha en van Sebastian, die geruisloos verdween toen Emma vijf maanden was. "Nog vóór het moment van mijn geboorte had ik spijt dat ik deze mensen als ouders had uitgezocht." Sebastian was een knappe man, die op Roy Rogers leek, lachte en zong, toneel en muziek maakte en van alle zusters tegelijk wilde houden. Ze idealiseerden hem, ook na zijn weinig fraaie aftocht en na het moment dat hij, jaren later, als gerafeld lijk op de tafel in de huiskamer werd neergelegd. In het bakkershuis, waar elke vrouw haar eigen stoel had en waar ze bij elkaar in bed sliepen, was er daarna zelden nog plaats voor andere mannen. Aan de mannen mankeerde sowieso nogal eens iets. Als ze al niet onzeker, getrouwd, gehandicapt, uitgerekend waren of vluchtgedrag vertoonden, dan gingen ze wel dood. Sebastians dochter, Emma, was het kind van wie de zusters niet wisten of ze erover moesten moederen of het als een zuster behandelen. Martha: verantwoordelijk, bezorgd en bang. Marie: bekommerde zich niet om het geluk van anderen, vingers die alleen deugden voor subtiel borduurwerk. Anne: mensenschuw en zwijgzaam. Christina: vrolijk en druk. Vincentia: had zoon moeten zijn, werd buitenkind. De tweeling Clara en Camilla. Clara: ontweek moeilijke zaken, liet nooit zien wat er in haar hart omging. Camilla: een elfje, verdwaald in de werkelijkheid. Vrouwen die hun dromen niet waar kunnen maken.MANNEN WORDEN GEWEERDElle Eggels besefte in 1996 dat haar loopbaan als modejournaliste net iets te veel op een stukgelopen huwelijk was gaan lijken. Er zat geen fut meer in. De verwondering was weg. Om een geestelijke dood te voorkomen, verkocht ze haar huis in Amsterdam en reisde af. Zuid-Amerika was altijd al haar droom geweest. Het werd Mexico. Waar ze de roman schreef die na haar terugkeer door diverse grote uitgevers werd geweigerd. Ze sleutelde er nog wat aan en benaderde zeven kleine uitgeverijen. Vassalluccireageerde onmiddellijk. De twee uitgevers hadden zelf ooit hun huis verkocht om de uitgeverij te beginnen. Eggels is nog steeds licht verbijsterd over het onverwacht grote, snelle succes. Mooie zinnen wilde ze maken, met veel beeldspraak, in navolging van door haar zeer bewonderde auteurs als Gabriel García Márquez, Laura Esquivel en Juan Rulfo. "Het glas schreeuwde van de pijn en de lach verschool zich in de kersenboom." "Hortensia's zijn voor mij altijd bloemen gebleven met hoogmoedswaanzin. Ze waren te groot en ze bloeiden te heftig voor het geld dat ze waard waren. Het waren hoeren die zich 'mevrouw' lieten noemen.""Alleen Christina en ik gingen naar het feest - de andere zusters aaiden hun wrok." Eggels: "Zelf vind ik 'De stilte knisperde als gemorst zout' erg mooi. Maar die zin werd in een krant juist ontzettend afgekat. In San Cristóbal was mijn buurman een scenarioschrijver uit Los Angeles. Die zat mij de hele dag door te zagen over goede zinnen. Hij citeerde voortdurend uit de hele wereldliteratuur. Zelf noteerde ik altijd mooie zinnen, van Márquez of van Rulfo. Ik probeerde dan iets vergelijkbaars te maken. Dan had ik drie vellen vol, waar één zin op stond die ik kon gebruiken. Zo'n zin proef ik eerst en denk: nu kan die wel. In het volgende boek ben ik al rustiger met metaforen. Korter, kleiner." "In het begin had ik het idee om een verhaal te schrijven over een gezin met alleen maar zonen. Die zonen hadden geen vader meer, alleen een moeder en een oude oma. En er was een geheim over de dood van die vader. Zo'n gezin heb ik gekend in Swalmen, waar ik vandaan kom. Die jongens speelden heel close met elkaar, daar mochten geen meisjes binnen. Een mannengemeenschap waar ik toch te weinig van af wist. Toen heb ik iets gekozen dat ik wél ken. Mijn moeder komt uit een gezin met zeven zusters, er waren ook twee mannen, maar die heb ik eruit gelaten. Zeven meisjes en de mannen worden geweerd, die kunnen er niet of nauwelijks tussenkomen." TRUTH OR CONSEQUENCES"Er zitten autobiografische elementen in. Bij het uitwerken van de karakters heb ik iedere zuster een eigenaardigheid gegeven, die enigszins gebaseerd is op mijn tantes, maar dan uitvergroot. Zuid-Amerikaanse auteurs zijn daar goed in: ze nemen hele kleine dingen en maken daar iets groots van. In het leven gebeurt dat ook. Als je pijn aan je vinger hebt, is dat voor iemand anders niets, zelf kan je het als een grote pijn ervaren, waardoor je hele dag verloren is. Als schrijver kun je zoiets inleven: hoe iets kleins heel groot wordt beleefd." "De zusters in het boek kunnen niet zonder elkaar, niet uit liefde, maar uit noodzaak. Ze zouden wel anders willen, maar dan zouden ze iets vertrouwds moeten opgeven. Dat is het thema van het boek: de angst om dingen in je leven de veranderen. Iets wat mij waanzinnig fascineert. Zelf heb ik die reis gemaakt waarvan anderen zeggen: ik zou het niet durven. Alle zusters krijgen meerdere keren de gelegenheid om weg te gaan, ze kunnen trouwen, een van hen kan zelfs schrijfster worden, toch gaan ze altijd weer terug. Wat is dat? Die angst om eruit te stappen." "Iemand zei tegen mij: je moet er minstens vijf zusters uit laten. Ik zei: dat kan niet. Het zíjn er zeven. Ik heb ze allemaal eerst uitgezet, hun karakters, hun drijfveren. Die beschrijvingen had ik voor mij liggen, zodat ik ze iedere keer kon controleren. Je moet meer van je karakters weten dan je opschrijft. Dat is bij scenario's ook zo: als je iemand twee zinnen laat zeggen, moet je weten waarom hij die twee zinnen zegt." "Bij ons in het dorp waren veel grote gezinnen, waar soms mensen bij zaten die geen familie waren, maar die er toch bij hoorden. Een onduidelijke tante of een oma. Zo iemand heb ik ook in het boek gesmokkeld. Omi. Als personage is ze een prominentere rol gaan spelen dan gepland was. Zelfs na haar dood komt ze terug. Vóór ze overlijdt, ziet ze witte vrouwen in huis, dat is ook autobiografisch. Mijn vader, die een jaar of zes geleden gestorven is, zag tijdens zijn ziekte eerst één witte vrouw, daarna werden het er meer. Hij kwam ze op de gang tegen, daar wilde hij niet meer doorlopen. Dan riep hij naar ons: zijn ze er nog? Maar wij zagen uiteraard niets. Dat vond ik een mooi gegeven voor het verhaal." "De sfeer in San Cristóbal deed mij heel erg denken aan Swalmen, zoals ik dat uit mijn jeugd ken. Mensen spreken je op straat aan, er is die gemoedelijkheid. Swalmen is inmiddels een keurig dorp, in San Cristóbal zijn er nog straten die niet geplaveid zijn. Ik wist meteen dat ik er een tijdje wilde blijven. En iedere keer als ik terugga, heb ik het gevoel dat ik weer thuiskom. Alleen de politieke situatie is wat moeilijk. In Nieuw-Mexico heb ik nog een plaatsje ontdekt, waar de tijd stilstaat en mensen zomaar wat rondhangen, waar vrouwen naar iedereen zwaaien met van die koninginnenhandjes. Het heet Truth or Consequences. Daar zie ik mijzelf ook nog wel eens een boek schrijven." GRACHTENGORDEL-LITERATUUR"Laatst las ik een hele treffende zin. Schrijvers hebben het nodig om uit de beklemming van hun sociale omgeving te komen. Kies voor iets anders, weg uit het stramien, waarin je vaak naar de verwachtingen van anderen leeft. Op den duur raak je jezelf kwijt. Ga ergens naartoe waar je jezelf weer tegenkomt. Dan kun je tot de conclusie komen dat je tóch niet bent zoals je altijd leek te zijn. Die mogelijkheid bied ik aan het einde van het boek ook mijn verteller Emma." "Mijn intentie was vooral een lekker boek te schrijven, waarmee je op de bank zakt of in bed of in een ligstoel in Spanje. Je trekt de lezers bij de eerste pagina naar binnen, het huis binnen in dit geval. Je toont ze alle kamers en uiteindelijk laat je ze los en staan ze daar als slaapwandelaars. Het moet een leuke droom zijn, waar ze er meer van willen." "Nederlandstalige literatuur lees ik bijna niet. Ik ben daar in mijn jeugd mee gestopt omdat bijna alle schrijvers alleen maar hun oorlogstrauma's in hun boeken verwerkten. Wat je nu hebt, is die Amsterdamse grachtengordel-literatuur. Over dronkenschap, schrijversblok, dat interesseert mij niet. Ze maken het kleine nog kleiner. Zwagerman, daar kom ik niet doorheen. Iemand als Hermien Landvreugd wil alleen maar schoppen en slaan en vieze woorden gebruiken. Misschien is het voor een bepaalde leeftijdsgroep, maar ik heb er nooit van gehouden. Vroeger las ik wel Jan Wolkers, maar als die kwam met kots en andere uitwerpselen sloeg ik die stukken over." "Ik gebruik het zelf soms wel in beeldspraak. Zoals de burgemeestersvrouw, bij wie de haat als puisten op haar stembanden was vastgegroeid en als ze sprak, spoot het pus uit haar mond. Anna Enquist heb ik gelezen, dat was wél erg goed. Verder haak ik bij de eerste pagina's af. Als ik die Zuid-Amerikanen lees, moet ik dóórlezen. Ik wil op die zinnen kauwen. Zo'n boek lees ik drie, vier keer. Schrijvers moeten vertellers zijn. In Zuid-Amerika is het 's winters story tellingtime. Indianen die prachtige verhalen vertellen en die, nogmaals, van een klein beetje iets groots maken. Mijn boek is misschien zo'n succes omdat mensen daar behoefte aan hebben. Wie weet heb ik een trend gezet." Elle Eggels, "Het huis van de zeven zusters", Vassallucci/Van Halewyck, Amsterdam/Leuven, 191 blz., 698 fr.Ineke van den Bergen